Recalling the Caliphate (2014) Het laatste boek van socioloog Dr. Salman Sayyid

Een kalifaat als Islamitische EU. Waarom niet?

Met het bestaan van ISIL is het denken over het kalifaat bevlekt met paniek en angst. Britse socioloog Salman Sayyid daagt ons uit om zo onbevooroordeeld mogelijk over dit Islamitisch concept na te denken. Dit versterkt het pluralisme van ons wereldbeeld, meent Sayyid. In Brussel sprak hij met collega Nadia Fadil.

maandag 29 december 2014 10:00

Voor Britse socioloog Salman Sayyid (University of Leeds) is de rek nog lang
niet uit  ons denken over wereldpolitiek en geschiedenis. In zijn laatste
boek Recalling the Caliphate,
Decolonization and World Order
(2014) bestudeert Sayyid de interactie
tussen Islam en de politieke context van de postkoloniale wereld. Hij gelooft
dat deze wereld haar dekolonisatieproces nog niet heeft voltooid.

Door het onvoltooide dekolonisatieproces weerspiegelen sterk
gevestigde noties over begrippen als sharia, kalifaat, burgerschap en
democratie de lange geschiedenis van de manier waarop Europese en (later)
Amerikaanse mogendheden met de moslimwereld omgaan. De socioloog pleit voor een “decolonisation of the mind”, oftewel “het vergroten van onze
bronnen van verbeelding”. Hij confronteert
deze noties met een historisch en analytisch overzicht van de
theorie en praktijk van het kalifaat in 
de moslimwereld. Hij beargumenteert dat deze theorie en praktijk
onderdeel is van een algemeen streven van vele verschillende sociale en
politieke bewegingen naar een gedecentraliseerde en diep pluralistische wereldorde.
 

Zodra we dit accepteren, kunnen we begrijpen dat onze wereld steeds verandert en dat we daarom met elkaar
en anderen beter rekening moeten houden. In het verschiet ligt dan een vredig
samenleven. Dat is de boodschap van het boek

Sayyid bracht op woensdag 17 december bezoek aan de
Koninklijke Vlaamse Schouwburg in Brussel om verder op deze boodschap in te
gaan. Onder begeleiding van arabiste Najet Boulafdal (MO*) ging Sayyid in gesprek met sociologe Nadia Fadil (KU Leuven).

ISIL

Veel mensen associëren het idee van het kalifaat met de zogenaamde Islamitische Staat in Irak en de Levant (ISIL) die op 29 juni is
uitgeroepen. De stichters van ISIL zijn vooral voormalige Al-Qaeda-leden  die uit de organisatie gezet zijn, onder andere vanwege hun
veel te brute gedrag. Terwijl Al-Qaida 
in eerste instantie “Westerse bezetters” als vijand ziet, leggen de
paramilitairen van ISIL het mes op de keel van iedereen die hen niet aanstaat –
moslims en niet-moslims.

Een tweede verschil is belangrijker. Voor Al-Qaida is het
uitroepen van een kalifaat het eindstation, voor ISIL is het kalifaat slechts een begin. Het uitroepen van het kalifaat is een sterke troefkaart
geweest die ISIL tegen Al-Qaeda heeft ingezet.

Het kalifaat heeft
geen nationale identiteit vanwege het “transnationaal” territorium waarover het
regeert, vertelt Sayyid.  Dit
territorium beslaat een deel van het grondgebied van Irak en Syrië en
overschrijdt hiermee de nationale staatsgrenzen die door de vroegere koloniale
machten zijn vastgesteld.

ISIL is een product van
wat Sayyid noemt “warlordism”,
krijgsheerschappij. De entiteit is ontstaan binnen de context van een
zogenaamde “failed state”, legt
Sayyid uit. Deze politicologische term verwijst naar een staat die niet meer in
de basale voorzieningen van de bevolking kan voorzien en het beheer over zijn territorium
verliest. In dergelijke samenlevingen staan groepen op die geweld gebruiken als een manier om politieke legitimiteit te claimen.

Kolonialisme

Wereldwijd hebben moslims hun veroordeling en afschuw
uitgesproken. Toch zijn er veel moslims die een Islamitische staat
een goed idee vinden. Maar in hun denkoefeningen over het kalifaat hebben
moslims iets totaal anders voor ogen dan ISIL. Hoe kunnen we dit begrijpen?

Vanuit haar koloniaal verleden heeft de moslimwereld
steeds verlangd naar zelfbeschikking en politieke autonomie. Het idee bestaat dat dit door middel van een
kalifaat kan gerealiseerd worden. Ten aanzien van politieke legitimiteit is de kloof
tussen nationale regeringen en moslimpopulaties op dit moment groot. Met het
bestaan van autoritaire regimes, zogenaamde “failed states” en de schadelijke invloeden van allerlei externe
machten, wordt er nog steeds over een kalifaat nagedacht.

Sayyid legt uit dat het kalifaat symbool staat
voor het streven naar politieke autonomie en een soevereine staatsinstitutie.
Maar, wat is een kalifaat? Als we alle sensationele elementen uit alles wat er is
gezegd en geschreven over het begrip vissen, houden we over een tamelijk duffe
betekenis van het woord: een overkoepelende politieke structuur waarbinnen
moslims kunnen leven.  In deze structuur
bestaat een legitiem Islamitisch bestuur. Aan het hoofd staat een zogenaamde
kalief die in de naam van moslims de entiteit bestuurt.

Pas als we bij het punt aankomen hoe dit bestuur eruit kan
zien, ontstaat er discussie – in de moslimwereld, maar ook daarbuiten. Om
deze discussie zuiver te voeren probeert Sayyid zich vooral te concentreren op
de oorspronkelijke instellingen van het kalifaat.

Volgens Sayyid impliceert het kalifaat een “convergentie tussen bestuur en religieuze affiliatie”.  Na het overlijden van profeet Mohammed werd
besloten dat men alleen moslim is als men lid blijft van de politieke
gemeenschap. Je kon geen moslim zijn als je geen belastingen afdraagt aan
Medina, het politieke centrum van het kalifaat.

128 jaar later bestond er geen sterke nadruk meer op deze
convergentie; iedereen kon moslim zijn waar hij of zij dat wilt. Dus toen een
groep moslims in het zuiden van Spanje weigerde om belastingen te betalen en de
kalief in Baghdad te erkennen als de
politieke leider, was er vrijwel niemand die dacht dat deze moslims afvalligen
waren geworden.

Met dit voorbeeld probeert Sayyid de historische veranderingen in het denken
van moslims aan te tonen. Het denken over een kalifaat is nog nooit verdwenen.
Het werd zelfs versterkt toen koloniale mogendheden uit Europa Afrika en Azië binnentrokken,
en na de Eerste Wereldoorlog de lijnen
tekenden voor een nieuwe wereldkaart.

Het kolonialisme heeft in de moslimwereld flinke deuken
geslagen in  het moderne staatsvormingsproces
en andere algemene politieke
ontwikkelingen zoals Europa die kent. Beperkingen in deze ontwikkelingen worden
in Europa uitgelegd als gevolg van politieke onbekwaamheid of sociale
achterlijkheid. In 1924 werd het laatste kalifaat, beter bekend als het
Ottomaanse Rijk, afgeschaft door Mustafa Kemal Atatürk. Hij werd de eerste president van
Turkije.

De symbolische relevantie van de afschaffing van het kalifaat
is groter dan de politieke relevantie. Moslims bleven achter met een schaarse kennis over hoe ze verder kunnen
leven zonder het bestaan van een kalifaat. Toch zagen moslims een  deur opengaan voor meer kennis en verschillende ideeën en uitvindingen ten aanzien van een nieuwe politieke institutie.
Wel kregen ze het gevoel dat ze afgesneden waren van “een bepaalde
historische en epistemologische sequens”, aldus Sayyid.

We hebben hier te maken met twee verschillende  reeksen van ervaringen met de geschiedenis:
die van Europa, en die van de moslimwereld. Volgens Sayyid is het interessant
om te ontdekken hoe de Europese ervaringen met de geschiedenis allesbepalend
zijn geworden voor de manier waarop we geschiedenis bestuderen en over politiek nadenken:

” Praten over politiek en het politieke gebeurt in onbewogen en keurig afgebakende categorieën. Eigenlijk zijn deze categorieën
veranderlijk, waardoor politiek een stuk ingewikkelder wordt dan we
denken. Wat
ik probeer aan te tonen is dat deze categorieën product zijn van een bepaald
historisch tijdperk. Zelfs termen als
‘links’ en ‘rechts’ komen uit de Franse Revolutie. Geschiedenis bepaalt hoe we politiek
begrijpen en welke invulling we aan concepten als ‘rechtvaardigheid’ geven.”

In deze tijd kunnen we politieke ontwikkelingen in de wereld
zeker niet meer voor onszelf of anderen begrijpelijk maken als we de
veranderlijkheid van deze categorieën niet accepteren. Het pluralisme van de wereld
overstijgt simpelweg Europese discoursen, vervolgt Sayyid. We moeten dus de
taal van geschiedenis en politiek van andere delen van de wereld leren spreken.

In dit kader, het concept van het kalifaat bestuderen
versterkt het pluralisme van ons wereldbeeld, gelooft Sayyid. Het bevestigt dat
de geschiedenis van ons allemaal is, niet alleen van het Westen. Iedereen moet
rekening houden met de “pluraliteit  van
het planeet”.

Dekolonisatie van het denken

Maar volgens sociologe Nadia Fadil zijn we nog niet
daartoe bereid. Spreken over politiek is volgens Fadil alleen mogelijk in de
taal van de liberale democratie: “Een andere taal gebruiken is een timide en
onderdrukte bezigheid. (…)  Als
iemand  in de publieke sfeer de taal van
de sharia spreekt, wordt hij of zij gemarginaliseerd.”

Fadil vervolgt: “In de moslimgemeenschap [in België]
bestaat de consensus dat we binnen het kader van de liberale democratie participeren.
Maar dit kader hoeft noodzakelijkerwijs een politieke reflectie te zijn van
onze gemeenschap.”

Fadil  voegt hieraan toe dat het Westen geen hermetisch
afgesloten en afgesneden entiteit is. “Ook ik ben onderdeel van het Westen, en
ik gebruik ook het Westerse perspectief op politiek en democratie. Ik heb
mezelf dus gesitueerd in dit Westers epistemologisch kader.”

Dit kader verliest deels zijn kracht: “De Westerse gemeenschappelijke taal en gedachtegang over politiek en
maatschappij bekleedt geen hegemoniale positie meer. De Westerse taal  bestaat te midden van andere talen, en dat
beangstigt ons,” aldus Fadil.

Zodra moslims zich ook actief inzetten voor het dekoloniseringproces
van het denken – “decolonisation of the mind” – worden ze een sterker onderdeel van de
democratische samenleving waarin ze leven, zegt Sayyid. Als gevolg verzwakt de
hegemoniale positie van het Westers denken, en worden andere perspectieven op
de (wereld)politiek en geschiedenis meer zichtbaar.

Spreken over een kalifaat ziet Fadil als onderdeel van het
dekolonisatieproces van het denken. Het is namelijk niets meer dan het bedenken
van alternatieve politieke systemen. Zoals men dat in andere delen van de
wereld ook doet: “Ook in Latijns Amerika ontwikkelt men verschillende
perspectieven op de politiek.”

Fadil vervolgt:  “We
moeten verder denken dan de moslimwereld. We hebben ook te maken met
een mondiale crisis, en ook sociale
bewegingen die de status quo uitdagen en nieuwe ideeën ontwikkelen over verschillende
vormen van politieke en economische systemen.”

EU

Volgens Sayyid moet het Westen daarom, op zijn beurt, de
pluraliteit van de wereld  accepteren. En
ook dat er meerdere volksgroepen zijn die vorm geven aan de geschiedenis en de
wereld waarin we allemaal leven. Het is onmogelijk voor het Westen om de wereld naar eigen hand
te zetten zonder een tegenreactie. Zodra het Westen dit accepteert kan het met
een open blik naar Islamitische ideeën kijken.

Het resultaat is het volgende: als moslims over een kalifaat denken en plannen
uitwerken voor de bouw van een dergelijke overkoepelende politieke structuur, hoeft
dit niet meer gepaard te gaan met golven van paniek. Om kracht bij de stelling
te zetten plaatst Sayyid het kalifaatconcept op dezelfde analytische lijn als de
EU. Een kalifaat hoeft niet te
verschillen van de EU. In de moslimwereld en in Europa ziet men het belang van
eenheid en samenwerking.  

Sayyid vertelt dat de EU vrede en voorspoed voor Europa heeft
meegebracht. Hij vervolgde: “Dankzij het bestaan van de EU zijn Frankrijk en
Duitsland geen vijanden meer. Een overkoepelende politieke structuur hoeft daarom
zeker niet dreigend te zijn. Frankrijk en Duitsland hebben geen conflict met
elkaar. De wereld is nu een stuk veiliger geworden.”

Denken
over een kalifaat is voor moslims “een voertuig naar dekolonisatie”. Sayyid benadrukt
met klem dat dit afzonderlijk gezien moet worden van de wrede manier waarop het
voertuig vandaag wordt gebruikt.  Dan pas
hoeft een kalifaat geen angstaanjagend idee te zijn, maar “een metaforische
horizon voor een betere toekomst.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!