De wereld van Saffie   – Het spinnenwebvlies

De wereld van Saffie – Het spinnenwebvlies

maandag 16 december 2013 09:30

‘Haha, eindelijk ook iets positiefs in de krant. Een veilinghuis verkoopt zetels in beige stof waarop sporen achtergelaten zijn, respectievelijk met oplopend prijskaartje, van een zweetcirkel, lipstickafdrukken en maandstondenvlekken van bekende filmactrices. De opbrengst gaat naar een goed doel, de organisatoren denken aan de rechten van vrouwen in woestijnlanden,’ glunderde vader Fons.

Moeder Elvira vond het maar niets dat de dag dikwijls al half voorbij was vooraleer de postbode berichten, uitnodigingen en onheilsboodschappen zoals te betalen facturen in de busgleuf liet vallen.

‘Het is een lange straat, jullie wonen wel aan het begin, maar ik begin mijn ronde aan de overkant, à propos in weer en wind,’ antwoordde de nieuwsgezant.

Wanneer moeder Elvira eens iets speciaals meende te mogen verwachten, liep ze in de loop van de voormiddag herhaalde malen naar de brievenbus. Telkens was de leegte een belediging. Buurvrouw van schuin tegenover profiteerde ervan om lokaal nieuws te horen en te verspreiden, stofvod in de hand. Zonder stofvod was ze niemand, haar bestaan beperkt tot zijn. Ze wou zich niet zomaar laten leven. Wanneer ze tot iemand sprak, keek ze de gesprekspartner nooit in de ogen, maar op de schouders, de plek waar een onbedachtzaam persoon meest stof vangt.

‘Enkele dagen geleden is de man van de groentewinkel met zijn knikker tegen de kasseien gegaan, bloed onder zijn schedel. Zijn vrouw heeft het mij uitgelegd: een bloeding tussen het harde hersenvlies en het spinnenwebvlies.’

‘Och arme de sukkel. Al bij al heeft hij geluk en krijgen ze hem vlug weer goed. Het is eens geen kanker. Je hoort tegenwoordig niks anders meer, kankers van de slokdarm tot in de endeldarm en maar stukken afsnijden tot er niets meer overblijft,’ klaagde moeder Elvira.

De bus was nog leeg ofwel was die brievensjouwer reeds langsgekomen en was er deze keer niets bij.

In de namiddag stond een toneelrepetitie op haar agendaboekje.

‘t Is niet meer wat het geweest is,’ mopperde moeder Elvira bij thuiskomst. ‘Waar is de tijd dat een woord nog een woord was, dat redekundig bekvechten en oratorisch treiteren hoogtij vierden. Elkaar verbaal afmaken en daarna met woordengesnik elkaar in de armen sluiten, dat was nog eens toneel. Natuurlijk hoeven we niet terug te krabbelen naar mijn meisjestijd toen ik aankomend talent werd genoemd en ik lid werd van de katholieke toneelbond ‘Vreugd in deugd.’ We voerden gecultiveerde kluchten op en draaiden rond de seksuele brij als de aarde rond de zon, ver genoeg om ons niet te verbranden. Maar vandaag moet je plat op je buik liggen, de neus tegen de houten scènevloer gedrukt. Of op een bankje zitten niksen, de benen wijd open gespreid. Lichaamstaal, noemen ze dat. Vooral van het middenrif tot de knieën en op blote voeten. Geen mondlippenspel, wel schaamlippendienst.’

Op weg naar school viel het Bert-Bertha niet meteen op hoe verwoed de natuur terrein poogde te herwinnen op het asfalt door het te bevloeren met bladertapijten. Eerder bevreemdde het haar hoeveel mensen voorbijkwamen die blijkbaar tijdens het ontbijt citroensap of azijn en sommigen zelfs terpentijn gedronken hadden.

De lerares Godsdienst, Moraal en Ethiek had het over de drones.

‘Tijdens de Eerste Wereldoorlog vielen Duitse en geallieerde soldaten elkaar in de armen tijdens het kerstfeest om daarna naar de waan van de dag over te gaan: ‘als ik jou niet afknal, schiet jij mij in flarden, sorry brother’. Bij de verovering van een dorp tijdens de Tweede Wereldoorlog konden scherpschutters kat en muis spelen achter brokken gevels en doorheen stukgeschoten donkere venstergaten en woedend elkaar afmaken. Ze roken elkaar, voelden elkaars lijfelijke aanwezigheid tegen de huid aanschuren. Ook de piloot die op hoge afstand bommen loste, zag onder zich de vernietigende paddenstoelen opstijgen en kon zich perfect de radeloosheid, de angst en het bloed van de getroffen bevolking voorstellen. Vandaag wordt oorlog gevoerd met intelligente robots. De operatoren zitten achter een computer koffie te drinken en hanteren een dodelijke game. Wat virtueel op een minislagveld te zien is, wordt op duizenden kilometers van het kantoor reëel uitgevoerd. Wel zonder grondtroepen, geen metalen monsters die over de grond kruipen, geen Amerikanen die in een pakketje per post naar de familie teruggestuurd worden, geen wreedheden, folteringen van weerstanders en collectieve executies van onschuldige dorpelingen. Een game, clean, sigaartje per afgewerkte operatie.  Menswaardig, trefzeker, snel en pijnloos doden, heet het. De kinderlijken en de afgerukte armen en benen van overlevenden, die zich op het slechte moment op de slechte plaats bevonden, zijn weliswaar niet te zien op het scherm.

Bert-Bertha vermande zich. Boudweg gooide Bert zijn tegenwerping in het betoog.

‘Hebt u een effectievere manier om terroristen uit te schakelen?’ Hij voelde links en rechts goedkeurende blikken op zich gericht. De lerares Godsdienst, Moraal en Ethiek had een repliek klaar.

‘Voor die mensen is het vernederend hoe ze vanuit hun eigen luchtruim door onzichtbare monsters worden bespioneerd en bestookt. Ze gaan zich op hun beurt onzichtbaar maken en nog clandestiener terugslaan. Wat drones willen uitschakelen doen ze integendeel aanzwellen, de vicieuze cirkel wordt nog aangepord.’

Buurvrouw van schuin tegenover was duidelijk nerveus. Van zo gauw ze moeder Elvira, die de postbus laattijdig inspecteerde, in het oog kreeg kwam het eruit.

‘De man van de groentewinkel is in de operatie gebleven. Mijn broer die aan de andere kant van de rivier woont, een goeie kennis van de ongelukkige, is hem in het mortuarium gaan opzoeken. Moederziel alleen met een dode heeft hij wat staan ronddraaien.

‘Het trof mij hoe bij de tijdelijke conservering van het lichaam het gezicht extra aangepakt wordt. De schmink maakt dat de overledene minder dood is, nog net niet lacht. Op teevee doet zich hetzelfde voor, de visagiste zorgt ervoor dat sprekers er minder afgeknabbeld uitzien. En dat is juist het griezelige. Naast een levende mens staan, ook al zieltoogt hij, dat is oké, je weet wat je er aan hebt. Een dode mens boezemt je hetzelfde vertrouwen in, hij is er niet meer, niet meer van deze wereld. Van de welke dan wel, het ondermaanse, het bovenaardse? Dat laat ik in het midden.  Weg is weg. Maar als iemand pas gestorven is, nog vers, dan weet je het niet echt. Je hebt hem nooit anders dan levend gezien. Je twijfelt, is hij morsdood of leeft hij nog een beetje. Je kijkt met onbehagen toe of er geen hand gaat bewegen, een neusvleugel begint te trillen, oogleden lichtjes dansen om daarna macaber open te gaan, paniek te over om op te springen en te gillen, ook al ben ik van geen kleintje vervaart,’ commentarieerde hij.

Na het avondjournaal schreef Saffier in haar notitieboekje: ‘Nog voor het jaar met een zwier te beëindigen vermoordt de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un zijn bejaarde oom en verheft daarna de weduwe tot een hoog openbaar ambt. Dat een ongecontroleerde Braziliaanse grootgrondbezitter verloren aan de rand van het oerwoud de kleine boer benadert om beslag te leggen op zijn perceel en dreigt: ‘Of je verkoopt of ik onderhandel met je weduwe.’ Maar van een staatshoofd mag je toch iets beter verwachten.’ Gerustgesteld om de geschiedenis van de wereld vastgelegd te hebben sloeg ze de dekens over haar.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!