Duizendmaal neen!?
Democratie, Turkije, Islam, Kif Kif, Nationalisme, Pkk, Mediawatch, Marlies Casier, Kemalisme -

Duizendmaal neen!?

maandag 8 maart 2010 11:15

08-03-2010 | Marlies Casier (Universiteit Gent) en Joost Jongerden (Wageningen Universiteit) | Kif Kif Mag Turkije bij Europa? Deze vraag zorgt bij momenten voor hevige debatten. Een eerste opzoeking van de berichtgeving over Turkije’s toetreding van de voorbije jaren leert alvast dat de issue vooral in tijden van (Europese) verkiezingen populair is.

Het debat over de omstreden toetreding van Turkije tot de Europese Unie en waar het werkelijk over gaat.

‘Een uitbreiding met Turkije is op geen enkele manier te vergelijken met vorige uitbreidingsgolven. Turkije is Europa niet, en zal dit nooit zijn ….. Feit is echter wel dat de universele waarden die gelden in Europa, en die ook in de christelijke leer fundamenteel zijn, zullen verwateren door de toetreding van een groot islamitisch land als Turkije.’ (Herman Van Rompuy, in de Belgische Kamer van Volksvertegenwoordigers, 2004).

De uitspraak van CD&V politicus en voormalig Belgisch premier Herman Van Rompuy werd opgerakeld in de Turkse en Vlaamse pers, naar aanleiding van Van Rompuy’s benoeming tot President van Europa. Van Rompuy’s statement geeft uitdrukking aan opvattingen die binnen Europa een groeiend draagvlak lijken te kennen, niet in het minst als gevolg van de politieke recuperatie van Turkije’s mogelijke toetreding tot de Europese Unie door Christendemocratische en nationalistische partijen.

Een eerste opzoeking van de berichtgeving over Turkije’s toetreding van de voorbije jaren leert alvast dat de issue vooral in tijden van (Europese) verkiezingen populair is. In maart van vorig jaar citeren verschillende kranten uitlatingen van Vlaams Belang-kopstukken over de Turkse toetreding: ‘Wij willen de beste betrekkingen met Turkije. Maar neen, duizendmaal neen, wij willen geen islamitisch Turkije in de Europese Unie. Niet vandaag, niet over tien jaar, niet over vijftien jaar, nooit!’, brulde Vanhecke naar zijn toehoorders. (berichtgeving verkiezingsmeeting Vlaams Belang, het Nieuwsblad, 9 maart 2009). Ook in Nederland wordt waar het het lidmaatschap van Turkije betreft de anti-Islam trom beroerd. Geert Wilders, voorman van de extreemrechtse  Partij voor de Vrijheid PVV die afgelopen gemeenteraadsverkiezingen electoraal succes boekte stelt: “De PVV wil geen uitbreiding meer van de EU, zeker niet met islamitische landen. We hebben al veel te veel islam in Nederland en Europa.” Hij vervolgt: “Meer import van de achterlijke islamitische cultuur is ongewenst, onze Europese cultuur is gestoeld op de christelijk-joodse en humanistische cultuur, niet op de islamitische.” Ook de ChristenUnie wijst een lidmaatschap van Turkije van de EU af, deels op culturele gronden. De partijen bevinden zich echter onder een select gezelschap. De meeste politieke partijen in Nederland zijn voorstander van een Turks lidmaatschap, en maken dat afhankelijk van voortschrijdende hervormingen in Turkije, welke draait om vrijheid van meningsuiting, respecteren van mensenrechten en, en democratisering. 

De argumenten tégen de mogelijke toetreding van Turkije reiken natuurlijk verder dan de vrees voor de mogelijke gevolgen van de integratie van een in meerderheid islamitisch land – al wordt dit laatste bijna steevast mee opgenomen in het lijstje. In Vlaanderen zijn de N-VA (Nieuw Vlaamse Alliantie), Vlaams Belang en CD&V tegen de toetreding van Turkije tot de EU. Groen!, SP.a en VLD zijn voor, op voorwaarde dat Turkije een grondige democratische omwenteling ondergaat. De N-VA stelt op haar site: De toetreding van Turkije is een debat over de vraag welke Europese Unie we willen.  De N-VA geeft prioriteit aan de verdere verdieping en kwaliteitsvolle uitbouw van de huidige Europese instellingen wat aansluit bij de vraag van de Europese burgers. (http://www.n-va.be/verkiezingen/programma/europees4.asp) In plaats van de toetreding is de partij voorstander van een gepriviligeerd partnerschap met Turkije. Het staat met niet zoveel woorden op de website, maar de partij gelooft dat de toetreding van Turkije een enorme financiële belasting zou vormen voor de huidige Unie, die de huidige Europese uitgaven aan ondermeer de landbouw onmogelijk zouden maken. Daarnaast wordt het argument van de ‘geografische grenzen van Europa’ aangehaald, populair bij alle tegenstanders van Turkije’s toetreding, al dan niet gevolgd door de slippery slope argumenten dat ‘eens we Turkije toelaten, we Marokko ook niet meer kunnen weigeren’.

Bart Staes, Europarlementslid voor Groen! stelt op zijn blog dat het Europese project in de eerste plaats een vredesproject is, een middel tot conflictpreventie en dat hij daarom net voorstander is van Turkije’s toetreding. “Doorheen de gesprekken Turkije de weg tonen naar meer democratie, eerbied voor de rechtsstaat, respecteren van de rechten van minderheden. De minderheden in Turkije (Alevieten, Koerden, etc.) vragen ons allemaal de onderhandelingen te gebruiken om hun rechten te versterken en te vrijwaren… Het is nog niet perfect maar er is progressie. Bovendien moet Turkije doorheen de onderhandelingen onze milieu- en sociale normen overnemen. Ook dat is een goede zaak.” De SP.a stelt: “Sp.a is voorstander van de onderhandelingsgesprekken met kandidaat lidstaat Turkije. Het perspectief van lidmaatschap is de motor voor het hervormingsproces naar een moderne democratische staat. Turkije is meer dan 50 jaar lid van de NAVO en heeft een belangrijke en centrale geopolitieke positie.” Echter, enkele zinnen verder lezen we dat “Op basis van het onderhandelingskader, de criteria en voorwaarden die vooropgesteld zijn en de jaarlijkse rapportage door de Europese Commissie gaan we er van uit dat de Unie niet over 1 nacht ijs zal gaan. Bovendien is men er zich bewust van dat de uiteindelijke toetreding voldoende steun zal moeten genieten, zowel binnen de lidstaten als binnen Turkije zelf.” (http://www.s-p-a.be/nationaal/ideeen/standpunten/detail.asp?iThemaID=129#) Dit lijkt te impliceren dat de partij ultiem haar steun misschien toch zal laten afhangen van het draagvlak dat ze op dat moment al of niet vindt onder de (potentiële) kiezers.

De stellingnames binnen de politieke partijen en het kiespubliek blijken alvast communicerende vaten, en wel zo dat ondertussen twee derde van de Vlamingen tegen de toetreding van Turkije is (Bernard Bulcke, De Standaard, 9 maart 2009). In Nederland kant 7 op de 10 Nederlanders zich tegen de toetreding. Bij de kiezers van de ChristenUnie en PVV lopen de tegenstanders zelfs op tot bijna honderd procent. Maar ook bij de Nederlandse is SP is maar liefst 60% van de kiezers tegen. Enkel GroenLinks en PVDA zijn daar, met hun kiespubliek, voorstanders. De groeiende weerstand tegen Turkije’s toetreding roept de vraag op of de partijen wel het standpunt van de kiezers volgen, dan wel kiezers de partijstandpunten? Het mag uit de bovenstaande citaten alvast blijken dat er aardig gepolemiseerd wordt door de grote politieke actoren, waardoor het doembeeld van Turkije’s toetreding alleen maar groter geworden is.

Als antwoord op de vele politieke uitlatingen tekende Vlaamse politiek commentator Paul Goossens op: De kwestie-Turkije is geen simpel dossier. Niet zozeer omdat Turkije een complex land is, de Turkse democratie nog altijd veel mankementen vertoont en er nog aan de rechten van minderheden, vrouwen en vakbonden getimmerd moet worden, wel omdat het debat over Turkije in eerste instantie over ons Europese zelf gaat. Over de grenzen van het Europese wij, over de demonen van het verleden, over de Europese ambitie om de islam in de democratie te verankeren en daarmee het verschil te maken.” (Paul Goossens, De Morgen, 11 april 2009). Dat de steeds terugkerende hetze over de toetreding van Turkije inderdaad misschien in de eerste plaats over onszelf gaat en onze demonen blijkt ook uit de opiniestukken van liberale denkers in Vlaanderen. Zo stelt Dirk Verhofstadt in een opiniestuk pro-toetreding dat “Als we de deur voor Turkije gesloten houden, geven we vrij spel aan al diegenen die de Turken willen terugbrengen tot één enkele identiteit, die van het moslim-zijn. Dan duwen we dit enorme land in de gretige handen van de islamisten met hun bedenkelijke agenda over de mensenrechten vooral dan wat vrouwen betreft. Alleen al voor de Turkse vrouwen, de helft van de bevolking, moeten we onze deur open houden.”  (Dirk Verhofstadt, de Standaard, 7 april 2009). Evenzo blokt Mia Doornaert in haar opiniestukken “…Turkije, waar de rol van de islam elke dag toeneemt,…” (3 april 2009). Verhofstadt dweept met de Turkse Nobelprijs-winnaar voor de literatuur Orhan Pamuk om zijn argumenten kracht bij te zetten, zo stelt hij: “De auteur ervaart de emotie van de schaamte die verborgen ligt in de betrekkingen tussen Oost en West, tussen islam en christendom, of – zoals hijzelf definieert ) tussen traditie en moderniteit”, om enkele zinnen verder dezelfde associaties in dezelfde volgorde toe te passen op het Europese vraagstuk: “Een Europa dat alleen gebaseerd is op het christendom, zal een plek zijn die niet realistisch is, die niet gericht is op de toekomst, maar op het verleden, die zich in zichzelf keert, net als Turkije wanneer dat enkel aan religie kracht probeert te ontlenen”. Vooraleer Dirk Verhofstadt zich verder als Turkije-specialist dacht te kunnen ontpoppen was Professor Dirk Rochtus er snel bij om er op te wijzen dat het voornaamste probleem in Turkije nog steeds het Turkse nationalisme is (De Standaard, 7 april 2009). Echter, afgezien van de incorrecte analyses is het belangrijk om bovenstaande citaten te ontleden.

De aangehaalde uitspraken – evenals de agressieve woordkeuze die door sommigen wordt aangewend – getuigen van verschillende zaken. Nog voor een politieke identiteit voor Europa en Europees burgerschap goed en wel kan doorgedacht en betracht worden lijkt een oefening in identiteitsvorming reeds in de maak. Net datgene wat we duidelijk niet (willen) zijn wordt benadrukt: we zijn geen vrouwenhaters, geen traditionalisten, geen moslims en anders dan hen wel deelachtig aan de ‘Europese waarden’. Turkije wordt door dit soort benaderingen – zelfs in een stuk dat net in het voordeel van haar toetreding zou moeten pleiten – netjes gecategoriseerd onder die landen waar de potentiële gevaren zouden lonken. Europa kan Turkije in haar beschaafde wereld binnentrekken, uit de ‘gretige handen’ van de dreigende islamisering.  Zelfs aan de linkerzijde lijkt men niet te ontsnappen aan de gangbare logica, want ook al  wordt kritiek geleverd op aangewende religieuze en culturele argumenten, verschillende linkse partijen stellen tegelijkertijd dat door Turkije lid te laten worden er een brug kan geslagen worden tussen het Westen en de Islamitische wereld, waardoor ze de dichotomie die ze trachten te ontwijken opnieuw reproduceren. Erger dan de islamofobe uitingen die in verschillende discours aangewend worden en die uitdrukking zijn van bredere tendensen sinds 9/11 is echter dat er volledig voorbijgegaan wordt aan de werkelijke inzet van Turkije’s toetreding.

Wat met de toetreding van Turkije op het spel staat is niet de teloorgang (zoals de conservatieve krachten verkondigen) of de redding (zoals liberalen en sommigen ter linkerzijde geloven) van de Europese beschaving. Wel is de inzet de toekomst van de 70 miljoen inwoners in het land én dat van de Europese Unie zelf, waar het de toekomst van Turkije betreft. De toetredingsonderhandelingen zijn van groot belang voor de democratische transformatie die het land doormaakt. Niet zozeer de ‘islamitische erfenis’ en het vraagstuk hoe deze te ‘verzoenen’ met ‘het Westen’ is daarbij van belang, maar wel de vraag hoe het zit met de democratische ‘credentials’ van het land en hoe lokale democratische krachten binnen Turkije gesteund kunnen worden. Heel specifiek gaat dat over de mate waarin afgerekend kan worden met de invloed van het leger over de politiek en de politisering van justitie. Een civiele grondwet (de vorige dateert nog van de coupperiode begin de jaren tachtig) is daartoe noodzakelijk. Maar het vraagt ook om erkenning van de etnisch-culturele en religieuze minderheden in het land en een einde aan het dertig jaar oude gewapende conflict tussen het Turkse leger en de PKK hangen daar aan vast, immers, de rigiditeit van het Turkse nationalisme en het Kemalisme binnen de huidige machtscentra zijn mede verantwoordelijk voor het ontstaan en voortbestaan van deze kwesties. Een dergelijke democratische revolutie bewerkstellingen vraagt absoluut meer ruimte voor open publiek debat, en net daarin kan het Europees Parlement een belangrijke rol spelen. Door de toetredingsonderhandelingen kijkt de EU over de schouders mee en tikt Turkije op de vingers over de aanhoudende problemen van vrijheid van expressie, persvrijheid en vrijheid van associatie. In die zin zal het Europees Sociaal Forum in Istanbul begin juli een mooie testcase worden om na te gaan hoeveel dissidente stemmen Turkije vandaag aan kan, en of het, ja dan nee, op repressieve maatregelen zal terugvallen. Het is niet Europa dat Turkije de beschaving moet ‘binnentrekken’ om de rechten van vrouwen, minderheden of niet-moslims te redden, nee, die rechten moeten de burgers van Turkije zelf afdwingen. Echter, het nauwlettend toekijken op en de belofte van toetreding tot de Europese Unie vormen vandaag wel de essentiële ruggensteun om de verhoopte democratisering door te drukken. Dat is geen terugkeer naar Europa’s imperiale geschiedenis, maar een die staat in een internationalistische traditie. Maar ook de toekomst van de Europa staat op het spel. We staan daarbij voor de keuze of we een Europa willen dat angstig is en in zichzelf gekeerd, parochiaal en xenofoob, of een open Europa. 

 Marlies Casier (Universiteit Gent) en Joost Jongerden (Wageningen Universiteit)
 

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!