about
Toon menu

De wetten van Peeters ontleed: langer werken of minder verdienen

Op 15 juli kregen vakbonden en werkgevers de twee wetsvoorstellen, waar minister van Werk Kris Peeters al een tijd op broedt, eindelijk in hun mailbox. Als het van de federale regering afhangt, wordt de manier waarop er gewerkt en verdiend wordt in dit land grondig veranderd.
maandag 18 juli 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Minister van Werk Peeters wachtte mooi tot de allerlaatste dag voor het traditionele politieke verlof om de twee wetteksten op te sturen. Vakbonden en werkgevers mogen nog onderhandelen, zo klinkt het in een begeleidende brief maar de wetten treden in werking op 1 januari 2017. Sectoren krijgen ook tot die datum de tijd om zelf afspraken te maken.

Bij de vakbonden zijn ze sceptisch. “Nu al valt te voorspellen dat werkgevers in veel sectoren de kat uit de boom zullen kijken, in het besef dat de wet vanaf 1 januari 2017 toch volle uitwerking krijgt”, reageert het ACV.

Wacht op de teksten, klonk het steeds in regeringskringen, wanneer de vakbonden en de oppositiepartijen waarschuwden tegen de gevaren van de plannen van Peeters. Die teksten zijn er nu dus, maar bevatten weinig verrassingen.

Al in de eerste paragrafen maakt Peeters duidelijk waar het de regering om te doen is. “De productie, omzet en winstmarge moeten omhoog, de kosten naar omlaag.” Het plan-Peeters bevat vier maatregelen die voor alle ondernemingen en werknemers van toepassing zijn en daarnaast ook nog een menu waaruit sectoren ‘gerechten kunnen plukken’.

48 urenweek

De eerste algemene maatregel is de 'annualisering'. Op jaarbasis wordt er nog wel gemiddeld 38 uur per week gewerkt maar de verdeling van die werkuren over de 52 weken van het jaar wordt voortaan “aangepast aan de behoeften van de werking van de onderneming”. Pas na 143 overuren krijgt de werknemer recht op inhaalrust.

Om een idee te geven hoe ver dat openrekken van de 38-urenweek gaat: volgens de EU mag er tijdens een referteperiode van vier maanden gemiddeld niet langer gewerkt worden dan 48 uur per week. Dat is de laagste lat binnen het niet al te sociale Europa. Het wetsvoorstel verwijst expliciet naar die 48-urengrens, maar benadrukt tegelijk dat dat een gemiddelde is berekend over vier maanden. In de wet staat dat voortaan verschillende weken na elkaar 11 uur per dag en 50 uur per week kan gewerkt worden.

Normaal moet er voor elk uur boven de 40 uur per week overuren betaald worden. Dat blijft in de algemene regel overeind. Sectoren kunnen daar echter wel van afwijken. Je kan nu al voorspellen wat dat zal betekenen. Bepaalde sectoren zullen dreigen met jobverlies en werknemers zullen de mes op de keel gezet krijgen om te aanvaarden dat ze zonder extraatje weken van 50 uur kloppen.

Dat het met de 38-urenweek definitief gedaan is, bewijst de tweede maatregel. Bij de eerste maatregel gaat het over overuren die gecompenseerd moeten worden door rustdagen. Maar er komt nu ook een pakket van 100 overuren bij die wel uitbetaald kunnen worden. Sectoren krijgen zelfs de mogelijkheid om dat op 360 uur te brengen. Dat betekent dat binnenkort een 45 urenweek weer iets normaal wordt.

Keuzemenu

De derde maatregel gaat over vorming en opleiding. Werknemers hebben daar recht op ter waarde van 1,9 procent van de totale loonmassa, maar werkgevers treden dat recht al jaren met de voeten. Peeters wil dat recht nu garanderen maar, zo wordt er meteen bij gezegd, deze maatregel mag niets kosten aan de werkgevers. Wie in een bedrijf werkt met minder dan 10 werknemers, mag het bovendien ook vergeten.

Naast de laatste algemene maatregel over telewerk is er ook nog het keuzemenu waar de sectoren akkoorden over kunnen sluiten. Zo wordt het mogelijk om de uren tussen 20 en 22 uur 's avonds niet als nachtarbeid te beschouwen. Voortaan kan ook elke sector het zogenaamde plusminusconto invoeren. De arbeidstijd wordt dan niet geannualiseerd maar verspreid over zes jaar. Momenteel is er één bedrijf in België waar dat bestaat. Het werd ingevoerd bij Audi in Brussel om jobs te redden toen het voorbestaan van de fabriek aan een zijden draadje hing. Die zes jaar is niet toevallig gekozen. Het is de levenscyclus van een automodel, maar kan dus nu ook ingevoerd worden in bedrijven die niets met dergelijke cycli te maken hebben.

De uitzendsector kan voortaan kiezen voor uitzendarbeidsovereenkomsten voor onbepaalde duur. De uitzendkracht krijgt dan een contract bij het uitzendkantoor. Maar dat zou bijvoorbeeld ook betekenen dat die persoon geen enkele opdracht kan weigeren.

Sociaal overleg op de helling

In het menu zitten ook nog dingen als loopbaansparen (vakantiedagen opsparen tot veel later in je loopbaan) en het wegschenken van verlofdagen aan collega’s met een ziek kind. Sectoren kunnen er ook voor kiezen om deeltijdse werknemers veel flexibeler in te zetten. De uren waarop gewerkt wordt, hoeven niet meer vast te liggen in het contract.

Sectoren kunnen ook vrij beslissen hoelang op voorhand de uurroosters bekend gemaakt moeten worden. Die vrijheid gaat ver. “Het sociaal overleg wordt in vele gevallen op de helling gezet omdat bij ontstentenis van een akkoord in het Paritair Comité een cao op bedrijfsniveau kan gesloten worden, of zelfs het arbeidsreglement zou volstaan”, reageert het ABVV.

Van de oorspronkelijke opzet van de wet, werk werkbaar maken nu de pensioenleeftijd opschuift, blijft er niets meer over. De hele wet zet in op meer flexibiliteit voor werkgevers. “De deur wordt wagenwijd opengezet voor hyperflexibiliteit en een verhoogde werkdruk. Er wordt geen enkele vernieuwende maatregel genomen die er op gericht is de werkdruk te verlichten, of de loopbaan of het werk draaglijker te maken”, aldus het ABVV.

Loonstop

Is het dan niet prettig dat werknemers via die 100 overuren wat kunnen bijverdienen op momenten in hun loopbaan dat ze behoefte hebben aan een extraatje? Die vraag kan je niet los zien van de tweede wet die Kris Peeters vrijdag doormailde. Die moet de wet van 1996 over het concurrentievermogen updaten.

De regering wil wettelijk betonneren dat er geen loonsverhoging meer komt vooraleer het zogenaamde historische verschil met de buurlanden is weggewerkt. Er komt ook een correctiemechanisme. Als om één of andere reden de lonen in onze buurlanden minder snel stijgen, zullen de Belgische lonen dat verschil moeten goedmaken in de twee jaar die volgen op die vaststelling.

Bij de berekening van die zogenaamde loonkloof zal er geen rekening meer gehouden mogen worden met patronale bijdrageverminderingen waarvan er nochtans nog een pak in de lade liggen voor de komende jaren.

Sectoren of bedrijven die het economisch goed doen, zullen ook niet meer akkoorden kunnen sluiten die de loonnorm overschrijden. Er worden boetes voorzien tot 5000 euro per werknemer als een bedrijf de loonnorm schendt. De indexering blijft wel overeind. Dat is dan een toegift aan de vakbonden waar de coalitiepartners van CD&V en Kris Peeters veel misbaar over kunnen maken.

Er wordt dus een rem gezet op de stijging van de lonen. De enige uitweg om wat meer te verdienen, zullen dan die overuren zijn.

Volgens historicus Jaak Brepoels, auteur van het boek ‘Wat zoudt gij zonder 't werkvolk zijn?’, katapulteert deze wet de arbeidersrechten terug naar de 19de eeuw. Een maand geleden al kondigden de vakbonden een nieuwe betoging en een algemene staking aan op eind september en begin oktober. Deze twee wetten bevatten alvast weinig elementen om de gemoederen te sussen.

reageer

Er zijn nog geen reacties op dit artikel.