Pieter van der Heyden, naar Pieter Bruegel de Oude (Joannes Galle, uitgever), De strijd tussen de spaarpotten en de geldkoffers, 17de eeuw. (Kopergravure, 23,5 x 30,5 cm.) Bron: NBBmuseum, Nederland.
Opinie -

Jambon, Vlaams minister van onvrije kunsten

Op de dag dat Joker in de filmzalen komt, voegt Vlaamse minister-president Jan Jambon Cultuur toe aan zijn bevoegdheden Buitenlands beleid, Ontwikkelingssamenwerking en Innovatie. Alsof het slechts een hobby is. Zijn Vlaanderen wil kunst en cultuur ‘als uithangbord’ maar heeft er geen afzonderlijk ministermandaat voor over.

donderdag 3 oktober 2019 10:43

Het samennemen van Jambons bevoegdheden illustreert meteen hoe kunst een instrument moet worden voor een identiteitspolitiek om ‘de grootsheid van een fier Vlaanderen’ uit te dragen. Een laxeermiddel voor de flamingante calimero-cultuur, zeg maar, met als bijwerking een retour naar de feodale tijd. Toen er van vrije kunstenaars nog geen sprake was en kunst kerk en koning moest dienen.

Nationalistische cultuur eerst

Het regeerakkoord wil inzetten op ‘internationalisering’, klinkt het, maar bedoelt daar ‘vervlaamsing’ mee. ‘Vlaanderen kan pas echt stralen als het ook cultureel straalt‘, liefst zo oogverblindend dat we het Vlaamse klimaatnihilisme niet meer zien. En het niet meer opvalt hoe cynisch het is om wie het moeilijk heeft onder het mom van een armoedebeleid als profiteur weg te zetten.

Werkloze kunstenaars kunnen nu via de verplichte gemeenschapsdienst aan de slag in de opbouw van de etalagecultuur van de Vlaamse culturele vuurtorens. Flanders, State of the arts: waar vermarkting, verarming en fiere verrechtsing thuis is.

Cultuurminister-president Jambon – oprichter van Vlaams Blok in Brasschaat, de man die met het Kanaalplan Molenbeek ging opkuisen en al eens een fiere lezing gaf aan het fascistische Sint-Maartenfonds – gaat als nieuwbakken minister van propaganda helemaal geen kunst in het buitenland promoten maar wel dat virtuele idee van de Vlaamse natie. Via Vlaamse meesters, bier, chocolade, wafels en frietcultuur.

Het regeerakkoord is geen uitnodiging aan de internationale kunstscene om naar onze regio af te zakken. Integendeel. Ons diverse, internationale kunstenveld moet Vlaams-nationalistisch worden: de geesten masseren voor een patriarchale, conservatieve monocultuur.

In plaats van in te zetten op hedendaags en toekomstig talent, grijpt deze nieuwrechtse regering terug naar een vermeend groot verleden van Vlaamse meesters – Breugel de oude is nochtans geboren in het Nederlandse Breda, Vlaanderen is pas ontstaan na de Belgische onafhankelijkheid – want dood volk spreekt de machthebbers niet tegen.

Vlaamse geschiedenisvervalsing

Het beoogde cultuurbeleid neemt het promoten van een Vlaamse identiteit als prioriteit: cultuurambassadeurs moeten de vlag uitdragen. Het gaat weliswaar om een schijnidentiteit: populistische buiksprekers willen ons nu via kunst en cultuur aanpraten dat separatisme de wil van het volk zou zijn. Dat het ‘kostbare weefsel’ van onze Vlaamse cultuur in gevaar is door, zoals Bart De Wever het schreef in zijn recente boek Over Identiteit, een ‘culturele elite’.

Progressieve cultuurmakers zijn, meer nog dan de nieuwkomers, zondebok van dienst voor zowat alles wat misliep sinds mei ’68. Nestbevuilers vol zelfhaat zijn het, aldus het vage alt-right vijandsbeeld, die inzetten op de sociale mobiliteit van minderheden, niet ‘onze’ mensen.

U denkt er het cliché van de subsidieslurpende, elitaire kosmopoliet zelf maar even bij en dan hebben we het niet over de graaicultuur van havenbazen zoals Huts. Handig wel, dat spookbeeld van ‘de culturele elite’, zo hoef je het niet meer over de maatschappelijke crisis van het kapitalisme te hebben.

Shocktherapie

Het nieuwe cultuurbeleid stuurt aan op een trendwijziging – shocktherapie zeg maar – waarbij meteen een valse toon gezet is: de huidige makers zouden blijkbaar tekort schieten in het uitdragen van onze cultuur, onze erfgoedinstellingen zouden te weinig aandacht hebben voor onze culturele geschiedenis. Daarom moet er een nieuw Vlaams-nationalistisch museum bijkomen, hoewel we voor die collaboratiegeschiedenis al in Kazerne Dossin terecht kunnen.

We moeten van Jambon de volgende jaren nog meer inzetten op ondernemerschap, efficiëntiewinst inzake de bovenbouw en ons van het idee ontdoen dat de projectsubsidies een automatisch traject richting structurele subsidies zouden zijn. Hoezo? Er zijn de laatste jaren amper nieuwe structurele ondersteuningen bijgekomen.

Bij de vorige subsidieronde kreeg slechts 17 procent van de projecten steun van een recordaantal aanvragers. Voor de eerste ronde van 2020 loopt dat recordaantal intussen op naar 614 aanvragers. De begrotingscijfers hield de nieuwe regering nog strategisch achter, maar we weten nu al dat het voorziene budget voor de projectsubsidies ruim ontoereikend is: er is voor meer dan 17 miljoen euro aangevraagd en er is voorlopig slechts 4 miljoen beschikbaar.

Jambon houdt de sector intussen in spanning: de belofte van een zwart-gele zak geld voor de grote huizen waait door de wandelgangen, als pasmunt om de identitaire collaboratie af te kopen. Merk ook op dat dit beleid niet spreekt in termen van universele waarden (lees: mensenrechten) maar in termen van ‘onze gemeenschappelijke sokkel aan waarden’. Sjerp, canon en Vlaams-nationalistisch museum kan je nochtans niet zomaar wegwuiven als louter symbolen, zoals liberale dwaallichten graag doen.

Deze symbolen willen de ideologische polarisering opvoeren. Burgemeesters moeten nu ‘kleur’ bekennen. Het voeren van een breed canondebat is een uitgekiemde campagne om een gevoel van Vlaamsheid in de geesten te laten nestelen, ook al blijft die Vlaamse identiteit een lege betekenaar. Want wat de wij-zij logica draaiende houdt, is de Vlaamse mythe dat het de nieuwkomers zijn die met het geld van de gewone Vlaming gaan lopen.

Want dat was wel ‘het onbehagen’ waar Jambon het over had tijdens zijn uiteenzetting van het regeerakkoord. Dat zou het signaal van de kiezer geweest zijn, namelijk dat ‘het gevoel leeft dat lasten en lusten niet evenredig verdeeld zijn’. Een handig excuus weliswaar om vervolgens het 70-puntenplan van het Vals Belang uit te voeren.

‘Een officiële versie van het verleden opleggen, als dienstmaagd voor het politieke heden, is typisch voor totalitaire regimes’ schreef Bart De Wever nog in 2002. Sindsdien werden de grenzen systematisch naar extreemrechts opgeschoven. De vorige jaren verweten N-VA’ers de cultuursector wereldvreemdheid, ze zouden geen voeling hebben met de doorsnee Vlaming, ze zouden aansturen op ‘een dictatuur van diversiteit’.

Kritische kunst botste op een censuurbeleid, hoewel dat officieel werd ontkend. Met het nieuwe cultuurbeleid is de omslag formeel gemaakt. Dat is misschien wel het enige voordeel: de cultuuroorlog wordt vanaf nu open gevoerd.

Vlaamse ketens

Wie er nog aan twijfelt dat N-VA andersdenkenden in de kunstensector aan de ketting wil, moet even kijken hoe het sociaal-culturele middenveld en de VRT worden aangepakt. De nieuwe regering gaat inbreken in het recente decreet van de sociaal-culturele sector om de subsidievoorwaarden aan te halen. Wie niet ‘inclusief Vlaams’ werkt – lees: wie niet meewerkt aan de strenge, discriminerende inburgering en het mensenrechten schendende uitwijsbeleid – komt in de problemen. Unia is al kop van jut, Jambon hanteert hier een schrikdraad voor de rest van de sector.

De VRT moet een Vlaamse staatszender worden. Met een passage over het belang van pluralisme en neutraliteit insinueert het regeerakkoord dat dit voordien ontbrak. Er moet ‘neutraliteit komen in alle programma’s’, klinkt het. Zal er nog plaats zijn voor politieke satire in De Ideale Wereld? De oververhitte flamingante waakhonden die al zo actief waren op sociale media, schuiven nu op naar het parlement en de bestuursraad. Jambon dealt met de private spelers en vijst daarvoor de besparingstang nog wat verder aan.

De kunstensector kende Jambon al van de wet-Jambon, een bewakingswet die er na de terreuraanslagen kwam, waardoor musea halsoverkop moeten investeren in te dure private firma’s, willen ze hoge boetes vermijden. Nu dringt er zich een andere, integrale disciplinering op die inzet op een hertekening van het kunstenveld om zo onze cultuur in een greep te krijgen en onze geschiedenis te kunnen herschrijven. Vergis u niet: wat zich nu voltrekt, is zonder gêne de deur open gooien voor een fascistische opmars in een aanloop naar een kartel van N-VA met Vlaams Belang in 2024.

Een belangrijk deel van onze geschiedenis, zo leren we in de tentoonstelling die opgesteld staat in het bezoekerscentrum van het Vlaams Parlement, is de manier waarop het brede middenveld in ons land een belangrijke democratische kracht was en is ‘in het ontstaan van de Vlaamse natie’. ‘Het middenveld mobiliseert’, zo gaat een titel in die tentoonstelling, is van grote waarde en speelt een belangrijke rol. Ook al willen Jambon & co die rol liever aan de ketting leggen, de volgende jaren zullen bewijzen hoe het middenveld ook deze extreemrechtse aanval zal weerstaan.

 

Robrecht Vanderbeeken is vakbondsverantwoordelijke ABVV-ACOD Cultuur.

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!