Boekrecensie -

Het verdriet van Vlaanderen

Of ‘Het verdriet van Vlaanderen’ nu onder literatuur moet worden gerekend is mij na lectuur niet zo duidelijk - ik zou eerder spreken over ‘literaire non-fictie’ - maar voor mij is het wel heel duidelijk dat ‘Het verdriet van Vlaanderen’ een belangrijk instrument kan worden om de toenadering tussen kinderen en kleinkinderen van het verzet en kinderen van de collaboratie te bevorderen. Misschien kan daardoor het verleden en natuurlijk ook het heden van dit land minder als een wit-zwart film bekeken worden.

woensdag 13 november 2019 19:16

Nieuwe generatie historici

‘België is ziek van zijn jaren veertig’, schreef socioloog Luc Huyse in Onverwerkt verleden. Dat werk verscheen in 1991 en wordt nu herdrukt door uitgeverij Van Halewyck en uitgebreid met nieuwe hoofdstukken van de hand van vier historische onderzoekers: Bruno De Wever, Pieter Lagrou, Koen Aerts en Paul Depuydt. Zij stellen de vraag ‘Wat weten we vandaag wat we destijds nog niet konden of mochten weten?’.

‘Vrij veel, zo blijkt’, zegt Luc Huyse in een recent interview met De Morgen. ‘Het is het zoveelste bewijs dat geschiedenis nooit af is. Voor het eerst krijgen we zicht op ‘de andere kant van de maan’, op die kant van de werkelijkheid die onzichtbaar blijft voor wie mordicus op het oude uitgangspunt blijft staan.’ Daarmee doelt Huyse op een heel andere dan de pseudo-historische lectuur pro domo die tussen 1945 en 1980 verscheen om de collaboratie te idealiseren en vooral te minimaliseren, en de repressie daarentegen op te blazen tot de grote boosdoener. Dat heeft stapels rancuneuze geschriften opgeleverd waarin de toch o zo idealistische collaborateurs als slachtoffers van de Belgische repressie werden voorgesteld. Erger nog: die calimero-achtige teksten werden voorgesteld als geschiedenisdocumenten. Journalist Maurice De Wilde was een van de eerste die een ander geluid liet horen en zien in zijn spraakmakende televisiereeksen De Nieuwe Orde, De VerdachtenDe CollaboratieHet VerzetDe Oostfronters en De Tijd der Vergelding. Ze deden heel wat stof opwaaien.

Een jongere generatie historici, in binnen- en buitenland, deed dat niet met een beschuldigende vinger, maar via grondig historisch onderzoek. Ik denk dan bijvoorbeeld aan het werk van de Engelse historicus Martin Conway die over Léon Degrelle en het rexisme schreef en aan de Duitse onderzoekster Insa Meinen die met De Shoah in België het eerste Duitse wetenschappelijke werk over de Jodenvervolging in België maakte. In België zelf was Maxime Steinberg (L’Etoile et le fusil) een van de eersten met zijn studies over de Jodenvervolging. In het Nederlandstalige landsgedeelte heeft historicus Lieven Saerens, zoals ook Bruno De Wever, Herman Van Goethem en Nico Wouters, stevige research op dit terrein gedaan. (Vreemdelingen in een wereldstad, een geschiedenis van Antwerpen en zijn Joodse bevolking (1880-1994) en ‘Onwillig Brussel, een verhaal over Jodenvervolging en verzet (2014)’)

Herman Van Goethem, ex- directeur van de Mechelse Kazerne Dossin en nu rector van de Antwerpse universiteit, onderscheidt twee generaties van historische geschriften over de collaboratie. Het rechtse gedachtegoed blootleggen gebeurde door vernieuwende studies zoals die van Bruno De Wever, maar de tweede generatie bestudeert de collaboratie als materieel handelen van de dag en daarvan is onder meer Haat is een deugd van Lieven Saerens een goed voorbeeld. Men kan zich trouwens ook de vraag stellen, zoals Kristien Hemmerechts in haar boek terecht doet of de term ‘collaboratie’ die in België gehanteerd wordt de juiste lading wel dekt. Inderdaad, ‘collaboreren’ betekent in de eerste plaats iemand helpen, bijstaan, assisteren vanuit een ondergeschikte rol, terwijl – zo schrijft Hemmerechts – ‘onze’ collaborateurs zelf initiatieven namen’.

Ook José Gotovitch, voormalige directeur van CEGES, nu CegeSoma, het Studie- en Documentatiecentrum Oorlog en Hedendaagse Maatschappij – zeg maar hét Belgische kenniscentrum voor de geschiedenis van de conflicten van de 20ste eeuw heeft zijn levenswerk gemaakt van dat soort onderzoek. ‘Het onderzoek naar de collaboratie is veel te lang het exclusieve domein geweest van een paar “ingewijden”, die door de goden van de gerechtelijke Olympos werden beschermd.’ Dat schrijft hij op de binnenkant van het boek ‘Was opa een nazi? Speuren naar het oorlogsverleden’ van de (jongere) historici Koen Aerts, Dirk Luyten, Bart Willems, Paul Drossens en Pieter Lagrou.

Kinderen van …

Ongeveer gelijktijdig met het boek verscheen de opgemerkte  tv-reeks van zes afleveringen Kinderen van de collaboratie waarin kinderen van Vlaamse collaborateurs hun getuigenissen afleggen. Veertien getuigen vertellen zonder taboes maar met veel emotie over hoe de keuze van hun ouders hun eigen leven heeft beïnvloed en bepaald. Die formule tikte blijkbaar aan, want op dit ogenblik kun je via Canvas naar een vervolgreeks zien die Kinderen van het verzet heet waarin Koen Aerts en zijn team zeer indringende getuigenissen in beeld brengen van kinderen van verzetslui.

Alles gaat voorbij, behalve het verleden is niet alleen de titel van een ander boek van Luc Huyse over het omgaan met genocidesituaties, maar is tevens een goede samenvatting van hoe kinderen van de collaboratie en van het verzet nog steeds worstelen met een zwaar beladen verleden van hun ouders. Beide uitstekende reeksen maken heel veel emoties los. Dat was ook het geval bij schrijfster Kristien Hemmerechts die met heel veel belangstelling, bewondering én verbazing naar de getuigenissen van die tweeling van de collaboratie, Hein en Toon, heeft gekeken. Zij ging de tweeling opzoeken – of is het andersom gegaan? – en daaruit is Het verdriet van Vlaanderen gegroeid.

‘Het verdriet van Vlaanderen’ 

Het verdriet van Vlaanderen is de reconstructie van een familiegeschiedenis die zo zwart was als maar zijn kon. Hemmerechts: ‘Er zou bij wijze van spreken nog een zwartere kleur dan zwart moeten worden uitgevonden om hen te omschrijven’. (p. 34) Daarmee is de toon gezet van dit verhaal. Een auteur die zich duidelijk positioneert als antifascistisch gaat samen met Toon en Hein op zoektocht naar hun verleden. De tweeling zijn inderdaad kinderen van de collaboratie, maar die zich in hun opgroeien hebben losgemaakt en afgekeerd van het oorlogsverleden van hun ouders en die zich – zo heb ik ze ooit leren kennen – ontwikkeld hebben tot onder meer kritische onderwijswinkeliers.

Hoe ga je om met zo’n familiegeschiedenis? Met het weten dat hun ouders en grootouders met wie zij als kind ooit een zeer goede band hadden Hitler en het nazisme een warm hart toedroegen? Hemmerechts: ‘Aan de ene kant zijn Hein en Toon zich goed bewust van de verwerpelijke overtuigingen en daden van hun familie, aan de andere kant is die familie bijna iets heiligs voor hen.’ (p. 66) Voor Toon en Hein was ‘Was opa een nazi?’ geen retorische vraag, want het antwoord wisten zij: ‘ja’ dat waren hun grootvader, maar ook hun vader en ooms en tantes. Toon en Hein noemen hun vader nog steeds ‘vake’ en dat begrijpt Kristien Hemmerechts niet goed. ‘’In mijn oren klinkt dat liefdevol. Een vader van wie je niet houdt, noem je geen vake. Enfin, ik zou hem geen vake noemen.’ (p. 43) Welke plaats kunnen Toon en Hein geven aan die tegenstrijdige gevoelens in hun eigen leven, want – inderdaad – ‘alles gaat voorbij behalve het verleden’. Ook het hunne, dat vermengd is met dat van hun familie.

In Het verdriet van Vlaanderen beschrijft auteur Kristien Hemmerechts de zoektocht die zij samen met Toon en Hein onderneemt naar wat voorbij is en toch een eigen leven is blijven leiden. Dat beschrijft zij in een lijvig werk dat ergens tussen non-fictie en literatuur schommelt. De twee hoofdpersonages zijn natuurlijk de ‘familieonderzoekers’ Toon en Hein, die weliswaar tweeling zijnde, toch op een eigen manier in hun geheugen graven en daar andere elementen uit halen, en hun medereiziger, de ik-figuur Kristien Hemmerechts die ‘vanuit de andere kant’, vanuit een antifascistische denkwereld, bij momenten heftige commentaren geeft op de handel en wandel van de zwarte familie, maar die gaandeweg meer en meer in het complexe verhaal gezogen wordt en in de ambiguïteit waarmee een persoonlijke, een familie- en de grote geschiedenis met elkaar verweven zijn.

Van dat boek hebben Toon, Hein en Kristien ook een toneelversie gemaakt die zij als een muziektheatervoorstelling brengen. Vorige week had ik de gelegenheid om een sterke huiskamervoorstelling in Leuven mee te maken van Het verdriet van Vlaanderen. Toon, Hein en Kristien spelen zichzelf en de tweeling ontpopt zich bovendien ook nog eens tot muzikale vertolkers van hun eigen levensloop.

De reeks Kinderen van de repressie heeft dus blijkbaar heel wat losgemaakt, waardoor de televisieserie nu ook een verlengstuk heeft gekregen in de vorm van een toneelstuk en een boek. [i] Schrijver en diplomaat Herman Portocarero die eveneens in de reeks zat, heeft enkele jaren geleden ook een moedige en boeiende kroniek geschreven Collaboratie, fortuin en ondergang van zijn al even zwarte familie. Genadeloos over de feiten, altijd met respect echter voor de mensen die deze geschiedenis geschreven hebben. De openheid over deze zeer beladen periode in de Belgische geschiedenis wordt stilaan groter. Dat is hoopvol.

‘Verdringering’

In hun zoektocht naar dat zwaar beladen verleden komt het drietal in dit boek onder meer terecht in stoffige archieven; ze ontleden ook (met taalfouten inbegrepen) persoonlijke documenten van familieleden en gaan – waar mensen nog in leven zijn – zowel in Duitsland (waar de ouders van Toon en Hein getrouwd zijn) als in België op zoek naar sporen om dat verleden te reconstrueren. Dat loopt niet van een leien dakje. ‘Om de ware toedracht te achterhalen, moeten we ons een weg banen door halve waarheden, hele leugens en flagrante tegenstrijdigheden.’ (p. 322). Hemmerechts bekent dat zij zelden zo boos is geweest als bij het schrijven van dit boek: ‘Het onvermogen – of de onwil – van sommige mensen om de naakte feiten onder ogen te zien. Het minimaliseren, ontkennen, vergoelijken. Het excuses bedenken. Het halsstarrig vasthouden aan mythes.’ (p. 343)

Dat fenomeen van verdringing noemt Toon in het boek met een neologisme ‘verdringering’ wat een contaminatie is van ‘verdringing en ‘herinnering’. Op een bepaald ogenblik stuurt Toon tevens een mail naar Hemmerechts met een citaat van Proust: ‘Ne sommes-nous pas tous à la recherche d’un temps perdu? Pour en faire un temps retrouvé?’

Dit boek is tevens een gevecht met het geheugen en met de herinnering, want ook als er geen opzettelijke ‘verdringering’ in het spel is dan moet toch ook het besef aanwezig zijn dat mensen zich vaak niet de gebeurtenissen herinneren, maar alleen maar het verhaal dat erover verteld werd en dat ze in veel gevallen zijn blijven voortvertellen.

Het verdriet van Vlaanderen probeert vragen weg te werken, maar krijgt er andere voor in de plaats. In die zin draagt dit boek de kiemen van een van te voren ingecalculeerde ‘tragische mislukking’ in zich. Het is en blijft een boeiend project dat daardoor zeker toch als geslaagd mag worden beschouwd, want het boek blijft voortdurend vragen achter de vragen oproepen.

Ambiguïteit

Misschien is ‘ambiguïteit’ en de vraag hoe je daarmee moet omspringen wel het kernthema van dit boek. Die vraagstelling leidt soms tot heftige discussies tussen de tweeling en Kristien, zoals bij het bespreken van een citaat van een Poolse dwangarbeider over goed en kwaad. ‘Het citaat, waar ik geneigd ben me achter te scharen, wekt bij zowel Toon als Hein ergernis. De opsplitsing tussen goed en kwaad klopt niet, vinden ze. Niemand is helemaal goed, niemand is helemaal slecht. Daarbij spelen ook de omstandigheden een grote rol.’ (p. 296)

Ook in de roman Wil van Jeroen Olyslaegers is naar mijn inschatting ‘ambiguïteit’ het kernthema. Hij brengt dat op een indrukwekkende manier onder woorden in zijn roman Wil waarvoor Herman Van Goethem en Lieven Saerens de historische voorzet hebben gegeven. Die ambiguïteit is zeer voelbaar aanwezig in de persoon van de politieagent Wil die zichzelf een ‘tweezak’ noemt en dat is dan een literaire vertaling van het grijs waarover Herman Van Goethem het in het eerste deel van zijn al even indrukwekkend boek 1942 heeft. Zij zijn op een diepmenselijke manier mede stiltedoorbrekers. Dat doet ook Ingrid Vander Veken op haar manier in de roman Zwijgen waarin zij het zwijgen van een hele naoorlogse generatie over collaboratie en repressie onder woorden en daardoor mee die stilte doorbreekt.

Niet alleen historisch onderzoek, maar ook literatuur kan dus zeer belangrijk zijn om een ‘verdoemde’ periode van het verleden in beeld te krijgen. Romanciers kunnen vaak op een veel genuanceerdere manier dan historici de complexiteit en de veelstemmigheid van een wereld onder woorden brengen. Zeker ook beter dan ideologen. ‘In tegenstelling tot filosofische of politieke doctrines is het literaire werk geen abstract conceptueel systeem, maar de creatie van een concrete, imaginaire wereld van personages en dingen’, schrijft de Frans-Braziliaanse marxist Michael Löwy. [ii] Niemand minder dan Friedrich Engels geeft in zijn uitgebreide briefwisseling met Karl Marx toe dat hij van Honoré de Balzac meer geleerd heeft, dan van ‘alle historici, economen en beroepsstatistici van die periode’.

Het verdriet van Vlaanderen

De sterkte van een roman is dat hij weigert eenduidige antwoorden te geven op existentiële vragen. Een goed roman biedt een veelheid van vaak tegenstrijdige gezichtspunten die je bij een filosoof of een wetenschapper niet altijd kunt verwachten. Daarvoor moet je vaak te rade gaan bij de kunstenaar die dan romancier, toneelschrijver, kineast, musicus, fotograaf, beeldhouwer of schilder kan zijn. Historici en literaire auteurs kunnen elkaar versterken om die stilte te doorbreken en dat gebeurt op dit ogenblik alvast in een Belgisch ‘Vlaamse’ context.

Of Het verdriet van Vlaanderen nu onder literatuur moet worden gerekend, is mij na lectuur niet zo duidelijk – ik zou eerder spreken over ‘literaire non-fictie’ – maar voor mij is het wel heel duidelijk dat Het verdriet van Vlaanderen een belangrijk instrument kan worden om de toenadering tussen kinderen en kleinkinderen van het verzet en kinderen van de collaboratie te bevorderen. Misschien kan daardoor het verleden en natuurlijk ook het heden van dit land minder als een wit-zwartfilm bekeken worden.

 

Notes:

[i] Meer info voor mensen die graag een huiskamervoorstelling in hun woning willen organiseren via tvdbrempt@gmail.com

[ii] Michael Löwy, Herbetovering van de wereld, romantische wortels van linkse denkers, Grenzeloos, Leuven, 2013

 

Praktische info Café Apache: ‘Wie waren de weerstanders van WOII?’

Woensdag 13 november is er om 20u een Café Apache over ‘Wie waren de weerstanders van WOII?’ in Elcker-Ik, Breughelstraat 31, 2000 Antwerpen. Over de collaboratie in Vlaanderen tijdens de Tweede Wereldoorlog is al veel gezegd en geschreven. Veel minder weten we over het verzet.

Zo was het geen homogene, eensgezinde beweging, maar bestond de weerstand uit mensen van alle politieke kleuren, van extreemlinks tot extreemrechts. De nakomelingen van de mannen en vrouwen die zich weerden tegen de bezetting hebben vaak maar flarden van hun verhalen opgevangen. Veel bleef decennialang verzwegen, om het broze en soms opgelegde evenwicht in de gemeenschap na de oorlog te vrijwaren.

Tijdens dit Café Apache praat Apache-hoofdredacteur Karl van den Broeck over het verzet in Vlaanderen met Koen Aerts (UGent), die meewerkte aan de Canvas-reeks ‘Kinderen van het verzet‘ en Chantal Kesteloot (ULB), verantwoordelijke publieksgeschiedenis bij CegeSoma/Rijksarchief.

Chantal Kesteloot (°1963) is doctor in de geschiedenis (ULB) en verantwoordelijk publieksgeschiedenis bij CegeSoma/Rijkarchief. Haar voornaamste onderzoeksdomeinen hebben betrekking tot herinnering van beide wereldoorlogen en de geschiedenis van Brussel. Ze coördineert de website www.belgiumwwii.be

Koen Aerts (°1983) is historicus aan de Universiteit Gent. Zijn doctoraatsonderzoek verscheen in 2014 onder de titel Repressie zonder maat of einde?. Hij nam het initiatief voor de door het CegeSoma-Rijksarchief gerealiseerde referentiesite over de Tweede Wereldoorlog (www.belgiumwwii.be). Zijn werk lag aan de basis voor de Canvas-docureeks Kinderen van de collaboratie (2017) en hij werkte mee aan de vervolgreeks Kinderen van het verzet (2019).

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!