Priester Herman Wauters tijdens een bezoek aan Parijs. Foto: Archief Koen Wauters
Boekrecensie - Lucas Vanclooster, Salon van Sisyphus

Liefde die God welgevallig is, maar niet de Kerk

Gepensioneerd VRT-journalist Lucas Vanclooster las het boek 'Mijn vader was priester, mijn moeder non' van zijn collega Koen Wauters. "Wat een eigenwaan, wat een hubris, wat een dramatische, zelfdestructieve misrekening! Zoveel decennia later denkt de Kerk er nog altijd niet aan om die blunders recht te trekken. Het is de verdienste van Koen Wauters en zijn ouders dat ze die historische tragedie aan de hand van een persoonlijk verhaal eerbiedig en helder hebben verteld."

donderdag 16 september 2021 14:29
Spread the love

 

Nu zowat allen in mijn omgeving, inclusief mijzelve, dubbel gevaccineerd zijn, vond ik het uiteindelijk tijd om een van de belangrijkste invullingen van mijn pensioen waar te maken: bejaarde mensen bezoeken in West-Vlaanderen, vooral ooms en tantes die ik graag mocht, en zuster Suus.

Soeur Michael heette ze nog in het schooljaar 1960-61 toen ik bij haar in de derde kleuterklas van de Heilige Familieschool in Roeselare zat. Suus was toen 30, een jonge gemotiveerde frisse zuster die de grote klas (de achterhoede van de babyboom) met liefde en geduld aanpakte. Ik kan mij niet herinneren dat iemand ooit een lijfstraf kreeg. Wel beloningen en cadeautjes.

De kap over de haag

Het was een fijn en hartelijk bezoek bij Suus, in het gebouw van de Zusters van Liefde, tegenover het sloopklare oude H.Hart-ziekenhuis. Uiteraard meanderde het gesprek op den duur naar het priesterschap voor vrouwen (Suus zou dat perfect hebben gedaan) en uitgetreden nonnen. Het waren er nogal wat, de meesten gingen er met een priester vandoor.

Zelf ken ik zeker 3 koppels van “weggelopen” zusters en priesters. Voor zover ik weet, waren ze gelukkig samen. En wat ik nog zekerder weet: het ging om erg waardevolle krachten in de kerk, de kloosterorde, het onderwijs, mensen die enorm hard werkten, die jongeren en twijfelaars binnen het geloof konden houden.

Helaas … de religieuze overheden vonden dat er geen plaats was in het instituut voor verliefde mensen. Die uitstekende herders, leerkrachten of predikanten gingen na hun huwelijk als bediende of studiemeester door het leven. Zuster Suus bleef en werkte na haar pensioen in een vluchthuis.

Nu heb ik een vierde zuster-pater-koppel leren kennen: An Verbeke en Herman Wauters. Hun enige zoon Koen, VRT-journalist, bekend van zijn uitmuntende wetenschappelijke verslaggeving onder meer over corona, heeft hun verhaal te boek gesteld.

(Deze journalist mag je niet verwarren met zijn verre achterneef en naamgenoot Koen Wauters, de eeuwige puberzanger, van wie de vader ook Herman heet. Laat ik het maar meteen bekennen, ik vind).

Mijn vader was priester, mijn moeder non is een schitterend boek, noodzakelijk en revelerend, fijn geschreven, aangrijpend en ontroerend, revolterend, historisch belangrijk wegens een knappe schets van het maatschappelijke en religieuze leven van de jaren 1950 tot 1970, toen Europa – zoals Jacques Brel zong – était couvert de prêtres1.

Wakken en Tongerloo

Herman Wauters (°1931) is de zoon van een houtsnijder die ooit in Hotel Métropole in Brussel werkte. In 1950 treedt Herman in bij de paters in Tongerlo, omdat hij denkt dat hij het celibaat beter zal aankunnen in een gemeenschap. Herman wordt norbertijn Goswin, maar heeft een hekel aan die naam.

Vanaf 1956 ontpopt hij zich tot een geboren prediker, leider van bezinningsdagen en steunpilaar van novicen2. Een paar keer vertelt hij op de televisie over nieuwe opvattingen binnen de kerk. Als hij 10 jaar later uittreedt om te trouwen, leidt dat bijna tot een breuk met zijn familie.

Gelukkig heeft Herman een veel jongere zus Roza, getrouwd met de toen veelbelovende radiojournalist Urbaan De Becker, die het dakloze schaap een bed en voedsel geeft. Altijd geweten dat Roza en Urbaan in-goede mensen zijn. Helaas overleed Urbaan 6 jaar geleden. Ironisch detail: als knaap was Herman een tijd de brieven-go-between tussen een onderpastoor en een onderwijzeres …

Helemaal anders gaat het er aan toe in het bijzonder kroostrijke landbouwersgezin Verbeke in Wakken bij Waregem. Vader is ook melkventer en levert aan het plaatselijke klooster. Hij weet hoe bits het er daar soms aan toe gaat. Tot ongenoegen van de man zijn door de overdreven ijver van een lokale ronselaar al 2 dochters non geworden en nu gaat ook An (°1938) in het klooster.

Zuster Helena, An Verbeke. Foto: Archief Koen Wauters

Om persoonlijke redenen vind ik een scène na het overlijden van een kindje in een absurd oorlogsongeval het meest ontroerend. Elke zondag, terwijl moeder Verbeke alleen thuis de geschilde aardappelen in de pot laat glijden, vallen ook haar tranen in het zoute kookwater. Ik beleefde net hetzelfde na het afscheid van onze Frederik.

In 1960 treedt An in. Ze kiest als nieuwe naam Helena, naar haar favoriete zus. In 1964 komt ze terecht in een school in Oostende, waar ze een enthousiaste en geliefde godsdienstlerares wordt, een zuster Suus.

In 1965 zijn er de “eeuwige geloften”. De zusters-leerkrachten staan hun loon integraal af en krijgen 20 frank zakgeld per week van de orde. Als zij anderhalf decennium later de kap aan de kapstok hangt, beschouwt haar vader dat als een fijne revanche. “Toch één gered”!

Una Giornata Particolare

Het stond in de sterren geschreven of in de palm van Gods hand, dat de paden van deze twee bevlogen mensen elkaar zouden kruisen. Dat gebeurt als Herman preekt over oecumene3 en nieuwe liturgie in Oostende, met An in het publiek. Na de lezing vraagt ze Herman om een ‘retraite’4 te leiden voor haar oudste leerlingen.

Una giornata particolare (1977) gaat over de onmogelijke liefde tussen Antonietta (Sofia Loren) en Gabriele (Marcello Mastroianni). Foto: Public Domain

Wat ze toen zelf niet beseffen, heeft de lezer meteen door (en de leerlingen ook): al van bij de eerste aanblik vallen die twee voor elkaar. “Je hebt een mooie trui aan”, zegt Herman. (Uit de beschrijving van die deftige grijze trui blijkt dat helemaal niet het geval te zijn.) Het doet mij denken aan de prachtige film Una Giornata Particolare (Een Bijzondere Dag) van Ettore Scola uit 1977.

Die speelt in een appartementsgebouw tijdens een bezoek van Adolf Hitler aan Benito Mussolini in Rome. Marcello Mastroianni vertolkt een eenzame homoseksuele man die het gebouw niet uit durft. Sofia Loren in haar beste rol als huissloor hangt op het dak de was op, decoratieve witte lakens waartussen je kan verdwalen. Als Marcello haar zegt dat ze een mooie naam heeft, begint Sofia te duizelen. Niemand heeft dat ooit tegen haar gezegd.

Koen Wauters (°1972) heeft zijn roman opgevat als een epistologie met inleidende hoofdstukjes, waarvoor hij zijn informatie rechtstreeks bij zijn bejaarde ouders haalde, onder meer in een aanzet tot memoires van zijn vader. Ter geruststelling: Herman en An zijn nog in leven, fit en wel. Het boek bestaat vooral uit een erg ruime selectie uit de 200 brieven die de twee elkaar vanaf april 1967 schreven. De post werkte toen nog …

De Fiat 600 was in de jaren 1950- 1970 een zeer populair betaalbaar wagentje voor lage inkomens, met slechts twee deuren en de motor achterin. Productie stopte in 1969. Het Vaticaan was wel degelijk jarenlang groot aandeelhouder van de Fabbrica Italiana Automobili Torino (FIAT). Foto: Andrew Bone/CC BY-SA 2:0

Tientallen keren rijdt Herman 165 kilometer van Tongerlo naar Oostende of nog verder, en soms via omwegen, in een Fiatje 600. Een Fiatje 600! Een bolleke met een motortje van 767 cc achterin, topsnelheid 105 kilometer, bergaf en wind in ’t gat.

Herman beweert dat priesters van de hiërarchie de raad kregen om een Fiat te kopen, wegens de verbondenheid van de Italiaanse industrie met het Vaticaan. Ik ken geen enkele priester of non met een Fiat. Maar goed, Koen reed tot na 2000 met een Fiat tot zijn vrouw er genoeg van kreeg.

“Misschien wordt eens de nood zo groot dat alle dijken breken”

Deze brieven zijn van een aandoenlijke, authentieke poëtische en platonische schoonheid. Herman en An hebben de gave van het gesproken en geschreven woord. Ze houden van poëzie, kleinkunst, het Franse chanson, Béjart5. Ze bidden voor vrede in Vietnam, steunen de leerlingen die betogen voor Leuven Vlaams, en staan wat betreft het conflict in “het Heilig land” vierkant achter de Joden en Israel.

Wat het meest ontroert: na tientallen epistels heen en weer lijken An en Herman nog altijd niet door te hebben dat ze smoorverliefd zijn. Hun omfloerste gevoelens doen altijd een omweg via God. Hun brieven zijn gebeden. Het is Zijn wonderlijke liefde die ze aan elkaar doorgeven, om hun religieuze leven te verrijken.

“Als je even langs de zee wandelt, groet ze hartelijk, en kus ze, laat de baren langs je benen strelen en bid een onzevader. Weet dat ik voor jou op dezelfde dag aan een kleine tafel zal staan, in mijn kamer, om voor jou het brood te breken en de beker door te geven. Dit is communie!”

Voor de lezer is het spannend afwachten tot het verlangen zo onomkeerbaar wordt dat ze eindelijk durven toegeven dat ze zoals Sofia en Marcello tussen de lakens moeten belanden, zij het dan niet bovenop een flatgebouw. Er volgen lange weken van twijfel. Ze waren toch uitverkoren?!

Ze weten dat ze moeten kiezen tussen elkaar of hun oprechte roeping, hun werk dat ze graag en goed doen (werk, leven en mens zijn één). Een tijd laten ze zich vertragen door hardnekkige geruchten dat de kerk het celibaat in 1970 zal afschaffen, maar in 1969 wagen ze de eenzame sprong in het duister, onzeker, bang, in armoede, bijna zonder kleren.

En zonder enige kennis van het leven als gewone, onbeschermde, zelfstandige mens in de maatschappij. Voor al die jaren idealisme krijgen ze bij het afscheid een aalmoes. En nog oefenen ze geduld, gaan ze niet meteen samen wonen, lossen ze hun laatste verplichtingen voor de school en de orde in … Symbolisch verbrandt Herman kilo’s preken.

Zuster José

Het boek Mijn vader was priester, mijn moeder non bevat een paar nevenverhalen. Tragisch is het relaas van José, een zus van An. Ook zij maakt een exemplarische carrière in een kloostergemeenschap, geeft leiding, steunt en helpt, motiveert en moderniseert. Tot er opeens een nieuwe overste opdaagt, een mannelijke geestelijke, die de vooruitgang vooral op seksueel vlak ziet.

Hij moedigt lesbische relaties tussen de zusters aan en ziet voor zichzelf een rol in hun seksuele ontplooiing. Het lijkt wat op bepaalde Amerikaanse sekten, zelfs op de vrouwenbende van Charles Manson. Als José vaststelt dat enkele zusters er aan onderdoor gaan, grijpt ze in.

Het komt haar duur te staan. Ze wordt gestraft en verbannen wegens insubordinatie en gebrek aan collegialiteit, belandt langdurig op een zijspoor en wordt ten langen leste bibliothecaris in de wijk Krottegem in Roeselare. Niet ver van zuster Suus.

Maar wat wil het toeval? Ik ging als tiener uitgerekend naar die bibliotheek, omdat die ook open was op zondagmorgen en de zuster-bibliothecaris nooit moeilijk deed over wat ik ontleende. Als een boek er niet was, mocht ik zelfs met een cheque naar papierhandel Hernieuwen om het aan te kopen of te bestellen. Dank u zuster José.

Detailkritiek

Een tweede nevenverhaal doet afbreuk aan de mooie thematiek. Herman is een knappe man die enkele vriendinnen heeft. De belangrijkste is een ongelukkige vrouw die troost zoekt bij die welbespraakte pater die zo goed kan luisteren en alles begrijpt.

Die relatie is maar een zwakke schaduw van de alomvattende passie voor An. Waarom staat die dan in het boek? Dat priesters bepaalde vrouwen konden bekoren, is algemeen bekend. Waarom zou uitgerekend een talent als Herman de uitzondering zijn?

Een derde zijsprong is een vaag plan om aan ontwikkelingshulp te doen in Chili. Daar komt niets van terecht, heeft de lezer al meteen door. Het boek had dus een bladzijde of 15 korter gekund. In de inleidende paragrafen en de vele brieven heen en weer zitten toch overlappingen die de vaart wegnemen.

Hoogmoed komt voor de val

Maar alles samen is dit een humaan boek en een subtiele ontmaskering van ‘het rijke Roomse leven’. Het is complementair aan het ook sterke De Onderpastoor van Louis Van Dievel6 over Gilbert Verhaeghen, een progressieve populaire priester in het Waasland eind jaren 1960.

Hoewel deze herder niets had met een vrouw en alleen tot ongenoegen van hogere kerkelijke overheden de zaak wat wilde opfrissen en verjongen, werd hij jarenlang gepest en tenslotte door de reactionaire onbarmhartige Gentse bisschop Leonce Van Peteghem overgeplaatst naar een onprettige landelijke parochie waar hij wegkwijnde. En dat alles terwijl een dalend aantal roepingen zich geleidelijk aankondigde.

Hoe is het in Gods naam – jawel – mogelijk dat de machtige kerk zo lang heeft gedacht dat ze incontournable en eeuwig was, dat ze voetvolk genoeg had, dat ze prachtige dienaren zo maar kon wegsturen om al met al strikt persoonlijke redenen die op geen enkele wijze de religieuze pastorale functie benadeelden?

Wat een eigenwaan, wat een hubris, wat een dramatische zelfdestructieve misrekening! Zoveel decennia later denkt de kerk er nog altijd niet aan om die blunders recht te trekken.

Het is de verdienste van Koen Wauters en zijn ouders dat ze die historische tragedie aan de hand van een persoonlijk verhaal eerbiedig en helder hebben verteld.

 

Koen Wauters. ‘Mijn vader was priester, mijn moeder non.’ Pelckmans, Kalmthout, 2021, 248 pp. ISBN 979 9463 8324 27

Deze recensie werd overgenomen van het Salon van Sisyphus.

 

Notes:

1   Franse woordspeling (couvert = overdekt, bewolkt), ‘overdekt met priesters’ uit zijn lied Jaurès (1977), ter ere van de vermoorde Franse politicus Jean Jaurès (1859-1914), die zich fel verzette tegen de Franse deelname aan wat de Eerste Wereldoorlog werd. In de tekst klaagt Brel het gruwelijke lot aan van de jonge dienstplichtige soldaten die sneuvelden in de loopgraven met de zegen van ‘Onze Heer’ (nvdr).

2   Jonge kandidaten voor het kloosterleven (nvdr).

3   Oecumene (Grieks voor ‘bewoonde wereld’) is de beweging die naar wereldwijde religieuze eenheid streeft nvdr).

4   Retraites (letterlijk ‘terugtrekking’) waren bezinningsdagen voor zelfonderzoek. Die werden toen in een religieuze context gehouden op de katholieke middelbare scholen, waarbij de leerlingen elk jaren voor een aantal dagen naar een kloostergebouw gingen (nvdr).

5   Maurice Béjart (1927-2007) was een Franse choreograaf, die vanaf 1960 met het Ballet van de XXste eeuw in Brussel wereldfaam verwierf. Van 1987 tot zijn dood werkte hij voor het Béjart Ballet Lausanne in Zwitserland (nvdr).

6   Louis Van Dievel. De onderpastoor. Vrijdag, Antwerpen, 2019, 352 pp. ISBN 978 9460 0173 22 (nvdr)

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!