Into the wild

Into the wild

donderdag 28 oktober 2010 20:17

De afgelopen twee maanden heb ik kunnen acclimatiseren in wellicht de veiligste zone van gans de wereld: Jeruzalem. Wie het land binnen mag is reeds goed gescreend en al deze veilig bevonden bezoekers kunnen dan nog eens rekenen op een machinegeweer met aanhangend persoon op iedere hoek van de straat en aan iedere toegangsweg tot de oude stad. Om niets aan het toeval over te laten patrouilleren er ook nog willekeurig wat ordehandhavers door de straten van het westen en zijn busstations, postkantoren, banken, openbare diensten,… van gewapende mannen voorzien.

Lang genoeg van deze veilige haven genoten en ik vond het tijd om mijn stoute schoenen aan te trekken en het avontuur tegemoet gaan. Hoogtijd om kennis te maken met de Bedoeïens uit de Negev-woestijn.

Deze aanvankelijke nomaden zijn door de loop der tijden, en vooral door het massatoerisme, sedentair geworden. De grote gezinnen zijn ingewisseld voor grote groepen toeristen en de kamelen voor 4X4’s, wie durft nu nog zeggen dat de moslims achter zijn op hun tijd? Op het eerste zicht weinig interessants te ontdekken maar deze Bedoeïens leven in Israëlisch gebied en worden ondanks hun islamitische geloof erkent als Israëliër. De laatste maanden zijn hun kampen wel met regelmaat eens overvallen of platgebrand door joden die van mening zijn dat alle moslims in Jordanië horen te wonen maar voor dit bij wet wordt vastgelegd hebben ze dezelfde rechten en plichten als iedere andere Israëliër. Vele voordelen wist Bedoeïen Suleyman aan zijn nationaliteit niet vast te koppelen. Hij heeft het recht om de luchthaven van Tel Aviv te gebruiken maar is er nog nooit minder dan zes uur ondervraagd geweest voor hij voorbij de security geraakte en gemakkelijkheidshalve neemt hij dus maar steeds het vliegtuig uit Jordanië, zoals iedere andere Palestijn. Ook de Palestijnse gebieden blijven voor hen een mysterie want de Israëlische veiligheid beperkt niet enkel de bewegingsruimte van de Palestijnen, een kleine groep Palestijnen hebben het ongelofelijke geluk hun ganse land te kunnen bezoeken, terwijl de Israëliërs zich moeten tevreden stellen met hun eigen deel. Steden als Ramallah of Bethlehem zijn voor hen verboden gebied. Niet de Palestijnse Autoriteit maar hun eigen verkozen regering verbiedt hen hier voet aan grond te zetten, veel te gevaarlijk tussen alle terroristen.

Het aanhoren van al deze restricties en gevaren deed de adrenaline wat opborrelen in het midden van de rustige woestijn maar gelukkig kwamen er net drie bussen met zeventien- à achttienjarige scholieren toe die natuurlijk gans hun reis geëscorteerd worden door gewapende veiligheidsagenten, je weet maar nooit wanneer er een jihad door de woestijn zou waaien. De plaats werd door gewapende mannen verkend en de jongeren konden al snel hun tenten veilig en wel opzetten om te kunnen genieten van het prachtige natuurreservaat.

Eens gesetteld kwamen enkele jongeren ook de buitenlanders gedag zeggen door mij mijn waterpijp afhandig te maken. De eigenaar van het kamp wees de scholieren er op dat zij er als minderjarigen niet mogen roken en al zeker niet ongevraagd dingen van de andere gasten mochten afnemen. De jongeren barstten in woede uit want de achterlijke Arabier verstond weer eens helemaal niks van hun manier van gasten verwelkomen. Ook de meisjes kwamen ons gedag zeggen en toen ze merkten dat we geen Hebreeuws spraken waren ze zo vriendelijk om ons direct alle scheldwoorden te laten aanhoren. Na een scheldtirade van enkele minuten vonden ook de toekijkende leerkrachten de eloquente les welletjes geweest en ook de meisjes dienden af te druipen, gedaan met lessen Hebreeuws.

De saaie nacht van oorverdovende stiltes en eindeloze sterrenhemels zoals je deze alleen maar in woestijnen nog terugvindt was nog maar ingezet of de jonge joden waren wederom zo vriendelijk om ons van op een afstand kennis te laten maken met hun mooie cultuur. Een grote stereo-installatie deed de sobere stilte verdwijnen en het natuurreservaat veranderde in een openlucht-discotheek. Intro’s van Hebreeuwse schlagers werden afgewisseld met commerciële technodeuntjes en zo kregen we indirect ook een lesje actuele muziekgeschiedenis en dit dan nog wel gans de nacht. De gasten die wilden slapen hadden de muziek liever iets stilletjes gezien maar de gewapende mannen die ook als ombudsdienst fungeerden hadden geen oren naar de klachten van deze cultuurbarbaren, soms appreciëren mensen ook niets.

Na een dagje kennis te hebben gemaakt met de cultuur en taal van de jongeren dachten we dat we de basislessen reeds hadden gezien maar er bleek meer. Naast de buitenkant van het superieure ras konden we ‘s morgens ook de jongeren hun binnenkant bewonderen in de toiletten en douches van het kamp. Voor ze de natuur introkken hadden ze hun natuurlijke behoeften achter gelaten en de muren waren fraai gedecoreerd met stront aan toiletpapier en bebloede maandverbanden.

Suleyman zat er wat beteuterd bij en niet direct om de grote schoonmaak die hem te wachten stond, hij was eventjes de vernederingen beu want de jongeren hadden hem er voor vertrek in de natuur op gewezen dat hij er maar voor kon zorgen dat alles kraaknet was voor ze terugkwamen. Hij vertelde ons dat hij er dag na dag minder goed tegen kon om “Arabische hond” genoemd te worden door zijn landgenoten. Hij excuseerde zich voor het nachtelijke lawaai en had blijkbaar de jongeren gevraagd om de anderen te respecteren maar gesteund door de nodige geweren hadden ze hem al lachend terug de weg naar zijn keuken gewezen.

Met enig cynisme liet hij nog weten dat ook deze generatie klaar is voor het leger maar werd er niet beter geïnvesteerd in de educatie van de jongeren in plaats van de veiligheid? Ik verschoot even van de wijsheid van de achterlijke Arabier!

T.T.

 

Deze reportage kwam tot stand met de steun van het Fonds Pascal Decroos:
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!