Onderwijsbeleid is als mozaiek: sterk als geheel, zwak in stukjes

Onderwijsbeleid is als mozaiek: sterk als geheel, zwak in stukjes

vrijdag 27 mei 2016 09:06

U kent ze wel, de burgerinitiatieven waarbij burgers het woord opeisen en al dan niet in tegenspraak met de overheden meer inspraak wensen. Denk maar aan Ringland, die als burgerbeweging een volledige overkapping van de geherstructureerde Antwerpse Ring voorstelt. De G1000 is nog een ander voorbeeld. Via een burgerraadpleging en een burgertop wordt op innoverende wijze aan democratie gedaan. Hoewel ik me niet wil uitlaten over de inhoudelijke voorkeuren van beide initiatieven, tonen deze bewegingen wel aan dat het centraal gestuurde beleid niet meer als vanzelfsprekend wordt beschouwd. Burgers vullen hun burgerschap, en daardoor ook de democratie, meer en meer in vanuit een actief model. Individuele stemmen vormen samen een luidere stem. Die stem dient gehoord worden in de beleidsprocessen. Langs de andere kant komen er, weliswaar uit voornamelijk lokale besturen, initiatieven die het mogelijk maken om burgers hun stem te laten horen en daadwerkelijk te mogen meedenken en ook te beslissen over dit beleid. Kortom, de samenleving van vandaag wordt gekenmerkt door een verhoogde participatie en een grotere inspraak van burgers op het beleid.

In het onderwijsbeleid is dit niet anders. Steeds meer en meer wordt er vanuit de brede basis van de samenleving, het zogenaamde bottom-up benadering, nagedacht over de invulling van het onderwijs. Hierdoor spelen onderwijskwesties zich geregeld af in het publieke debat. Daarnaast krijgen burgers ook kansen om mee na te denken over het hervormen van het onderwijs. Radiozender MNM deed dit najaar bijvoorbeeld een oproep aan leerlingen om de school van de toekomst te ontwerpen. Uiteindelijk werden er tien ideeën geselecteerd, verder uitgewerkt en overhandigd aan Vlaams minister van Onderwijs H. Crevits. Toch blijft het niet bij louter meedenken over de vormgeving van het onderwijs. Lokale scholengemeenschappen krijgen meer en meer bevoegdheden en vrijheid om zelf vorm te geven aan bepaalde aspecten van het onderwijs. Dit wordt decentralisatie genoemd.

Toch lijkt deze decentralisatie van het beleid me niet dé heilige graal die als ideaal binnen het onderwijslandschap zomaar naar voren kan geschoven worden. Begrijp me niet verkeerd, decentralisatie lijkt me een goede zaak om verschillende redenen. Ik ben er namelijk dat deze vorm van democratisering beter kan inspelen op regionale noden. Echter zou ik decentralisatie als een voorwaarde stellen voor goed onderwijs, maar niet als een absolute garantie. Het lijkt me alleen maar zinvol om te spreken over decentralisatie indien deze vorm ook ingebed is in een breder gedragen omkadering. Laat me de vergelijking maken met mozaïek. Kleine, qua vorm verschillende onderdeeltjes vormen samen een mooi geheel door de manier waarop ze ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. Zowel mozaïek als een gedecentraliseerd onderwijsbeleid kan als een samenhangend en boeiend geheel getoond worden, al is één losstaand element vaak nietszeggend. Bent u nog mee?

Laat me toe dit wat meer toe te lichten. Een losstaand stukje van het beleid bekijk ik bijvoorbeeld als de  onderwijskwaliteit en interne kwaliteitszorg niet meer enkel van bovenaf wordt opgelegd, maar waarbij deze verantwoordelijk in de eerste plaats bij de scholen zelf worden gelegd. Er wordt verwacht dat de directie en het schoolteam autonoom een eigen intern kwaliteitszorgsysteem oprichten, zo leert ons de beleidsnota Onderwijs 2014-2019. De manier waarop dit vorm krijgt, kan op de eigen manier ingevuld worden, maar hierover rijzen er vragen op. Indien het misloopt, wordt de terechtwijzende vinger dan op de lokale actoren gericht? Ontloopt de overheid daarmee zijn eigen verantwoordelijkheid? Worden scholengemeenschappen, directies en leerkrachten voldoende voorbereid op deze nieuwe opdrachten? Is het niet ondenkbaar dat het slechts een puur vormelijk gegeven is, dat het geen betekenisvolle inzet heeft in het bredere onderwijslandschap? Een essentiële vraag dringt zich voortdurend bij me op: is het altijd beter om te decentraliseren, ongeacht de invulling ervan? Ik denk van niet.

Meer nog, ik ben ervan overtuigd dat dit niet de richting is die een samenleving dient uit te gaan als ze bekommerd is over het onderwijs. Slechts vanuit een algemeen gedragen benadering van het onderwijs kan er ruimte voor meer autonomie en vrijheid zijn bij de schoolgemeenschappen. In zekere mate is er dus steeds een centraliserend iets nodig die de coördinatie, het overzicht en de afstand kan bewaren. Maar wie of wat zorgt er dan voor een betere en samenhangende invulling van de gedeelde verantwoordelijkheden? Ik denk dat het antwoord niet te ver gezocht moet worden.  Rekening houdend met het huidige burgerschap ben ik ervan overtuigd dat burgerinitiatieven heel wat potentieel bieden om bottom-up een Vlaams onderwijsbeleid op te stellen en bevoegdheden te verdelen.

Kortom, laat dit geen pleidooi zijn tegen decentralisatie, maar een pleidooi voor een betere en samenhangende invulling van gedeelde verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Wat denkt u, tijd om van de onderwijsstukjes een prachtige mozaïek te maken?

Brecht

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!