Reeds acht jaar is DeWereldMorgen.be de alternatieve en kritische stem in de Vlaamse media.

Wij zijn volledig gratis en reclamevrij.

Maar dat kan enkel via uw steun.

Steun ons nu!

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Wat de Begijnhofkerk zo bijzonder maakt

Ondanks een voorstel tot verhuizing door aartsbisschop Léonard blijft de Begijnhofkerk in hartje Brussel. Zo kan het een onderdak en een uitvalsbasis voor acties van armen zijn vanuit het centrum. Om deze verijdelde verwijzing naar de marge te vieren, hield Elke Vandeperre een toespraak.
vrijdag 27 juni 2014

In hartje Brussel staat de Begijnhofkerk. Afghaanse vluchtelingen vonden er onderdak en een uitvalsbasis voor hun acties. In april vroeg aartsbisschop Léonard aan pastoor Daniël Alliet zijn actiebasis te verleggen naar een kerk aan de overkant van het kanaal, in het armere Molenbeek. De aartsbisschop oogstte een storm van protest. Onder druk van de honderden brieven, e-mails en mediabelangstelling trok Léonard zijn voorstel in. Alliët en Co mochten blijven.

Wat de verontwaardiging zo groot maakte – zowel binnenkerkelijk als buitenkerkelijk – is dat Léonard de Begijnhofkerk wilde bestemmen aan de volgelingen van priester Zanotti-Sorkine uit Marseille, een figuur met fundamentalistische trekjes die met 'mooie' maar wereldvreemde liturgie volle kerken trekt. Kennelijk wordt het pastoraal project van Alliët en de zijnen gepercipieerd als een symbool van wat een Kerk hoort te zijn, een plek waar de armen in het centrum staan en niet naar de marge worden verwezen om plaats te maken voor meer gegoeden. 

Op zondag 22 juni werd de overwinning op het plein voor de kerk gevierd met een Dank- & Inspiratiefeest. Elke Vandeperre hield er namens vomingsinstelling Motief volgende toespraak.

Toespraak

Ik moet zeggen dat ik hier met enige schroom het woord neem. Hoewel wij vanuit onze  vormingsinstelling Motief al jarenlang Daniël en zijn gemeenschap volgen – met warme sympathie en ontzettend veel respect – en wij van de manier waarop zij messiaans beweging maken in de Brusselse grootstad leren, zijn er zoveel andere mensen en groepen die van veel dichterbij de Begijnhofkerk hebben meegemaakt, en dus met meer kennis van zaken kunnen spreken over wat deze plek zo bijzonder maakt. Mijn positie is die van een medestander op afstand – een beetje zoals een getuige bij een getrouwd koppel, ben ik een getuige die instemmend toegekeken heeft hoe mensen zich hier met mekaar verbonden hebben, een getuige die dat verbond ook met hart en ziel heeft onderschreven, maar die verder niet present was bij de doordeweekse beslommeringen in keuken en slaapkamer. 

Ik en Motief waren hier niet toen een groep Afghaanse mannen en vrouwen en kinderen hier aan de kerkdeuren kwamen aankloppen. Wij hebben niet moeten beslissen of we zouden opendoen of wegkijken. Wij hebben hun schrijnende verhalen niet beluisterd, lange uren aan een stuk, wij zijn niet lamgeslagen geweest door de wanhoop die eruit opklonk, wij hebben niet moeten kiezen of we de onmacht in hun verhalen zouden toelaten of niet, wij hebben niet moeten beslissen of we hun in onze ruimte onderdak zouden geven, wij zijn geen matrassen en dekens en sanitaire voorzieningen moeten gaan zoeken, wij hebben geen medestanders en lef moeten bijeenrapen, we hebben geen artsen moeten overtuigen om mensen zonder sis‐kaart te helpen, wij hebben ons niet moeten verdiepen in de hermetische taal van de asielwetgeving, wij zijn niet geconfronteerd geweest met vragen waarop we geen bevredigend antwoord konden geven. Wij hebben geen last gehad van de slapeloze nachten die daar bij horen…

Er zijn hier vandaag talloze mensen aanwezig die wél in die positie gestaan hebben, die – god zij dank – onmacht niet in machteloosheid lieten verzanden, die erover gewaakt hebben dat bijstand niet tot caritas verengd raakte, die ervoor zorgden dat de verontwaardiging die zich hier in de week opstapelde niet geblust werd met vrome liturgie op zondag. Ik behoor niet tot deze groep van mensen en ik kan vandaag aan hen alleen maar teruggeven welke geest- en daadkracht zij gecreëerd hebben tot ver buiten de grenzen van deze Begijnhofkerk.

Toen wij net voor Pasen vernamen welke dreigende wolken er zich opstapelden boven deze gemeenschap, schreven wij vanuit Motief – net als vele anderen – een brief naar de aartsbisschop. Ik weet niet hoe dat voor de andere aanwezigen hier zit, maar in Motief hebben wij in elk geval niet de gewoonte om brieven naar de aartsbisschop te schrijven. Ook al zijn wij dagelijks druk doende met het thema levensbeschouwing, en organiseren wij over het hele land Bijbelse leerhuizen, wij zijn een pluralistische organisatie, geen christelijke.

Wij halen inspiratie uit emancipatorische tradities (waaronder ook de profetische strekking binnen de joodse en christelijke traditie), maar doen dat buiten de kerkelijke structuren. Wij hebben met andere woorden geen verantwoording af te leggen aan bisschoppen of kardinalen, en zij niet aan ons, wat wellicht verklaart waarom het communicatieverkeer tussen de katholieke kerk (of gelijk welke andere religieus instituut) en Motief zo goed als onbestaande is. Brieven schrijven naar kerkelijke gezagsdragers was inmiddels zodanig lang geleden in Motiefkringen dat ik zelfs Wikipedia heb moeten raadplegen om mij te informeren omtrent de correcte aanspreektitel bij correspondentie naar een aartsbisschop. Een formaliteit die ik vervolgens toch maar achterwege heb gelaten, omdat ik ‘Monseigneur’ in de gegeven context toch wat overdreven respectvol vond klinken. Maar we hebben dus, geheel tegen onze gewoonte in, een opstandige paaswens naar Léonard gestuurd. Ik probeer uit te leggen waarom we ons daartoe genoodzaakt voelden. Ik heb daarvoor drie redenen opgelijst voor de overzichtelijkheid… het gaat meteen ook om drie wezenskenmerken van wat wij in Motief verstaan onder ‘messiaanse beweging maken’: 1. tegenevangelie schrijven, 2. helend aanwezig zijn bij de slachtoffers van het regime, 3. opstaan en uittocht organiseren

1. Wij bemoeien ons niet met de kerk, máár de gemeenschap van de Begijnhofkerk doorbreekt in alles de traditionele opstelling van een parochie.

Het is een gemeenschap die niet in de eerste plaats de kerk toebehoort, maar van het volk is. Niet de liturgische kalender bepaalt wat de eerste lezing wordt, de politieke actualiteit doet dat. Hier komen de vreemdeling, de weduwe en wees niet ter sprake. Die spreken hier zélf. De tegenstellingen die in onze samenleving mensen uit mekaar spelen, worden hier verbeurd verklaard. Niet alleen ‘principieel’, maar in de praktijk: de tegenstelling tussen Brusselaars en Afghanen, tussen zogenaamde ‘autochtonen’ en ‘allochtonen, tussen ‘burgers’ en ‘sans-papiers’, tussen ‘mensen‐gedwongen‐om-in‐armoede‐te‐leven’ en middenklassers, tussen christenen en moslims en anders‐gelovigen,… 

Deze opposities hebben zich hier tot één partij gesmeed. Een gemeenschap dus die een weg heeft gevonden om in een superdiverse samenleving heilzaam met de reële verschillen om te gaan. Namelijk door zich te concentreren op de praktische vraag: hoe zullen wij hier en nu, samen een humane leefgemeenschap vorm geven. De positieverschillen worden hier niet weggepoetst of toegedekt onder wollige romantiek, maar ze worden ook niet getolereerd als splijtzwam in het gemeenschappelijke doel: in een meedogenloze samenleving, een huis van humaniteit creëren. In die zin is deze gemeenschap ook een schoolvoorbeeld van een messiaanse beweging: men is zich ten volle bewust van de politieke en economische realiteit en van de bestaande machtsverhoudingen, maar men weigert zich eraan te onderwerpen.

In een tijd waarin Maggie De Block als populairste politica uit onze poppolls komt en geroemd wordt om haar onverstoorbaar kordaat beleid, heeft deze gemeenschap daar een Ministerie van Menselijkheid tegenover geplaatst. Met maar één vlijmscherp argument: grondrechten. Geen enkele maatschappij, geen enkele instelling die zich geciviliseerd noemt, kan rechtvaardigen waarom mensen geen recht zouden hebben op een dak en voedsel, waarom kinderen geen onderwijs en zieken geen medische hulp zouden krijgen. Dit soort gemeenschap doet een samenleving voor hoe toekomst gemaakt wordt. Jullie openbaren met jullie praktijk de échte tegenstelling in onze wereld: Tegen het evangelie van De Vrije Markt in, schrijven jullie het evangelie van de Gerechtigheid. En die tegenstelling smeekt om een nieuwe coalitie die verschillen in klasse, etnisch‐culturele achtergrond en religie overstijgt. Of je nu iets met kerk hebt of niet, de geloofwaardigheid van jullie ‘politieke diaconie’ is ontegensprekelijk. Ook Motief kon niet anders dan dat beamen.

2. Aanwezigheid bij de slachtoffers

Indien je uit het evangelie alle genezingsverhalen zou wegknippen, dan hou je maar een paar verzen over. Wat niet zo verwonderlijk is, omdat de naam van de god uit de Bijbel precies met dit werkwoord wordt aangeduid: ik‐zal‐er‐zijn. Alleen in een praktijk van helend aanwezig zijn bij wie uitgespuwd worden door de heersende orde, bij wie ziek gemaakt en lamgeslagen werden, wie monddood en perspectiefloos ronddolen, kan je god zien gebeuren.

In tijden van efficiëntie en afbraak van sociale zekerheid zijn zo’n vrijplaatsen van genezende nabijheid schaars geworden. Zorg is er – meer en meer – voor wie het betalen kan, een goeie verzekering heeft en uiteraard: over het vereiste legitimatiebewijs beschikt. En dan nog. Hulp behoeven is een beetje uit de mode: je wordt vandaag verondersteld de gemeenschap zo min mogelijk te belasten door ziek, afhankelijk of zelfs oud te worden. De norm is autonoom, actief en gezond zijn, daar ben je persoonlijk verantwoordelijk voor.

In een samenleving waarin zo’n ziekmakende logica langzaam maar zeker ‘ingeburgerd’ raakt, hoeft het niet te verbazen dat ‘mensen zonder papieren’ aan hun lot worden overgelaten. En  toch zijn er vandaag ook plekken waar deze logica doorbroken wordt en de herinnering leeft dat precies de wederzijdse afhankelijkheid mensen tot mens maakt.

De Begijnhofkerk is zo’n plek. Hier komen kromgebogen mensen weer rechtop. Hier worden ‘demonen’ uitgedreven, hier leren mensen opstaan – zonder benen desnoods – tegen machten die zich god wanen. Hier worden mensen die door het systeem doodverklaard zijn, weer tot leven gewekt. Deze gemeenschap heeft zelfs het vermogen  om blinden weer te doen zien. Zo bleek onlangs nog, toen het verlossende nieuws kwam dat Daniël niet naar Molenbeek diende te verhuizen. Het is niet altijd duidelijk wie hier wie geneest. Of het de parochie is die de vluchtelingen geneest of net andersom. Wat telt is: dát geheeld wordt – wie hier ook passeert. Ook dat konden wij in Motief alleen maar beamen.

3. Opstaan en uittocht organiseren

Met mijn organisatie pogen wij het bestaande onrecht te helpen ontmaskeren, maar tegelijk willen we niet nalaten om ook alternatieven te ontwikkelen. Onderdrukking  bestrijd je niet enkel door het onrecht aan te klagen, je moet ook de uittocht organiseren en – nog in volle woestijn – al Beloofd Land proberen te verbeelden. Om daar vandaag werk van te maken, heb je nood aan uitburgeringscursussen. Het wordt hoog tijd dat we die samen gaan ontwikkelen.

In theorie zie ik zo’n cursus als volgt opgebouwd: het vak ‘Terminologie van de twijfel’; Vervolgens het vak: ‘Fysiologie van het opstaan’ (eventueel opgedeeld in ‘Inleiding op het opstaan’ en ‘Opstanding voor gevorderden’). En ten slotte: ‘Exodusiaanse bewegingsleer’. Voor wie zich al meteen wenst in te schrijven, wij kunnen u nu reeds een stageplek aanbieden. De Begijnhofkerk is in zo’n uitburgeringscursus de praktijkgerichte trainingsplek bij uitstek.

Hier leer je heel concreet hoe je individuele burgers weer tot een gemeenschap kan smeden, hier leer je hoe je een kerkgebouw kan ombouwen tot een kuuroord, hier leer je wie gemarginaliseerd worden weer tot het centrum van je denken en handelen te maken, hier leer je onderhandelen met farao’s en ontsnappingsroutes aanleggen in de wetgeving, hier leer je af wat je tot nog toe werd aangeleerd, hier leer je solidariteit ervaren en hoe wederzijdsheid en trouw voelt, hier leer je de fantasie ontwikkelen om met deze praktijk morgen de hele stad te besmetten. Overmorgen het land. Hier leer je nu al te leven, zoals een mens bedoeld is te leven.

Tot zover mijn drie redenen. En dus – want dat probeerde ik met die drie punten uit te leggen – konden wij met Motief niet anders dan schrijven naar meneer de aartsbisschop. En met ons dus nog heel veel anderen. Waarmee we samen het onweerlegbare bewijs geleverd hebben dat:

1. verandering mogelijk is als je maar genoeg bondgenoten rondom je verzamelt

2. dat ook onwrikbare kerkleiders minder onwrikbaar zijn dan ze lijken.

Waarvoor onze dank aan de Begijnhofgemeenschap: om ons opnieuw te leren geloven in het onwaarschijnlijke. Wéér een reden waarom jullie hier moeten zijn en blijven. En liefst nog heel lang.

Elke Vandeperre is coördinator van Motief en lid van de Denkgroep Maatschappijkritische Christenen.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.