De onbestemde glimlach

De onbestemde glimlach

zondag 28 december 2014 14:18

Haast elke dag wandel ik naar het station in mijn dorp. Het is niet lang wandelen, maar ik kom elke keer toch mensen tegen. Omdat ik in het leven sta met een vriendschappelijke houding tegenover mijn medemens, probeer ik iedereen die ik tegenkom een simpele glimlach te geven. Maar mijn gebaar van beleefdheid wordt haast nooit beantwoord. Wanneer ik dan op de trein zit, denk ik altijd dat er iets schort aan de hele praktijk van glimlachen naar vreemden.

Ligt de fout bij mij? Waarom glimlach ik naar mensen en verwacht ik van hen dat ze hetzelfde zouden doen? Een bioloog zou het misschien herleiden tot voortplanting, een psycholoog zou het een dwangneurose kunnen noemen en een antropoloog kan er een giftexchange van vertrouwen in zien. Maar dit zijn allemaal geen relevante verklaringen omdat zij uitgaan van onbewuste drijfveren. Volgens mij moet voor deze kwestie eerder gekeken worden naar mijn bewuste intentie, veeleer dan te analyseren wat er op andere niveau’s zich kan voltrekken.




Mijn bewuste intentie is om beleefd te zijn tegenover mensen die ik niet ken. Beleefdheid heeft te maken met de correcte manier van gedragen in de maatschappij. Ik zou denken dat het glimlachen naar onbekenden een symbool van vertrouwen is, niet slechts betekenisloze etiquette. Het kan ook een aanwendsel zijn voor een sociale interactie, want het is vaak makkelijker om een gesprek te beginnen wanneer je dat eerste vertrouwen hebt getoond. Misschien ligt hier de sleutel tot deze kwestie, namelijk dat mensen met rust gelaten willen worden. Want wie weet kan die glimlachende persoon erg irritant blijken te zijn en voor de rest van de treinrit je storen met zijn hele levensverhaal.

Laten we toch maar wat dieper graven. Omdat het draait rond wat in de samenleving als ‘goed’ gedrag wordt bestempeld, is dit dus een kwestie van moraliteit. Omdat het mijn gedrag is, en mijn perceptie dat deze goed is, komen we bij een probleem. Namelijk, in hoeverre ben ik representatief voor de moraliteit in deze samenleving? Ik kan glimlachen naar onbekende mensen als goed beschouwen, maar doen andere mensen dat ook?

Er zijn twee mogelijke antwoorden op deze vraag. Het kan dat mensen glimlachen naar onbekenden als goed beschouwen, maar mij wantrouwen of mijn glimlach niet aanvaarden. Dat zou betekenen dat het probleem dus wel bij mij ligt, namelijk dat ik als een idioot sta te grijnzen of dat ik hen op een andere manier irriteer of beledig. Maar laten we even aannemen dat ik geen irritante pervert ben die constant mensen lastig valt door mijn voortanden te ontblootten. Het andere antwoord zou zijn dat mensen het niet hebben aangeleerd als ‘goed’ gedrag en bijgevolg het niet interpreteren als dusdanig.

Waarom dit zou zijn, is moeilijk om op in te gaan, want er kunnen een legio aan verklaringen zijn voor de afwezigheid van dit gedrag. Sommige mensen kunnen bijvoorbeeld opgegroeid zijn in een huishouden dat erg wantrouwig was tegenover vreemden, of de specifieke persoon kan een erg slechte dag in een erg slechte periode van diens leven hebben. Toch lijkt het me een kleine groep mensen te zijn die echt om dergelijke redenen niet lachen naar vreemden. Volgens mij moet de verklaring eerder gezocht worden in het collectieve veld, in de culturele en sociale structuren.

Doordat een glimlach naar een vreemd persoon als een symbool van vertrouwen kan beschouwd worden, zal de onderliggende tendens om dit niet te doen dus op wantrouwen inspelen. Vreemden wantrouwen is niet onterecht in sommige situaties, aangezien het een soort verdedigingsmechanisme is. Xenofobie wordt immers door biologen als een natuurlijke ingesteldheid beschouwd. Maar dit gevoel moet voortkomen uit een gegronde beoordeling van de situatie. Je kan niet zomaar iedereen wantrouwen omdat hij een andere huidskleur heeft, rare kleren draagt, of naar je glimlacht. Zo voed je immers vooroordelen en angsten die vaak nergens op slaan. Je kan terecht bang zijn voor een man die een overdreven groot geweer vasthoudt, maar dat gevoel is niet direct op zijn plaats wanneer diezelfde meneer drie kilo krabsla in zijn handen heeft. Overleven is immers gebaseerd op het zo goed mogelijk inschatten van situaties.

Dit wantrouwen dat bestaat tegenover de glimlachende vreemdeling komt wellicht voort uit de maatschappelijke verzuring, een sociaal proces waar veel onduidelijkheid over bestaat. Het ligt niet in mijn bedoeling om in dit artikel hier verder over uit te wijden omdat dit niet de plaats is voor een dergelijke bespreking. Verzuring of verbittering, hoe het ook gedefinieerd wordt, lijkt echter de meest voor de hand liggende dader te zijn in dit verhaal. Het maakt mensen killer en onverdraagzamer tegenover elkaar door wantrouwen te zaaien. Een glimlach van een vreemde kan hierdoor met grote achterdocht geïnterpreteerd worden.

Ik denk dat ik geen potten breek als ik zeg dat verzuring door weinig mensen wordt toegejuicht. Het helpt volgens mij niet om als een zanikende predikant iedereen op te roepen om hun gekke muts op te zetten en de straten te overspoelen in witte kledij. Een manifestatie of een middenveldorganisatie oprichten rond deze kwestie is onzin en een verspilling van geld, tijd en moeite. Het zou bovendien gewoonweg absurd zijn. Daarom pleit ik ervoor dat we het simpelweg doen, zonder al de rompslomp, media-aandacht, toeters en bellen. Glimlach naar een vreemde, ik hoop dat iemand zo moedig is om het te beantwoorden.

Zeger Verleye,

Hoofdredacteur bij ZENIT Magazine

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!