De touwtjes in handen
Opinie - BOEH!

De Arkprijs van het Vrije Woord: BOEH! krijgt het woord van Fikry El Azzouzi

Op woensdag 13 mei ontving auteur Fikry El Azzouzi de Arkprijs van het Vrije Woord. Bij de uitreiking stond hij het woord af aan de activisten van BOEH! "Vandaag zijn we hier om het “vrije woord” te vieren. Het vrije woord dat net als alle andere mensenrechten dient gerespecteerd te worden voor alle mensen. Ook voor moslima’s. Laten we als samenleving dan ook de daad bij het woord voegen en dit in de praktijk omzetten."

donderdag 14 mei 2015 09:37
Spread the love

In eerste instantie willen wij van BOEH! (Baas Over Eigen Hoofd) Fikry El Azzouzi van harte feliciteren met de Arkprijs, die hem toegekend is. Vooral omdat het niet zomaar een alledaagse prijs is. Wij moeten het jullie niet vertellen, maar zoals jullie weten heeft de Arkprijs van het Vrije Woord een nobele oorsprong.

De
Arkprijs werd voor het eerst uitgereikt toen de Prijs voor
Letterkunde van de Provincie Antwerpen niet werd toegekend aan Marnix
Gijsen, omdat zijn genomineerde roman Joachim
van Babylon, volgens eerwaarde heer Joris
Baers, stichter en leider van het Algemeen Secretariaat voor
Katholieke Boekerijen, ‘aanstoot gaf aan de gevoelens van het
grootste gedeelte van de bevolking van de Provincie Antwerpen.’

Aanstoot
geven aan de gevoelens van het grootste gedeelte van de bevolking… Dat
is iets waar wij kunnen van meespreken. Wie een hoofddoek draagt
geeft aanstoot, althans dat is een van de steeds weerkerende
argumenten om de hoofddoek te verbieden voor mensen in loketfuncties
in Antwerpen. Los van hun mensenrechten. Het maakt andere mensen
boos. Dat is reden genoeg. Dat is in een notendop hoe dit debat veelal
verloopt. Hebben die andere mensen dan meer recht op ons aller
mensenrechten?

Toen Fikry ons voorstelde BOEH! te betrekken
in zijn dankwoord hebben we dan ook niet lang getwijfeld. Want de
essentie van BOEH ligt dan ook helemaal in de lijn
van een avond als deze. Namelijk het opkomen voor je rechten en je
vrije meningsuiting, ook al ligt deze niet altijd in de lijn van wat
– om het in de woorden van Joris Baers te zeggen – “het grootste
gedeelte van de bevolking” denkt.

Meer
dan acht jaar geleden hebben wij, samen met andere feministen en
ongeacht onze geloofsovertuiging, BOEH opgericht, uit protest tegen
het verbod op het dragen van een hoofddoek voor loketbedienden
in Antwerpen. Als feministen – en we zeggen het nogmaals met nadruk,
van uiteenlopende geloofsovertuiging, atheïsten, moslims en christenen –
verdedigen wij het recht van vrouwen en meisjes om zelf te beslissen
of ze al dan niet een hoofddoek dragen. Het gaat hier dan ook over
het democratisch recht op vrije meningsuiting en op
godsdienstvrijheid.

Vaak
werd en wordt het argument van neutraliteit gehanteerd om
een verbod op hoofddoeken goed te praten. Voor alle duidelijkheid: ja,
wij zijn voorstander van de scheiding van kerk en staat, en ja, wij
zijn voorstander van een neutrale staat. Maar neutraliteit betekent
voor ons niet het wegmoffelen van zichtbare levensbeschouwelijke of
religieuze tekens. Voor ons betekent het de bestaande religieuze
diversiteit een plaats geven. Wij noemen het inclusieve
neutraliteit. Want de zichtbaarheid van levensbeschouwelijke of
religieuze symbolen op een persoon zegt uiteindelijk niets over hoe
deze persoon handelt. Bovendien, als we al die kentekens verbannen,
biedt dat een garantie op neutraliteit? Niemand is neutraal, zichtbare
kentekens of niet. Alleen iemands handelen als ambtenaar of
dienstverlener kan (en moet) neutraal zijn.

De
verdedigers van het vrije woord dragen het recht op vrije
meningsuiting hoog in het vaandel. Zo hoog dat, wanneer het de hoofddoek betreft, in naam van het vrije
woord waarheidsaanspraken worden
gemaakt, die niet moeten onderdoen voor die waarheidsaanspraken
die veel vrijzinnigen aan religies verwijten. Wat anders doen Etienne Vermeersch of Dirk Verhofstadt, wanneer zij een absolute
betekenis toekennen aan de hoofddoek, als uitsluitend bewijs van
zowel vrouwenonderdrukking als gevaarlijk radicalisme, wanneer ze de
mening van de draagsters van een hoofddoek afdoen als een vals
bewustzijn; wanneer ze weigeren om te luisteren naar de
argumenten van moslima’s zelf en hen op hun plaats zetten als
ze staan op hun “vrije woord”. Wat anders is hier aan het werk
dan de proclamatie van één alles zaligmakende (le mot est bien
choisi) waarheid, die geen weerwoord duldt. Wat anders is hier aan
het werk dan het monddood maken van een andersdenkende minderheid.
Wat anders is hier aan het werk dan het tegengestelde van wat de
openingsakte van De Ark stelt, namelijk: “Wij
eerbiedigen elke gezindheid, maar weigeren aanmatiging van elke
opgedrongen leer”.

Misschien apprecieert niet iedereen onze bijdrage
vanavond, maar onze bedoelingen zijn goed. Wij willen onze
samenleving een geweten stampen. Want het is het vrije woord van een
dubbel gediscrimineerde minderheid, moslim en vrouw, dat verpletterd
wordt door het Grote Gelijk van een meerderheid, die de politiek, de
media, de instellingen beheerst. En het is waarlijk bevreemdend om
vast te stellen dat men zich daarbij bedient van grote woorden en
vervloekingen. Alsof de duivel moet uitgedreven worden. Feministen
die het recht van vrouwen verdedigen om een hoofddoek te dragen zijn naïef, buigen voor of laten zich misbruiken door de islam, zijn
reactionair. Zij die een hoofddoek dragen zijn sowieso onderdrukt, en
oh wee als ze zich feminist durven noemen.

De
consequenties daarvan reiken oneindig ver. Om te beginnen kleuren zij
zowel het waardendebat als het neutraliteitsdebat. Wij wikken onze
woorden. Het gaat inderdaad om “kleuren”. Het is pas na het
eerste gemediatiseerde formele hoofddoekenverbod door het Antwerps
gemeentebestuur, dat neutraliteit plots mediatiek eenzijdig
gedefinieerd werd als de afwezigheid van zichtbare
levensbeschouwelijke tekens (inclusief het HIV lintje, Behalve dan
op 1december). Van een instrument om de vele levensbeschouwelijke en
religieuze overtuigingen hun rechtmatige plaats te waarborgen in de
goede samenleving, werd neutraliteit verheven tot een na te streven
waarde, naast de scheiding van kerk en staat en de gelijkheid van man
en vrouw. Publiek debat gesloten. Met als praktisch resultaat dat
onder dekking van deze mantra een brede maatschappelijke bres is
geslagen voor islamofobie en racisme. Jawel, racisme. Nogmaals, wij
wikken onze woorden. Want is een hoofddoekverbod, (en ook het
populaire langerokkenverbod in het katholiek onderwijs) in sé geen
racistische maatregel? Racisme is uiteindelijk een systeem dat
benadeelt op basis van etniciteit. Een hoofddoekverbod dat moslima’s
treft heeft in deze samenleving dan ook als primair doelwit (vooral)
vrouwen van etnische minderheidsgroepen, met als gevolg dat
islamofobie of liever islamhaat alleen maar versterkt worden.

Soms
krijgen wij het gevoel dat een weldenkende meerderheid zich het vrije
woord heeft toegeëigend, om het bij elke gelegenheid te hanteren tot
meerdere eigen eer en glorie. Het is gemakkelijk om van leer te
trekken tegen een Bart De Wever, die zich (voorlopig) ongestraft een
ronduit racistische aanval tegen een berberminderheid in onze
samenleving permitteert. Het poetst het eigen blazoen op en versterkt
het eigen grote gelijk, dat blind maakt voor het reëel bestaande
structurele racisme, een taboe dat dankzij onder meer het social media-initiatief van Bleri Llesi desondanks bespreekbaar is gemaakt, omdat mensen hun
verhaal doen in hun “eigen woorden”, in hun eigen “vrije
woord”.

Tot
slot rijst een superbelangrijke vraag. Gaat het vrije woord énkel om
het woord? Of ook om de daad? Of minstens toch de praktijk? We mogen
allemaal zeggen wat we willen. Maar wat doen we met uitspraken van
het hoogste rechtsorgaan van het land? Wat als de Raad Van State in
twee scholen het algemeen en ongemotiveerd verbod voor leerlingen om
levensbeschouwelijke en religieuze tekens te dragen vernietigt, omdat
het een schending betekent van het recht op godsdienstvrijheid en
omdat leerlingen helemaal niet neutraal hoeven te zijn, wel
integendeel? Wat doen we wanneer de Raad van State duidelijk aangeeft
dat aanstoot nemen aan iets geen hoger goed is en dus geen schending van mensenrechten rechtvaardigt? Is het een
signaal om gelijkaardige verboden in andere scholen te herroepen of
minstens toch de motivering ervan te onderzoeken? Gaan we daarover
bijvoorbeeld in gesprek met elkaar? Of neemt het Grote Gelijk van de
inrichtende macht, die zich toch op de vingers getikt zou moeten
voelen, de overhand? 

Vandaag
zijn we hier om het “vrije woord” te vieren. Het vrije woord dat
net als alle andere mensenrechten dient gerespecteerd te worden voor
alle mensen. Ook voor moslima’s. Laten we als samenleving dan ook
de daad bij het woord voegen en dit in de praktijk omzetten.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!