Waar de tijd stil bleef staan

Waar de tijd stil bleef staan

dinsdag 18 januari 2011 16:31

Langs de dorre weg tussen Bethlehem en Hebron zie je de wegwijzers naar de nabijgelegen nederzettingen in drie verschillende talen, drie verschillende alfabetten. Bovenop de borden staat het Hebreeuws, onderaan het Engels en tussen deze twee talen zie je de overblijfselen van het Arabisch. Op bijna ieder bord is deze taal grotendeels afgekrabd of onleesbaar gemaakt. Volgens mijn medereizigster Shireen zullen alle nieuw geplaatste borden langs deze weg zelfs geen Arabisch informatie meer bevatten. Raar gegeven langs een weg die diep in de Palestijnse gebieden ligt, kilometers aan de Palestijnse kant van de groene lijn.

Aan de rechter kant van de weg zie je, op geruime afstand van elkaar, kleine groepjes woonwagens die de nieuwe outposts vormen. Aan de linker kant staan grote, uniforme, witte huizen in een strak patroon opgesteld. Tussen de weg en de nederzetting vind je mooi verlichte speelpleintjes, voetbalpleinen en parkjes. Je waant je aan de zijde van een uit de kluiten gewassen “Club Med-resort”. Het zou het prototype van een moderne stad kunnen zijn indien de ligging niet zo politiek geladen was geweest.

Wanneer Hebron bijna bereikt is passeren we op onze linkerzijde een hoog gespannen hekken, afgewerkt met prikkeldraad. Achter het hek zijn de huizen niet meer wit maar grijs door het ruwe cement waaruit deze zijn opgetrokken. De huizen staan niet geordend maar kriskras door elkaar op de flank van een heuvel. De voornamelijk aarden straten liggen bezaaid met afval en het grote, rode bord met witte letters aan de ingangspoort maakt iedere Israëliër duidelijk dat ze geen toegang hebben tot het vluchtelingenkamp Al-Aroub. De hoge uitkijktoren tussen de opeengepakte huizen is het enige teken van Israëlisch leven. Van hieruit bewaakt het Israëlische leger het ganse kamp en indien er rellen zijn pakken ze simpelweg de mensen op die het dichtst bij de toren wonen, spaart tijd en energie. Mijn chauffeur, Bashir, zegt me al lachend dat de man die recht over de toren woont zeker en vast het Palestijns record “gevangenis zitten” op zijn naam moet hebben staan.

Al wandelend door de grijze straten word je bekeken door de vele mensen die onbeweeglijk in de deuropeningen staan, enkel hun hoofd draait met je mee tot op het moment dat je om de hoek van de volgende straat verdwenen bent. De kinderen, die in deze koude avond nog steeds op slippers en in t-shirt over de straat lopen, roepen “ajnabi (vreemdeling)” en een enkeling durft het aan om je met een steen te bekogelen. Hier is de tijd blijven stil staan, de tijd bleef stilstaan in 1948: de onafhankelijkheid van Israël, de Nakba, elk heeft hier zijn eigen bewoordingen voor dit ingrijpende jaar. De muren tussen de huizen hangen vol met graffiti die de vlucht van de Palestijnen naar de vluchtelingenkampen illustreren. In 2008 werden alle muren van een nieuwe laag verf voorzien om het zestigjarige bestaan van het kamp te “vieren” en de bloederige taferelen nog eens extra in de verf te zetten.

Ik wandelde het “Child Animation Center” van de UNRWA binnen en rond een klein elektrisch vuurtje hielden de verschillende animatoren een koffiepauze. Ik kon het toilet niet gebruiken want ze hadden er net enkele ratten in opgesloten. Binnen enkele dagen zouden de boosdoeners moeten uitgehongerd zijn en na hun overlijden zal men het sanitair weer kunnen gebruiken. Op weg naar het toilet van de hoger gelegen sportzaal zag ik dat een groot deel van de binnenmuren van het gebouw geïllustreerd zijn met tekeningen van huilende Palestijnen, vlaggenzwaaiende strijders en jongeren die bloederig sterven op de sleutels van de huizen die men in 1948 heeft moeten achterlaten. Op de deuren van de speelkamers van het gebouw kleven posters van het Palestina van voor 1948 en de meeste puzzels in de rekken zijn afbeeldingen van de Al Aqsa-moskee in Jeruzalem, de heilige plaats die voor weinigen van hen bereikbaar is.

Nidal Alfarajin, een vooraanstaande bewoner van het kamp, legde me enkele maanden geleden uit dat de horror uit de Holocaust al lang geen verantwoording meer zou mogen zijn voor het gedrag van Israël. Met dezelfde gedachte bekeek ik het vluchtelingenkamp waar de klok is blijven stilstaan sinds 1948. De enige veilige haven voor de kinderen uit het kamp is één grote, haatdragende geschiedenisles over de verdrijving van de Palestijnen.

Hoogtijd om aan beide kanten van de muur om de tijd weer in gang te trekken en los te komen van de trieste momenten die de geschiedenis van beide culturen jammer genoeg rijk zijn. Hoogtijd voor een verzoenende stap voorwaarts.

T.T.

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!