Studeren, enkel nog weggelegd voor managers?

Studeren, enkel nog weggelegd voor managers?

dinsdag 24 mei 2016 22:22

We leven vandaag in wat men noemt een learning society. Alles lijkt te draaien om leren. Levenslang leren is dan ook het modewoord van het moment. Onszelf constant verbeteren en bijleren lijkt op het eerste zicht alleen maar voordelen met zich mee te dragen. Maar welke invloed heeft deze ontwikkeling op de rol van de student?

In onze learning society wordt niet enkel verwacht dat we ons beste beentje voor zetten en volop gaan bijleren. Er wordt ook een bepaalde attitude verwacht van de lerende. We leren met het oog op het creëren van een meerwaarde; het vergroten van ons menselijk kapitaal. We moeten overal de beste in zijn, of ons toch op zijn minst weten te onderscheiden van de rest. Dit veronderstelt dat we ons ondernemend opstellen en risico’s nemen. En niet zomaar risico’s. Neen, we moeten innovatief zijn. We moeten berekende risico’s nemen op zo’n manier dat ze ons letterlijk meer waarde opleveren. We moeten onszelf verkopen. We moeten met andere woorden de rol van manager opnemen; een manager van onszelf en ons menselijk kapitaal. En als managers bekijken we leren door een economische bril.

Hoe kunnen we ons levenslange leertraject beter beginnen dan ervoor te kiezen om een studie aan te vangen aan een gerenommeerde universiteit? We hebben onze toekomst namelijk volledig zelf in handen! Dit begint al bij de studiekeuze. Studeren is een investering in onszelf. Dit betekent dat we een weldoordachte keuze moeten maken. Niet elke studie leidt immers tot dezelfde voordelen en meerwaarde, zo zegt men. Misschien moeten we wel kiezen in de richting van een knelpuntberoep? Of een ingenieursrichting? Die schijnen fel gegeerd te zijn op de arbeidsmarkt én daarbovenop een hoog loon en veel doorgroeimogelijkheden te kennen. Van richtingen in de sociale wetenschappen, filosofie of kunstwetenschappen blijven we dus maar beter ver weg. Die zouden ons immers niet veel meer opleveren dan een werkloosheidsuitkering en een plekje op de lijst van een uitzendkantoor.

Universiteiten zelf springen gretig mee op deze economiseringstrein. Ook van hen wordt in onze learning society namelijk verwacht dat ze zich steeds maar weer verbeteren. We zouden– als managers die we zijn – onze universiteit namelijk ook graag bovenaan een internationale ranglijst zien prijken. De competitie om de beste te zijn wordt tegenwoordig dus niet enkel binnen een land, maar op wereldschaal uitgevochten. Om de beste te zijn, moeten er ook de beste resultaten geboekt worden. Het is dus belangrijk om de meest veelbelovende studenten aan te trekken van overal ter wereld. Dit gebeurt aan de hand van een steeds groeiend aanbod aan internationale en Engelstalige opleidingen. Om de beste studenten af te leveren, kan een universiteit natuurlijk niet zomaar iedereen die wil toelaten. Neen. Studenten moeten zich kunnen differentiëren van anderen. Een studierichting moet daarom ook een bepaalde mate van exclusiviteit hebben. Dit wordt gedaan door het aantal toegelaten studenten te beperken. De universiteit kiest en selecteert uit alle kandidaten – die zich ‘verkopen’ op basis van eerder behaalde resultaten, motivatie en zelfs aanbevelingsbrieven – zij die het meest veelbelovend lijken te zijn. Met andere woorden: een win-win situatie die zowel voor de studenten als de universiteiten de grootste meerwaarde biedt.

Daarnaast zien we studeren natuurlijk ook gezien als een investering – managers die we zijn. En investeren kosten geld. Bakken vol zelfs. Kunnen we het steeds stijgende inschrijvingsgeld van onze universiteit niet meer betalen, dan gaan we gewoon een studielening aan. Dat we afstuderen met schulden maakt niet zoveel uit; het is namelijk allemaal ingecalculeerd in ons zorgvuldig opgestelde tienjarenplan. Door de vergroting van ons menselijk kapitaal, halen we er zo winst uit. Want dat is waar alles uiteindelijk om draait: winst!  

Maar we kunnen ons vragen beginnen stellen bij de positie die de student vandaag inneemt in onze samenleving en aan de universiteit. We kunnen ons hierbij zelfs afvragen of de student vandaag eigenlijk nog wel echt een student is. Want naast al het calculeren, plannen, zichzelf verkopen… lijkt er bitter weinig aandacht en interesse te zijn voor de studie zelf. Studeren is in de eerste plaats een economische zaak geworden waarbij studenten de managers zijn van hun eigen leertraject. Dit leertraject staat ook niet meer volledig in teken van hun studie, maar is gericht op het voordeel dat het in de toekomst zal opleveren; namelijk een vergroting van hun menselijke kapitaal en een bredere inzetbaarheid en gegeerdheid op de arbeidsmarkt. Studeren is met andere woorden enkel nog een middel om een (economisch) doel te bereiken. Het is geen doel meer in zichzelf. Het moet enkel nog gezien worden als een investering in onszelf. Niet in de eerste plaats als een mentale of intellectuele verrijking, maar als een meerwaarde voor ons menselijk kapitaal. Het woord zegt het zelf: meer-waarde, we moeten dus achteraf meer waard zijn dan voordien.

Maar wat met die studenten die niet altijd de kansen hebben gehad om vanaf jonge leeftijd hun leven al te beginnen managen? Wat met die studenten die uit oprechte interesse voor de stof willen studeren maar niet tot de besten van de klas behoren? Want universiteiten accepteren enkel nog de meest veelbelovende studenten. Waarom kan studeren niet meer in de eerste plaats gebaseerd zijn op een oprechte interesse in een bepaalde stof; een waardering die niet in de eerste plaats geleid wordt door het uitzicht op een economisch voordeel? Studeren om te studeren; studeren uit intrinsieke motivatie; niet langer als manager, maar als student. Daar zou het in een universiteit om moeten draaien.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!