De Brusselaars en het Stockholmsyndroom – Wee Brussel

De Brusselaars en het Stockholmsyndroom – Wee Brussel

donderdag 17 oktober 2013 16:53

Walen, weest meedogenloos voor de “octopus”, het “schrikgedrocht”, de “uitdijende stad”! Onverschrokken Walen, trekt ten strijde tegen de “hypertrofie” en de “buitenmaatse groei van Brussel”. 1 Deze woorden dateren uit 1963 en zijn dus precies vijftig jaar oud. Met een pen als een dolk laat François Perrin geen spaander heel van het toenmalige regeringsproject om de grenzen van de Brusselse agglomeratie een weinig te verleggen. Perrins analyse moet uiteraard worden gesitueerd in een tijdssfeer van nakende revolutie en ‘anti-imperialistische’ strijd. Ze getuigt echter ook van de diepgewortelde, gemeenschapsgebonden logica die aan de federale ‘reformating’ van België voorafging. Ze toont zonder omwegen dat er nooit – toen niet maar ook later niet – een volwaardig debat heeft plaatsgevonden over het statuut en de grenzen van Brussel, het derde Belgische gewest.

In het begin van de jaren zestig woedt een debat tussen de twee ‘taalgemeenschappen’ over de definitieve ligging van de… taalgrens 2. Die wordt vastgelegd in de wetten van 8 november 1962 en goedgekeurd door een meerderheid van Vlaamse en een minderheid van Franstalige parlementsleden 3. Volgens de Vlaamse logica vallen de grenzen tussen gewest en gemeenschap samen 4. De Franstaligen van hun kant zijn volledig in de ban van het Waalse regionalistische project, vanuit een klassenbewustzijn en het verlangen om weerstand te bieden tegen een Vlaanderen dat ze als dominant aanvoelen, maar ook – en daarin lijken ze op de Vlamingen – tegen de ‘franskiljons’, zoals de Brusselaars vaak worden genoemd.

Een jaar later, op 2 augustus 1963, keurt het parlement de wet goed die de grenzen van de Brusselse agglomeratie vastlegt. Volgens Arthur Gilson, toenmalig minister van Binnenlandse Zaken, heeft de wet “een drievoudig doel: het taalregime van de centrale administratie vastleggen; het regime van de Brussel-Hoofdstad bepalen; het probleem van de Brusselse Rand oplossen”. 5 “Het probleem van de Brusselse Rand oplossen”, is een eufemisme voor de nogal povere oplossing die wordt gevonden voor het probleem van de minderheden in de Brusselse rangemeenten. Het oorspronkelijke voorstel van Arthur Gilson bestond erin om de Brusselse agglomeratie met een twaalftal gemeenten te verruimen: de zes faciliteitengemeenten, drie Waalse gemeenten (La Hulpe, Waterloo en Braine-le-Château), maar ook twee 6 gemeenten van Vlaams-Brabant (Dilbeek en Strombeek-Bever).

Zeker, het waren de Vlamingen die protesteerden tegen Gilsons oorspronkelijke voorstel. Maar uiteindelijk waren het de Walen die hun veto stelden. Jules Descampe en Pierre Rouelle, burgemeesters van Waterloo en La Hulpe, verschansten zich achter hun wallen om het zogenaamde Vlaamse imperialisme een halt toe te roepen, terwijl ze echter de belangen van de Vlaamse minderheden in hun eigen gemeenten naast zich neerlegden. “In 1963 (…) hebben de Walen uit principe elke last geweigerd die uit taalfaciliteiten kon voortvloeien; ze wilden zich niet onderwerpen aan een dergelijke administratieve verplichting; ze wilden zich niet organiseren om de Vlaamse burgers in hun eigen taal te bedienen. Dat is in elk geval wat me ter ore kwam in Braine-le-Château, Waterloo en La Hulpe”. 7

De Waalse beweging dreef de zaak op de spits. Ze zagen in de invoering van tweetaligheid in Waterloo niets minder dan een vorm van “Vlaamse inmenging” 8 en van instandhouding van de macht van een welbepaalde klasse: enkel de Vlaamse burgerij en de franskiljons uit de bourgeoisie zouden voor tweetalig personeel kunnen zorgen. “Het Vlaamse volk had gelijk om de politieke, economische en culturele invloed van de kaste der franskiljons met wortel en al uit te rukken. De Walen zullen niet toelaten dat het land wordt bestuurd door een nieuwe aristocratie, van tweetaligen”. 9 Omdat de Brusselse franskiljons van hun kant niet in staat waren om het tweetalige statuut van Brussel hard te maken, sloten ze zich, bij gebrek aan een alternatief, bij het standpunt van de Waalse beweging aan.

Uit het voorgaande blijkt dat noch het project zelf noch de redenen om het te verwerpen, het resultaat zijn van een reëel debat over de leefbaarheid van het Brussels Gewest of over zijn grenzen.

De institutionele ontwikkelingen die volgen op de goedkeuring van de wet van 1963 liggen in dezelfde lijn. Naar aanleiding van de staatshervorming van 1970 worden de gewesten gecreëerd. Slechts twee van die gewesten zien effectief het licht op 8 augustus 1980, namelijk het Vlaams en het Waals Gewest. Het Brussels Gewest staat wel op de geboorteakte maar de eigenlijke bevalling wordt naar betere tijden verschoven. Pas op 12 januari 1989, d.i. negen jaar en een zoveelste staatshervorming later, worden Walen en Vlamingen het eens over de oprichting van het derde gewest, al is het een compromis: Brussel wordt een ‘gewestje’, aangezien het geen grondwettelijke autonomie krijgt en van zijn hinterland wordt gescheiden.

De gemeenschapsgebonden logica blijft tot op vandaag sterk aanwezig. In het noorden van het land blijft men Brussel zien als de hoofdstad van Vlaanderen en dus niet als een volwaardig, autonoom gewest. Aan Franstalige zijde blijven de vijf traditionele partijen – de ene al enthousiaster dan de andere – een onmogelijke, onrealiseerbare en provocerende Fédération Wallonie-Bruxelles promoten. Toch hoort men stilaan ook andere stemmen. Een aantal eminente Waalse regionalisten zijn voorstander van een reorganisatie van de Belgische staat op basis van vier gewesten, en kunnen zich vinden in een Brussels Gewest dat tot de 19 gemeenten beperkt blijft. 10

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!