Onderschrift

Magna Carta en de wereld van vandaag

maandag 15 juni 2015 19:34

Vandaag vieren we de verjaardag van Magna Carta. Het
800-jarige document waarvan er nu nog 4 originelen overblijven, leeft tot
vandaag nog voort als de eerste symbolische stap naar een maatschappij, gesteund
op wetten waar iedereen onder viel.

Op 15 juni, 1215 voelde de toenmalige Britse koning John zich
dermate politiek in het nauw gedreven door zijn Barons en Edelen, dat hij geen
andere oplossing wist dan formeel uit te schrijven dat niemand boven de wet
staat. Hiermee was een opstand, voor even, verdreven. Jammer genoeg heeft het
wel nog tot 1297 mogen duren voor een herwerkte en afgezwakte uitgave van
dit document deel werd van de Britse wet.

Wat toen niet meer was dan een wapen in de strijd om macht,
zijn we in de loop der jaren gaan interpreteren als een eerste, visuele overwinning
in de klassenstrijd tussen adel en plebs. Dat foute idee, mede gevoed door het
romantische ‘Robin Hood’ verhaal rond diezelfde periode, doet ons terug
nadenken over hoe onze westerse samenleving in die 800 jaar is ontwikkeld. Zeker
als de legitimiteit van rechtspraak meer en meer ter sprake komt. 

Deze verjaardag doet ons ook nadenken over hoe de rechtsgang,
gesteund door de wet, en zijn bijhorende rechtspraak werken. Over hoe vorm en
inhoud van elkaar verschillen. En hoe het onstaan van wetten meer vragen
verdiend dan dat ze nu krijgt.

In een ‘geconnecteerde wereld’ is, in de eerste plaats, de
scheiding der machten een utopie. Wie er belang bij heeft, doet er alles aan om
deze utopische gedachte in stand te houden. Concreet is er in België een link tussen
Magistratuur, de wetgevende macht en de uitvoerende macht op alle niveaus. Dit kan gaan van
familiale banden, zakelijke belangen, academische verwantschappen en gemengde
events tot gezamelijke buiten-professionele interesses.

Wie op een bestuursvergardering van VOKA binnenstapt zal
oud-studiegenoten herkennen van huidige topmagistraten. Diezelfde
topmagistraten hebben familiale banden met regeringsleden. Diezelfde
regeringsleden hebben dan weer een zakelijk belang met collega-parlementariërs
van andere partijen. Wie dit kluwen van CV’s, stambomen en leden- en
bestuurslijsten wil ontwaren, zal alleen maar tot één vaststelling komen.
Iedereen binnen deze groep heeft belang bij het in stand houden van de utopie.

België, dat kampioen is in het pasklaar gieten van
gustmatregelen in wetten, weet heel goed hoe ze de perceptie van een algemeen
geldende wet moet hooghouden. Bij een wetsvoorstel kraait men, plat
populistisch, hoe deze wet iedereen ten goede zal komen die deze wet aanneemt
en dat inbreuken op deze wet door elke gebruiker, vervuiler of overtreder
bestraft zal worden via de rechtspraak. Tussen dit goedklinkend wetsvoorstel en de
uiteindelijke ratificatie komt nog te veel lobbywerk aan te pas waarbij elke
belangengroep (die het zich kan veroorloven) zijn uitzonderingsregel erdoor kan
drukken. En dit tot er uiteindelijk een half zacht afgekookt stuk papier
overblijft met de illusie van een wet voor iedereen. De rechtsspraak, die zich
in bepaalde gevallen eerder over de wetsintentie dan de uiteindelijke wet zou moeten
kunnen beroepen, heeft hiermee het perfecte excuus om het kaf van het koren te
scheiden en zich te verschuilen achter de letter van de wet.

De Magna Carta werd door King John’s boodschappers
naar elke uithoek van het Rijk verstuurd om zijn woorden kracht bij te
zetten. In onze gemediatiseerde wereld helpen oude –en nieuwe media ook om de
juiste boodschap naar buiten te brengen bij de creatie van een nieuwe wet. Deze
vierde macht, die zich voorlopig nog te veel presenteerd als tool en te weinig
als klankbord voor de heersende klasse, Kan bij complete onafhankelijkheid alle
middelen in handen hebben om, beredeneerd, het volk toe te lichten waarom
universele baisideeën verworden tot schertsvertoningen. Toch lijkt het steeds
meer dat deze media, net zoals King John’s boodschappers, er andere baat bij
hebben. De macht van het getal in een sector onder druk laat weinig ruimte voor
diepgaande onderzoeksjournalistiek, wetstraatjournalistiek  zonder groupie
allure en  scherpe satire.

Het helpt natuurlijk niet dat de bestuurskamers van deze
media entiteiten ook nog bevolkt worden door mensen die eveneens vermengd zijn
met de heersende klasse door reeds bovenvernoemde belangen.

Toch is er hoop. Er begint besef op te doemen bij diverse
opinie- en beleidsmakers dat ethisch ondernemen en gestage groeicijfers hand in
hand kunnen gaan. Dat lobbywerk zoveel wil zeggen als ervoor zorgen dat de rekening betaald zal worden door een ander. Dat een stamboom niet gelijk moet staan met een inkomticket
tot de grote voordelenshow. Kortweg gezegd dat het groter, gemeenschappelijk
geheel zien, niet hoeft te vloeken met (persoonlijke) ambitie en vooruitgang.
Er is een lange weg af te leggen. Dat is jammer genoeg geen illusie. Maar de
voorzichtige stapjes in deze richting kunnen dit wonderbaarlijk bewaard
geschrift alleen maar alle eer aandoen. Al was dit initieel niet zo bedoeld.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!