Een waterdicht en rechtvaardig klimaatakkoord is nog ver af

Een waterdicht en rechtvaardig klimaatakkoord is nog ver af

donderdag 18 december 2014 21:52

De klimaatconferentie in Lima was een belangrijke
tussenstop om in december 2015 in Parijs tot een effectief klimaatakkoord te
komen. De onderdelen van zo’n akkoord moesten in Lima op tafel komen. Het ziet er
naar uit dat de elementen die op tafel liggen ruim onvoldoende zullen zijn om
de opwarming van de aarde onder de 2°C te houden. Ook inzake financiering voor de
landen in het Zuiden om de overstap naar een klimaatvriendelijke ontwikkeling te
maken zijn er onvoldoende engagementen. Over de rol van werknemers in het
klimaatbeleid zeggen de teksten van Lima niets, absoluut niets. De internationale
arbeidersbeweging, die de klimaatonderhandelingen in Lima volgde, is zwaar
ontgoocheld.

De opwarming van de aarde heeft een impact
op wereldschaal. Extreme weersomstandigheden maken dat vandaag reeds miljoenen
mensen de gevolgen keihard voelen. Niemand zal in de toekomst ontsnappen aan de
klimaatopwarming. Een multilaterale aanpak met alle landen samen is dan ook
absoluut noodzakelijk. Vandaar het belang van de onderhandelingen die gevoerd
worden onder de UNFCCC-paraplu van de Verenigde Naties[1].
Dat gaat moeilijk omdat vele landen op hun nationale autonomie gesteld zijn en omdat
korttermijnbelangen nog steeds voorgaan op het globale algemene belang.  Vandaar de frustrerend trage vooruitgang in
de onderhandelingen. Deze traagheid staat in aanstootgevend contrast met de
urgentie om op te treden.

Zouden we dit jaarlijkse terugkerende
proces van falende klimaatconferenties dan niet beter opdoeken? De idee lijkt
aantrekkelijk, maar de internationale arbeidersbeweging is ervan overtuigd dat
dit een grote vergissing zou zijn.  Een
internationaal akkoord om samen de opwarming aan te pakken is en blijft
noodzakelijk. We zullen er dan ook alles voor doen om daartoe bij te dragen. Anderzijds
zal een klimaatakkoord niet alles oplossen. Er is meer nodig dan een akkoord
tussen de ministers van leefmilieu van alle landen. Iedereen moet zijn
verantwoordelijkheid nemen op alle niveaus: beleidsmakers, bedrijven,
werknemers en huishoudens, enz.  De
vakbonden zijn alvast bereid om dit te doen, zoals vele concrete initiatieven
aangeven.

Lima Call
for Climate Action

Wat werd in Lima beslist? De landen die “er
klaar voor zijn” moeten tegen maart 2015 hun emissiereductie-engagementen
indienen. In UNFCCC-jargon heet
dit ‘Intended Nationally Determined
Contributions’
(INDCs). Ze zijn dus niet voor alle
landen verplicht en er wordt geen ambitieniveau opgelegd. De enige voorwaarde
is dat de nieuwe engagementen verder moeten gaan dan de huidige. Hoewel de
focus van de onderhandelingen rond de emissiereducties nog steeds ligt bij de
rijke geïndustrialiseerde landen die verantwoordelijk zijn voor het
klimaatprobleem, komt er voor het eerst een breuk in de opdeling tussen rijke
en arme landen. Het voor ontwikkelingslanden heilige principe van
‘gemeenschappelijke maar verschillende verantwoordelijkheid’ werd
aangevuld  met ‘in het licht van de
respectievelijke mogelijkheden’.[2]
Dit is zonder twijfel de belangrijkste beslissing van Lima. Op deze manier
wordt de deur open gezet naar klimaatengagementen van de BRIC-landen.[3]
Dit is een belangrijke voorwaarde voor de Europese landen om tot een
klimaatakkoord te komen. Het akkoord dat begin november afgesloten werd tussen
de Verenigde Staten en China was al een eerste stap in deze richting.[4]

Iedereen weet dat we met vage beloften om
emissies te reduceren de opwarming niet kunnen aanpakken. Daarom moesten er in
Lima ook afspraken gemaakt worden over de informatie die de landen moeten
verstrekken over hun klimaatengagementen (de INDCs). Op vraag van China en
India werd de lat hier bijzonder laag gelegd. Er is geen verplichting voor de
landen om coherente en vergelijkbare informatie te verstrekken. Ook de analyse
van de INDCs, om te beoordelen of ze voldoende zullen zijn om de opwarming
onder controle te houden, werd bijzonder
zwak ingevuld. Het UNFCCC-secretariaat zal alle informatie over de INDCs die ze
ontvangt enkel samenbrengen in een rapport dat moet klaar zijn tegen 1 november
2015. Iedereen verwacht dat de engagementen onvoldoende zullen zijn. Het is echter
bijzonder onwaarschijnlijk dat dit rapport nog een invloed zal hebben op het
akkoord dat een maand later in december 2015 onderhandeld moet worden.

Voor de rijke landen en voor de kleine
eilandstaten is de belangrijkste focus van het klimaatakkoord de vermindering
van de emissies (mitigatie). Voor de ontwikkelingslanden stopt het daar niet
bij. Ook de aanpassing aan de klimaatverandering (adaptatie), de vergoeding
voor verliezen en schade door de klimaatverandering die er nu al is (loss and damage) en de financiering van
hun klimaatbeleid moeten op dezelfde voet behandeld worden in het toekomstige akkoord.
Hoewel er hierover niets concreet beslist werd in Lima, laten de teksten
voldoende ruimte om de vragen van de ontwikkelingslanden in te vullen.

Vlaanderen
betaalt niets aan het Green Climate Fund

De financiering van het klimaatbeleid in
het Zuiden is een cruciale factor om tot een effectief beleid te komen. Het
centrale financieringsinstrument van het klimaatverdrag is het Green Climate Fund. Dank zij een beslissing
van de Federale regering en het Waalse en Brusselse gewest kon ons land op de
valreep een bijdrage leveren aan dit fonds. Het gaat om 50 miljoen euro uit de
federale ontwikkelingshulp, 1 miljoen euro van het Waalse Gewest en 600.000 euro
van het Brusselse Gewest.  De Belgische bijdrage
was cruciaal om de doelstelling van 10 miljard dollar voor het Green Climate Fund te halen in Lima. Dit
was dan ook een zeer positief signaal van ons land. Het is echter zeer te
betreuren dat het niet over extra middelen gaat, maar over middelen van
ontwikkelingssamenwerking. De federale middelen gaan dus ten koste van andere
projecten in het Zuiden. Bijzonder opvallend was de weigering van het Vlaamse
gewest om bij te dragen aan het Green
Climate Fund
. Vlaanderen verwijst naar de belofte van vorig jaar tijdens de
klimaatconferentie in Warschau om 1 miljoen bij te dragen aan een ander
klimaatfonds, het Adaptatiefonds. Dit alles steekt sterk af tegen de engagementen
voor het GCF van andere Europese landen zoals het Verenigd Koninkrijk (1,1
miljard euro), Frankrijk en Duitsland (elk 1 miljard euro), Zweden (0,5 miljard
euro), Italië (313 miljoen euro ), Nederland (125 miljoen euro), Finland (100
miljoen euro), Denemarken (70 miljoen euro), enz.[5]

De rol van
werknemers in het klimaatbeleid wordt genegeerd

Vakbonden van over heel de wereld zijn
steeds meer bewust van het belang van een effectief klimaatbeleid voor de
toekomst van werknemers. Onder de slogan “There
are No jobs on a Dead Planet”
voeren zij wereldwijd campagne voor een sociaal
rechtvaardig klimaatbeleid.[6]
We zijn ervan overtuigd dat de ambitieuze maatregelen die nodig zijn om de
klimaatopwarming onder controle te houden enkel doorgevoerd kunnen worden
indien dit gebeurt op een sociaal rechtvaardige manier. Werknemers die hun job
verliezen ten gevolge van klimaatmaatregelen moeten een beroep kunnen doen op
sociale bescherming, vorming en opleiding zodat ze zich kunnen heroriënteren
naar een andere sector, een andere waardige job. Via sociale dialoog moeten
werknemers betrokken worden bij het klimaatbeleid in hun land en in de
bedrijven. Dit zijn onderdelen van een aanpak die we de ‘rechtvaardige
transitie’ noemen. De impact van klimaatverandering voor werknemers en de
strategie van een rechtvaardige transitie moeten een plaats krijgen in het
klimaatakkoord.

Onder andere op aandringen van de Belgische
klimaatonderhandelaars en Brussels minister van leefmilieu Céline Fremault, die
aanwezig was in Lima, sprak de EU zich positief uit over een verwijzing naar de
werknemersbelangen.[7] Tot
onze grote verbazing bevatten de teksten van Lima geen enkele verwijzing naar
een ‘rechtvaardige transitie’.  Sharan Burrow, secretaris-generaal van het
Internationaal Vakverbond stelt zich dan ook grote vragen: “Despite numerous governments raising the importance of including a
message for the world’s workers  around
the need for decent work and just transition in the Paris draft text, co-chairs
have ignored these demands, raising questions about who actually leads this
process…”. [8]
Hoe komt het dat de co-voorzitters van de
onderhandelingswerkgroepen manifest doof bleven voor onze vragen?

Eén van de cruciale punten om vooruitgang
te kunnen boeken in de onderhandelingen werd aangehaald door Christiana
Figueres, de UNFCCC-secretaris. Zij stelde dat bedrijven de overheden in hun
land het vertrouwen moeten geven om de ambitieuze maatregelen te nemen die
nodig zijn om de klimaatopwarming aan te pakken. In het nationale en
internationale klimaatbeleid kunnen we vandaag niet rond de vaststelling dat er
geen vooruitgang zal geboekt worden met het klimaatbeleid zolang de overheden
zich niet gesteund weten door het bedrijfsleven. De vakbonden van hun kant
staan klaar om in de bedrijven en in de regio’s en landen zoveel mogelijk hun bijdrage
te leveren.

Bert De Wel volgde voor het ACV de
klimaatonderhandelingen in Lima

[1] UNFCCC: United Nations Framework Convention on Climate Change

[2] Common but differentiated responsibilities in light of respective capabilities.

[3] BRIC, Brazilië, India, China, enz. de ontwikkelingslanden die een
sterke industrialisatie kennen.

[4] http://www.whitehouse.gov/the-press-office/2014/11/11/fact-sheet-us-china-joint-announcement-climate-change-and-clean-energy-c

[5] http://www.carbonbrief.org/blog/2014/11/briefing-country-pledges-to-the-green-climate-fund/

[6] http://www.ituc-csi.org/union-leaders-announce-their?lang=en

[7] https://www.dewereldmorgen.be/blog/bertdewel/2014/12/09/minister-fremault-positief-over-vragen-platform-klimaatrechtvaardigheid

[8] www.ituc-csi.org/lima-climate-conference-deceives

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!