2018 was opnieuw een dodelijk jaar voor milieu-activisten

Vorig jaar werden elke week meer dan drie mensen vermoord die zich inzetten voor het milieu. Vele anderen werden bedreigd en/of achter de tralies gegooid omdat ze zich durven te verzetten tegen de winsthonger van bedrijven en onderdanige regeringen.

dinsdag 30 juli 2019 14:02

Vorige week vielen enkele tientallen zwaarbewapende mijnwerkers een inheems dorp aan in het noorden van Brazilië. Emyra Waiãpi, de leider van de gemeenschap Wajapi, werd doodgestoken. Het gebied waar de Wajapi wonen is beschermd sinds 1966. Maar sinds de extreemrechtse Bolsonaro aan de macht kwam, lappen mijnbedrijven die regels aan hun laars. Ze dringen diep door in de beschermde gebieden, kappen bossen en vervuilen de rivieren. Protest wordt gewelddadig neergeslagen.

De ngo Global Witness publiceert elk jaar een luguber rapport met een ijzingwekkende opsomming van tientallen gelijkaardige moorden. Het toont het grotere plaatje achter het huidige geweld in Brazilië. Mensen die vechten voor het behoud van onze planeet tegen de roofzucht van mijnbedrijven en de agro-business (voornamelijk palmolie) worden massaal vervolgd, bedreigd en vermoord.

Het rapport vond 164 bewezen moorden, maar voegt er aan toe dat dat wellicht een onderschatting is. Vaak halen moorden niet eens het nieuws. Het nieuwste rapport onderzoekt ook hoe extreemrechtse regimes de wetten naar hun hand zetten om milieu-activisten te criminaliseren en op te jagen.

Onder radar

De Filipijnen zijn met 30 moorden nu het meest dodelijke land voor milieu-activisten. Als continent blijft Latijns-Amerika het gevaarlijkst. De helft van de 164 moorden gebeurde in een Latijns-Amerikaans land. In Afrika vond Global Witness 14 moorden, maar de onderzoekers voegen er meteen aan toe dat de zwakte van lokale media en civiele maatschappij er voor zorgt dat wellicht veel geweld onder de radar blijft.

Mijnbedrijven zijn de belangrijkste oorzaak van geweld. Tijdens een betoging tegen een kopermijn in Zuid-India kwamen op één dag 13 mensen om het leven. Dergelijke bedrijven zetten huurlingen in om protest in de kiem te smoren. Ook overheden doen mee aan het geweld. Bij 40 moorden waren officiële veiligheidsdiensten betrokken.

Wie opkomt voor het milieu, wordt niet alleen geconfronteerd met geweld, maar ook met subtielere vormen van intimidatie zoals criminalisering en rechtszaken. Global Witness merkt op dat dat vooral in de VS en het Verenigd Koninkrijk het geval is.

Zo is er de Amerikaanse Red Fawn Fallis die 57 maanden gevangenisstraf kreeg toen een revolver afging tijdens haar arrestatie bij de protestacties in Standing Rock. Red Fawn Fallis zegt dat een medebetoger de revolver aan haar gaf. Later bleek dat het om een FBI-agent ging die het protestkamp geïnfiltreerd had. Zeven Amerikaanse staten hebben nieuwe wetgeving die het mogelijk maakt om hardhandig op te treden tegen protestbewegingen.

Julián Carrillo die vorig jaar vermoord werd

Het verhaal van de Mexicaanse Julián Carrillo is huiveringwekkend. De voorbije twee jaar werden 5 van zijn familieleden vermoord en zijn huis ging in vlammen op. Hij wist dus dat zijn doodvonnis getekend was en toch bleef hij zich aan de zijde van zijn gemeenschap verzetten tegen de concessies die mijnbedrijven in de wacht hadden gesleept. Op 24 oktober werd zijn met kogels doorzeefde lichaam teruggevonden.

Wat kan er gedaan worden tegen dat geweld? Meer internationale solidariteit en meer aandacht voor die strijd die ons allen aanbelangt. Volgens Global Witness zouden lokale gemeenschappen democratische inspraak moeten krijgen in alle nieuwe mijn- en landbouwprojecten. Bedrijven die zich niet aan de wet houden of die huurlingen inzetten, zouden stevig gestraft moeten worden.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!