Oudjaar 2010: een vrijdag in  an-Nabi Saleh

Oudjaar 2010: een vrijdag in an-Nabi Saleh

zaterdag 8 januari 2011 16:44

Het is vandaag 31 december 2010, geen reden om te feesten voor de dorpelingen van het Palestijnse an-Nabi Saleh, hun wekelijkse geweldloze betoging zal ook vandaag doorgaan en beantwoord worden met een spervuur van traangas.
An-Nabi Saleh is een Palestijns dorpje 30 km ten noord-westen van Ramallah. 500 mensen leven hier voornamelijk van de oogst van hun olijfbomen. Het dorpje telt één winkeltje. De marktplaats wordt gekenmerkt door de oude graftombe van profeet Saleh en door een monument voor de gesneuvelde dorpelingen in hun strijd tegen de Israëlische bezetting. De heuvels rond het dorp zijn een droom voor natuur- en archeologiefanaten. Dit lieflijk plekje vormt sinds een jaar het decor voor de strijd tussen de inwoners en het Israëlische leger.
In 1977 werd er op nog geen halve kilometer afstand van an-Nabi Saleh de illegale joodse nederzetting Halamish opgericht. De nederzetting groeide en telt vandaag zo’n 1000 settlers. Ze confisqueerden ongeveer de helft van de waardevolle landbouwgrond van an-Nabi Saleh en in december 2009 namen ze de waterbron Ayn al-Kus in. Enkele weken later staken dezelfde settlers 150 olijfbomen van an-Nabi Saleh in brand. Hoewel deze daden door zowel de Verenigde Staten als de Europese Unie als illegaal worden beschouwd, worden de daders ervan beschermd door het Israëlische leger, beschermd tegen Palestijnen die hun eigen water willen gebruiken en willen werken op hun eigen land.
An-Nabi Saleh gebruikt sinds Kerstmis 2009 het recht om zich te verzetten tegen de illegale landinname. Elke vrijdag na het middaggebed verzamelen de inwoners zich samen met internationale en Israëlische sympathisanten op het dorpsplein. Men wandelt gezamenlijk naar de hoofdweg om zo hun geconfisqueerde waterbron en landbouwgronden te bereiken. Nooit echter zullen ze tot aan hun doel komen. Verscheidene Israëlische soldaten maken het de geweldloze demonstranten onmogelijk om hun voettocht verder te zetten. Dit gebeurt niet enkel door de weg te versperren, maar ook door het buitensporig gebruik van wapens zoals traangas, geluidsgranaten, rubberkogels en stalen kogels.
Vrijdag 31 december 2010 was een vrijdag als alle andere van datzelfde jaar. Bezoekers kunnen an-Nabi Saleh niet bereiken vanaf de hoofdweg, want vier Israëlische legerjeeps houden de wacht bij de checkpoint en versperren de toegang tot het dorp. Hun uitleg is dat het dorp een gesloten militaire zone is. Wij, een groepje van vier Franse twintigers en ik komen uit Birzeit, een stadje op zo’n 15 minuten rijden van an-Nabi Saleh. Demonstranten van buiten het dorp moeten te voet de heuvel van het dorp beklimmen, dus laten we de taxi enkele honderden meters voorbij de checkpoint stoppen en zetten we onze tocht al klimmend verder. Onderweg zien we traangasgranaten en in as gelegde struiken. Voor we bij het huis van Basim Tamimi, de officieuze leider van het dorpscomité aankomen, worden we tegengehouden door vier soldaten. “Wat komen jullie hier doen, van waar zijn jullie, ga weg, het is hier gevaarlijk” krijgen we te horen. Alles wordt vastgelegd door Nariman, moeder van vier en de echtgenote van Basim. Elke week is ze te zien op de betoging, nooit zonder de camera die ze van de Israëlische mensenrechtenorganisatie B’tselem kreeg. Een kleine wegversperring die voorheen door enkele kinderen en twee Duitse meisjes was aangemaakt, verhinderde de soldaten om snel te vertrekken op zoek naar andere personen die het dorp te voet proberen te bereiken.
In het huis van Basim en Nariman worden we naar Palestijnse gewoonte hartelijk ontvangen met thee. De tv staat op, de kinderen spelen. De warme, huiselijke sfeer doet ons bijna vergeten dat er binnen een half uur weer een zware mentale en fysieke strijd zal geleverd worden. Sinds een jaar is dit een deel van hun dagelijks leven geworden. Enkel de harde knallen van de geluidsgranaten brengen ons terug in de harde werkelijkheid van een vrijdag in an-Nabi Saleh. Wanneer men zich afvraagt wat het nut is van geluidsgranaten tijdens een geweldloze betoging, kan men hier zeker de nodige vraagtekens bijzetten, wanneer er nog geen sprake is van een manifestatie.
Om iets voor twaalf trekken we naar de top van het dorp waar iedereen na het middaggebed verzamelt. We kunnen het dorpsplein enkel bereiken via velden en tuinen, want ook hier wordt de weg versperd door Israëlische soldaten en hun vijf jeeps. We tellen zo’n vijftig demonstranten. De meesten zijn van het dorp, er zijn vier Israeli’s en een vijftiental buitenlanders uit Frankrijk, België, Duitsland en Zwitserland. Met een Palestijnse vlag en een luidspreker vertrekken we. Sommigen wandelen in stilte, andere roepen “Free, free Palestina”. Nog geen vijf minuten later wordt de volstrekt vredevolle mars onderbroken door een onaangekondigde aanval van traangasgranaten. Het is onmogelijk om verder te gaan, iedereen verspreidt zich en zoekt dekking voor het spervuur.
Omdat we niets meer kunnen zien en moeilijkheden hebben met ademen verschuilen we ons in het huis van Abd al-Karim Tamimi en zijn familie. Zij geven ons onmiddellijk parfum om te inhaleren en schenken ons natuurlijk ook weer thee. We praten over zijn familie en over zijn werk. Hij is nota bene de boer die de landbouwgrond rond de waterbron bezit, maar verloren heeft aan de settlers. Terwijl buiten de strijd verdergaat, toont Abd al-Karim ons zes gaten in zijn balkon, veroorzaakt door rubberkogels een maand geleden. Ook het venster van de woonkamer waarin we zitten, is stuk en wordt nu beschermd door een houten palet. Het is duidelijk dat ook de dorpelingen die in hun huizen blijven tijdens de wekelijkse betoging niet veilig zijn voor het Israëlische geweld.
Na een twintigtal minuten besluiten we de betogers te gaan vervoegen en bedanken we de Tamimi-familie. We sluipen naar het dorpsplein waar de meeste betogers zich bevinden. Van betogen is echter geen sprake. De komende uren zullen vooral bestaan uit wachten, lijden onder de koude en de regen, en zich zo goed en zo kwaad mogelijk proberen te beschermen tegen het traangas. Enkele jongeren ofte shabab van an-Nabi Saleh zijn de enigen die zich op directe wijze durven verdedigen tegen het buitenproportionele geweld. Ze gooien stenen naar de soldaten.
Tijdens het afgelopen jaar vielen er nooit gewonden aan de kant van de soldaten. Dit is evenwel niet het geval voor de dorpelingen. Op 5 maart 2010 werd de 14jarige Ihab Barghouti boven zijn oog getroffen door een stalen kogel omhuld door rubber. Hij verbleef twee weken in kritieke toestand in een ziekenhuis in Ramallah. Enkele weken later brak een rubberkogel de hand van de Amerikaanse Ellen Stark. Op vrijdag 24 december werd de tiener Odai in de borstkas getroffen door 12 rubberkogels. Ze werden van op korte afstand afgeschoten, terwijl hij aan het wandelen was, nog voordat de betoging begonnen was.
Vandaag vallen er geen zwaargewonden. Een kind dat flauwgevallen is door het inhaleren van traangas wordt weggebracht met de ambulance, maar kan even later weer op eigen benen naar huis. Dit jongetje heeft geluk. Pas sinds twee weken is er een permanente aanwezigheid van een ambulance tijdens de betoging. Hiertoe werd door het dorpscomité besloten nadat de 19jarige Rashid aan het achterhoofd werd geraakt door een traangasprojectiel en de soldaten hem nodeloos lang lieten wachten op hulp door de ambulance van een naburig dorp niet door te laten.
Het zeer grote risico om gewond te raken, houdt de dorpelingen niet tegen om zich blijvend te verzetten tegen de nederzetting Halamish, tegen de illegale inname van hun gronden en tegen de Israëlische bezetting in het algemeen. Vandaag houdt de traangasaanval om 17u op. Een uur vroeger dan normaal laten de soldaten het dorp voor wat het is. Gaan ze zich voorbereiden op hun nieuwjaarsfeestje?
De volgende ochtend ontvangt iedereen het bericht over de dood van de 36jarige Jawaher Abu Rahma. Deze Palestijnse vrouw stierf door de inhalatie van het traangas gebruikt door het Israëlische leger tijdens de wekelijkse betoging in Bil’in. Een nieuw onschuldig slachtoffer in de strijd voor Palestijnse vrijheid, het eerste slachtoffer in 2011.
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!