Rafael Chirbes, 27 juni 1949 - 15 augustus 2015 (MT Slanzi/Meridiaan Uitgevers)
Boekrecensie -

Rafael Chirbes (1949-2015), groot Spaans schrijver gaat veel te vroeg heen

Rafael Chirbes is op 15 augustus totaal onverwacht op 66-jarige leeftijd overleden in zijn woonplaats Tabernes de Valldigna, aan de Middellandse Zee, op enkele kilometers van de stad Valencia.

woensdag 19 augustus 2015 18:07

Wat de voorbereiding op een boeiend gesprek zou worden, is zopas noodgedwongen veranderd in een herdenking.

Les choses de la vie…

Op 19 september 2015 zou Rafael Chirbes naar
Manifiesta in Bredene komen, waar ik met hem een interview/gesprek
zou hebben en vragen uit het publiek zou modereren over zijn laatste
boek ‘En la orilla’ (2013), naar aanleiding van de Nederlandse
vertaling ‘Aan de oever’ (2014).




Tijdens mijn zomervakantie had ik
ter voorbereiding vertaling en origineel gelezen.

Net terug uit vakantie op maandag 17
augustus begon ik aan deze recensie, waarin ik
tevens zijn komst naar België zou aankondigen. Ik had ondertussen de
nieuwsberichten van het laatste weekend van mijn vakantie nog niet
bekeken.

Na het lezen van zijn boek en het beluisteren van
een aantal interviews op internet (zie hieronder) wist ik dat deze man een boeiend verhaal zou vertellen in Bredene.

Deze recensie is daarom meer dan de
bespreking van één boek, het is een terugblik op een groot Spaans
schrijver. Tweemaal won hij een van de grootste literaire prijzen
van de Spaanse literatuur, de Premio Nacional de la Crítica. In 2007
kreeg hij die voor zijn roman Crematorio, in 2014 opnieuw voor En la Orilla,
het boek dat hier verder wordt gerecenseerd.

Erkenning, zonder succes

Chirbes was allesbehalve voorbestemd om
succesvol schrijver te worden. Na zijn studies Moderne en Hedendaagse
Geschiedenis verbleef hij een jaar in Parijs. Hij werd leraar Spaans,
eerst in Marokko, daarna in een aantal Spaanse steden. Pas in 2000
kwam hij terug wonen in zijn geboortestreek in de buurt van Valencia.

Daar begon hij zich te wijden aan
literaire kritiek voor een aantal tijdschriften en schreef hij zelfs een gastronomische rubriek. Zijn debuut als schrijver dateerde
ondertussen al van 1988, met de roman Mimoun. Daarmee haalde hij toen de
finale van een literaire prijs, de Premio Herralde.

Daarop volgden En la lucha final
(1991), La buena letra (1992) en Los disparos del cazador (1994).
Met de Duitse vertaling van La larga marcha (1996) won hij een
literaire prijs in Duitsland. Dit boek werd het eerste van een trilogie met La caída de Madrid (2000) en Los viejos amigos (2003).

Met deze drie boeken schreef hij een
eigen literaire geschiedenis van Spanje na de burgeroorlog tot aan de
overgang naar de democratie. Ondanks lof en erkenning in de literaire
wereld bleef hij echter lang een relatief onbekend schrijver,
gewaardeerd in literaire kringen, maar nauwelijks bekend bij het
grote publiek.

Succes op 58-jarige leeftijd

Dat veranderde met Crematorio
(2007), een verhaal over de zeepbel van de Spaanse immobiliënsector,
die toen volop tierde door het land. Op 58-jarige leeftijd schreef
hij daarmee zijn eerste grote succes. Het boek werd door de
Spaanse zender Canal Plus verfilmd tot een serie van 8 episodes, die
eveneens zeer succesvol was en veel gunstige kritieken kreeg.




En la orilla – Aan de Oever gaat
verder door op de thematiek van Crematorio. Waar de economische crisis en
de uiteindelijke ineenstorting van de zeepbel van de immobiliënsector
zich nog aankondigt in Crematorio, is ze in En la orilla in volle gang.

Zowat
alle bouwwerven liggen stil. Duizenden bouwvakkers zijn werkloos.
Duizenden kleine en grote bouwbedrijven zijn over kop gegaan. Zowat
alle nevenactiviteiten, tot en met de cafees en restaurants die de
bouwvakkers bedienden, de bedrijven die materiaal leverden, alles
ligt stil.

Esteban

Esteban is één van hen. Zijn
schrijnwerkersbedrijfje ligt op apegapen. Hij heeft al zijn spaargeld
en dat van zijn vader geïnvesteerd in een groot project, op het
slechts mogelijke ogenblik, enkele maanden voor de zeepbel
ontploft. Zijn incontinente en dementerende vader ligt ondertussen
op sterven. Hij moet zelf voor zijn verzorging instaan, want de
Colombiaanse verpleegster kan hij niet meer betalen.

In plaats van eindelijk te kunnen genieten van
een welverdiend pensioen – hij wordt binnenkort 70 – kijkt hij
aan tegen een onzeker bestaan in armoede en marginaliteit. Al zijn
personeel heeft hij ontslagen, zeer tegen zijn zin, want hij
beschouwt hen een beetje als familie. Esteban denkt immers niet in
termen van business. Nooit gedaan, nooit gekund.

Zelfs de trouwe
Alvaro, die heel zijn leven voor zijn vader en voor hem heeft gewerkt, zag hij meer als een broer dan als een ‘werknemer’. Ook hij moet echter gaan. Esteban is dan wel geen keiharde kapitalist, hij heeft toch ook heel
wat kleine kantjes. Hij zorgt materieel zo goed mogelijk voor
zijn vader, maar zit ondertussen toch ongeduldig te wachten tot hij sterft.

Mooie beschrijvingen

Chirbes beschrijft pakkend hoe hij
teder zijn vaders doeken ververst, hem in de zetel vastbindt zodat
hij niet omvalt, maar toch comfortabel zit. Dat laatste weet hij niet
echt, want praten doet zijn vader al een tijdje niet meer. Nu ja,
‘praten’, dat deden ze ook al niet toen zijn vader nog de autoritaire
baas van het bedrijf was. Esteban wou niet eens timmerman worden in
het voetspoor van zijn vader, die hij minachtte maar nooit
tegensprak.

Esteban ziet wel de toestand van het
land maar zoekt de oorzaak van zijn falen toch vooral bij zichzelf.
“Wat een loser ben ik. Geef ik al mijn geld aan een onbetrouwbaar
promotor, die me achterlaat met de ruwbouw van tientallen
appartementen zonder de vensters en deuren die ik zou leveren en
installeren.”

Zijn broer en zus geloven ondertussen
nog altijd koppig dat er een mooie spaarpot op hen staat te wachten
van het bedrijf dat hun vader zo lang gerund heeft. Ook voor de
dorpelingen houdt Esteban de schijn op.

Eleonor, Colombia, Marokko…

Esteban is de centrale figuur, maar er
komen ook heel wat anderen aan het woord, zoals Liliana. Die is
zwaar teleurgesteld dat ze nu in Spanje opgezadeld zit met een
dronken Spaanse man en leeft in omstandigheden die nauwelijks
verschillen van haar geboorteland Colombia.

Marokkaanse gastarbeiders
zijn in een zelfde straatje verzeild geraakt. Te arm om rond te komen
of om terug te gaan, maar ook te fier om thuis toe te geven dat het
mislukt is, dat de jarenlange scheiding voor niets was. Dan
zijn er de vele hoertjes uit Oekraïne en andere verre landen, voor
wie het ook allemaal tegenslaat. Het laatste waar ze aan denken is
een oude leegloper als Esteban aan de haak te slaan.

Alsof het allemaal niet erg genoeg is,
blijft Esteban ondertussen treuren over zijn grote jeugdliefde
Eleonor, die hem dumpte voor een zakenman. Ze is ondertussen
overleden aan kanker, maar eigenlijk weet hij niet eens of hij echt
van haar heeft gehouden. Hij ziet ook geen enkele contradictie tussen
zijn geïdealiseerde liefde voor haar en zijn regelmatige
ongegeneerde passages bij de hoeren in zijn buurt, die door de crisis
bovendien gemakkelijk goedkoop zijn geworden.

‘Aan de oever’

Het hele verhaal vat aan terwijl
Esteban zit te vissen ‘aan de oever’ van een moerassige vijver, waar
hij twee schurftige honden ziet vechten om een homp vlees van een
dood beest, tot hij plots ziet dat die stinkende homp de vorm heeft
van een mensenhand. Neen, dit is geen thriller, dat voorval is
slechts de aanleiding voor Esteban en de andere personages om te
mijmeren over hun bestaan.

Chirbes verstaat de kunst om tegelijk
zeer mooi literair en realistisch te schrijven. Hij vertelt zeer
boeiend, ook al zijn het geen prettige verhalen. Zijn personages
nemen ook voortdurend van elkaar het woord over, wat van de lezer
geconcentreerde aandacht vergt.

Vooral in het begin is het immers
onduidelijk waar en over wie dit gaat. Chirbes schrijft echter zo
mooi dat je blijft lezen. Hoe bleek en passief de personages ook
zijn, je voelt met hen mee, het zijn dan wel kleine mensen, maar in
ieder geval echte mensen. Achter hun verbittering blijft het
verlangen naar iets beters sluimeren.

Spaanse geschiedenis

Achter dit alles schuilt ook een hele
brok Spaanse geschiedenis. Het moeras waar Esteban gaat vissen was
ooit de schuilplaats van het maquis, het verzet tegen Franco – waar
ook zijn vader deel van uitmaakte, ook al heeft zijn vader daar nooit
iets over gezegd tegen zijn kinderen.

De angst van Esteban om
betrokken te raken bij een onderzoek naar het lijk in het moeras –
dat zou wel eens een slachtoffer van de maffia kunnen zijn – is in
feite zijn angst om geconfronteerd te worden met zijn eigen waarheid:
dat hij volledig is mislukt en dat het niet lang meer zal duren voor
het hele dorp zal weten dat hij failliet is.

Dit is zonder meer fascinerende
literatuur. Niet gemakkelijk. Aanvankelijk snap je er haast niets van, waar
gaat dit naar toe? Chirbes is echter een grandioos verteller, je blijft
lezen, tot langzaamaan de puzzel in elkaar valt.

Het Spaanse origineel is onnabootsbaar
mooi. De rijke woordenschat van Chirbes maakt lezen van het
origineel echter redelijk zwaar. Vertalers Eugenie Schoolderman en Arie
van de Wal hebben een schitterende prestatie geleverd, die het origineel volledig tot zijn recht laat komen.

Sinds Chirbes’ doorbraak met Crematorio is
ook dit boek vertaald, evenals een aantal van zijn vroegere werken.
Wie Aan de oever uit heeft zal meer willen van deze veel te vroeg
gestorven schrijver.

Rafael Chirbes, Aan de oever, Meridiaan Uitgevers, 2014, ISBN 978 488 2224 9

Chirbes praat over zijn laatste boek (heel toepasselijk in een houtbewerkingsbedrijf):

“De bevolking heeft begrepen dat ze een regering hebben die hen niet vertegenwoordigt”:

Interview in het Frans over ‘Aan de oever’:

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!