De illusie van de dialoog: Pleidooi voor een cumulverbod

De illusie van de dialoog: Pleidooi voor een cumulverbod

vrijdag 11 april 2014 12:42

Om de zoveel tijd duikt de discussie over het cumuleren van mandaten nog eens op. Een zogenaamde cumul is meestal een combinatie van een hoger (federaal of regionaal) met een lager (doorgaans lokaal) mandaat. Vaak blijft dit niet beperkt tot gemeenteraadsleden. Ook burgemeesters en schepenen, ook deze van de grotere steden, ambiëren vaak een zetel in een hoger parlement. Het is zelfs niet moeilijk dit te verdedigen. De dorpsstraat moet vertegenwoordigd worden in de wetstraat, heet dat dan ietwat populistisch, want vaak primeren de centrale partijbelangen op de lokale individuele belangen. Het vergt al enige invloed om vanuit het laagste niveau tegen de hoogste echelons in te gaan.

Het gaat echter nog verder dan dat. Politici hebben in België gemiddeld 6,5 mandaten. Dit komt naast onze ingewikkelde staatsstructuur ook onder meer door de wildgroei aan verzelfstandigde agentschapen, politieke vzw’s en intercommunales, en de gewoonte om daarnaast ook nog posities in raden van bestuur te verzamelen. Deze zijn vaak ook nog eens bezoldigd, waardoor er naast bedenkingen vanuit democratisch oogpunt, ook twijfels kunnen ontstaan of de beweegredenen van de personen in kwestie wel zo idealistisch zijn.

België kent weliswaar een bepekt cumulverbod, in Wallonië weliswaar. Daar is het samengaan tussen nationale en lokale mandaten reeds ingeperkt. Ook in het Europees parlement is dit principe aangenomen. Daar mag een lid van het Europese parlement niet tegelijk zetelen in het eigen nationaal parlement. Dit vloeit voort uit het idee dat het Europese parlement in de tripod van de Europese structuren de Europese burger moet vertegenwoordigen. De belangen van de lidstaten zelf worden dan weer behartigd in de Europese Raad. Hier wil men bewust de nationale belangen uit het Europese parlement houden.

In de meeste landen is het cumuleren van mandaten niet of niet helemaal beperkt. In sommige landen leidt dit wel tot autoregulatie. In het Verenigd Koninkrijk, Canada en Australië komt het niet zo vaak voor, en niet zelden leggen politici er na een overgangstermijn toch een van de conflicterende mandaten neer. Aan de andere kant zien we Frankrijk, waar lokale kopstukken er eveneens een erezaak van maken om in de Assemblée te geraken. In dat opzicht lijken we meer op onze zuiderburen dan we zelf zouden willen toegeven.

Voorstanders van cumuls zullen echter, zoals reeds gezegd, aangeven dat de combinatie van een federaal of regionaal en een lokaal mandaat hen de mogelijkheid biedt om de lokale belangen te behartigen daar waar de beslissingen echt worden genomen. Dit is in principe het enige argument dat men mogelijks in acht zou kunnen nemen om het cumuleren van politieke mandaten goed te praten. Maar helaas, het is niet voldoende.

Partijen zijn actueel zeer centralistisch opgebouwd. Vaak is de wisselwerking tussen lokaal en regionaal, waar de beslissingen over het lokale zich voornamelijk bevinden, niet meer dan eenrichtingsverkeer. Men kan wel zeggen dat knooppunt A veiliger moet of dat bedrijvenpark B een stimulerend beleid nodig heeft om te kunnen groeien , maar alles blijft afhangen van het interessepeil van de partijgenoten die de lijnen uitzetten. Het is bijzonder naïef te denken dat het cumuleren van mandaten zorgt voor een lokale stem in de nationale politiek.

Het beklemt net de lokale dynamiek. Burgemeesters en schepenen gaan hoogstens eens vloeken op de beslissingen van hun collega’s op een hoger echelon, maar stemmen dan toch wetgeving goed die niet in het belang is van hun eigen stad of gemeente. Dit leidt vaak tot schizofrene toestanden. De dorpsstraat wordt zo niet gehoord door de wetstraat, maar men gaat lokaal hoofdschuddend bekritiseren wat men regionaal heeft meegestemd. Alle smeekbedes voor meer gemeentelijke middelen voor de gemeenten ten spijt, het maakte geen sikkepit uit. Zelfs N-VA burgemeesters fileerden hun eigen gemeente liever dan tegen de principes van Bourgeois in te gaan.

Een politicus die cumuleert is dus geen brug tussen verschillende niveaus. Integendeel. Zolang de Vlaamse Overheid hiërarchisch en met een ongeziene detailzucht de beleidslijnen uitzet, is het voor de cumuls een kwestie van ja-stemmen en uitvoeren. Men kan hoogstens hopen dat men bepaalde regionale bekommernissen op de agenda krijgt, maar zelfs dan is het een kwestie van goodwill.

Daarnaast kan men zich afvragen of het verzamelen en opstapelen van mandaten geen effect heeft op de kwaliteit ervan. Ook hier is het antwoord vaak pasklaar. Ik werk van 5 uur ’s Ochtends tot middernacht, meneer, en allemaal ten dienste van de burger. Dit kan opgaan voor sommigen en voor sommige mandaten, maar het zou sowieso het engagement ten goede komen als men zich kan focussen op een uitvoerend mandaat.

Wij stellen dan ook een absoluut cumulverbod voor tussen de drie niveaus (federaal, regionaal en lokaal). Wie op een lijst gaat staan en verkozen wordt, neemt ontslag en neemt het mandaat  waarvoor hij verkozen wordt daadwerkelijk op. Geen schijnkandidaten meer. Uiteraard zien we dit samen met een vermindering van het aantal gemeenten en intercommunales, waardoor de mandaten automatisch afnemen. Het cumulverbod geldt in eerste instantie voor de verkozen politieke functies, al is het wel aangewezen ook een limiet te stellen op het aantal mandaten in raden van besturen of intercommunales. Ten slotte pleiten wij voor transparantere kieslijsten. Daarom dient het systeem van opvolgers te worden afgeschaft.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!