Elastiekje schieten

Oorlog in het Vlaams halfrond!

donderdag 25 september 2014 15:47

Zachjes
soezend, hoor ik op de achtergrond het geroezemoes. Mijn linkeroog opent
zich. Wat doe ik hier, in het Vlaams parlement, starend op een grauw grijze
man, stijf in den eik, sprekend alsof hij alle empathie tijdens zijn levensweg is
verloren? Je kent hem wel, zo één van die types die als een loopse teef op je
been begint te rijden bij het aanhoren van een zoveelste taalvirtuoos maar die
geheid tegen je schoenen pist bij elke taalvout – bewuste fout – die anderen maken. Zijn gesproken taalfouten
hebben mij echter wakker gemaakt, want blijkbaar is hij zelf de Nederlandse taal
niet echt machtig. Opnieuw, als in niet de eerste keer, oftewel reeds
veelvuldig gedaan, misbruikt hij het woord: ”Populistisch”. Bij het uitspreken
van deze term kijkt hij hierbij naar een sociaal-technocraat die hem zonet een
lucifer, want vuur kan je echt niet noemen, aan de schenen legde. Deze laatste
spit het onderdelf – bewuste fout nummer twee – met als laatste stuiptrekking van
het verzet, enkele gesticulerende bewegingen met beide armen makend.

Tijd
om mij uit te rekken, wakker te worden én, nu ik eindelijk de kans heb als
aanwezige in het Vlaams parlement, het zoveelste inhoudsloze schouwspel te
onderbreken. Voor mij staat een blik met elastiekjes, weinigen onder jullie
weten dat, maar de politieke botox glimlach werd vervangen door elastiekjes die
men vakkundig vanuit beide mondhoeken tot achter de oren moet trekken. Besparingen
weet u wel en constant LOL verzekerd. Niet enkel op de sociale media, daar is
dat soms LMAO. Wat zoveel wil zeggen als gans dat blik elastiekjes tot achter
uw oren getrokken hebben.

Ik trek
juist niks tot achter mijn oren, anarchist als ik ben, neem mijn eerste
elastiekje, richt op de sociaal-technocraat en: “Pats”, vol op de rechterwang.
De grauw grijze man vooraan kijkt verbaasd op, opent daarbij verbijsterd de ogen én
mond. Een tweede voltreffer volgt, het volgende elastiekje vliegt tussen zijn twee
rijen tanden, voorbij het gehemelte richting darmstelsel en het enige dat de compleet
verbouwereerde man nog kan uitbrengen is: “Dat was een populistisch
elastiekghheeuuu.”

“Kijk”,
zeg ik uitkijkend over het Vlaamse politieke halfrond. “Populisme heeft het
woord populus in zich, wat gewoonweg het volk betekent. En in dat volk zit een
groot verschil, gij se grijze duif. Want mijn volk en dat van u, dat zijn niet
dezelfde. Mijn volk is dat van arbeiders, bedienden en de kleine zelfstandigen.
Uw volk is dat van kapitalisten, egoïsten en rijke tisten!”

Hij
probeert te reageren, maar ik vermoed dat mijn elastiekje zich vakkundig rond
zijn isthmus faucium heeft gedrapeerd.

“Zijn
wat?”, vraagt de sociaal-technocraat die nu naast mij staat.

“Zijn
uvula!”

“Euhm,
nee”, schud de man naast mij met het hoofd.

“De
huig, dat klein rood dingske achter aan uwe mond. En onderbreek mij niet, ik ben
hier een statement aan het maken!”

“Uw volk
is dus dat van kapitalisten, egoïsten en rijke tisten gij se elastiekproever
van het zevende knoopsgat. Daarom ook dat uw antwoord deze week voor al die
studenten opnieuw het woord populistisch was. Ingezet als dooddoener van de
inhoud, welnu, met alle Chinezen maar niet met den deze! Want in dat antwoord
zit uw populisme, uw volk. U wil niet mee inleveren, mee besparen en weigert
pertinent op te lossen wat uw soort heeft veroorzaakt. Uw volk van
kapitalisten, egoisten en rijke tisten mag de dans volledig ontspringen, en
mijn volk: dat van arbeiders, bedienden en kleine zelfstandigen is opnieuw de
sigaar. Of beter gezegd de citroen.”

Afsluitend
zwier ik er nog een gouwe oude van Monty Python tussen: “I’ll fart in your
general direction. Your mother is a hampster, and your
father smells of old elderberries!

Niemand
begrijpt me nu nog, wereldvreemd hier dat volkje.

De
sociaal-technocraat naast mij legt het elastiekje, waarmee ik hem vol op de
rechter kaak trof, rustig terug in mijn blik, applaudisseert flauwtjes en
wandelt diep nadenkend over wat zonet werd gezegd terug naar zijn plaats. De
nog steeds kuchende man vooraan is ondertussen ook van het toneel verdwenen, ik
sluit de ogen en doezel opnieuw zachtjes in.

“En
ik weet wel dat u dan weer dat ene voorbeeld,…”, opnieuw moet mijn rustpauze er
aan geloven. De LMAO sociaal-technocraat bij uitstek zegt eens goed, of is het gewoonweg
slecht, zijn gedacht over de problemen binnen de Vlaamse sociale huisvesting. “Ik
zal ze u opsommen, al die voorbeelden!”, is de onwaarschijnlijk zwakke repliek
van de neoliberale madam die wil laten uitschijnen dat ze voor honderd procent
bestaat uit Fe-elementen, terwijl haar betoog telkens weer aan elkaar plakt als
slecht geknede papier-maché.

Opnieuw
missen mijn elastiekjes hun doel niet. Twee welgemikte schoten achter de
sociaal-technocraat zijn oren zorgen ervoor dat alle LMAO elastiekjes door de
kamer vliegen met als gevolg dat de voorlip van laatstgenoemde los over zijn
achterhoofd flapt, beide oren net niet bedekkend.  

“Goed
zo, jij kan enkel nog luisteren!”, roep ik door het parlement.

Als
de madam uit papier-maché wil beginnen riposteren komt ze tot de vaststelling
dat de eerder gelanceerde LMAO elastiekjes haar weg hebben gevonden rond haar
lichaam, waardoor ze nu verpakt is als de hansworst die ze eigenlijk ook is.
Een laatste elastiekje snoert haar de mond, letterlijk dan.

“Bon”,
begin ik mijn tweede betoog en zie in mijn ooghoeken hoe de, nog steeds kuchende,
grijze duif, door al dat Frans woordgebruik, ostentatieve hondbewegingen staat
te maken richting allerlei schoenen van omstaanders. Een laatste elastiekje
haalt hem ditmaal volledig onderuit, daarnet figuurlijk, nu letterlijk. Al
lachend roep ik: “I love the smell of elastiekjes in the morning!

Opnieuw
niemand die me begrijpt.

“Bon,
ik heb de rekensom gemaakt madam papier-maché en kom tot de slotsom van 181
mensen, die in sociale huurwoningen verblijven, met een inkomen boven de 50.000
euro. Of zijn dat gezinnen mevrouw? Tweeverdieners misschien? Misschien zelfs
een zoon of dochter die al eens bijklust, waardoor ze soms met drie geld
verdienen?”

Geen
antwoord, al zal het elastiekje daar wel voor iets tussen zitten.

“Bovendien
zou ik wel eens graag willen weten wat dat procentueel betekent, hoeveel
sociale huurders verdienen minder dan die 50.000 euro? Staat dat aantal van 181
gelijk aan tien procent van de huurders, vijf procent, één procent, minder
misschien?”

De
sociaal-technocraat met zijn overdreven grote voorlip steekt de duim omhoog,
twee duimen zelfs.

“En
zegt u nu, madam papier-maché, dat elke mens die meer dan 50.000 euro verdient
automatisch moet instappen in de neoliberale privé markt van de huisvesting. U
beseft toch dat al die sociale woningen van elke luxe zijn gestript, dat zij uw
heiligmakende efficiëntie dienen en niet die van de niet-bestaande vrije markt.
Kunnen mensen met een groot inkomen gewoon niet meer betalen waardoor er
misschien meer geld vrijkomt voor de bouw van nieuwe sociale woningen, het is
maar een idee.”

Monden
vallen nu overal open. Ik hoor het gefluister: “Wat een boute uitspraak. Hoe durft
hij!”

“Afsluitend
zou ik u willen vragen hoe groot de wachtlijsten zijn mevrouw en hoeveel
sociale woningen er in jullie bouwagenda staan. Gaan zij de lading dekken eens
die 181 delinquenten onder het mom van zelfontplooiing en het verhaal van kansen
grijpen worden verjaagd?”

Eigenlijk
is de vraag nog simpeler als ik mezelf die woorden hoor zeggen, ik stel ze dan
ook.

“Anders
gezegd, staan er maar 181 gezinnen meer op de wachtlijst voor een sociale
woning en is dus het probleem opgelost als je die ‘grootverdieners’ de straat
op keilt?”

De
voorlip staat nu krampachtig op en neer te springen, de hansworst is vol
verbijstering omver gevallen, spartelend op het droge rollend met de ogen.

Bij
het aanschouwen van zoveel tragikomedie uit het Vlaamse politieke halfrond
besluit ik mijn biezen te pakken. Dat is dus mijn blikje met elastiekjes, dat
ik onder mijn linkerarm neem. Als ik de deur open doe, draai ik me nog één keer
om, maak het V-gebaar van de Britse werkende klasse en roep: “Up yours,
nitwits
!”

Opnieuw
is er niemand die begrijpt wat ik zeg.  

Ik word langzaam wakker als
ik de deur van het Vlaams parlement achter me sluit, lig languit op
de zetel, met voor me beelden van het Vlaams parlement die dansen op het televisiescherm.

“Miljaar, in slaap gevallen.”, zucht ik bij mezelf.

*Zap*, af
die handel, ik sta op en wandel richting de trap die de benedenverdieping
verbind met de slaapkamer. Onderweg stel ik mij de vraag: “Niemand die begrijpt
wat ik zeg, maar moet dat nog langer een probleem zijn, ik begrijp al jaren
niet wat zij zeggen, maar versta het wel. Nu de rest nog.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!