De goddelijke wraak

De goddelijke wraak

35 jaar geleden werd aartsbisschop Oscar Arnulfo Romero van San Salvador in volle eucharistieviering neergekogeld. De kalender stond op 24 maart 1980. Sindsdien is de prelaat nooit meer weggeweest. Je komt hem overal tegen, op posters en affiches in huiskamers en in sommige kerken, op kantoren van mensenrechtenorganisaties en tijdens de jaarlijkse herdenkingsdag op spandoeken.

donderdag 23 april 2015 16:16
Spread the love



Optocht op 22 maart door de straten van de hoofdstad San Salvador



De reeds overleden Roberto D’Abuisson was chef van een doodseskader dat Romero vermoordde en stichter van de rechtse ARENA partij.



Nieuwe optocht op 24 maart, de dag van de moord in 1980

Om de vijf jaar geeft het Romero Comité
van San Salvador er een flinke boost aan en mobiliseert honderden boeren,
arbeiders, huismoeders en leerlingen van colleges.

De voorbije maand maart kende een
ongemeen succes. Alles had te maken met het feit dat paus Franciscus de poort
wagenwijd heeft opengezet om de aartsbisschop, die tijdens zijn leven niet danig op
begrip vanuit de officiële kerk kon rekenen, zalig te verklaren. Maar nu was
het hek van de dam.

Ik zag het allemaal voor mijn ogen
gebeuren. Ik was vanuit Guatemala naar San Salvador gereisd om de Internationale
Bijeenkomst van Oscar Romero Comités (SICSAL) bij te wonen.

Brandende kaarsen

De steungroep ‘Solidair met Guatemala’ is een lidorganisatie van het Europees net
van Oscar Romero Comités. Ikzelf vertegenwoordig dan weer dat Europees net in
CIFCA. Dat is een verzameling van Europese NGO’s en comités die zich toeleggen
op politiek lobbywerk bij de Europese instanties in Brussel (vooral het
Europees Parlement en de Commissie), daar waar het gaat over de relaties van de
Europese Unie met Midden-Amerika en Mexico.

Het secretariaat van de internationale
Oscar Romero Comités had vijf dagen uitgetrokken waarbij we ons intensief bogen
over de grote uitdagingen die Latijns-Amerika vandaag bezighouden.

Maar daarover zal ik het hebben in een
volgende bijdrage.

Tussendoor kregen we de kans om deel
te nemen aan de activiteiten die de hoofdstad in hun greep hielden. In de
vroege avond zakten we in stoet met brandende kaarsen af naar het centrum, waar
vóór de kathedraal een eucharistieviering plaatsgreep. De hoofdcelebrant was
de huidige aartsbisschop van San Salvador.

Hun
kar gekeerd

Ik hoorde iemand zeggen: “Jarenlang
hebben ze zich minachtend over hem uitgesproken, een opruier, een guerrillero,
de communist. Maar nu de paus er zich mee gemoeid heeft en Romero op 23 mei zalig wordt verklaard, reppen ze zich allemaal halsoverkop om er op de valreep bij te
zijn en hem te eren. Dat is de goddelijke wraak.” Ik vond het een spontane en
terechte reactie van de man. Op zich niets bijzonders. Op dat vlak herhaalt de
geschiedenis zich voortdurend, bij leven verguisd, in de dood in ere hersteld.

Maar ik stond danig perplex toen
ik een dag later een krasse homilie hoorde uitspreken in de kapel aan hetzelfde
altaar waar de aartsbisschop doodgeschoten werd. De viering werd voorgegaan
door don Raúl Vera, dominicaan en bisschop van het diocees El Saltillo in het noorden van Mexico, samen met onder
meer de Vlaamse Philip Dickmans, bisschop
van een diocees in Brazilië. De Procureur van de Mensenrechten die aanwezig was,
nam ook het woord. Zelfs de President van de republiek, Sánchez Cerén, een voormalige guerrillacommandant, zat tussen de
aanwezigen. Padre Juan Chopín, pastoor van de parochie in San Vicente, een
stadje in het binnenland, maar ook directeur van de theologische faculteit van
de Don Bosco universiteit, deed de homilie. Hij bleek niet zo heel bekend te
zijn. Een van de talrijke journalisten tikte mij op de schouder en vroeg wie
hij was. Wist ik veel op dat ogenblik.

Zonder veel emotie in zijn stem, als
een onderwijzer die huiswerk aan zijn leerlingen meegeeft, gebood hij dat
iedereen, bisschoppen, priesters en leken die de aartsbisschop de rug
toekeerden en voor communist links lieten liggen, vergiffenis vraagt, en wel openlijk
vergiffenis vraagt; dat de politieke partijen de christelijke symbolen uit hun
emblemen en vlaggen halen, vooral de ARENA-partij (ARENA werd gesticht door
Roberto D’Aubisson, aanvoerder van een doodseskader dat Romero vermoordde); dat
de Amerikaanse regering het zelfbeschikkingsrecht van de volkeren, ook van
Venezuela, moet eerbiedigen en dat de amnestiewet voor oorlogsmisdadigers
ongedaan gemaakt wordt. Het applaus hield niet op.

Onder de grond

Op 24 maart, de dag van de moord, trokken
we bij een manifestatie door de straten, vooral omringd door basisbewegingen en
arbeiders. We eindigden aan de voet van de kathedraal, maar doken de crypte in.
Jaren geleden was ik getuige van een symbolische en tegelijk zeer reële
opdeling van kerkelijke gelederen. Bovengronds in de ruimte van de kathedraal
werd de eucharistie gevierd door de aartsbisschop en een schare aanverwante
mijtendragers. Onder de grond, in de crypte waar aartsbisschop Oscar Romero
begraven ligt, vierden enkele bisschoppen en een heel aantal priesters en leden
van de basisgemeenschappen hun eucharistie.

Deze keer zal de viering in de crypte
in het geheugen blijven hangen vanwege de homilie van andermaal padre Juan
Chopín. Hij verwees naar het Vaticaan, dat Romero martelaar verklaarde, omdat
hij vermoord werd vanwege haat tegen
het geloof’.

“Wanneer men het heeft over haat tegen
het geloof moet men zich afvragen wie is het die haat draagt, waarom draagt hij
haat en wie haat hij. In dit geval is niet alleen Roberto D’Aubisson de
aangeklaagde, maar wel een groep individuen, de elite, de oligarchie, zij die
zulk soort mensen inhuren om te moorden, dus moeten we ons niet blindstaren op
een persoon, maar uitkijken wie erachter zit.” Hij vervolgde: “De motieven van
de haat waren voorzeker de getuigenissen die in dit geval Monseigneur Romero
gaf, en die streefden naar openheid, liefde voor de armen.” “Dat stoort velen,
het stoort de rijken van dit land, want het draagt bij tot de organisatie van
de arbeiders.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!