De werkbaarheidsgraad van banen in de horeca ligt onder het landelijk gemiddelde, zo blijkt uit de cijfers van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (foto: Wikimedia Commons).
Nieuws, Economie, België, Vakbonden, Serv, Horeca, Callcenter-medewerkers, Werkbaar werk, Strijkers -

Onwerkbaar werk: drie slopende banen onder de loep

Volgens de Werkbaarheidsmonitor 2013 van de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen (SERV) heeft bijna de helft van de Vlaamse werknemers ‘onwerkbaar werk’. Zij hebben een baan die slecht scoort op één of meerdere van de volgende indicatoren: psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en werk-privé-balans. DeWereldMorgen.be nam een drietal beroepen die de reputatie hebben ‘slopend’ te zijn onder de loep.

dinsdag 1 oktober 2013 14:40

Horecapersoneel

Volgens de werkbaarheidsmonitor van de SERV ligt de werkbaarheidsgraad van de sector horeca meer dan 7 procent lager dan het landelijk gemiddelde.

In 2012 was 5 procent van de klachten die bij de arbeidsinspectie binnenkwamen afkomstig van personeel uit de horeca: dit is twee keer zoveel als de gemiddelde hoeveelheid klachten uit andere sectoren. De meeste klachten gingen over onaantrekkelijke arbeidsvoorwaarden, onregelmatige werktijden, overdreven werkdruk, omgang met lastige klanten en monotoon werk.

Yvan De Jonge van horecavakbond ABVV Horval Antwerpen: “Veel mensen stoppen na 10 tot 15 jaar horeca-ervaring omdat ze hun baan niet meer kunnen combineren met een gezin. Ze willen bijvoorbeeld niet langer werken op feestdagen. Maar ook de fysieke belasting, zoals het dragen van stapels borden van wel zes kilo, kan een knelpunt zijn.”

Oplossingen ter verbetering van de werkbaarheid in de horeca liggen volgens De Jonge bijvoorbeeld in het verkorten van de openingstijden van restaurants en het gebruik van minder zware borden. “Maar eigenlijk verwachten weinig werknemers in de horeca überhaupt dat ze dit werk tot hun pensioen kunnen uitoefenen.”

Er is dan ook weinig praktijkervaring wat betreft duurzame werkgelegenheid in de horeca. “Hooguit in de cateringsector. Grotere bedrijven als Sodexo hebben de mogelijkheden om personeel een nieuwe functie aan te bieden”, aldus De Jonge.

Ook sturen sommige horecabedrijven juist aan op een snel verloop van werknemers. “Zo beloven veel fastfoodbedrijven aan hun nieuwe personeel dat werktijden worden aangepast aan schoolroosters. Wanneer deze nieuwe medewerkers kritischer worden en vragen beginnen te stellen, worden zij vervolgens uitsluitend onder schooltijd ingeroosterd zodat werken onmogelijk wordt.”

Callcenter-operator

Het beroep van callcenter-operator kan volgens de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling (VDAB) beschouwd worden als ‘knelpuntberoep’. Werkuren die vaak buiten de normale kantooruren vallen en afwimpelende tot agressieve reacties van klanten maken dit werk onaantrekkelijk.

Uit onderzoek van de Katholieke Universiteit Leuven naar ‘het meest stresserende beroep’ kwam het werk in een callcenter naar voren als het meest extreme voorbeeld van een ‘slopend beroep’. Hiermee doelen de verantwoordelijke onderzoekers op beroepen waarbij werknemers een hoge herstelbehoefte en weinig plezier in het werk hebben.

Medewerkers van callcenters worden geacht in een hoog tempo klanten af te handelen. Bovendien kan het afluisteren van gesprekken door leidinggevenden omwille van ‘trainingsdoeleinden’ voor extra spanning zorgen. Ook werken callcenter-operators met kortlopende contracten en is de verloning vaak slecht.

In een reportage van gezondheidsmagazine Weliswaar over callcenterwerk zegt een medewerker: “In een ruimte van ongeveer 75 vierkante meter zitten tachtig medewerkers. Ik heb het gevoel dat ik in een legbatterij zit. Als je het vooropgestelde aantal niet haalt, lig je buiten.”

Strijker

Volgens de VDAB hebben de dienstencheques het beroep van strijker gebombardeerd tot knelpuntberoep. Lang moeten staan, maakt het werk zwaar en ook de verloning laat te wensen over. Volgens onderzoek van de KU Leuven kan het beroep van strijker eveneens gezien worden als een ‘slopend beroep’.

William Meersman, secretaris bij de liberale vakbond ACLBV, stelt dat mensen door de dienstencheques de weg hebben gevonden naar de strijkateliers.

“Vroeger was de uitbesteding van het strijken minimaal en ging dergelijk huishoudelijk werk meestal naar de grootouders of een ander familielid”, zegt Meersman. “Regularisering via de dienstencheques heeft geleid tot meer vraag.”

Het werk in een strijkatelier kan volgens Meersman terecht als slopend worden gezien. “Klein materiaal wordt nog altijd met de hand gestreken en de bewegingen zijn monotoon: dit leidt tot problemen van ergonomische aard. Strijkers krijgen klachten rondom de pols, elleboog, schouder en rug.”

Niet alle werkgevers doen hun best om deze problemen te bestrijden door bijvoorbeeld een ergonomist in te schakelen. “Hierdoor raken mensen uit de circulatie, waardoor de werkdruk voor de overblijvende collega’s wordt verhoogd.”

Groei aantal werkbare banen gestagneerd door crisis

Hoewel de werkbaarheidsgraad van beroepen in Vlaanderen tussen 2004 en 2007 steeg van 52,3 tot 54,1 procent, is het percentage werkbare banen inmiddels blijven steken op 54,6 procent. Volgens de SERV is deze stagnatie te wijten aan de economische crisis.

Dit gebrek aan vooruitgang werpt volgens Stijn Gryp, werkzaam voor de studiedienst van de christelijke vakbond ACV, dan ook een heel ander licht op de huidige maatschappelijke discussie over langer doorwerken.

“Minder dan de helft van de 40-plussers die geconfronteerd worden met werkbaarheidsproblemen, ziet het bijvoorbeeld nog zitten om verder te werken tot aan hun pensioen. Dit staat in schril contract met hun leeftijdsgenoten die wel in een goede job hebben. Bij hen wil 4 op de 5 verder tot aan het pensioen”, aldus Gryp.

Volgens Gryp moeten werkgevers er vooral voor zorgen dat jobs motiveren en energie geven.

“Ze moeten gaan voor jobs met veel leermogelijkheden op de werkplek en met een ruime autonomie. Onderzoek toont aan dat degelijke jobs in Vlaanderen niet dik gezaaid zijn. Maar goede voorbeelden zijn er wel, in alle mogelijke sectoren, van non-profitorganisaties en het onderwijs tot in industriële bedrijven.”

Ook moet er volgens Gryp goed worden onderzocht in hoeverre de fysieke en mentale capaciteiten van werknemers in overeenstemming zijn met de eisen en verwachtingen van hun jobs.

“Om daarna de knelpunten in de job van de betrokken werknemer aan te pakken. En niet omgekeerd, zoals wel vaker gebeurt.”

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!