Meesterschap 2.0

Meesterschap 2.0

vrijdag 19 december 2014 20:26

Praktische vaardigheden tellen tegenwoordig niet meer mee als het om status gaat, daarom focussen we ons best op wat ons wél doet stijgen op de sociale ladder. Dat vakmanschap niet meer als bravourestuk wordt beschouwd, maakt deze betrekkingen onaantrekkelijk voor de erkenningszoekende mens. Deze dingen zijn wel leuk. Ze zijn wel tof. Je kan er eens een workshop in volgen als je zin hebt. In dat lokale café daar doen ze dat soms toch eens op donderdagavond? Zonde, want het is niet enkel als theoreticus dat men een virtuoos niveau kan behalen. We lopen op deze manier danig wat kwaliteit mis, zowel als consument, als producent.

Het startschot voor de verwatering van meesterschap binnen praktische disciplines werd gegeven door de industriële revolutie, toen de machinerie een groot deel van de handarbeid van de ambachtslieden verving. Maar het was vooral de opkomst van de massaconsumptie die de ambachten de fatale slag toediende. Producten werden niet meer eindeloos hersteld maar om de haverklap vervangen door een gloednieuw model. Na de massaconsumptiemaatschappij werd ook de afvalmaatschappij geboren. In het begin van deze periode leefde de idee dat onze planeet groot genoeg was en ze de afvalstroom wel zou kunnen verteren, maar vandaag beseffen velen dat we zo niet verder kunnen. Door het moderne, ecologische bewustzijn rijzen grote en kleine initiatieven uit de grond om hergebruik te promoten, het vroegere recyclen wordt terecht gewezen en het label downcycling opgeplakt, tweedehands kledij is de nieuwe hype. Opnieuw is er plaats voor vakmanschap en ambacht, we willen producten om te koesteren, er is nota bene zelfs vraag naar. Bovendien maakt onze ecologische en economische toestand het noodzakelijk. 




Toch blijven we achter in de praktijk. Een verklaring vinden we grotendeels terug in de alsmaar stijgende prestatiezucht. Vandaag heeft de hiërarchie van de herder en de schapen plaats gemaakt voor een nieuw, vrijer stelsel waarin we meer dan ooit individueel aangesproken worden op ons succes en falen. We zijn continu op zoek naar wat onze status binnen de samenleving kan verhogen. In hedendaagse termen vertaalt dit zich in het achterna jagen van zoveel mogelijk academische diploma’s en erkenningen. Hier ligt de lat hoog. Voor de pas afgestudeerde werkzoekende is een universitair diploma namelijk de norm en als je toegewijd bent, moet dat diploma aangevuld zijn met een specialisatie én praktijkervaring. Liefst ga je ook wereldwijd, want internationaal is monumentaal. Belangrijk is dat deze voorwaarden voor succes niet enkel bij sollicitaties een rol spelen maar dat ze inherent worden gekoppeld aan de waarde van het individu. Prestaties zijn een uiterst persoonlijke zaak en in samenhang met de gezwollen prestatiedrang creeërt dit meer haast, of beter: overhaast. Het is deze moderne drift die ons laat racen naar de erkenning, via de meest flitsende opleidingen, echter zonder aandacht te schenken aan praktische vaardigheden, want hierin is tegenwoordig geen waardering meer te winnen. Ambacht is nog slechts een hobby of een lager beroep en door deze onderwaardering verliezen we aan kwaliteit.

Dit verlies van kwaliteit heeft weerslag op twee aspecten van ons leven. Ten eerste onze levensloop als consument van de producten en goederen die worden gemaakt. Wanneer je een huis bouwt is het tegenwoordig moeilijk om goede vakmensen te vinden. Bovendien werken we met prefab om de kosten te drukken, een goede zaak, maar de balans tussen innovatieve schoonheid en economische efficiëntie is verdwenen. Deze laatste heeft de strijd volledig gewonnen, ten koste van de kwaliteit van het eindproduct.
Ten tweede verliezen we levenskwaliteit als producent. Velen onder ons studeren af met een academisch diploma terwijl hun handen jeuken van de creatiedrang. Enkelingen onder hen kunnen nog succes boeken in het stadscentrum waar ze bij een paar nostalgische toeristen appreciatie vinden voor hun “ouderwetse”, artisanale ijscréme. De meesten blijven echter het pad volgen dat wordt gedicteerd door de heilige prestatiedruk. Zij eindigen hun carrière met een onbevredigd gevoel in de maag, met de hoop het nog te kunnen stillen tijdens hun pensioen.

Nu is het niet mogelijk alle veranderingen die de industriële revolutie met zich mee bracht opnieuw ongedaan te maken. Deze omwentelingen hebben bijgedragen aan onze levenskwaliteit en hieraan willen we niet raken. We hoeven ons niet opnieuw in de donkere middeleeuwen te laten storten door enkele fanatieke katholieken zodat we weer rieten mandjes kunnen vlechten met de hand. We moeten geen stap terug zetten maar een stap vooruit. Meesterschap 2.0. Meesterschap in de 21e eeuw, geïnspireerd door mensen zoals Leonardo da Vinci of Michelangelo Buonarroti, wier verwezelijkingen tot op heden niemands hart onberoerd laten. Maar ook door de geroemde patissiers van Wenen, de schoenmakers en juweliers uit de Via Roma en Via dei Calzaiuoli van Firenze, de meubelmakers van Mechelen. Om deze hergeboorte van het meesterschap in te leiden is echter een nieuwe mentaliteit nodig. Eén waarbij meesterschap opnieuw het aanzien krijgt dat het verdient en hierdoor weer aantrekkelijk wordt voor de erkenningszoekende mens.

Daar de jacht naar waardering en erkenning hoofdzakelijk start in het onderwijs, is dit ook het orgaan dat een grote rol kan spelen in de noodzakelijke mentaliteitsverandering. De herwaardering van de ambachten kan beginnen in onze scholen.
In de huidige opdeling van het secundair onderwijs spitsen de praktische onderwijsvormen zich enkel toe op een korte opleiding zonder doorstroom naar het hoger onderwijs. Daar waar de praktische richtingen wél opvolging kennen in het hoger onderwijs, is het bijna uitsluitend het technische aspect dat verder wordt ontwikkeld. Er zijn aan onze universiteiten en hogescholen opleidingen die zich focussen op creativiteit, bijvoorbeeld productontwikkeling of architectuur, maar hierin wordt dan weer geen handenarbeid onderwezen omdat dit de opleiding té interdisciplinair zou maken (een probleem waarmee deze opleidingen nu al kampen door het academiseren ervan, maar dit brengt ons te ver).
Om de noodzakelijke mentaliteitsverandering te ondersteunen zijn er praktische studierichtingen nodig met opvolging in het hoger onderwijs, waar het creatieve en intellectuele parallel met de handenarbeid naar een hoger niveau worden getild. Op deze manier kan meesterschap opnieuw worden ontwikkeld en zal het zichzelf weer bewijzen als verdienste. Zo zal het opnieuw aantrekkelijk worden voor de erkenningszoekende mens die producten zal maken van betere kwaliteit, ten voordele van de consument. Ook het productieproces zal meer bevredigend worden en dus bijdragen tot een hogere levenskwaliteit van de producent.

Men moet zich opnieuw veroorloven om naast wetenschappen en taal ook de focus te leggen op praktische vaardigheden. Het is tijd voor het meesterschap 2.0. Hiervoor is een mentaliteitsverandering nodig. Deze kan worden ingezet in het onderwijs door niet enkel te voorzien in opleidingen die technisch of creatief zijn (of een combinatie van de twee), maar door ook richtingen aan te bieden die kunnen uitmonden in een universitaire studie waar innovatief en praktisch vakmanschap het einddoel is. Meesterschap in ambacht is tenslotte een even verdienstelijk wapenfeit als doctoreren in een theoretische discipline.

Gwen Verlinden, Redacteur en Lay-out verantwoordelijke bij ZENIT Magazine

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!