TWEE AAPJES ALS METAFOOR VOOR HET MARXISME

TWEE AAPJES ALS METAFOOR VOOR HET MARXISME

Reyers Politiek kleurde dieprood met het marxistische PVDA aan het woord. Peter Mertens en Mie Branders omschrijven de ideologie aan de hand van hun mensbeeld. "De mens is een sociale diersoort met empathie en rechtvaardigheidsgevoel."

zondag 13 april 2014 10:44

Een wel heel opmerkelijk filmpje van Frans De Waal ondersteunt dat die laatste eigenschap zelfs aanwezig is bij onze evolutionair en genetisch meest verwante primaten, de aapjes.

Recente wetenschappelijke ontdekkingen op vlak van vele
disciplines (moleculaire genetica, neuroscience, evidence based evolutionaire
antropology en psychology) geven empirische ondersteuning voor wat de mens
uniek maakt. De mens is een sociaal en verstandig breindier. Sinds de
ontdekking van de spiegelneuronen en van de rol van het neurohormoon oxytocine komt
het onderzoek naar coöperatie, altruïsme en dus solidariteit meer centraal staan.
Dat leidt tot verrassende uitkomsten, met maatschappelijke implicaties. 

Vandaag steekt  in heel
Europa het sociaal-darwinisme terug de kop op. Dit moet  besparingen en de
afbraak van onze sociale zekerheid verantwoorden. Prof. Marc De Vos van het neoliberale Itinera Institute  zegt
bijvoorbeeld: “We beleven heus niet de roemloze ondergang van een economisch
model. De hebzucht zit niet in de markt, maar in de mens”

(DS
3/10/08). Bart De Wever formuleert
het zo: “De kern van mijn ideologische bestaan is de overtuiging dat er een
denkfout zit in de verlichting, namelijk in het idee dat de mens goed is van
nature. De mens is niet goed van nature, dat is de geconsendeerde wijsheid van
tweeduizend jaar christendom.”(DS 2/2/2013)

Daartegenover staat het onderzoek en de visie van
bijvoorbeeld Michael Tomasello,
co-directeur van het Max Planck instituut voor evolutionaire antropologie in
Leipzig. Of de visie van Frans De Waal.
In zijn laatste boek over de bonobo’s vat De Waal deze als volgt samen:

  • ”Morele beslissingen komen uit de onderbuik. Onze emoties
    beslissen, waarna de rede zijn best doet ze bij te benen. Antropologen lieten
    zien dat volkeren wereldwijd over een rechtvaardigheidsgevoel beschikken,
    economen toonden aan de mensen altruïstischer en meer tot samenwerking bereid
    zijn dan het beeld van de Homo economicus, toeliet, experimenten met kinderen
    en primaten wezen op altruïsme zonder dat daarvoor beloningen nodig waren,
    baby’s van een halfjaar oud zouden het verschil tussen ‘stout’ en ‘lief’ kennen
    en neurowetenschappers ontdekten dat onze hersenen zijn geprogrammeerd om
    andermans pijn te voelen. Eind 2011 was de cirkel rond toen de mens officieel
    tot een ‘supersamenwerker’ werd uitgeroepen. Elke nieuwe ontwikkeling was een
    nagel aan de doodskist van de vernistheorie, totdat het vertrouwen beeld
    honderdtachtig graden was gedraaid. Tegenwoordig wordt algemeen aangenomen dat
    geest en lichaam van de mens zijn voorbestemd tot samenwerking en zorg en dat
    we van natuur morele oordelen over anderen vellen. De moraal is dus geen
    vernis, maar komt juist van binnenuit. Hij is deel van onze biologie, een
    opvatting die wordt gesteund door talloze paralellen die bij andere dieren zijn
    aangetroffen. In enkele tientallen jaren zijn we van de oproep onze kinderen te
    leren aardig te zijn – bij gebrek aan een natuurlijke geneigdheid van onze
    soort in die richting – tot de consensus gekomen dat we goed ter wereld komen
    en dat je met aardigheid het verste komt. De vernistheorie was lange tijd de
    overheersende biologische opvatting over de aard van de mens. De moraal was een
    dun vernis dat nauwelijks in staat was onze ware aard te verhullen, die
    volkomen zelfzuchtig zou zijn. De afgelopen tien jaar is de vernistheorie
    bezweken onder een overweldigende hoeveelheid bewijs voor aangeboren empathie,
    altruïsme en samenwerking bij mensen en andere dieren.” (Frans De Waal, 2013)

Tien argumenten tegen het sociaal-darwinisme 

De bewering dat de crisis een gevolg is van de hebzucht als
natuurlijk instinct bij de mens is volgens de nieuwste wetenschappelijke
inzichten  fout om tien redenen, waarvoor er voortdurend meer en meer empirische onderbouwing wordt gevonden:

1)     
Niet de hebzucht, maar altruïsme en gerichtheid
op samenwerking kenmerken in eerste instantie de menselijke natuur  én
onderscheiden de mens wezenlijk van andere primaten. Dankzij die kenmerken
ontwikkelde de homo sapiens haar vermogen tot cumulatieve culturele adaptatie

2)     
De maatschappelijke omstandigheden en de plaats
die men daarbinnen inneemt kunnen wel concreet bepalen welke van de twee
strategieën domineert, egoïstische competitie of altruïstische coöperatie.

3)     
De cumulatieve culturele adaptatie van de homo
sapiens is de start van het historisch materialisme. Vanaf dan wordt de ‘strijd
om het bestaan’, de strijd om de productie en verdeling van bestaansmiddelen =
menselijke economie

4)     
Daardoor moet je om de menselijke moraal te
bestuderen vertrekken vanuit de economische onderbouw en niet omgekeerd, vanuit
de moraal zelf.

5)     
Vanaf de landbouwrevolutie (-12.000 jaar) lukt
het de homo sapiens méér te produceren dan nodig is voor overleven en
reproduceren (= surplus of meerwaarde) én dit te accumuleren. Vanaf dan is de
drijfveer voor maatschappelijke ontwikkeling de strijd om de productie en de
verdeling van de meerwaarde = klassenstrijd.

6)     
De bezitters van de productiemiddelen bezitten
ook de middelen voor productie van de heersende ideologie. De heersende moraal
is daardoor deze van de heersende klasse.

7)     
De crisis is een overproductiecrisis en niet een
overbevolkingscrisis, zoals Malthus toen – en het sociaal-darwinisme later beweerden. Overproductie volgt uit de
concurrentie voor winstmaximalisering met als doel maximale 
kapitaalaccumulatie als drijfveer voor de kapitalistische economie. Want dit betekent voortdurend meer produceren met minder volk en aan minder loonkost. Met als gevolg alsmaar meer productie (capaciteit), die botst met een alsmaar dalende koopkracht, waardoor een voortdurende neiging tot overproductie.

8)     
Het is ‘ultimate’ een systeemcrisis en niet een psychologische
of morele crisis, dewelke alleen ‘proximate’ een rol kan spelen

9)     
Coöperatie is een derde fundamentele pijler van
evolutie (belangrijke auteurs hierover van recent naar vroeger: Nowac, Gould, Kropotkin, Engels)

10)  
Creationisme en sociaal-darwinisme zijn twee
ogenschijnlijk tegengestelde ideologieën die opgroeien uit dezelfde grond: deze
van de heersende bourgeoisie. Deze klasse  gebruikt beide ideologieën ter
justificatie van hun uitbuiting en onderdrukking.

‘Marx, Darwin en sociaal-darwinisme, toen en nu’ op de Marxistische Zomeruniversiteit op 18 en 19 augustus 2014

Dit alles komt uitgebreid aan bod in een vormingstweedaagse:
‘Nieuwe ontwikkelingen in de neurowetenschappen en de evolutionaire
psychologie. Marx, Darwin en het sociaal-darwinisme, toen en nu’ op de
Marxistische Zomeruniversiteit.

Nieuwe ontdekkingen in neurowetenschappen, evolutionaire
psychologie en in diergedragsonderzoek geven empirische ondersteuning voor wat
de mens uniek maakt. De mens is een sociaal en verstandig breindier. Zijn
evolutionair ontwikkeld empathisch vermogen leidt mede tot taal en tot
(zelf)bewustzijn. Taal én (zelf) bewustzijn leiden tot het vermogen voor
wetenschappelijk denken en doen. Dit zijn grondvermogens die sociaal leren en
de cumulatieve culturele adaptatie van de homo sapiens hebben mogelijk gemaakt.

De start van het historisch materialisme zou Karl Marx het
destijds genoemd hebben. Karl Marx en Friedrich Engels droegen het Darwinisme
op handen. Maar tegelijkertijd waren zij bezorgd voor het misbruik van wat zij
toen noemden ‘het bourgeois Darwinisme’, het latere sociaal-Darwinisme, dat
diende als morele legitimatie van de strijd van de bourgeoisie tegen de
toenmalige armenwetten en sociale bescherming.

We leggen uit wat evolutie is en waarom evolutie waar is. We
illustreren dit met voorbeelden uit de biologie en uit de evolutie van de mens.
We bekijken de authentieke stellingnamen van Marx en Engels over het Darwinisme
tegen het licht van nieuwe wetenschappelijke bevindingen. Maar ook tegen het
licht van de sociaal- economische en politieke actualiteit. Varianten van een
sociaal-Darwinisme steken terug de kop op. Ze dienen vandaag als morele
legitimatie van een toenemende afbraak van arbeidsprotectie en van sociale
bescherming, volgens Duits model. Het laat ons zien dat moraal niet alleen
voortkomt uit evolutionair ingeslepen sjablonen bij groepsdieren, maar ook door
de mens bewust kan ge- of misbruikt worden ter verdediging van belangen, ter
legitimatie van mistoestanden of omgekeerd ter rechtvaardiging van de strijd om
deze ongedaan te maken.

Er is geen voorkennis vereist. De lessen zijn opgeluisterd
met talrijke visuele illustraties.

 In het najaar
organiseert IMAST een geleid bezoek aan het Natuurhistorisch Museum te Brussel
waarbij de inhoud van deze tweedaagse concreet wordt geïllustreerd.

Spreker: Dirk Van Duppen voor de Nederlandstalige vorming,
Johan Hoebeke (prof.emerit. in moleculaire immunologie) voor de Franstalige
vorming.

 Binnenkort op www.marx.be . Iedereen welkom.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!