Zonsondergang boven Kirkuk, tussen de velden. (foto: Bahram Maaruf)

Bahram in Koerdistan Dag 11: Zwarte wind

maandag 14 april 2014 13:01

Ik ben Bahram, 22 jaar oud en studeer sociaal-cultureel werk aan
de Katholieke Hogeschool Leuven. Mijn vader is een oud guerillastrijder
uit Iraaks Koerdistan. Ik heb dit jaar besloten om terug te keren naar
Koerdistan en te observeren hoe het sinds de bevrijding door de
Amerikanen veranderd is. Ik spreek de taal zelf nog maar een klein
beetje maar heb mijn vader om mij bij te staan en voor mij te vertalen.
In functie van mijn studies schrijf ik dit verslag over mijn bevindingen
als ontdekker en avonturier.

Zwarte wind

Deze nacht sliep ik nog eens in een echt bed. Op de meeste plaatsen
slapen ze hier op de grond en dat is toch niet echt zo comfortabel. Voor
de verandering in een bed slapen kan echt wonderen doen. Wat er buiten
gebeurde is echter minder fijn. Sulaymania werd geteisterd door een
zware storm. De windstoten waren zo hevig dat in en rond de stad alles
wat niet goed vast zat, werd weggeblazen.  Hier noemen ze dat zwarte
wind. Soms zijn er jaren dat er geen zwarte winden zijn maar dit jaar
kwam er toch eentje.

Heel het winkelgedeelte van de stad is onder water gelopen omdat het
lager gelegen is en de riolering het overtollige water niet aankon. Ook
buiten de stad, in de bergen, is het beginnen sneeuwen en in de ochtend
kan je een mooi sneeuwtapijtje zien liggen op de heuvels rond de stad.
Ook Piramagrun steekt nog steeds in de wolken.

De modderpoel

Wanneer we naar buiten lopen, valt het mij op dat de temperatuur
serieus gezakt is. Het is zelfs koud in vergelijking met de 20°C die we
tot nu toe gewend waren. Ik moet voor de eerste keer deze vakantie een
jas aantrekken.

We rijden samen met de vriend van mijn vader naar zijn stuk grond in
de bergen waar hij een huis aan het bouwen is. Dat stuk grond ligt aan
de achterkant van Piramagrun en terwijl we stijgen met de auto, begin ik
overal wat sneeuw te zien. Ook op de flank van de berg ligt een dun
laagje sneeuw. De top  kan ik ook niet meer zien want er hangt een dikke
laag wolken over.

We verlaten de asfaltweg om een zandweg bedekt met stenen op te
rijden. Het zand is echter geen zand meer maar is veranderd in een dikke
laag modder die blijft plakken aan je schoenen als je erdoor wandelt.
Gelukkig hebben we een 4×4 die met gemak over het wegje rijdt. Onderweg
komen we een buur tegen die met zijn auto vastzit op het wegje vlak voor
zijn oprit. Zijn auto staat dwars over de weg dus we kunnen er niet
langs. Hij is echter nergens te bekennen.

We toeteren enkele keren en hij verschijnt samen met zijn zoon. Hij
heeft geen 4×4 en probeert zijn auto los te rijden. Dit heeft geen zin
want hoe meer gas hij geeft hoe dieper de wielen in de modder komen te
zitten. Enkel een traktor kan hem eruit krijgen.

We besluiten om hem zelf te proberen lostrekken met onze auto en
vragen hem achteruit te rijden, wat nog net lukt. We rijden zijn oprit
op en maken de voorkant vast aan onze auto. We trekken hem met alle
gemak los uit het slijk. Dat hebben we dan ook weer meegemaakt. Dit land
heeft over het algemeen zeer goede asfaltwegen maar zodra je je op de
kleine zandwegen begeeft, is een terreinwagen bijna onmisbaar.

Peshmarga

Mijn vader vertelt me dat zodra het begint te regenen of te sneeuwen
het land verandert in een laag modder die blijft plakken aan je
schoenen. Lopen wordt bijna onmogelijk en je schuift om de haverklap
uit. Stel je dan voor dat je als guerillastrijder alles te voet moest
doen en de bergen je achtertuin waren. Je moest geregeld rennen voor je
leven en als het land een modderpoel werd moet dit echt een hel geweest
zijn. Toch waren de peshmarga’s de meest gevreesde en dappere strijders
die dit land gekend heeft. Voor elke peshmarga die gedood werd, stierven
er honderd Iraakse soldaten.

Ze kenden het land perfect en hadden hun tactieken tot het uiterste
verfijnd. De Iraakse soldaten werden vaak gedwongen om dienst te nemen
en hadden maar een oppervlakkige training gehad. Ook waren ze als de
dood voor de guerillastrijders omdat ze wisten hoe onbevreesd en dapper
die streden.

Peshmarga is een Koerdisch woord en betekent: ik heb de dood achter
mij gelaten. Pesh betekent achter, marga betekent dood. Ze zijn bereid
te sterven voor hun volk. In de jaren zeventig waren de peshmarga’s op
een gegeven moment nog maar met ongeveer 10.000. Ze streden tegen een
leger van twee miljoen manschappen. Mijn vader is peshmarga geweest en
de dingen die hij heeft meegemaakt kan ik mij amper voorstellen. Een
doorsnee persoon zou gek worden van de gruwelijkheden die hij gezien en
gevoeld heeft. Marteling, ondervoeding, stress, angst… zijn nog maar
enkele voorbeelden. Ik heb immens veel respect voor hem en ik ben trots
om hem mijn vader te mogen noemen.

© 2014 – C.H.I.P.S. StampMedia – Bahram Maaruf

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!