Welvaart, welzijn en vooruitgang

Welvaart, welzijn en vooruitgang

maandag 7 april 2014 12:28

Er is op deze aarde maar weinig dat zo vaag, en tegelijk zo fantastisch, is, als de vooruitgang. Iedereen wil vooruit, omdat stagnatie nu eenmaal achteruitgang is, en achteruitgang een onnatuurlijk proces is dat de levenskwaliteit in haar kern raakt. In se wil iedereen vooruit, is het niet als maatschappij, dan is het wel als individu, en mensen verkiezen steeds meer het laatste. Het liberalisme van de twintigste eeuw heeft de maakbaarheid van het individu naar voren geschoven, wat een mooi en eenvoudig alternatief was voor de maakbaarheid van de samenleving, dat steeds complexer en uitdagender werd. Een verschuiving naar individuele ontplooiing, met vooral een nadruk op individuele verantwoordelijkheid, bracht voor de permanente rat race met zich mee, die al snel vanuit het domein arbeid alle levensdomeinen veroverden. Het  zorgt actueel enerzijds voor een quasi permanent terreurbewind van stress en verwachtingen, waarbij tegenslag en stagnatie een moreel falen wordt, en anderzijds dat er een gigantische kloof gaapt tussen het optimisme over het individu en het optimisme over de samenleving. Ik heb het nog nooit zo goed gehad, maar wij zitten op de Titanic.

Dit is uiteraard je reinste waanzin. Het geloof dat de vooruitgang van het ik en de vooruitgang van het collectief niet samen kunnen gaan is een direct gevolg van een logisch en menselijk egoïsme enerzijds (als de taart lijkt te krimpen, wil ik mij vergewissen van het grootst mogelijke stuk), en van gemakzucht anderzijds. De verandering voor vooruitgang wordt er dan een die het individuele in staat stelt te groeien, maar het collectief, waar ingrijpende en creatieve oplossingen voor nodig zijn, laat wegzinken.

Dit komt door de kwaal die realisme heet. De mens heeft doorheen de geschiedenis steeds zichzelf overtroffen, vaak vanuit een ongebreideld optimisme, een ongetemde nieuwsgierigheid en een onorthodoxe creativiteit. Je kan er bijna op prat gaan dat mensen die iets groots hebben gedaan aanvankelijk met een scheef oog werden bekeken, en in sommige tijden zichzelf zelfs in gevaar van lijf en lede brachten. Ook nu doen we vaak beroep op de creativiteit. In tijden van crisis moet het vernuft van de ondernemer ons terug naar kalme wateren leiden, en onze sociale media-profielen tonen hoe zeer dat we allemaal out-of-the-box-denken. Helaas, meestal worden de geijkte denkkaders niet verlaten.

Ook de politici hebben hun geloof in de collectieve vooruitgang verloren, ook al bewijzen ze soms nog lippendienst. De toekomst wordt niet bekeken als een mogelijkheid, maar als een dreiging. Hoe zorgen we ervoor dat de bedrijven niet massaal wegtrekken, en dat we concurrentieler worden.  Hoe zorgen we ervoor dat we niet allemaal verarmd eindigen, en ons kunnen verzekeren van een degelijk loon of pensioen. Zelfs de groene beweging kijkt naar de toekomst met angst. Hoe vermijden we dat we allemaal het slachtoffer worden van de klimaatcrisis? Deze negatieve bekommernissen zijn wel degelijk reële uitdagingen, maar door niet meer te dromen over collectieve vooruitgang, maar louter te focussen op de mogelijkheid van individuele achteruitgang, zijn politici mee verantwoordelijk voor de bange, onzekere maatschappij, die al te vaak de praktische bezwaren verkiest boven de droom.

Onze maatschappij moet het maatschappelijk debat opnieuw leren appreciëren, niet de talrijke becijferde, technocratische discussies over cijfers en procenten, wetten en procedures, die ondanks hun schijn van wetenschappelijkheid vaak herleid kunnen worden tot interpretaties en gestuurde berekeningen.  De politiek, de partijen, hun politici en de media moeten terug ruimte maken voor de vooruitgang van het collectief, en naast het probleemoplossende luik aandacht schenken aan de dromen op lange termijn, de denk-experimenten en de creatieve ideeën. De politicus hoeft hier niet alleen in te staan, maar ook de academicus en de intellectueel moeten de publieke ruimte herclaimen. Onze universiteiten beschikken over een enorm intellectueel kapitaal, dat maar al te vaak naar binnen gericht is, zich wentelend in een academische jargon, met een focus op het kleine en het klinische. De academicus moet terug massaal naar buiten komen, om zijn expertise in te zetten voor de collectieve vooruitgang.

Waar we tevens nood aan hebben, zijn politici die bescheiden naar het heden kijken, maar op termijn geloven in de komst van Utopia. Laat de realpolitik voor wat het is, en beëindig de fragmentering van het electoraat. Denk niet langer hoe we het ondernemerschap kunnen stimuleren, ten koste van de werknemer, of omgekeerd, hoe we de werknemer kunnen beschermen, ten koste van het ondernemerschap, maar denk creatief na hoe we beiden kunnen doen. Wie bepaalde groepen vertegenwoordigt of beschermt, krijgt onvermijdelijk een geloof in de maakbaarheid van het individu, een maatschappij waarin de ander de echte dreiging is. Wie probeert het grootste geluk te zoeken, het algemene belang, die geeft de collectieve vooruitgang een kans.

Waar we nood aan hebben, zijn politici die zich niet overmatig interesseren in de anderen, maar enkel in het eigen, positieve verhaal. Die de overbodigheid van negativiteit en bitsigheid inzien, de ideeën met elkaar laten botsen, met respect voor de notie dat andere meningen in een democratie nodig zijn om samen de beste weg te zoeken. Meer en meer worden wij, kiezers, aangeleerd dat een andere mening of een andere ideologie gevaarlijk is, dat een ideologisch verschil geen kwestie van levensvisie is, maar een bedreiging van onze individuele belangen. Door deze nadruk op het individu, vaak vertaald in het effect op de portefeuille, worden we achterdochtig, en staan we minder open voor dialoog, woord en wederwoord. De collectieve vooruitgang vertrekt niet vanuit de portefeuille, maar vanuit de mens, niet vanuit het geld, maar vanuit het geluk.

Waar we nood aan hebben, zijn politici die het grootste belang vooropstellen, het belang v d grootste groep, de gewone burgers. Collectief falen moet niet langer afgeschoven worden op individuele slachtoffers, maar gezien als een gezamenlijke uitdaging, waar elke burger de kans krijgt om een waardevolle bijdrage te leveren, met respect voor zijn of haar waarde. Armoede en tegenslag  zijn geen tekenen van een moreel falen van het individu, maar een moreel falen van onze samenleving. Een samenleving die oogluikend toelaat dat de meest kwetsbare segmenten worden gestigmatiseerd, zet de groei van de portefeuilles voor op de groei van de mensen.

Genoeg strategische achterkamerspelletjes, waarbij politici een kinderlijk genoegen lijken te hebben in het pretenderen dat ze een partijtje Risk spelen, met als inzet de vooruitgang van het collectief. Genoeg kinderachtig gebekvecht, waarbij de politicus als intellectueel het onderspit moet delven tegen de politicus als entertainer, de scherpe pen van de scherpe tong en de boodschap van de verpakking. En meer dan ooit genoeg traditionele pseudo-oplossingen, bric-à-brac metselwerk die misschien nog net volstaan om bepaalde individuen naar voren te stuwen, maar in hun beperktheid, hun gebrek aan creativiteit en hun traditionalisme de vooruitgang van het collectief negeren.

Geen verandering gebouwd op exclusief ongenoegen, maar verandering gebouwd op de wil om samen, met iedereen, vooruit te gaan. Geen verandering voor een vooruitgang die de ander terug naar achteren stuurt, maar een vooruitgang die iedereen meesleurt. Hoe naïef het ook mag klinken in deze tijden van individualisering, van een afnemende solidariteit en een vereenzelviging van bezit met geluk, toch geloven wij in een omwenteling. Het onhoudbaar kapitalistisch nihilisme, de individuele vooruitgang, moet terug plaats maken voor een waardenmaatschappij, een collectieve vooruitgang, waar iedereen ondersteund wordt, waar duurzaamheid meer is dan een modewoord, waar solidariteit opnieuw een vanzelfsprekendheid is en waar democratische verschillen dienen om het algemene belang te vinden, en het grootste geluk te verspreiden. De maatstaf van de intellectuele vooruitgang, de burgerlijke welvaart, zal bij een gelijkblijvend beleid voor de grootste groep burgers niet meer stijgen zoals het ooit deed. Daar staat tegenover dat mits andere prioriteiten de maatstaf van de collectieve vooruitgang, het algemeen welzijn, dominanter dan ooit kan worden.

Kants bekende leuze “Durf te denken”, de werkelijkheid kritisch en opbouwend te benaderen moet terug opgang maken, met hieraan toegevoegd een durf om te dromen. Samenlevingen worden niet gebouwd op cijfers en cijferfetisjisme, maar wel op visies, dromen en toekomstprojecten, de belofte van Utopia. Een map van de wereld zonder Utopia is incompleet, want het is de plek waar menselijkheid steeds landt. Vooruitgang is de realisatie van Utopias.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!