Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Boekrecensie

Wie is Charlie? De verdwazing van de filosofie en het progressief potentieel van de islam

De columniste en denkster Tinneke Beeckman moet niets hebben van Emmanuel Todd en zijn boek Wie is Charlie? Ze heeft een lange lijst verwijten, met name dat ‘sociaaleconomische gelijkheid voor hem het doel is van de politiek.’ Het zal geen toeval zijn dat de filosofe geëerd en geprezen wordt in liberale kringen. Maar wat klopt er van haar kritiek?
maandag 14 december 2015

In haar boek Macht en onmacht wil Beeckman blijkens de ondertitel 'Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting' bieden. Welke aanslag? De moorden op de redactie van Charlie Hebdo, politie-agenten en Joodse burgers van januari 2015 in Parijs. Dé aanslag – er is er maar één. Niet die van Breivik in Noorwegen in 2011 (met veel meer slachtoffers), niet die in het Joods Museum in Brussel in 2014 of die op Joden en militairen in Zuid-Frankrijk in 2012.

Hoe kom je erbij een moordpartij op mensen een aanslag op de Verlichting te noemen? En waarom is de ene moordpartij dat wel, en zijn andere dat niet? Waarom is extreem-rechts geweld géén aanslag op de Verlichting, maar islamistisch geweld wel? Waarom vormen de moorden op Joden géén aanslag op de Verlichting, maar die op een groepje journalisten wel? Waarom werd er voor een vermoorde redactie een nooit eerder geziene megamanifestatie georganiseerd, en niets van dat formaat voor de eerder vermoorde Joden?

Hier zitten we volop op het terrein van de ideologische constructie. Het verleden en zeker het recente verleden dat actualiteit heet, is angstaanjagend en zorgwekkend, vraagt om duiding. Dat wil zeggen: interpretatie, constructie van een zin, van een kader waarbinnen ze begrepen kunnen worden. En daar zijn belangen mee gemoeid.

 

Wie heeft de scherpste tong?

Er zijn doorgaans meerdere duidingen mogelijk, en dus is er discussie over hun juistheid en hun onderlinge verhouding. Welke duiding geaccepteerd wordt en welke niet, is niet alleen een kwestie van wetenschappelijke bewijsvoering, maar ook en vooral van gezag en macht, met name van politieke macht en van mediamacht.

Het gezag van Todd als wetenschapper en publiek denker was groot genoeg om de Franse premier te doen reageren op diens stellingen met een polemisch artikel. In België en Nederland wordt dan weer een lichtgewicht als Tinneke Beeckman als contra-autoriteit gepresenteerd. Zo vraagt een interviewer haar: ‘Todd heeft alle media gehaald, in Frankrijk, België en Nederland. Waarom willen wij zijn ongegronde mening zo graag aanhoren?’ Antwoord van de denkster: ‘Omdat ons kritisch denken van de voorbije halve eeuw exacte kennis en wetenschap totaal heeft uitgehold. Vandaag geldt de macht van de retoriek. Wie de scherpste tong heeft, al komt hij met een ongeloofwaardig verhaal, heeft vandaag de macht.’ (V)

Beeckman en Todd werken op heel verschillende terreinen. Zij is filosofe, maar hij wil hoegenaamd geen filosoof zijn, maar definieert zich als een historicus van de Annales-school, een richting die zich zeer interesseert voor ontwikkelingen op lange termijn. Daarnaast is zijn eigenlijke vakgebied demografie, en daar komt ook antropologie en sociologie bij kijken. Het doet daardoor nogal raar aan dat Beeckman Todd verwijt dat hij geen godsdienstkritiek biedt. Dat is een leuke bezigheid voor filosofen, maar waarom zou een historicus zich daar moeten mee bezighouden? Beeckman doet toch ook niet aan godsdienstsociologie? Houdt zij zich trouwens ergens bezig met exacte kennis en wetenschap?

Bij het beoordelen van de massale Ik-ben-Charlie-betoging in Parijs kijkt Todd naar twee niveaus: ‘De manifestatie van 11 januari was indrukwekkend. Het zou zonde van de tijd zijn om in detail te herhalen wat volgens de deelnemers de positieve boodschap ervan was: verdediging van de vrijheid van meningsuiting, van de scheiding van Kerk en Staat, een open houding tegenover de “goede islam” en de wereld.

Maar we hoeven onze aandacht slechts te richten op de concrete doelstellingen van de manifestatie om door te dringen tot de onderliggende waarden. Het ging vooral om de bevestiging van een maatschappelijke macht, dominantie, een doel dat gerealiseerd werd door massaal te defileren achter “onze” regering en begeleid door “onze” politie. De identificatie met het satirische weekblad Charlie Hebdo toont aan dat uitsluiting een belangrijk onderdeel was van de motivatie. De Republiek waarvoor men in de bres sprong stelde het recht op godslastering centraal in zijn principes, met als onmiddellijke toepassing de plicht tot blasfemie met betrekking tot het personage dat het symbool is van een minderheids-religie, gedragen door een kansarme groep. In de context van massawerkloosheid, van discriminatie van jongeren van Noord-Afrikaanse afkomst bij sollicitaties, van een onophoudelijke demonisering van de islam door ideologen aan de top van de Franse samenleving, op de televisie en in de Académie, kan de ingehouden gewelddadigheid van de manifestatie van 11 januari niet genoeg onderstreept worden.

Miljoenen Fransen stormden de straat op om het recht te spugen op de godsdienst van de zwakkeren aan te merken als een eerste behoefte van hun samenleving.’ (C 68-69)

 

De tricolore in de fik?

Dat lijkt me een correcte analyse, zeker als je in gedachten houdt hoezeer moslims in Frankrijk de voorbije jaren gepest en uitgesloten zijn via hatelijkheden als recepties of festiviteiten met alleen maar alcohol en varkensvlees, en meer van dat fraais. Maar Beeckman gaat helemaal voorbij aan de twee niveaus van Todds commentaar: een positieve boodschap, die hij niet ontkent, maar waaronder een andere schuilgaat. De stilzwijgende boodschap van de betoging(en), die verstopt zat achter de ronkende verdediging van de vrijheid van meningsuiting was toch duidelijk: moslims moeten leren te accepteren dat er met het heiligste van hun godsdienst gelachen wordt, en dat alle grofheden toegestaan zijn.

Laat ik het probleem daarachter illustreren met een bewijs uit het ongerijmde: had je tijdens die betogingen de Franse vlag kunnen verbranden, om de Fransen eraan te herinneren dat ze hun Republiek niet zo ernstig moeten nemen en dat daar best mee te lachen valt? Daar zouden ze toch moeten tegen kunnen? Ik zou het niet gewaagd hebben dat experimenteel te testen.

Was de manier waarop Charlie Hebdo met de Profeet omging voor moslims niet net zo onmogelijk? (Niet dat dit het moorden rechtvaardigt, dat is een andere kwestie. Het gaat om de vraag hoe ver burgers kunnen gaan in het kwetsen van hun medeburgers en het neerhalen van de waarden waarop die hun leven baseren. Wie vindt dat er op dat gebied geen beperkingen horen te gelden, moet dan wel uitleggen waarom negationisme, kinderporno, of smaad wel aanvaardbare begrenzingen van de vrijheid van meningsuiting horen te zijn.)

Beeckman kan Todd niet begrijpen omdat zij zelfs het begrip islamofobie afwijst en er een verkeerde historiek van geeft. Zij volgt een vaak gehoorde theorie die stelt dat islamofobie alleen maar een ideologische kunstgreep van de islamitische wereld is, bedoeld om islamkritiek te voorkomen. Dat trucje bestaat natuurlijk, zoals ook het begrip racisme soms misbruikt wordt om kritiek op onbehoorlijke zaken af te weren, of zoals het begrip antisemitisme door zionisten gehanteerd wordt om kritiek op Israël af te ketsen. Maar dat wil niet zeggen dat islamofobie, racisme en antisemitisme nutteloze en inhoudsloze begrippen zijn, integendeel.

Volgens Beeckman was Charlie Hebdo niet islamofoob, onder meer omdat er met zoveel andere zaken gespot werd dan de islam, zoals bv. het katholicisme. Alsof je islamofobie niet kan combineren met een afkeer van het katholicisme of van alle godsdienst! En het verschil blijft natuurlijk dat de islam de godsdienst van de onderliggers in de huidige Franse maatschappij is, terwijl het katholicisme historisch gezien de ideologie van het koninklijk absolutisme was. De anti-katholieke laïciteit van de Franse Revolutie was progressief omdat zij achterhaalde machtsstructuren sloopte. Maar de anti-islamitische neo-laïciteit in Frankrijk is een middel om een zwakke groep in de samenleving uit te sluiten en daardoor allerminst progressief te noemen.

 

Atheïsme pathologisch?

Beeckman negeert het hele studieproject waar Todd al meer dan veertig jaar mee bezig is. De kern ervan is dat de maatschappij sterk bepaald is door familiale structuren. Todd noemt zichzelf een anti-marxist, wat hem overigens niet belet met lof en sympathie over de Franse Communistische Partij te spreken. Voor hem is niet de economie het belangrijkst om de samenleving te begrijpen, maar de antropologie, in het bijzonder de familiestructuren.

Die kunnen egalitair zijn, wat je aan het erfrecht kan aflezen als gelijke rechten voor alle zonen of voor zonen en dochters of voor alle kinderen. Of omgekeerd, bv. de oudste zoon erft alles of het meest. De familiestructuren kunnen ook sterk autoritair zijn, met een vader-patriarch die de macht heeft, of juist niet. Ook of het huwelijk dient om de banden binnen de eigen groep te versterken, dan wel om nieuwe relaties met andere groepen aan te knopen, is een belangrijk verschilpunt. (Endogamie versus exogamie, in de antropologische vaktaal.)

Die familiestructuren werken volgens Todd door in de politiek. In zijn visie vormen ze een onbewust substraat van de maatschappij dat de mentaliteit bepaalt. (Hoe deterministisch je dat mag opvatten is dan natuurlijk meteen een punt van discussie.) Die structuren zijn sterker dan de godsdienst. Een interessant voorbeeld is het erfrecht van de Koran. Het is egalitair, maar wordt nergens toegepast, merkt Todd op. De godsdienst past zich aan aan de antropologische structuur, niet omgekeerd.

In plaats van de godsdienstkritiek waar Beeckman naar snakt, biedt Todd boeiende ideeën en analyses van de samenhang van godsdienst en maatschappij. Zo ziet hij een verband tussen het Duitse protestantisme en het nazisme, en tussen het Franse katholicisme en de Franse Revolutie. Op het gebied van de ideeën is er de tegenstelling tussen protestantse predestinatie (het ligt vooraf al vast of je in de hemel zal komen of niet en het lot van mensen is dus ongelijk en daar is niets aan te doen) en de katholieke openheid (je eigen activiteit bepaalt je latere lot). Deze laatste visie bevat een belangrijke progressieve kern: de toekomst is maakbaar! Als een dergelijke visie samenvalt met egalitaire gezinsstructuren, is er een revolutionair potentieel.

Maar in Duitsland leidde de combinatie van inegalitaire en autoritaire gezinsstructuur met predestinatiedenken tot de holocaust: ‘de Joden werden veroordeeld tot de hel van de vernietigingskampen, als seculiere vertaling van de eeuwige verdoemenis van Luther.’ (T 34) Beeckman vindt dat geen godsdienstkritiek. Misschien verstaat zij daaronder alleen maar het gebruikelijke afgeven op de islam?

Je kan twijfels of kritiek hebben bij Todds visie op de geschiedenis, maar ze is doordacht, gedocumenteerd en beargumenteerd, en je moet ze dus bestuderen om ze te kunnen evalueren. Helaas, Beeckman heeft er zelfs geen weet van. Zij trekt van leer tegen Todd: ‘Over atheïsten schrijft hij dat ze lijden aan een mentaal onevenwicht (omdat ze godsdienst verlaten hebben), en dat ze een zondebok zoeken voor hun angsten. Waaruit Todd dat kan afleiden is volstrekt onduidelijk, tenzij vanuit zijn eigen hypothese dat heel Frankrijk onder een zware pathologie gebukt gaat.’ (B 68)

Todd, een Joodse atheïst, houdt zich uiteraard niet bezig met het pathologiseren van het atheïsme. Wat hij als historicus vaststelt, is dat het wegvallen van het religieuze kader van een samenleving een crisis veroorzaakt, een leegte inzake waarden en zingeving van het bestaan. En die kan leiden tot agressie en tot zondebokstrategieën. Het gaat niet om atheïstische individuen bij wie een schroefje los is, maar om een samenleving waarvan het ideologische cement is weggebrokkeld en die daardoor labiel is en vatbaar voor ingrijpende omwentelingen.

 

De progressiviteit van de islam

Het meest verrassende en aangenaam tegendraadse punt in Todds visie is misschien wel zijn stelling dat de islam een progressieve basis heeft. Die godsdienst is volgens hem antropologisch gezien egalitair ingesteld, en dat vertaalt zich in Frankrijk in een hoog stemmenaantal van moslims voor linkse partijen. Als die islam erin slaagt om de gelijkheidsgedachte uit te breiden tot de relatie van man en vrouw, kan hij een belangrijke progressieve factor worden. Maar daar smaalt Beeckman op: ‘die evolutie veronderstelt een capaciteit bij moslims om afstand te nemen van het eigen geloof en de eigen traditie waartoe Todd de zombie-katholieken, zelfs na vele generaties, absoluut niet in staat acht.’ (B 70) (De zombie-katholieken zijn de katholieken na de ondergang van het katholicisme, die nog een waardepatroon aankleven waarvan het religieuze kader is ingestort.)

Voor een historicus van de longue durée, de lange tijdsperiodes, zijn een paar generaties een erg korte tijd. En Beeckman kan toch zelf ook wel rekenen? De Franse Revolutie van 1789 die de gelijkheid tussen de (mannelijke) burgers poneerde, leidde tot de onthoofding van Olympe de Gouges, die die gelijkheid ook tot vrouwen wilde uitbreiden. (Déclaration des droits de la femme et de la citoyenne, 1791) Pas in 1944 kregen de vrouwen in Frankrijk stemrecht. Het is dan ook nogal gek om van immigranten te eisen dat ze van vandaag op morgen hun cultuur omgooien. Todd schrijft terecht: ‘De tijd moet de tijd krijgen, we moeten accepteren te leven met de onvolmaaktheid van de overgangsfases, we moeten elkaars zwakheden met genegenheid bezien. Niet alleen omdat die houding op zich goed is – en dat is ze – maar ook omdat welwillendheid op de langere termijn doelmatiger is dan confrontatie, die altijd haat en polarisatie voortbrengt.’ (T 189)

Tegen het fundamentalisme van veel islamofoben in stelt Todd: ‘Ik blijf dus voorstander van assimilatie. Maar ik blijf ook vinden dat het laïcistische vertoog stompzinnig is of te kwader trouw, wanneer de lage status van vrouwen in verband wordt gebracht met de islamitische theologie, wanneer beweerd wordt dat het burgerlijk recht volgens de Koran ernstig in tegenspraak is met het Franse Burgerlijk Wetboek. De islam erkent dat plaatselijk gebruik altijd voorrang heeft boven de heilige tekst. De regels van het erfrecht die de Koran bevat, worden nergens in de moslimwereld toegepast. Het befaamde ‘halve deel’ van meisjes wordt door de boeren in de Arabische wereld niet toegekend. Omgekeerd permitteert men zich in het meest oostelijke deel van de islamitische wereld alle vrijheid tegenover de boodschap van Mohammed en bevoorrecht de meisjes ten opzichte van de jongens. Aan de andere kant van de Indische Oceaan plaatst de islam de vrouw in het hart van het familiale stelsel. (…) Voor 250 miljoen Indonesiërs bestaat er al een islam die egalitair is wat betreft de verhouding tussen de geslachten.’ (T 188)

Dit staat haaks op de visie van Beeckman: ‘Republikeins zijn impliceert dat de inwoners van een land de democratisch gestemde wet als enige legitieme grond van het recht aanvaarden. Ze nemen dus niet de woorden van een profeet als basis voor de wet. Met deze definitie van volkssoevereiniteit wordt optimisme over de islam als nieuwe kans voor de Franse republiek minder vanzelfsprekend.’ (B 72) Dat klopt niet, al moet erbij gezegd worden dat de ethiek en de godsdienst in zekere zin belangrijker zijn dan de wet, die praktische regels voor het samenleven vastlegt, maar geen zingeving aan het bestaan aanbiedt en de burgers vrijlaat in het funderen van hun ethiek en hun wereldbeeld.

Een voorbeeld: toen de Belgische katholieke vorst Boudewijn I de abortuswet die goedgekeurd was door het parlement niet kon ondertekenen omwille van religieuze bezwaren, werd hij niet afgezet, maar tijdelijk niet in staat tot regeren verklaard, zodat de wet zonder zijn handtekening van kracht kon worden. Zijn conservatief-katholieke levensbeschouwing kon de democratisch gestemde wet niet tegenhouden, maar de wet respecteerde wel zijn recht op die levensbeschouwing. De godsdienst staat niet boven de wet, maar de wet ook niet boven de godsdienst.

 

Een positieve integratie van de islam

Tegenover de anti-islamitische hysterie plaatst Todd zijn nuchtere analyses, wat culmineert in een pleidooi voor acceptatie van de islam: ‘Uiteindelijk gaat het erom dat we, uit realiteitszin en noodzaak, volmondig en met genoegen erkennen dat er voortaan in de Franse cultuur, in ons nationale wezen, een moslimprovincie bestaat. (…) Onze nieuwe provincie, de islam, gelooft in gelijkheid, in tegenstelling tot de Katholieke Kerk, die stoelt op een hiërarchisch principe dat in alle opzichten in tegenspraak is met het republikeinse ideaal. Een positieve integratie van de islam zou dus eerder leiden tot een versterking van de republikeinse cultuur dan tot ondermijning ervan.’ (T 190)

Maar terug naar Beeckman. Als verdedigster van de Verlichting is zij niet ernstig te nemen. Zij probeert dat progressieve erfgoed in rechtse zin om te buigen door van het waardenstelsel Vrijheid, Gelijkheid en Broederlijkheid de laatste twee te schrappen en de levensbeschouwelijke tolerantie in de prullenbak te gooien. Een flauw schemerlicht, die Verlichting à la Beeckman. Todd lezen is veel spannender en veel inspirerender!

Noten:

Het boek van Emmanuel Todd, Qui est Charlie? Verscheen in het Nederlands als Wie is Charlie? Xenofobie en de nieuwe middenklasse, De Bezige Bij, 2015. De oorspronkelijke ondertitel is veranderd, die luidt: Sociologie d’une crise religieuse, waarmee het boek als godsdienstsociologie gekarakteriseerd is. Ik citeer de vertaling als T met vermelding van de pagina. Waar nuttig heb ik de vertaling wat aangepast.

 

 

 

Het boek van Tinneke Beeckman: Macht en onmacht, Een verkenning van de hedendaagse aanslag op de Verlichting, De Bezige Bij, 2015. Geciteerd als B met vermelding van de pagina.

De foutieve uitleg van Beeckman over de herkomst van het begrip islamofobie is te vinden op p. 209, noot 3. Zie hierover bv. mijn essay Islamofobie gebundeld, in: Eric Hulsens, Bloot of boerka?, Antidote, 2015.

De theorieën, hypotheses en standpunten van Todd zijn uiteraard niet boven kritiek verheven, al hoeft die niet zo amateuristisch en incompetent te zijn als bij Beeckman. Zie bv. Réda Benkirane, Démographie et géopolitique, Étude critique des travaux d’Emmanuel Todd, Hermann, 2015.

Een korte en zeer toegankelijke kennismaking met Todd is: Allah n’y est pour rien! Emmanuel Todd sur les révolutions arabes et quelques autres, arretsurimages.net, 2011.

Het (als V) geciteerde interview met Beeckman door Marnix Verplancke in Trouw van 6/12/2015:

http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/4202377/2015/12/06/Spaar-de-minderheden-niet.dhtml .

Het vermelden waard is een artikel van de sociologen Vincent Tiberj en Nonna Mayer: Le simplisme d’Emmanuel Todd démonté par la sociologie des “Je suis Charlie” in Le Monde van 15 mei 2015. Op basis van een enquête in maart 2015 bij een representatieve steekproef van de Franse bevolking verwerpen zij de visie van Todd. Tinneke Beeckman vat het samen in een voetnoot (B 214 noot 72 ) en meent dat daarmee het betoog van Todd ontkracht is. Maar dat is problematisch:

  • - De enquête vond plaats in maart, zodat de antwoorden beïnvloed zijn door de medialawine sinds de aanslagen.
  • - De beide sociologen hebben andere methodologische uitgangspunten dan Todd. Zij verwerpen zijn analyse die gebaseerd is op een historische kijk op regio’s, met als eenheid de Franse departementen, en prefereren een andere aanpak.
  • - De criteria voor islamofobie van de sociologen en van Todd verschillen.
  • - De visie van Todd is complex en allicht in delen tegen te spreken (ik deel bv. niet zijn positieve kijk op het hoofddoekverbod in Franse scholen), maar de kern ervan is zonder sociologisch onderzoek inzichtelijk. De (door de overheid gekaapte en zorgvuldig georkestreerde) massabetogingen identificeerden zich via de slogan Je suis Charlie met het (vaak hoogst obscene) beledigen van de islam en de moslims van Charlie Hebdo. De nationale eenheid was een fictie, want er werden problemen gemaakt over de participatie van het Front National, dat uiteindelijk niet meedeed. Een aantal staatshoofden en prominenten die poseerden voor een foto die de indruk moest geven dat zij meeliepen in de betoging waren inzake vrijheid van pers en meningsuiting de slechtst mogelijke reclame. De overheid ridiculiseerde zelf de vrijheid van meningsuiting door een brutale en hardhandige aanpak van leerlingen die de van bovenaf opgelegde minuut stilte niet zagen zitten. Todds term ‘imposture’ (bedrog, misleiding) voor de Je-suis-Charlie-betoging is dan ook heel juist.

Noch Todd, noch Beeckman gaan in op de geostrategische achtergrond van Charlie, nl. het oorlogszuchtige en neo-koloniale beleid van Frankrijk. Zie daarover bv. mijn essay Je ne suis pas un de ces cons de Charlie! In Eric Hulsens, Bloot of boerka ?, Antidote 2015.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

20 reacties

  • door Giek op maandag 14 december 2015

    Deze afrekening met Tinneke Beeckman is een mooi staaltje van zwart-witdenken. Iemand die genuanceerd schrijft over de verhouding tussen het Westen en de islam (beide in hun verschillende verschijningsvormen), wordt zonder pardon als rechts en onbenullig afgedaan. Het is een bekende vorm van demonisering in het maatschappelijke debat. Wie genuanceerd oordeelt en niet een bepaalde extreme mening deelt, wordt door de aanhangers van die extreme mening meteen bij het vuil van de tegengestelde extreme mening gezet. Zo kun je het meemaken dat je met een bepaald genuanceerd oordeel door links als een neoliberale zak wordt afgeschilderd, en door rechts als een links warhoofd.

    In zijn stuk slaat Eric Hulsens ons om de oren met wat er allemaal aan juiste en evenwichtige ideeën te vinden is in het werk van Emmanuel Todd, en Beeckman wordt de mantel uitgeveegd dat zij daar blijkbaar geen weet van heeft. Maar het gaat in haar boek slechts zijdelings over Todd (8 bladzijden, om precies te zijn). Haar boek is geen studie van Todd, maar een kritiek van het postmoderne relativisme dat ons volgens haar de grond ontneemt om feiten en toestanden op hun waarde te toetsen. Todd heeft best behartenswaardige dingen geschreven in zijn wetenschappelijk werk (dat schrijft Beeckman trouwens zelf ook), maar zijn tirade tegen de 'Je suis Charlie'-betogers was wél van de pot gerukt. Beeckman toont aan dat de verdorven bedoelingen die Todd meent te ontdekken achter het opzet van de betoging, niet stroken met de realiteit. Persoonlijk meen ik ook dat Todd zijn eigen ideologische (voor)oordelen heeft geprojecteerd op de betoging en dat dan voorstelt als een ontmaskering. Met haar kritiek daarop heeft Beeckman blijkbaar op een zere teen getrapt.

    • door Eric Hulsens op dinsdag 15 december 2015

      Beste Giek, daar klopt niks van. Er is helemaal geen zwart-witdenken, en er wordt niemand afgedaan als rechts en onbenullig omwille van genuanceerd schrijven over de verhouding tussen het Westen en de islam. Dat laatste kan je toch alleen maar toejuichen?

      Dat Beeckman Todd niet begrijpt, is gewoon een vaststelling. Dat komt doordat ze het bestaan van islamofobie ontkent – zonder argumenten, want dat het begrip misbruikt wordt, betekent niet dat de zaak niet bestaat, net zomin als je kan zeggen dat belastingen niet bestaan omdat er gefraudeerd wordt. En het komt ook doordat ze te weinig kennis genomen heeft van zijn werk. Die kritiek heeft toch niets met demonisering te maken? Gebrek aan kwaliteit is toch niet duivels? Het is gewoon oppervlakkigheid en onbenulligheid, en dus alledaags.

      Over welke extreme mening hebt u het? Ik zie er geen in mijn stuk. Of vindt u het extreem dat iemand ervoor pleit mensen niet te kwetsen in hun diepste gevoelens?

      Natuurlijk gaan er maar 8 bladzijden in Beeckmans boek over Todd. Maar wat doet hij daar? Is hij een postmodernist? En als die 8 bladzijden al zoveel ongeïnformeerdheid verraden en zoveel slordig denken tonen, wat moeten we dan van de rest van het boek verwachten?

      Beeckman toont helemaal niets aan, zij poneert alleen maar. Het gaat overigens niet om ‘verdorven’ bedoelingen bij de mensen die Je-suis-Charlie zeiden. Het ligt nogal voor de hand dat je geschokt bent door wat de Charlieredactie is overkomen en dat je meeleeft met de nabestaanden. Alleen is dat geen reden om het redactionele beleid en de productie van het blad goed te vinden en alle kritiek te vermijden of te weren.

      Dank voor de reactie, maar in het vervolg toch liever wat zakelijker!

      • door Giek op woensdag 16 december 2015

        1. Mijn opmerking over zwart-witdenken en het demoniseren (zwaar woord, toegegeven) van de ideologische tegenstrever sloeg op het venijnige zinnetje in uw betoog: "Het zal geen toeval zijn dat de filosofe geëerd en geprezen wordt in liberale kringen." Daarmee hebt u haar meteen mooi in diskrediet gebracht bij de (linkse) lezer van De Wereld Morgen. Het is het omgekeerde gezagsargument: de liberalen vinden haar goed, dus is ze NIET goed. U schrijft dat natuurlijk niet zo, maar ik kan ook tussen de regels lezen.

        2. U schrijft: 'Het ligt nogal voor de hand dat je geschokt bent door wat de Charlieredactie is overkomen en dat je meeleeft met de nabestaanden. Alleen is dat geen reden om het redactionele beleid en de productie van het blad goed te vinden en alle kritiek te vermijden of te weren.' Het ging in die betoging niet over het weren of vermijden van kritiek, maar om een massale afkeuring van het vermoorden van kritische journalisten (zelfs als die niet altijd een toonbeeld zijn van goede smaak of fijngevoeligheid). Het waren in meerderheid geen supporters van Charlie Hebdo die op straat kwamen, maar supporters van de vrije meningsuiting. Als u hier het woord 'kritiek' gebruikt in plaats van 'moord', dan hebt u toch niet goed begrepen waar het écht om ging. Kijk om u heen: overal waar de vrije pers (en de satirische pers als exponent daarvan) wordt belaagd, is de democratie in gevaar. En dat gevaar kan evenzeer komen van gewelddadige individuen met een achterlijke ideologie als van een overheid met dictatoriale neigingen.

        3. Voor de overige argumentatie verwijs ik naar de uitstekende andere reacties op uw betoog.

  • door H Coopman op maandag 14 december 2015

    Een hele brok.. om te bekritiseren! (Deel 1) Ik heb Beeckmans boek nog niet uit, maar een eerste argument dat ik zou bedenken om wel de aanslag tegen Charlie Hebdo te becommentariëren en niet die van Breivik, is het feit dat enkel de eerste soms op “links” begrip kon rekenen… terwijl niet alleen Breivik uiterst rechts is, maar ook de politieke islam. In een vreemde paragraaf onderscheidt Hulsens tegelijk de filosofie (Beeckman) van sociologie en van exacte kennis (Todd). Als ik ooit Todds boek zou lezen, dan zou dat juist omwille van zijn menswetenschappelijke – dus niet exacte - analyses zijn, en niet omwille van zijn wetenschappelijke, die inmiddels zwaar onder vuur liggen, hetgeen Hulsens gelukkig toegeeft in zijn voetnoten. Todd zou namelijk verbanden zien, enerzijds tussen protestantisme en nazisme en anderzijds tussen katholicisme en Franse Revolutie. Mij interesseert dat, omdat ik – als menswetenschapper – juist verbanden zie tussen protestantisme en radicale democratie en tussen katholicisme en hiërarchie. Hier betrap ik Hulsens toch wel op een eerste contradictie, want hij looft Todds “nuchtere analyses” en zijn stelling dat de islam in gelijkheid gelooft “in tegenstelling tot de Katholieke Kerk, die stoelt op een hiërarchisch principe (..)” Ik dacht, in godsnaam, dat Hulsens te situeren viel in het kamp van de “radicale Verlichting”, die toch nooit de godsdienstvrijheid als een apart recht zag, maar deze onderbracht bij de vrijheid van meningsuiting en de vrijheid van vergadering in de “Déclaration des Droits de l’Homme et du Citoyen”, maar nu begint hij, zoals Todd, een godsdienst zelfs te verheerlijken..?!

    • door Eric Hulsens op dinsdag 15 december 2015

      Maar nee, er wordt geen godsdienst verheerlijkt, noch door Todd, noch door mij. Dat zou ook een vreemde bezigheid zijn voor verklaarde atheïsten. Todd constateert alleen maar dat er in de islam een egalitair principe zit, helaas vaak wel beperkt tot mannen, maar dat zou kunnen veranderen. En dat de mensen met islamitische achtergrond in Frankrijk (de praktiserende of niet-praktiserende gelovigen zijn daar maar een fractie van) eerder links stemmen, egalitair dus. Hij verwacht ook dat de islamitische godsdienst zal slijten, zoals de katholieke. Die secularisatie is trouwens al bezig, volgens sociologisch onderzoek.

      Uiteraard hoort godsdienstvrijheid samen gedacht te worden met de vrijheid van vergadering en van meningsuiting, heb ik dat ontkend?

      Het onderscheid tussen de filosofie en de exacte kennis is niet van mij, maar van Beeckman (in het aangehaalde interview).

    • door Eric Hulsens op dinsdag 15 december 2015

      Historisch zitten de zaken enigszins anders in elkaar. De Verlichting viseerde de machtspositie van de katholieke kerk, verstrengeld met de absolutistische monarchie (Voltaires ‘Écrasez l’infâme’, verpletter die schandelijke instelling.) en dat leidde uiteindelijk tot de scheiding van kerk en staat in de wet van 1905, overigens een (wijs) compromis. In de tweede helft van de 20ste eeuw is het katholicisme in Frankrijk drastisch gereduceerd door de ontkerstening. Het anti-islamitische discours (en de agressie) schaden niet de macht (de islam kent trouwens geen institutionele macht zoals de katholieke kerk) maar wel de islamitische gelovigen of mensen met een islamitische culturele achtergrond, en dat is in belangrijke mate een onderliggende en gemarginaliseerde groep. Voor de historiek van het begrip islamofobie heb ik toch verwezen naar mijn boek Bloot of boerka?

  • door H Coopman op maandag 14 december 2015

    (Deel 2) Hulsens is zo eerlijk om te erkennen dat Charlie Hebdo niet alleen islamofoob was, maar ook (en mijns inziens en statistisch aan te tonen VOORAL) katholifoob, maar dan ondermijnt hij vervolgens dit inzicht door Todd te volgen en te stellen dat de anti-katholieke laïciteit (van de Franse Revolutie ??) progressief was omdat ze tegen de macht was, terwijl de anti-islam laïciteit conservatief is omdat ze tegen een maatschappelijke zwakke groep zou zijn gericht. Nonsens! Ten eerste werd de anti-katholieke laïciteit pas echt effectief lang na de Franse Revolutie, met name in de tweede helft van de 20e eeuw; en ten tweede is de anti-islam laïciteit evengoed tegen de macht gericht: namelijk de macht die de vele moslims dom houdt. Wat dat dom houden betreft meent Hulsens dat Beeckman een verkeerde historiek geeft van het begrip “islamofobie”, die hij echter niet verbetert. Daarom doe ik dat hier zelf maar: “Islamofobie” is als term wereldwijd gelanceerd door de Britse multiculturalistische Runnymede Trust in de jaren 1990… en vervolgens is hij overgenomen door islamitische lobby’s zoals de Organization of Islamic Cooperation, de koepel van alle islamlanden. Voilà!

  • door H Coopman op maandag 14 december 2015

    (Deel 3) Omdat volgens Karl Marx “godsdienstkritiek het begin is van alle kritiek”, begrijp ik natuurlijk dat Olivier Todd zichzelf een anti-marxist noemt, maar “that’s not my cup ..” Dit alles doet mij een beetje denken aan het historische debat tussen de (post-moderne) anthropoloog Lévy-Strauss en de (moderne) filosoof Sartre: voor Lévy-Strauss leverden de door hem bestudeerde primitieve volkeren een richtingwijzer voor zijn onderzoek, terwijl zij voor Sartre een beschamende voorfase betekenden, een door het denken te nemen hindernis. Olivier Todd, en wellicht met hem Eric Hulsens (evenals mijn Marokkaanse collega Y.B.), vraagt: “De tijd moet de tijd krijgen (..)” Akkoord, zoals ook Schopenhauer meende: “ (..) de tijd, de bondgenoot van de waarheid (..)” Dus.. “we shall see …” ... maar accepteer ondertussen de botsing.

    • door Eric Hulsens op dinsdag 15 december 2015

      Todd wijst godsdienstkritiek niet af en is geen anti-marxist omdat hij zich zou afzetten tegen godsdienstkritiek. Hij noemt zich anti-marxist omdat hij niet de economie laat primeren bij het bestuderen van een samenleving, maar de antropologie. (Al heeft hij ook over economie heel wat te zeggen.)

  • door H Coopman op maandag 14 december 2015

    Ik bedoel natuurlijk: EMMANUEL Todd...

  • door Etienne Vermeersch op dinsdag 15 december 2015

    Wie de recensie van Eric Hulsens leest krijgt de indruk dat Tineke Beeckman een boek over E.Todt geschreven heeft; niets is minder waar. In een tekst van (met de noten) 228 blz. gaan er een kleine negen over Todt. Zo'n voorstelling van zaken lijkt me niet zeer eerlijk. Hij geeft ook de indruk dat ze met 'aanslag op de Verlichting' de terroristische aanslagen in Parijs bedoelt; deze interpretatie geeft geen blijk van goede trouw. Iedereen die kan lezen ziet zonneklaar dat ze met die aanslag het postmoderne denken bedoelt. In zo'n context lijkt het dus weinig zinvol het commentaar van Hulsens verder te behandelen. Wel nog een woord over de egalitaire tendens die Hulsens, in navolging van Todt in de islam vindt. Tot aan de Verlichting was het christelijke Westen weinig egalitair en dat blijkt vooral uit de slavernij en de slavenhandel. Slavernij is de meest gruwelijke negatie van gelijkheid die de wereld gekend heeft. Tussen de 16de en de 19de eeuw zijn ongeveer 12 miljoen zwarte slaven naar Amerika overgesleept. Schande. Volgens de moslim onderzoeker, Malek Chebel haalt de slavenhandel in de islamlanden echter het record van 21 miljoen, met de bezwarende omstandigheid dat miljoenen mannelijke slaven gecastreerd werden. Mooi egalitarisme is dat. Etienne Vermeersch

    • door Eric Hulsens op woensdag 16 december 2015

      Het is wel duidelijk dat Tineke Beeckman een boek aan het schrijven was over het postmodernisme, en dat dat maar een klein publiek aanspreekt. Ze heeft geprobeerd het aantrekkelijker te maken door er de actualiteit rond Charlie in te integreren. Wat zij met een overdrijvende metafoor ‘de aanslag op de Verlichting’ noemt (van het postmodernisme) wordt geconcretiseerd in de aanslag van Parijs van 7/1: ‘Met de aanslag werd Frankrijk dus niet alleen in zijn liefde voor de vrijheid van meningsuiting, maar ook in zijn verdediging van politieke vrijheid geraakt. Deze aanslagen waren niet alleen een misdaad, maar vormden een bijzonder belangrijke politieke gebeurtenis.’ (p. 13) Een aanslag op de centrale waarden van de Verlichting dus. En Todd, die de Charliebetoging bedrieglijk vindt, schrijft zij dan kenmerken van de postmoderne theorie toe (p. 67), hij wordt een casus in haar betoog over die (filosofische én terroristische) aanslag.

      De slavernij is bij Todd niet aan de orde. Hij redeneert, zoals ik getracht heb duidelijk te maken, gebaseerd op de gezinsstructuren binnen de islam en hoe die volgens hem doorwerken in de maatschappelijke opstelling. Daar kan en moet uiteraard over gediscussieerd worden, en de slavernij is natuurlijk een interessant aspect van de zaak. Ook het christendom met zijn prachtige naastenliefde kon zich verzoenen met slavernij en lijfeigenschap. Maar toch kon die godsdienst ook mee leiden tot de Franse Revolutie, dat historische monument van de Verlichting en de ‘égalité’ (cfr. Dale K. Van Kley).

  • door Luc De Coster op dinsdag 15 december 2015

    Als ik in Frankrijk woonde zou ik op die betoging van 11 januari aanwezig geweest zijn en Charlie geweest zijn. Ik mag me dus persoonlijk aangesproken voelen. Ik zou daar aanwezig geweest zijn omdat ik vind dat men geen mensen kan doodschieten voor een mening of een tekening, inderdaad. Maar daar op ingaan is volgens Hulsens dus zonde van de tijd.

    En dan doet Hulsens precies wat Beeckman in haar boek zo helder weet te ontmaskeren: niet ik weet wat me bezielt maar de heren Todd en Hulsens (zwaargewichten met veel gezag) weten wat er echt speelt. Ik "storm de straat op om het recht te spugen op de godsdienst van de zwakkeren aan te merken als een eerste behoefte van mijn samenleving". Want Todd en zijn epigoon Hulsens (mannen met groot intellectueel gezag in tegenstelling tot Beeckman) dringen door tot mijn onderliggende waarden.

    De truuk is eenvoudig: men luistert niet naar wat mensen zeggen, maar men schrijft hen meningen, intenties en waarden in de schoenen en valt hen dan daarop aan. Een perfide retoriek, op geen enkele feitelijk basis gestoeld.

    Nu van mensen die zich menen te moeten bedienen van het autoriteitsargument, weet men dat ze eigenlijk geen poot hebben om op te staan.

    • door ria aerts op woensdag 16 december 2015

      Ik vind dat een maatschappij die enkel massaal op straat komt als dichtbij doden vallen en als antwoord gauw nog wat andere mensen gaat doden als vergelding helemaal niet verlicht, toch niet volgens de principes van de Franse Revolutie in 1789. Selectieve empathie met het eigen volk heeft altijd iets tribaals en egoïstisch, goedkoop sentiment op z'n slechtst, rouwverwerking op z'n best. Ook de katholieke godsdienst, die bij onze normen en waarden hoort, vindt vrouwen nog steeds minderwaardig (geen kerkelijk ambt). Zelfs de wereldlijke macht discrimineert vrouwen nog (verdienen 20% minder dan mannen in vergelijkbare functie, ondervertegenwoordigd bij toppolitici en topmanagement bedrijven). Dat je volgens de Koran geen rente mag vragen of krijgen, dat je 2,5% van je inkomen moet afstaan aan de armen, dat zijn positieve aspecten die nooit aan bod komen. Ze vormen wellicht een te grote bedreiging voor het neoliberale kapitalisme dat rijken rijker en armen armer maakt. Is het misschien daarom dat we voortdurend worden opgehitst tegen de moslims die zich hier tegen verzetten?

      • door Giek op woensdag 16 december 2015

        1. Kunt u preciseren waar en wanneer de 'Je suis Charlie'-betogers gauw nog wat andere mensen zijn gaan doden na hun betoging? Met andere woorden: u moet een onderscheid maken tussen de verschillende strekkingen, opinies, organisaties en machten die een maatschappij uitmaken, en niet alles op één hoop gooien.

        2. U negeert het feit dat we meer getroffen worden door leed dichtbij dan veraf. Dat is een eigenschap die overal ter wereld in de mens ingebakken zit. Het is uiteraard lovenswaardig aandacht te vragen voor het lijden ver weg, maar dat hoeft niet op een beschuldigende manier te gebeuren.

        3. Het klopt dat in het Westen de gelijkheid van de vrouwen niet helemaal is gerealiseerd. Maar waar zou u het liefste vrouw zijn: bij ons of pakweg in Saoedi-Arabië?

        4. De neoliberale kapitalisten zullen eens goed lachen met dat 2,5 %-voorschrift van de Koran. Veel islamitische kapitalisten ook, vermoed ik.

      • door Luc De Coster op donderdag 17 december 2015

        Het is geen maatschappij die op straat komt, het zijn mensen die op straat komen. En als U vindt dat die mensen tribaal en egoistisch zijn, dan kan ik alleen maar vaststellen dat U zichzelf een stuk beter voelt dan hen. Maar wat mij intrigeert: welke neoliberaal houdt U tegen om uw geld gratis uit te lenen of 2,5% van uw inkomen weg te schenken?

    • door Eric Hulsens op woensdag 16 december 2015

      Dat men geen mensen kan doodschieten voor een mening of een tekening lijkt me evident, en dat hoort niet gebagatelliseerd te worden. (En dat heb ik dan ook nooit gedaan.) Maar ik stel wel dat dit iets anders is dan het redactionele beleid en de meningen en tekeningen die daarbij horen goed te keuren. Vindt u het ok de blote kont van de Profeet af te beelden met obsceen commentaar? Vindt u niet dat zoiets denigrerend is tegenover de mensen voor wie die Profeet de baken is voor hun religieus en ethisch leven? Als u daarover zwijgt, stemt u erin toe. Of u dat bewust doet (u vindt zoiets leuk) of onbewust (u wist dat niet of had er niet over nagedacht) maakt niet zoveel verschil. Als u zegt 'Ik ben Charlie' (geen spontane opwelling van het publiek, maar een uitgekiende reclameslogan met een dubbele betekenis, want u identificeert zich niet alleen met CH maar wordt meteen ook een volgeling) bent u dan niet medeplichtig aan het kwetsen en sarren van moslims?

      • door Giek op donderdag 17 december 2015

        U volhardt in het niet willen inzien waar het bij de 'Je suis Charlie'-betoging om ging. Het onontkoombare gevolg van satire is dat mensen erdoor gekwetst kunnen worden. Moslims, katholieken, politici van rechts en van links, vakbonden, bedrijfsleiders, mediamensen... allen krijgen ze van Charlie Hebdo en andere satirische bladen hun deel van de koek. Daar moeten ze gewoon leren tegen kunnen, dat is een elementaire democratische houding. Het punt is dat noch het eventueel smakeloze karakter van satire, noch de gekwetste gevoelens van de 'slachtoffers' een reden zijn om satire verdacht te maken of te verbieden, en nog minder om de auteurs ervan te vermoorden. En dààrvoor zijn die mensen op straat gekomen. In wezen ging de betoging niet over de inhoud of de stijl van Charlie Hebdo, maar over het verdedigen van de vrije meningsuiting tegen een obscure interpretatie van de islam. En als de betogers toch iets wilden zeggen over Charlie Hebdo, dan was het dit: niet dat ze het tof vinden dat het blad moslims over de hekel haalt (de interpretatie Todd-Hulsens), maar wel dat ze het belangrijk vinden dat zo'n blad kàn bestaan in hun land, omdat het een van de tekenen is van vrije meningsuiting.

      • door Luc De Coster op zondag 20 december 2015

        Nu doet U het weer. Of hoe beschuldig ik publiek een willekeurig iemand. "Je suis Charlie" = "Ik ben het eens met de redactionele lijn van CH" = ik ben medeplichtig aan het sarren van Moslims". Elk van deze stappen is volkomen arbitrair. Ik zou U aan raden van Dennet's "Intuition Pumps and other tools for thinking" eens te lezen. Het zal u helpen wat hygiëne in uw logica en retoriek te brengen.

        Wat ik denk over een tekening doet er verder in het geheel niet toe.

      • door Koen Verhofstadt op maandag 21 december 2015

        Hoewel ik CH de laatste rijd nogal eenzijdig vond, toch minstens kwantitatief, in islamspot in vergelijking met pakweg het katholicisme, ben ik toch blij dat de moslims waar ik mee samenleef begrijpen dat de cartoons zodanig over the top zijn, dat zij niet als belediging of zelfs overtreding van het afbeeldingsverbod kunnen worden opgevat, en mee tegen de aanslag geprotesteerd hebben. Er zijn dus ook moslims die nog steeds vinden dat al dan niet geloof geen kwestie kan zijn van dwang (misschien zelfs de meerderheid, want ook dit is te duiden in de Koran) én die zich sterk genoeg voelen om tegen een blasfemisch stootje te kunnen.

      Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties