Racisme en vreemdelingenhaat in het dagelijkse leven

Racisme en vreemdelingenhaat in het dagelijkse leven

maandag 1 augustus 2011 09:46

Racisme: Het uiten van minachting, vijandigheid of haat van het ene ras jegens een ander, voortkomend uit een gevoel van meerwaarde.  (Van Dale, verklaren woordenboek Nederlands)
Racisme is de historische houding van het blanke ras tegenover andere rassen.  Het werkt niet omgekeerd.

In de klas van mijn dochter, een aantal onder hen voltooiden hun schoolloopbaan niet, waren kinderen die ervan overtuigd waren dat het armoedeprobleem  thuis een rechtstreeks gevolg was van de migrantenpopulatie hier in België.  Dit argument weerleggen, veronderstelt kennis over de zeer individuele achtergrond van waaruit gesproken wordt.  Mij verontrust dat op die manier vreemdelingenhaat doordringt tot in de opvoeding om al dan niet achteloos doorgegeven te worden aan een nieuwe generatie.

Ik ontmoette per gelegenheid ooit mensen, leerkrachten bij de VDAB, die dag in dag lesgaven aan mensen, bij wijze van spreken gisteren nog geitenhoeders, vandaag ingewijden in de wondere wereld van het internet.  Het schijnt ze nog te lukken ook.  Verbaast het je dat die leerkrachten zich niks gelegen laten aan ellenlange discussies over het al dan niet racistisch zijn van onze samenleving en over uitsluiting?  Zich daarin verdiepen zou die mensen beletten hun dagdagelijkse werk te doen.  Ze houden zich na hun uren liever bezig met de staat van huis en tuintje.  Kan je hen dat kwalijk nemen?

Mijn kinderen kwamen altijd al in aanraking met andere kinderen die vroeg of laat blijk gaven van vreemdelingenhaat of racisme.  Veel werd daarover thuis niet verteld.  Maar ze gingen er op een of andere manier mee om, zonder zelf een vreemdelingenhater of racist te worden.  En daar ben ik blij om.
De kinderen waarover het gaat, komen meestal niet uit de meest begoede gezinnen en zijn zelf vaak ook slachtoffer van pesterij en uitsluiting.  Hun haat wordt hen denkelijk ingegeven door een soort van underdogkastesysteem.  Je mept gewoon op degene die nog minder in rang aangeschreven staat als jezelf.

Bij sommigen herken je het aan de voornamen die ze hun kinderen geven.  De kinderen dragen oudgermaanse namen of namen waarbij je slikt of uit de lucht gevallen komt.  In de huiskamer staat Mein Kampf en een heleboel boeken over WO II.  Niet de verhalen over de slachtoffers.  Zo zien ze zichzelf.  Maar de verhalen over diegenen die Lebensraum zochten en een uitweg uit de zware herstelbetalingen die Duitsland na WO I werden opgedrongen en het land in diepe armoede dompelden.  De vaders, moeders, laten zich vaak niet kennen als agressieve mensen.  Soms zijn ze stil en zwijgzaam, verstild en weggezonken in eigen gedachten en ellende.

Soms is het goed om als ouder niet te weten aan welke gevaren je kinderen blootstaan.  Soms volstaat het om er gewoon maar te zijn als veilige haven en te bidden, te hopen.

Zelf volgde ik computerles in een school die ook Nederlands aan anderstaligen geeft.  Het voelt een beetje raar om les te krijgen in een sfeer en op een terrein dat niet meteen vertrouwelijk aanvoelt.  Toch heb ik daar geen slechte ervaringen mee.  En S en nog iemand, wiens naam ik vergeten ben, hij komt uit Kosovo, zijn mensen die ik regelmatig tegenkom en sindsdien ook groet.
Dat ook ik niet vrij ben van racisme, ervoer ik aan de leerkracht die mijn drive om te leren afremde, omdat die storend werkte op de inspanningen van anderen.  Ik dank haar voor de aandacht die ze had voor wie het moeilijker had en voor het signaal omdat ik zo erg de eerste, de beste wilde zijn.

S. is een jongen uit Bangladesh.  Het is een jonge, beschaafde, eerder ingetogen jongen die hier heel in zijn eentje verblijft en niemand echt tot last wil zijn.  De laatste keer dat ik hem zag, was met gebroken neus.  Iemand had aanstoot genomen aan zijn bruin gezicht en was erop beginnen kloppen.

O., S. en B zijn beschaafde, intelligente mensen.  Ze komen uit Soedan en ik vraag hen niet naar hun cultuur of hun ervaringen.  Ik groet hen en praat met hen en ik hoop dat ik door mijn wezen die ene Belg in hun omgeving kan zijn, die aandacht voor hen heeft en vriendelijk oogt.  De zoon van O. woont hier ook.  Hij is jong en opstandig.  O. wijst de jongen terecht en de jongen weet, ik moet geduldig zijn als mijn vader, lijdzaam ondergaan en vooral hopen dat het overgaat.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!