(foto: Pauline Poelmans)
Nieuws, Economie, België - Tuur Viaene

De wegwerpmens over arbeidsmarktspecialist Jan Denys

"Ik vond het verschrikkelijk om niks omhanden te hebben en wou gewoon mijn brood verdienen. Zo werd ik interimmer", schrijft Tuur Viaene (25) in zijn boek 'Wegwerpmens. Lief en leed van een interimmer'. Nadat de bank Dexia waar hij als afgestuurde begon, de dieperik inging, stond Viaene op straat. Hij begint een lange tocht langs uitzendkantoren en afstompende, maar hyperflexibele jobs. Een fragment.

donderdag 6 februari 2014 17:01

Hoezeer ik mijn nieuw statuut (eindelijk uitkeringsgerechtigd) ook toejuich, op sociaal vlak zet ik als interimmer niet bepaald een stap vooruit. Toen ik nog bankbediende was, keken veel mensen naar me op omdat ik zogezegd kennis van (geld)zaken had. Na enkele maanden als interimmer blijft er van die status niets over, mijn sociale status is als het ware door een bulldozer verpletterd.

De mensen die op mijn oordeel vertrouwden toen ik bij de bank werkte, geven me plots tips hoe ik een sollicitatiebrief of een cv moet maken. Het lijkt wel of ik de helft van mijn vaardigheden aan de kapstok liet hangen toen ik Dexia-bank verliet. Plots kan ik geen brief meer schrijven, plots ben ik onbekwaam om een werkaanbieding op te zoeken op internet. Ongehinderd door enig inlevingsvermogen zetten mijn vrienden en kennissen met hun goedbedoelde hulp een gloeiend brandmerk op de kaken van mijn achterste. Het brandmerk van de domme interimmer.

Arbeidsmarktspecialist Jan Denys (columnist in verschillende Vlaamse media en in dienst bij Randstad) minimaliseert het stigma dat op uitzendarbeid kleeft. Integendeel, hij ziet voor de uitzendarbeid twee belangrijke rollen weggelegd. Die van stepping stone (van de werkloosheid via uitzendarbeid naar een vaste job) en die van draaideur (van de ene vaste job naar de andere via een korte uitzendperiode). Om die stelling te bewijzen goochelt hij – zoals het een ware specialist betaamt – met diverse cijfers en tabellen.

Het belangrijkste cijfer volgens hem is de penetratiegraad. Dat is het percentage uitzendkrachten dat na een tijdje vast wordt aangeworven door het inlenend bedrijf. In België ligt dat percentage hoog, wat betekent dat relatief veel uitzendkrachten na verloop van tijd in vaste dienst treden, zo vertelt Jan Denys ons.

Dat bewijst volgens hem meteen ook het nut van de uitzendcontracten. Dat het verschil in penetratiegraad tussen België en andere Europese landen ook door tal van andere verschillen kan worden verklaard, is hem jammerlijk ontgaan. Nochtans schrijft hij nota bene zelf dat veel Europese landen contracten van bepaalde duur gebruiken als opstap naar een vast contract.

Dat uitzendarbeid kan uitmonden in een vicieuze cirkel van slechte, stigmatiserende jobs, en dat een laag zelfbeeld kan leiden naar nog slechtere jobs en zelfs werkloosheid en psychische problemen, heeft onze deskundige nog niet opgemerkt.

Los van deze bedenkingen, klopt de redenering ‘interimjobs zijn nuttig want ze leiden vaak naar vaste jobs’ totaal niet. Om die denkfout aan te tonen, volstaat deze denkpiste. Stel je eens voor dat die waardevolle uitzendcontracten niet zouden bestaan… Dan konden ze inderdaad geen dienst doen als stepping stone of draaideur. En zonder stepping stones en draaideuren zouden de bedrijven wel verplicht zijn om veel sneller met een vast contract te werken. Zo simpel is het.

Ik verdenk de populairste aller arbeidsmarktdeskundigen er trouwens van om met twee maten en twee gewichten te meten. Aan de ene kant vindt hij uitzendcontracten nuttig als tussenstap naar een contract van onbepaalde duur. Aan de andere kant stelt hij in zijn boek Free to Work dat we contracten van onbepaalde duur niet langer als maatstaf mogen nemen, omdat de nieuwe arbeidsmarkt er een moet zijn van überflexibiliteit.

Maar, ah, waarom doe ik in godsnaam nog de moeite om als onwetende plebejer (die probeert een mogelijke oorzaak van een mogelijk gevolg te onderscheiden) een arbeidsspecialist (die goochelt met statistieken en Engelse kantoortaal) te bekritiseren? Betekent het brandmerk op mijn achterste al niet dat ik bij voorbaat verloren heb?

Wegwerpmens. Lief en leed van een interimmer. Tuur Viaene. Uitgeverij Epo.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!