Lieven Tavernier, een vergeten grootheid

Lieven Tavernier, een vergeten grootheid

dinsdag 9 maart 2010 14:52

Eind jaren vijftig, begin jaren zestig van de vorige eeuw werd de blues In de VSA door zowel het blanke als het zwarte publiek uitgespuwd. Artiesten als B.B. King werden uitgejouwd en anderen zoals Rosco Gordon werden verplicht één of andere job aan te nemen buiten de muziek. In het geval van Gordon was dit gedurende 20 lange jaren werken in een stomerij. Een heleboel groten van de blues zaten gewoon te verkommeren in één of andere negorij. Wie het zich kon permitteren zocht zijn heil in Europa waar er vanaf 1964, dankzij een aantal Britse muzikanten, een bluesrevival op gang was gekomen. Zeer terecht had de muziekpers hier veel kritiek op hoe de Amerikanen met hun muzikaal erfgoed omgingen maar dat er ook bij ons, nu, op dit ogenblik slordig wordt omgegaan met onze muzikale grootheden blijkt uit het volgende verhaal.

In 1990 bracht Jan De Wilde de cd ‘HéHé’ uit. Die cd werd, terecht, alom bejubeld. Op die cd staan ‘De Fanfare van Honger en Dorst’, ‘De Eerste Sneeuw’ en ‘De Verdwenen Karavaan’. Zowel ‘De Fanfare’ als ‘De Eerste Sneeuw’ zijn ondertussen uitgegroeid tot klassiekers en eindigen steevast in de bovenste regionen van ‘100 op 1’, de door de Radio 1 luisteraars verkozen honderd beste Belgische producties. Door bijna alle radiopresentatoren en muziekjournalisten worden deze drie nummers zo goed als altijd toegeschreven aan Jan De Wilde maar zij dwalen en blijven dwalen.

De Wilde heeft de meeste van de nummers die hij zingt inderdaad zelf geschreven maar de drie hogervermelde pareltjes net niet. De auteur heet Lieven Tavernier. Deze bescheiden maar talentrijke Gentenaar timmert al jaren aan de weg maar zijn cd’s hebben nooit de weg gevonden naar het grote publiek. Ik geef grif toe dat Tavernier niet bepaald iemand is die de spotlights opzoekt, eerder het tegenovergestelde maar dat doet niets af aan het feit dat hij tussen 1995 en nu vier heerlijke cd’s afgeleverd heeft die overal goeie kritieken kregen maar op de radio zo goed als niet te horen waren. Alles samen zijn dat 48 liedjes waarvan geen enkel ondermaats is. Tekstueel zijn het stuk voor stuk pareltjes met een sobere maar efficiënte muzikale begeleiding. Dat is veel meer dan wat de op de radio grijsgedraaide Yevgueni’s en Buurmannen van deze wereld ooit voor elkaar zullen krijgen. Binnen ons taalgebied staat Tavernier op eenzame hoogte en is hij uniek. Als er dan toch moet vergeleken worden dan plaats ik hem naast grootheden als Dylan, Cohen, Newman, Prine…met dat verschil dat zij het geluk hebben in het Engels te zingen.

Hoewel de optredens van Tavernier eerder schaars zijn, komt zijn melancholische, van weemoed doordrenkte muziek live toch zeer goed uit de verf  en zeker als hij terzijde gestaan wordt door ‘De Zondaars’, een groep puike muzikanten zoals daar zijn Bruno Deneckere en Nils De Caster (ex-Pink Flowers), Yves Meersschaert en Mario Vermandel die ook op de cd’s uitgebreid aanwezig zijn.

Niettegenstaande al dit fraais wordt er, als het over muziek van eigen bodem gaat, bijna nooit melding gemaakt van Lieven Tavernier. Is dat onwil of onkunde? Ik denk eerder het tweede. Programmamakers laden zich liever leiden door formats en de hype van de dag en zijn gewoon vergeten dat het in de muziek om de muziek draait en niet om wat op het moment goed in de markt ligt.

Laat ons toch maar hopen dat het Lieven Tavernier niet vergaat zoals de Amerikaanse bluesgrootheden en dat hij alsnog de plaats krijgt die hij verdient want tot op heden heeft hij al een belangrijke bladzijde geschreven van de vaderlandse muziekgeschiedenis en hij is nog lang niet uitgezongen.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!