Regionalisering van de dienstencheques is nergens goed voor

Regionalisering van de dienstencheques is nergens goed voor

vrijdag 17 december 2010 15:02

In de plannen van de regeringsonderhandelaars circuleert het idee om het stelsel van de dienstencheques te regionaliseren.
Ter herinnering : we praten hier over voornamelijk huishoudelijke, diensten aan particulieren waarvoor intussen meer dan 100.000 werknemers werken, in bijna 2.000 bedrijven. Meer dan een half miljoen Belgen maken gebruik van die diensten. Met een nieuwe stijging van een kleine 20% in 2010 zal de bruto kostprijs voor de overheid ruim € 1,5 miljard bedragen. Onvoorstelbare cijfers.
Het voorstel om het stelsel te regionaliseren heeft weinig of niets te maken met goed bestuur, efficiëntie of kostenbesparing. Wat we zelf doen, doen we beter? Het is maar hoe je het bekijkt. Vier overwegingen zetten ons ertoe aan bijzonder hard te twijfelen aan de goede bedoelingen van het idee.

Eerst moet er toch even aan worden herinnerd dat de vakbonden al jaren aandacht vragen voor een aantal nijpende problemen in het stelsel. De staatshervormers doen er met hun regionalisering niets aan. De zaak blijft voort verrotten. We sommen een aantal pijnpunten op :
­* Er is een structurele bezorgdheid over het gebrek aan controle en toezicht, over het gebrek aan kwalitatieve criteria voor de erkenning van nieuwe bedrijven. Er zijn nu al 2.000 erkenningen en er komen er elke maand een 50-tal bij.
­* De praktijk wijst maand na maand uit dat het systeem bijzonder fraudegevoelig is. Dat gaat van misbruik van het stelsel, tot regelrechte maffiose carrousels om geld te incasseren.
­* Tot op vandaag zijn er een aantal grote, vooral commerciële bedrijven die megawinsten boeken met het systeem. Hoe dat mogelijk is, in een stelsel dat voor meer dan 75% gesubsidieerd is door de belastingbetaler, blijft een goed bewaard geheim. Pikant detail : er is zelfs één bedrijf dat gebruik maakt van de notionele intrestaftrek. Faut le faire.
­* Last but not least : de slechte loon- en arbeidsvoorwaarden voor dit vaak zware werk zijn een regelrechte schande. Terwijl de cliënt er spotgoedkoop van af komt ( € 5,25 per uur ) mag de poetsvrouw zich voor minder dan € 10 bruto per uur in het zweet werken.

2) De regionalisering verhelpt bovenstaande problemen niet maar voegt er nog enkele nieuwe aan toe. Zo zal de regionalisering automatisch leiden tot het uiteengroeien van loon- en arbeidvoorwaarden, tot een andere regelgeving en invulling van het stelsel. Het zal misschien afgedaan worden als een oubollige travaillistische reflex, maar wat het voordeel is om voor hetzelfde werk andere loon- en arbeidsvoorwaarden in te stellen heeft nog geen enkele voorstander van een verregaande staatshervorming ons ooit kunnen uitleggen.

3) Gemakshalve vergeten de onderhandelaars dat de regio’s vandaag al de mogelijkheid hebben om het systeem, op eigen kosten, uit te breiden voor de eigen regio. Alleen gebeurt dat niet. Ongetwijfeld heeft dat te maken met het hoge prijskaartje. Het argument dat men een eigen beleid wil voeren klinkt dus bijzonder zwak. Tenzij men met eigen beleid, eigen snoeiwerk bedoelt uiteraard.

4) Het systeem is nog steeds niet aan zijn limieten. Een regionalisering van het stelsel houdt in dat de verdere groei op kosten van de regio’s zal zijn. Een realistische verdere groei van 10% zal Wallonië en Vlaanderen 10-tallen miljoen euros kosten. Zullen de gewesten dat betalen? En hoe moet dat dan met het noodlijdende Brusselse gewest waar de dienstencheques voor duizenden jobs zorgen?
Of wordt de regionalisering van de dienstencheques het ideale alibi om het mes te zetten in het stelsel? Ten koste van wie? De werknemers voelen de bui al hangen.

We hebben nog geen enkele ‘staatshervormer’ over al deze punten horen piepen.

De regionalisering van de dienstencheques is duidelijk niet bedoeld om de torenhoge problemen waar het stelsel voor staat op te lossen. Er wordt geen enkele oplossing aangereikt, niet voor de betaalbaarheid van het stelsel en vooral ook niet voor de schrale loon- en arbeidsvoorwaarden van de werknemers.

De enige reden voor de regionalisering is dat de transfer van middelen van de federale overheid naar de gewesten groter wordt. De dienstencheques als pasmunt om van de regionalisering van het arbeidsmarktbeleid een echte vette vis te maken.

Dat werknemers die op het kleine lapje Belgische grond daardoor zullen opgedeeld worden in slecht betaalde en zo mogelijk nog slechter betaalde groepen is blijkbaar de laatste zorg van de regeringsonderhandelaars.
Dat hiermee het vooruitzicht op een kwalitatieve verbetering van 100.000 jobs helemaal uit het zicht verdwijnt is al helemaal hun zorg niet.

Op die manier wordt de overdracht van middelen en bevoegdheid in het arbeidsmarktbeleid inderdaad een verontrustende zaak. De vrees van de vakbeweging wordt werkelijkheid: de staatshervorming zou iedereen ten goede komen, maar dan mag je wel geen werknemer zijn.

Werner Van Heetvelde
Eric Neuprez
federale secretarissen
Algemene Centrale – ABVV
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!