Nieuws, Politiek, Oslo-akkoorden, Landroof, Israël Palestina, Bloemen, Joodse nederzettingen, Bezette Gebieden, Agrexco, Landbouwproducten, Nederzetting Massu'a, Jordaanvallei, Militaire bezetting, Water en grond, Export landbouwproducten -

Palestina: de impact van de nederzettingen op de plaatselijke bevolking

De Jordaanvallei is een belangrijk landbouwgebied, maar ook één van de gebieden waar de Israëlische bezettingspolitiek het meest openlijk zichtbaar is. De Israëlische nederzettingen zijn economisch heel afhankelijk van de export. Agrexco exporteert voor 85 procent naar Europa. Deze export stoppen is bijgevolg een instrument om schendingen van het internationaal humanitair recht te stoppen.

vrijdag 13 mei 2011 14:45
Spread the love

Verspreid over de hele Jordaanvallei zijn Israëlische nederzettingen ingeplant op gronden die aan Palestijnen werden ontnomen. Zij produceren groenten, fruit (meloenen, druiven, dadels, …), olijven, kruiden en ook bloemen. Een voorbeeld van bloemenkweek op gestolen land konden we vinden bij de nederzetting Massu’a.

De nederzetting Massu’a ligt grotendeels op een voormalig vluchtelingenkamp. Dit vluchtelingenkamp ontstond in 1948 en werd bewoond door Palestijnen die uit het huidige Israël verjaagd werden.

Meer land ingepikt

In 1967 werd dit kamp met de grond gelijk gemaakt en werden de bewoners opnieuw verjaagd. Op dit terrein werd enkele jaren later de Israëlische nederzetting Massu’a gevestigd. Deze nederzetting is steeds blijven uitbreiden en heeft stelselmatig meer land ingepikt van Palestijnse landbouwers, grotendeels van het nabijgelegen dorp Al Jiftlik.

Vlakbij de nederzetting Massu’a zijn enkele kleurrijke percelen met bloemen te vinden. Het zijn ook de meest recent ingepikte stukken land. De grond werd 2 jaar geleden afgenomen van haar Palestijnse gebruikers, het bedoeïnendorp Abu Al Ajaj. Het stuk ernaast, beplant met druiven, werd in 2004 ingepalmd.

Waar nu bloemen gekweekt worden, stonden voordien schapenstallen en de opslag van dierenvoeding. In juli 2008 kwamen de kolonisten de schapenkweker vertellen zijn boeltje te pakken en het land aan hen te geven. Op de vraag van zijn advocaat waarom hij hieraan toegaf, gaf hij als antwoord dat de kolonist een geweer op zijn hoofd had gericht en het Israëlische leger ter versterking had meegebracht. De Israëlische militaire rechtbanken weigerde zijn klacht tegen deze landroof te behandelen.

En deze landroof gaat nog steeds door. Naast de recent ingepikte bloemenpercelen willen de kolonisten opnieuw een bijkomend stuk grond inpikken. Op 22 oktober 2010 deden ze een eerste poging om een groot stuk land te confisceren en voor hun gebruik te omheinen.

Bedoeïnen laten dit niet zomaar gebeuren

Ook dit stuk is in gebruik voor veeteelt door bedoeïnen van Abu Al Ajaj. Deze uitbreiding zou ook tot gevolg hebben dat hun doorgang naar de hoofdweg door de Jordaanvallei wordt afgesloten. Ditmaal lieten de bedoeïnen dit niet zomaar gebeuren, wat resulteerde in gewelddadiger pogingen de dagen erna, ondersteund door het Israëlische leger. (1)

De bedoeïnen hadden ook juridische stappen ondernomen en de Israëlische rechtbank beval een voorlopige bevriezing van de situatie. Dit werd door de kolonisten gerespecteerd, maar ondertussen kreeg Abu Al Ajaj een reeks andere pesterijen te verduren.

Afbraakbevelen voor een reeks stallen en woningen werden afgeleverd en op 24 november kwam het Israëlische leger met 2 bulldozers en 200 soldaten ‘s ochtends vroeg deze stallen afbreken.

Zonder waarschuwing, wat betekent dat de stallen met de kudde erin gebulldozerd werd. Toen de eigenaar tussenbeide kwam, werd hij in elkaar geslagen door de soldaten. Twee van zijn zonen, die hun vader wilden beschermen, werden gearresteerd en in een Israëlische gevangenis opgesloten. De schade voor de bedoeïnengemeenschap wordt geraamd op 25000 euro. Bekijk hier de videobeelden van de vernietiging van huizen

Dit is slechts één voorbeeld van het dagelijks gevecht dat de lokale Palestijnse bevolking moet leveren om zich staande te houden tegen de Israëlische bezetting. Deze Israëlische bezetter helpt enerzijds de kolonisten in het monopoliseren van land en water, en doet aan een langzame uitdrijvingspolitiek door het leven van de Palestijnse bevolking onmogelijk te maken.

Illegaal in eigen leefomgeving

Deze Palestijnse bevolking is illegaal gemaakt in haar eigen leefomgeving. Bouwvergunningen zijn onmogelijk te krijgen, zodat elke nieuwe woning illegaal gebouwd wordt en het risico loopt afgebroken te worden. Het grootste deel van de Jordaanvallei is tot militair trainingsgebied verklaard, waarmee ook de bewoning illegaal is gemaakt.

Overal in de Palestijnse dorpen zie je betonblokken langs de weg met een waarschuwing “Schietterrein. Verboden toegang”. Op deze manier krijgt de bezettingspolitiek een juridisch kleedje. Bewoners krijgen afbraakbevelen voor hun woningen, die ook regelmatig worden uitgevoerd.

Zo is het dorp Al Farasiya in 2010 twee keer volledig afgebroken. De reactie van de Palestijnse bevolking is alles elke keer opnieuw op te bouwen, met als resultaat dat de Palestijnse bewoning in het gebied steeds meer in sloppen en tentwoningen gebeurt.

In onleefbare delen opgedeeld

Op deze manier wordt Palestijnse bewoning in de Jordaanvallei bijna onmogelijk gemaakt, tenzij op de kleine stukjes die onder Palestijnse controle staan. De Oslo-akkoorden organiseerden een overgangssituatie waarbij de bezette gebieden onderverdeeld werden in een zone A (volledig onder Palestijnse controle), zone B (onder Palestijns civiel bestuur, maar onder Israëlische militaire controle) en zone C (volledig onder Israëlische militaire controle). Dit was bedoeld als tussenoplossing, waarna een akkoord over een definitieve regeling zou worden onderhandeld.

Het is duidelijk dat Israël een heel andere definitieve regeling voor ogen heeft dan de Palestijnen. Namelijk de Palestijnen samendrijven in kleine gebieden, een beetje te vergelijken met de thuislanden onder het apartheidsregime in Zuid-Afrika of de Indianenreservaten in de VS.

De Jordaanvallei staat voor bijna 95 procent als ‘gebied C’ onder Israëlische controle. Jericho en het gebied errond vormen A-gebied en beslaat 3,5 procent van de Jordaanvallei. Voorts is er nog 2 procent grond als gebied B, verspreid over enkele dorpen in de Jordaanvallei.

Dit gebied B bestaat uit overbevolkte dorpen zonder ruimte om aan landbouw te doen, waardoor als landarbeider op de Israëlische nederzettingen te werken de enige manier is om een inkomen te verwerven. Deze B-gebieden beslaan in totaal 50 km², terwijl de hele Jordaanvallei ongeveer 2.400 km² of 28 procent van de Westelijke Jordaanoever beslaat.

Landschap van afgebroken woningen

De Israëlische bezettingspolitiek is erop gericht het leven buiten deze B-gebieden onmogelijk te maken en de Palestijnen in deze B-gebieden samen te drijven of de Jordaanvallei te doen verlaten.

In het dorp Faza’el konden we vaststellen dat de grens tussen B- en C-gebied scherp afgelijnd is. Eenmaal gebied C verandert de weg en de bewoning ernaast in een landschap van puin van afgebroken woningen met daarop de heropgebouwde sloppen. Faza’el ligt vlakbij de nederzetting Tomer waar het gros van de bevolking werkt, ook hier deels in de bloementeelt.

Het tweede uitdrijvingsmechanisme loopt via de controle over het water. De Jordaanvallei heeft grote grondwatervoorraden. Irrigatie betekent hier het verschil tussen woestijn of vruchtbaar groen land. Maar de Palestijnse bevolking krijgt geen toegang tot de watervoorraden. Pompen worden afgebroken of geconfisceerd.

Bedoeïnendorpen mogen hun kuddes niet eens laten drinken van langsstromende beken. In het dorp Ein El Hilwe komen de kolonisten uit de vlakbij gelegen, op geconfisceerd land gevestigde, nederzetting Maskiyot de dorpelingen het gebruik van water uit een beek verhinderen.

Strijd om land en waterbronnen

Wanneer een kudde toch van een beek drinkt, dan dreigen boetes. Overal wordt het water weggepompt naar opslagreservoirs voor de nederzettingen. Resultaat: de 9.000 inwoners van de Israëlische nederzettingen gebruiken per hoofd 6 keer meer water dan de 58.000 Palestijnse inwoners. De Palestijnen moeten dit water tegen veel hogere prijzen kopen van de Israëlische watermaatschappij Mekorot. Op een rendabele manier aan landbouw doen, wordt op die wijze heel moeilijk.

Voor 1967 kende de Jordaanvallei meer dan 300.000 inwoners. De vallei biedt dus ruimte voor heel wat meer inwoners, tenminste wanneer die het leven niet onmogelijk gemaakt wordt. Het Israëlisch leger verdrijft de Palestijnen niet meer op grote schaal zoals in 1948 uit het huidige Israel en in 1967 uit de Jordaanvallei. Maar de bezetting komt ook nu nog neer op een langzame etnische zuivering, en is volledig in strijd met het internationaal humanitair recht.

Het kopen van bloemen of andere landbouwproducten uit de Jordaanvallei komt neer op het financieel steunen van deze uitdrijving. De Israëlische nederzettingen zijn economisch heel afhankelijk van de export. En Agrexco exporteert voor 85 procent naar Europa. Deze export stoppen is bijgevolg een instrument om schendingen van het internationaal humanitair recht te stoppen.

Voetnoot:

(1) VN RAPPORT OVER DE VERNIETIGINGEN: http://www.ochaopt.org/documents/ocha_opt_the_humanitarian_monitor_2010_11_12_english.pdf

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!