about
Toon menu
Opinie

N-VA: verandering dat wel, maar zeer zeker geen vooruitgang

Nick Mouton stapte uit de N-VA omdat hij de partij op sociaal-economisch vlak almaar hardvochtiger vond. Wat vindt hij van het Plan V dat vrijdag werd voorgesteld?
zaterdag 12 april 2014

De afgelopen jaren vaart de N-VA steeds meer een harde liberale economische koers. Dit blijkt uit het beleid, uit het profiel van de mannen en vrouwen die de voorbije jaren het gezicht werden van de partij (Muyters, Jambon, …) of op sleutelposities werden gezet (woordvoerders, hoofd studiedienst, …) en ook uit de witte konijnen (Van Overtveldt, De Ridder, Parys). 

Die harde liberale koers is een keuze en een recht. Maar kan de N-VA daarnaast nog steeds beweren dat de partij ook de welvaartsstaat verdedigt en een sociaal beleid wil voeren? Kan de N-VA zonder blozen die kiezers blijven aanspreken? Staat hun verandering echt voor vooruitgang?

Sociaal voor diegenen die het moeilijker hebben?

“We zijn sociaal maar we moeten hard zijn omdat de huidige situatie op termijn niet houdbaar is”, dat is zowat de boodschap van de N-VA. Sociaal-economisch gezien vertaalt zich dat in de stelling dat er offers gebracht moeten worden. Maar wat zijn de offers en wie trekt aan het kortste eind? Dat leest u hier onder.

Wat zijn die offers? En wie moet offeren?

Uit de N-VA-congresteksten: “Om de nodige besparingen te realiseren kunnen we (onder meer) inzetten op drie pijlers: een slankere overheid, het afbouwen van het passief arbeidsmarktbeleid en de garantie op een sociale zekerheid die sociaal én zeker is. De uitgaven voor sociale zekerheid kunnen we bijvoorbeeld matigen door onder meer efficiëntiewinsten in de gezondheidszorg, een beperking van de werkloosheidsuitkeringen in de tijd en het uitdoven van de wachtuitkeringen voor jonge schoolverlaters en van het brugpensioen.”

N-VA poneert dat de overheid eerst in eigen vel moet snijden, maar alle besparingen (behalve bepaalde efficiëntiewinsten in de gezondheidszorg) gaan ten koste van de burger: een verzwakte overheid met minder jobs en minder slagkracht, afbouwen van het passief arbeidsmarktbeleid (lees: minder uitkeringen) en de garantie op een sociale zekerheid die sociaal én zeker is (lees: minder).

In het vizier: de dienstverlening van de overheid

Het is interessant om te bestuderen hoe de N-VA de financiële stromen verlegt. Zij pleit voornamelijk voor een  daling van de vennootschapsbelasting, een daling van de personenbelasting en het in de tijd beperken van de werkloosheidsuitkering. Het verlagen van de vennootschapsbelasting en de daling van de inkomsten uit de personenbelasting betekent dat de algemene middelen van de overheid om haar dienstverlening te organiseren sterk afnemen.

Daarnaast wil N-VA dat mensen die hun werk verliezen na maximum (!) twee jaar geen werkloosheidsuitkering meer krijgen. Waarom? Er zijn vandaag toch al verschillende activeringsmaatregelen waarbij werklozen die ‘werkonwillig’ zijn geschorst kunnen worden? Bovendien wordt de Vlaamse VDAB door de nieuwe staatshervorming vanaf volgend jaar zelfs bevoegd om in plaats van de federale RVA de bereidheid en de inspanningen van de werkzoekende te beoordelen en zo nodig te sanctioneren.

Maar de bijstand als men geen werkloosheidsuitkering meer krijgt wordt volledig anders gefinancierd: de werkloosheidsuitkering wordt uit de sociale zekerheid gefinancierd terwijl het leefloon uitgekeerd wordt door het OCMW (de steden en gemeenten), daarin deels bijgestaan door de federale overheid. Het leefloon wordt dus voornamelijk gefinancierd via de algemene belastingen van de lokale overheden en de federale overheid.

Door de werkloosheidsuitkering te beperken in de tijd zorgt de N-VA er dus voor dat de pot van de sociale zekerheid minder gespijsd moet worden (door bijdragen op het loon). Daarmee haalt de N-VA zo’n 150.000 uitkeringsgerechtigden die een job uitgeoefend hebben uit de sociale zekerheid. Dat is nog een onderschatting want die twee jaar is een absoluut maximum als men al vele jaren heeft gewerkt, anderen zullen nog korter ‘genieten’ van een werkloosheidsuitkering.

Een gedeelte van de 183.000 uitkeringsgerechtigden die nu minder dan twee jaar een uitkering krijgen zal dus ook uit de sociale zekerheid verdwijnen. Eenzelfde mechanisme zien we voor de wachtuitkeringen voor jonge schoolverlaters. De N-VA wil deze wachtuitkering op termijn helemaal afschaffen.

Opnieuw verdwijnen 106.000 uitkeringsgerechtigden uit de sociale zekerheid. En ook het brugpensioen moet op termijn uit de sociale zekerheid, opnieuw zo’n 114.000 uitkeringsgerechtigden. En wellicht hoeft een laatste categorie, deze van de oudere vrijgestelde uitkeringsgerechtigden ook niet op veel respijt te rekenen.

Daarvan zijn er ook zo’n 70.000 langer dan twee jaar werkloos. De N-VA liet weten dat de 50-plussers nog vijf jaar uitstel krijgen, maar daarna gelden voor hen dezelfde regels en moeten ook zij aankloppen bij het OCMW voor een leefloon. Van de 667.000 uitkeringsgerechtigde werklozen onder de sociale zekerheid blijven er op termijn maximaal nog een 200.000 over.

Dat betekent dat de sociale zekerheidskas serieus minder gespijsd moet worden (dus de lasten op arbeid kunnen dalen) maar tegelijkertijd komen de federale en lokale overheid nog meer onder druk te staan want zij zullen de nodige middelen voor het leefloon moeten ophoesten en dus serieus moeten snijden in de dienstverlening.

We spreken dan nog niet over het ‘confederatiescenario’ van de N-VA waarbij een deel van de BTW-inkomsten gebruikt worden om de federale overheidsschuld op termijn volledig weg te werken. Zonder die BTW-inkomsten krijgen de deelstaten hun begroting onmogelijk nog rond en moeten zij dus een eigen schuld opbouwen.

De vraag is echter of de N-VA, gezien hun fixatie op een strak begrotingsbeleid, die opbouw van een Vlaamse staatsschuld zal kunnen aanzien. Ook tijdens de voorbije bestuursperiode was het begrotingsfetisjisme voor de N-VA belangrijker dan hun eigen programmapunten rond de Vlaamse sociale zekerheid (met daarin een extra kindpremie en de Vlaamse hospitaliseringsverzekering).  

De N-VA wil om te besparen alleszins sterk snoeien in de overheidstewerkstelling. Zelfs als dat niet gepaard gaat met naakte ontslagen (doordat men wie met pensioen gaat niet vervangt), betekent het in de toekomst veel minder jobmogelijkheden voor werkzoekenden en pas afgestudeerden. Het zal er dus nog harder aan toegaan op de arbeidsmarkt met veel gegadigden voor weinig plaatsjes.

Daarnaast wordt door deze afkalving ook de slagkracht van de overheid ondergraven. Het is de natte droom van veel liberalen. De overheid moet zich vooral niet te veel inmengen in de vrije markt en zo weinig mogelijk kosten, dan is een drastische afslanking van het overheidsapparaat naar het voorbeeld van De Wever himself, een deweveriaanse afslanking dus, mooi meegenomen. Maar wie is daarvan het slachtoffer?

In het vizier: volwaardige jobs, uw loon en loonvorming

Voor de N-VA is het zogezegd een prioriteit dat iedereen aan de slag gaat, maar anderzijds maakt zij de arbeidsplaatsen minder aantrekkelijk. In de congresteksten luidt het als volgt (blz.24): “Een grondige herdenking van het arbeidsrecht dringt zich op, zodat ondernemingen flexibel kunnen inspelen op de snel wijzigende economische omstandigheden. We denken onder meer aan flexibele contracten voor beperkte prestaties (gekoppeld aan lage loonkosten), verdere annualisering van de arbeidstijd en een soepele inzet van uitzendkrachten.”

Flexibel en soepel

Dit alles is alleszins niet in het belang van de werknemer die aan zekerheid inboet en waarbij bedrijven steeds meer macht krijgen over de werknemers en hen in een sterk afhankelijke en onderdanige positie drukken. Natuurlijk is het belangrijk dat er meer jobs zijn zodat de 1/4e jongeren die vandaag werkloos zijn aan de slag kunnen, maar onder welke voorwaarden? Wat moeten mensen met een pseudojob?

En zullen sommige bedrijven er niet voor opteren om volwaardige jobs om te zetten in dergelijke pseudojobs omdat het hen goed uitkomt? Zie wat er gebeurd is met de dienstencheques. Niet alleen het zwartwerk werd wit, maar ook heel wat reguliere jobs werden omgezet naar jobs binnen de sector van de dienstencheques (met minder gunstige arbeidsvoorwaarden).

Loonvorming

Naast een flexibelere arbeidsmarkt waarbij de werkgever meer speelruimte krijgt moet ook de loonkost van arbeidskrachten naar omlaag. Enerzijds pakt de N-VA er graag mee uit dat het nettoloon van een bepaalde groep werknemers (waarover verder meer) zal stijgen omdat zij minder belastingen zullen moeten betalen (afschaffen 45%-schijf en uitstellen 50%-schijf) maar anderzijds schuift N-VA vooral maatregelen naar voor om de lonen te drukken: de automatische indexering van het loon wordt in vraag gesteld alsook de huidige manier van onderhandelen over de loonstijging tussen de sociale partners (omdat de lonen daardoor te veel stijgen).

Kortom, als het erop aankomt dan moeten de arbeidskrachten vooral goedkoper zijn en zich flexibeler opstellen. Flexi-jobs, mini-jobs, kortom pseudo-jobs zijn voor N-VA geen taboe maar integendeel een noodzaak.

Willen we nog meer flexibele jobs en lagere lonen? Het betekent minder jobzekerheid en meer macht voor de werkgever, het betekent dat mensen het moeilijker krijgen om iets op te bouwen, te lenen, te huren, te investeren, … Dergelijk (over)leven en dergelijke afhankelijke positie kan alleen maar leiden tot veel frustratie. Is dat de maatschappij die we willen?

Ten slotte, voor N-VA is het zogezegd een prioriteit dat iedereen aan de slag gaat, maar anderzijds pakt zij de werkloosheidsval niet aan (te laag verschil tussen wat men krijgt uit een uitkering of leefloon en wat men verdient door te gaan werken). Zij stelt dan wel: “werken levert vaak nauwelijks meer op dan werkloosheid (de zogenaamde werkloosheidsval). Een werkloze die een baan vindt, beschikt over een nettoloon dat amper hoger is dan toen hij werkloos was en bijgevolg niet moest investeren in kinderopvang, genoot van studiebeurzen, een goedkope lening voor een huis kreeg,…”.

Maar de vermindering van de personenbelasting is niet gefocust op de starters en de laagste inkomens (waarover verder meer) en werkt dus die werkloosheidsval niet weg ... tenzij men de uitkeringen natuurlijk nog gaat verlagen en men dat verstaat onder ‘het afbouwen van het passief arbeidsmarktbeleid’.

In het vizier: het sociale vangnet

Structurele solidariteit lijkt vervangen te worden door liefdadigheid. Daarmee gaan we honderd jaar terug in de tijd. Die liefdadigheid focust zich enkel op diegenen die niet kunnen participeren zoals mensen met een zware handicap, een chronische ziekte, … of zoals de N-VA het omschrijft ‘de allerzwaksten’.

Al wie daar niet toe behoort lijkt nog op weinig solidariteit te moeten rekenen. In de congresteksten klinkt het als volgt: “Ons sociaal systeem kan enkel in stand worden gehouden als wij nu ingrijpen. Wij hebben nood aan een sociaal beleid dat uitgaat van rechten én plichten, met oog voor de allerzwaksten.” en “Vaak houden de sociale uitkeringen weinig stimulans in om (weer) zelfredzaam te worden en (opnieuw) aan het werk te gaan.”

Nu zegt men dat het leefloon verhoogd zal worden tot boven de armoedegrens, maar welk nummer is dat voor de N-VA op de prioriteitenlijst als je bovenstaande leest. Het klinkt goed natuurlijk, maar papier is zeer geduldig.

Wat verder in de congresteksten staan nog bepalingen die vooral focussen op het verlagen van uitkeringen: “Voor sociale uitkeringen (zoals pensioenen) voorzien we in een aangepast automatisch indexeringsmechanisme.” De uitkeringen zullen dus de stijging van de levensduurte niet meer geheel volgen en dus nog minder duurzaam beschermen tegen armoede.

De werkloosheidsuitkeringen beperken in de tijd en allerlei uitkeringsgerechtigden uit de sociale zekerheid halen (zie supra) betekent trouwens ook dat mensen die het wel nodig hebben terugvallen op een nog lager leefloon … of buiten het sociaal vangnet vallen. Want het is zeker dat aantal onder hen in het administratieve web de weg zal verliezen en dus hun recht op leefloon niet zullen valideren. Is dat wat wij willen?

In het vizier: uw pensioen

In de congresteksten van de N-VA luidt het als volgt (blz. 26): “Bij de pensioenberekening kunnen we wel meer rekening houden met de betaalde bijdragen, met de evolutie van de draagkracht van de actieve bevolking en met de evolutie van de levensverwachting.” Het pensioen wordt dus onzeker. Toen ik dat opmerkte bij de bespreking van de teksten werd enkel gezegd “dat de pensioenen nu zeker onzeker zijn want te hoog”. Dat geeft het voordeel van de duidelijkheid. De pensioenen moeten dus omlaag.

Dat het pensioen vooral lager moet blijkt ook verder uit de congresteksten “We maken werk van een grotere band tussen bijdragen en uitkeringen, zonder het herverdelingsprincipe overboord te gooien. In de pensioenen is dat mogelijk door de invoering van een ‘bonus-malus’ volgens het aantal effectief gewerkte jaren.” en “De pensioenleeftijd blijft op 65 jaar, een volledige loopbaan op 45 jaar. We beperken de mogelijkheid om vervroegd met rustpensioen te gaan tot maximaal vijf jaar (dus vanaf 60 jaar), gekoppeld aan een vermindering (malus) van het pensioenbedrag volgens het aantal jaren vervroegde uittrede en gespreid over het aantal verwachte levensjaren dat men een pensioen geniet.”

Hieruit, alsook uit de antwoorden op mijn vragen tijdens de bespreking, blijkt dus vooral dat om een volwaardig pensioen te genieten er ook langer gewerkt zal moeten worden en er geen mededogen is voor de vele oudere werknemers die hun job verloren hebben en wel nog willen werken, maar geen kans meer krijgen op de arbeidsmarkt.

Dat het pensioen vooral lager moet blijkt ten slotte ook uit volgende passage (blz. 27): “Een derde van de wettelijke pensioenrechten is vandaag gebaseerd op ‘gelijkgestelde periodes’ waarvoor geen arbeidsprestaties noch sociale bijdragen geleverd werden. Het lijdt geen twijfel dat een wereldreis maken of een sabbatical nemen een bijzonder leerrijke en vruchtbare ervaring kan zijn, maar wie intussen wél bijdragen blijft betalen moet hier niet voor opdraaien. We stellen voor om grondig te wieden in de wildgroei van gelijkgestelde periodes.”

Natuurlijk neemt men er twee extreme voorbeelden uit, maar gelijkgestelde periodes houden ook in: ziekte, onvrijwillige werkloosheid, conventioneel burgpensioen, deeltijds werknemer met behoud van rechten, tijdskrediet en loopbaanonderbreking of arbeidsongeval. Bovendien, wat het tijdskrediet betreft, enerzijds wordt gesteld dat langer werken gepromoot moet worden maar met rustpauzes, anderzijds wordt hier sterk de indruk gecreëerd dat zo’n rustpauze vooral ongewenst is.

Conclusie: voor de N-VA is een sterke overheid ongewenst en liggen loon, loonvorming, volwaardige jobs, het sociaal vangnet en het pensioen in het vizier. Het beetje netto dat zij de ‘hardwerkende Vlaming uit de middenklasse’ met de ene hand geven, wordt hen via allerlei maatregelen met de andere hand weer ontfutseld. De N-VA noemt zich “sociaal maar niet socialistisch”, maar strooit in feite gewoon zand in de ogen. De partij verhindert geen sociale afbraak maar organiseert sociale afbraak. Niet meer, niet minder.

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig. Giften vanaf 40 euro zijn fiscaal aftrekbaar.

reacties

4 reacties

  • door Roland Horvath op zaterdag 12 april 2014

    Leerrijk artikel, gebaseerd op teksten van N-VA zelf. BDW was altijd in dienst van de overheid: Universiteit, burgemeester, senator: Job zekerheid en een behoorlijk pensioen. Niet erg want de regels zijn er voor anderen.

    N-VA is in dienst van miljardairs en van de Grote Multinationale Ondernemingen GMO. Ze komt niet op voor KMO, middenstand, consumenten. Hun politiek, economisch of sociaal, is het meest oubollige, 19e eeuwse, reactionaire dat men zich kan voorstellen. De partij en haar sponsors willen niet dat de economie werkt voor iedereen alhoewel dat makkelijk kan zonder dat we verarmen. In het bijzonder worden werklozen na enige tijd elk inkomen ontzegd. Als ze een huis, een auto en een gsm hebben, moeten ze die eerst 'opeten' voor ze nog wat geld krijgen zoals in Duitsland en in de VS, want dan verdienen ze nog geen hulp. Deze maatregel ruïneert op lange termijn de hele maatschappij. Binnen 50 jaar kan er wereldwijd een permanente werkloosheid zijn van meer dan 50%. Dat zijn dan alle straatarme mensen. Voeg daar de gepensioneerden bij.

    Met grote nadruk moet gesteld worden dat N-VA zich absoluut niet bewust is van de ramp die ze zou creëren in Vlaanderen als haar maatregels worden toegepast. Ze zullen het ook nooit begrijpen want de partij bestaat uitsluitend uit leugens en verzinsels. En domheid. Ze stellen zich zoals ook A Merkel voor dat een vermindering van de overheidsschulden en besparingen resulteren in een groei van de economie. En dat de export, =15% van het EU BBP, een trickle down effect heeft, een neersijpelen, creëren van bijkomende activiteit die de hele economie kan doen opleven. Dat alles is nog nooit ergens vertoond.

    N-VA Nieuw Vlaamse Afbraak van Sociale Zekerheid SZ en lonen. Het moet voortdurend gezegd worden.

  • door Jan Willems op zaterdag 12 april 2014

    De N-VA wil de samenhorigheid bevorderen, zo staat op zijn site. Als historicus zou Bart De Wever toch moeten weten dat precies daarom de sociale zekerheid op poten is gezet. Maar zoals uit deze bijdrage blijkt wil de partij daar grondig aan morrelen met een meer duale samenleving als gevolg. Zo’n gebrek aan sociale cohesie kan aardig wat problemen veroorzaken. Meer criminaliteit bijvoorbeeld, zoals onomstotelijk aangetoond door talloze studies. Daar stelt de partij een lik-op-stuk-aanpak tegenover, law-and-order. Daarom ook moet de capaciteit van de gevangenissen worden vergroot. Maar dat staat haaks op de besparingsdrift van de N-VA. De Tijd (12 april), waarvan overigens een aantal journalisten hun N-VA-sympathie niet onder stoelen of banken steekt, vroeg naar de mening van de Gentse econoom Gert Peersman en noteerde: “In verhouding ligt de focus van de besparingen volgens de hoogleraar ook te veel op de federale overheid en te weinig op Vlaanderen en de andere regio’s. ‘Het is nochtans de federale overheid die de extra gevangenissen zal moeten betalen die de N-VA wil.” Of hoe criminaliteit het voortbestaan van België noodzakelijk maakt!

    • door Rik Martens op zondag 13 april 2014

      Hoe meer commentaren ik, hier en o.m. op de Knack-website, lees, hoe meer ik ervan overtuigd wordt dat de Belgische (en Europese) problematiek voortvloeit uit de particratie. De kritiek op het programma van de N-VA klopt grotendeels, maar is ingegeven door eigen partijstandpunten dan door kritische zin.

      Ook ter linkerzijde of vanuit het extreme centrum (dixit Van Rompuy, zeker?) bieden de programma's geen soelaas voor de huidige crisis (een crisis trouwens waarin 85 van de bevolking het nog behoorlijk naar hun zin hebben).

      Zolang politici en hun kiezers niet in staat zijn om een gezonde synthese te maken tussen de diverse standpunten, zal onze staatshuishouding niet gezond worden.

  • door indigolight op zondag 13 april 2014

    Kijk, akkoord met de artikel. Maar wat heeft u te zeggen met het feit dat het gemeenschapsgeld slecht beheerd wordt in de Belgische constructie, dat de vergrijzing en de pensioenen, op korte termijn onbetaalbaar wordt, dat democratie en zelfbeschikkingsrecht van volkeren niet mogelijk is binnen ons schizofreen systeem. Dat migratie slecht gemanaged wordt, dat het sociaal vangnet vaak misbruikt wordt, dat partijverzuiling corruptie en machtsmisbruik betekent, enz..

    Wat hebt u daar op te zeggen. Socialisme is zeer wenselijk. We betalen voor een sociaal maatschappij, cfr zweden en belastingen, maar ons systeem verkwanseld het geld.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties