A ten year itch

A ten year itch

vrijdag 12 december 2014 18:48

Nieuwe Feiten (Radio
1, dinsdag 9 december)

Om
contact te houden met de buitenwereld wend ik me tussen de middag wel eens tot ‘Nieuwe
Feiten’, een radioprogramma op Radio 1 waarin Lieven Vandenhaute een vervolg breit aan het middagnieuws dat
meestal bol staat van faits divers uit de wereld van de politiek, milieurampen
en onrustbarende verdwijningen, als er tenminste geen koningin of zanger
schielijk verscheiden is voor de soep op tafel komt. Op het menu staan telkens
drie of vier reportages over onderwerpen waarmee een mens kan leven zonder
ervan op de hoogte te zijn, maar die desalniettemin de nieuwsgierigheid
prikkelen.

Een eerste onderwerp ging vorige dinsdag over de ‘seven year itch’ waarmee elk
zichzelf respecterend getrouwd of samenwonend koppel te maken heeft na zeven
jaar gave en goed te hebben gedeeld. Je kent dat wel: verliefd worden, trouwen,
kinderen krijgen, maar dan plots op elkaar uitgekeken zijn en vreemdgaan.  De term komt uit een toneelstuk van George Axelrod dat wereldberoemd werd
na de verfilming ervan door Billy Wilder
met Marilyn Monroe in de hoofdrol –
u herinnert zich ongetwijfeld haar opwaaiende witte jurk.   Relatiedeskundige Rika Ponnet kwam vertellen dat de ‘seven year itch’ in
werkelijkheid een ‘ten year itch’ is, althans dat hadden wetenschappers van een
of andere Amerikaanse universiteit uitgeplozen.  Nu ja, tien jaar is een gemiddelde, drie,
vier, negen jaar, wat doet het ertoe? En om vreemd te gaan moet je er eerst van
uitgaan dat monogamie de beste omgangsvorm is, wat wellicht velen, ondanks het
trouwboekje, in twijfel trekken. Rika Ponnet zei dat we na tien jaar gewoon
enkele jaren moesten doorbijten en dan zou de relatie zich stabiliseren. Nu,
samenblijven én vreemdgaan is natuurlijk ook een optie.

Daarna
ging het over ‘draadslachtoffers’, vogels die in hun vliegende verstrooidheid
tegen een hoogspanningskabel sjezen en neerstorten. Het zou in België alleen al
gaan om 170.000 à 500.000 stuks, vandaar wellicht dat onze akkers vol dode
reigers, houtsnippen, ooievaars, ganzen en eenden liggen. Als daar maar geen
vogelgriep van komt. Vraag was: wat doen we ertegen? Jan Rots, directeur van Vogelbescherming Vlaanderen zei dat
netwerkbeheerder Elia er rode en witte bollen aan wil hangen, alsook
‘vogelkrullen’, een soort spiraalvormige waarschuwingsguirlandes.

In
‘Nieuwe Feiten’ maakt Lieven Vandenhaute vaak gebruik van geluidsopnames uit
films of tv-uitzendingen. Dinsdag liet hij iets horen uit een internetfilmpje
van Zwitserse moslims die gemaskerd en vendelzwaaiend door het sneeuwlandschap
stappen om hun ongenoegen over de Zwitserse discriminatie t.o.v. de islam
kenbaar te maken. Correspondente Renske
Heddema
mocht tekst en uitleg verschaffen. Het ging over een zeer professioneel
gemaakt propagandafilmpje dat aan IS deed denken en in Luzern en omstreken
nogal wat ophef veroorzaakte. Heddema verzekerde ons dat het allemaal wat
overroepen was en dat de extreme Islamitische Centrale Raad slechts een heel
klein deel van de Zwitserse bevolking vertegenwoordigde, maar in gedachten zag
ik Dyeb Abou Jahjah al met een stoet
hoodiedragende AEL’ers in colonne langs de kustlijn marcheren om uiteindelijk
Het Zoute in te nemen en tot kalifaat uit te roepen.  Riante villa’s met verwarmde zwembaden in de
tuin, wat wil IS nog méér?

Het
laatste item van de dag werd ingeleid door een geluidsopname van ‘Man Bijt
Hond’ uit de jaren negentig van de vorige eeuw, waarin de woordspeling ‘Hoelang
is een Chinees’ centraal stond. Het probleem met veel van die oude opnames is
dat de geluidskwaliteit een stuk minder is dan die van de uitzending zelf,
waardoor het programma een technisch dipje krijgt. Bovendien duren ze meestal
wat te lang, in dit geval meer dan twee minuten. Aanleiding voor ‘Hoelang’ was
een recente Chinese wet die een verbod heeft uitgevaardigd tegen woordspelingen
in de media. Sinologe Ann Heirman
van de Gentse universiteit zei telefonisch dat woordspelingen in China
bijzonder populair zijn en gaf ook enkele voorbeelden waarvan – mijn Chinees is
niet meer wat het geweest is – de pointe mij ontging. Ze zei dat het verbod paste in
een algemene richtlijn van de overheid om de taalcultuur op niveau te houden.
Ook dialect en Engelse leenwoorden zijn uit den boze, nieuwe spreekwoorden of
zegswijzen zijn taboe. Op de vraag of daar iets achter zit, moest Ann Heirman
het antwoord schuldig blijven. Het was mogelijk dat politici lange tenen
hadden, zei ze, maar ze wist het niet zeker. Ze gaf het voorbeeld van de
voormalige president Hu, wat nogal wat woordgrapjes opleverde als ‘Who is Hu?’,
waar Hu dan misschien wel niet om kon lachen. Heirman zei ook nog dat de wet
moeilijk af te dwingen zal zijn, want er zijn in China duizenden radio- en
televisiezenders die hun laars lappen aan al die richtsnoeren van de overheid.
Er is dus nog hoop voor Geert Hoste
in China.

Pompidou (Klara, woensdag 10
december)

Ik ken
geen enkele radiozender waarop zoveel verheerlijkt, verafgood, opgehemeld,
geroemd, aanbeden en geflirt wordt als Klara. Deze cultuurzender van de VRT is
zowat de Dag Allemaal van de
cultuurconsument. Een jukebox van klassieke muziek, af en toe onderbroken door weetjes die al snel vergeetjes worden, propaganda voor tentoonstellingen, podiumkunsten
en de boekensector, in de vorm van voorbeschouwingen, recensies en interviews,
meestal opgediend in een geur van wierook en mirre.

In
‘Pompidou’ van vorige woensdag had Chantal
Pattyn
, moeder overste van Klara, illustrator Carll Cneut te gast naar aanleiding van de interactieve tentoonstelling
‘In My Head’ in de Gentse Sint-Pietersabdij.  Bij wijze van inleiding vroeg Pattyn hem of
hij wist hoeveel prijzen hij al had gewonnen in zijn leven, waarop de kunstenaar
het antwoord schuldig bleef. Wat Pattyn als valse bescheidenheid meende te
mogen interpreteren, complimenteus bedoeld weliswaar, want als je de tel kwijt
bent, betekent dat: heel veel. Ik bijvoorbeeld, weet nog heel goed hoeveel
prijzen ik in mijn leven gewonnen heb: geen. Of wacht, ik zou liegen, als kind
heb ik eens een tekenwedstrijd van de Melkbrigade gewonnen, twee kratten
yoghurt, al telt dat waarschijnlijk niet mee.

Ik ken
het werk van Carll Cneut niet zo goed omdat ik nooit kinderboeken koop (mijn kleinkinderen
krijgen liever elektronische cadeautjes). Als ik eens in Gent ben, wip ik zeker
eens binnen in de abdij, niet omdat ik de behoefte voel om ‘door te dringen tot
in het hoofd van de kunstenaar’, maar omdat ik wel hou van ‘prachtige prenten’,
zoals Pattyn Cneuts oeuvre artistiek allitererend omschreef.  De tentoonstelling kwam tot stand in
samenwerking met stand-upcomedian Wouter
Deprez
, een dorpsgenoot van Cneut, en vertelt het verhaal van Cneuts jeugd.
Op een boerenerf ergens tussen Dadizele en Geluwe, zei Pattyn, in het
West-Vlaams uitgesproken als Deizele
en Gilwe, waardoor ‘geen mens
verstaat waarover het gaat’, waarmee de moeder overste van Klara fijntjes insinueerde
dat West-Vlamingen geen mensen zijn, toch zeker niet het gepeupel dat in de
omgeving van Deizele en Gilwe woont. 

Cneut
zei dat de reproducties van macaronifabrikant Soubry cruciaal waren in zijn
ontwikkeling tot tekenaar, alsook het tekenen van Mickey Mouse voor het
slapengaan, samen met zijn jonggestorven vader. Op zeker ogenblik begon Cneut
over zichzelf te vertellen in de hij-vorm. Althans dat dácht ik, maar even
later bleek dat Chantal Pattyn tussendoor iemand anders aan het woord gelaten
had: Dirk Leyman, wiens stemtimbre
nogal overeenkomt met dat van Carl Cneut.  De derde gast in het programma, de filosoof Stéphane Symons, werd gelukkig wat explicieter aangekondigd. 

Voor Dirk Leyman het hoogste woord verleend
werd, kregen we een geluidsopname uit de tentoonstelling te horen, waarin Cneut
(in de woorden en met de stem van Wouter Deprez) vertelt over hoe zijn Brugse
tante hem aanzette tot het verzamelen van Soubrypunten om uiteindelijk de
vermaarde kunstboeken te kunnen aanschaffen. Ik vroeg me wel af waarom Chantal
Pattyn de West-Vlaamse versie van dit verhaal liet afspelen op de openbare
radio, als toch ‘geen mens verstaat waarover het gaat’ en als er een versie in
algemeen Nederlands beschikbaar is.

Dirk
Leyman ken ik van zijn recensies in De Morgen, maar ook van zijn blog ‘De
Papieren Man’, die lange tijd bij mijn favorieten stond, tot hij er in
september 2011 mee kapte omdat ‘het beheren en
updaten van deze site een intense, veeleisende en dagelijkse bezigheid
was’.  Leyman, die het die ochtend al
uitgebreid over Patrick Modiano had
gehad in De Morgen, mocht in ‘Pompidou’ zijn leeservaring met de kersverse
Nobelprijswinnaar literatuur nog eens uit de doeken doen. Hij had het over de
‘verdichte spookstad’ Parijs, waarin zowat alle romans van Modiano zich
afspelen, over de mysteries die ontsluierd worden, over het heldere maar
spaarzame taalgebruik van de schrijver en over ‘vergetelheid’, een van de
basisthema’s in het werk. Leyman zei ook dat Modiano vooral een writer’s writer is, waarmee hij wil
zeggen dat zijn boeken graag gelezen worden door andere schrijvers, zoals David Van Reybrouck en Arnon Grünberg. Chantal Pattyn vroeg
Leyman om voor de luisteraars twee aanraders te selecteren ter introductie van
de man, die in ons taalgebied niet zo bekend is: ‘In het café van de verloren
jeugd’ (2007) en ‘Villa Triste’ (1975). Omdat Modiano ervan uitgaat dat elk
nieuw boek van hem de vorige wegwist, raad ik persoonlijk ‘Als je maar niet in
de wijk verdwaalt’aan, dat in februari 2015 bij Querido uitgegeven wordt, maar
nu al in het Frans verkrijgbaar is.

Voor Stéphane Symons het mocht hebben over Arthur C. Danto, kregen we ‘Je fais des puzzles’ van Françoise Hardy te horen, op tekst van Patrick
Modiano. “Het is niet de beste versie ervan,” verzekerde Chantal Pattyn ons,
als wou ze zich verontschuldigen voor zoiets lichtvoetigs op Klara. Modiano had
deze tekst overigens niet in zijn eentje geschreven, maar samen met Hughes de Courson en wat we te horen
kregen was ook de enige versie die ervan bestaat, maar dit geheel terzijde.

Van de vorig jaar overleden kunstcriticus Arthur C. Danto bracht
uitgeverij Prometheus onlangs het boek ‘Wat kunst is’ uit, zeg maar het
zoveelste werk waarin een poging gedaan wordt om de definitie van kunst
definitief te vatten. Stéphane Symons had het gelezen en bracht
er verslag over uit in ‘Pompidou’.  Kort
samengevat kwam het hier op neer dat Danto kunst ziet als ‘belichaamde
betekenis’, waardoor het boek dan toch geen definitieve definitie geeft van wat
kunst is. Andy Warhols ‘Brillo Box’
zou in 1964 zijn hele leefwereld en zijn manier van denken overhoop hebben
gehaald. Voor lezers die ‘Brillo Box’ niet kennen: het gaat om een ordinaire
doos zeeprondjes. Wat doet de popart volgens Danto? ‘Hij zoekt iets schijnbaar
banaals en hij wil aan de hand van dat banale object iets zeggen. Hij verandert
dat banale tot een communicatiemedium.’ 
Goed, wou Chantal Pattyn weten, maar wat moeten we dan met Marcel Duchamp, die een halve eeuw
eerder al hetzelfde had gedaan met o.a. zijn urinoir? Het antwoord: Danto ziet
Warhol wel als een erfgenaam van Duchamp, maar hij bekijkt alles vanuit
filosofisch perspectief. Het klonk als: niet vatbaar voor simpele zielen als de
luisteraars van Klara. Symons zei dat hij zich wel af en toe geërgerd had aan
de theorieën van Danto en vond dat iemand als Bernard Dewulf toch veel beter in staat is om mensen kunstwerken te
doen begrijpen. Als dat geen compliment was voor Bernard Dewulf, nam Chantal
Pattyn me de woorden uit de mond.

Ik vind Chantal Pattyn een goede
interviewster, die zich goed voorbereidt op haar gesprekken, maar het soms niet
kan laten om haar kennis te etaleren, ook al moet ze dan mijlenver afwijken van
het onderwerp. Hoewel ‘Pompidou’ een praatprogramma is, vond ik dat er toch
veel te weinig muziek in aan bod kwam. Op Wikipedia las ik dat Chantal Pattyn afkomstig
is van Leegem. Geen mens weet waar dat ligt. Leegem ligt op een boogscheut van
Deizele en Gilwe, twee dorpen die ook al niet op de kaart terug te vinden zijn.
  

(sj)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!