Sociale sector als brave Hendrik
Opinie, Nieuws, België, Opinie, Sociale sector -

Sociale sector als brave Hendrik

In het kielzog van de jaren ’60 ontstonden er heel wat basisprojecten die zichzelf maatschappijveranderend of emancipatorisch noemden. Ze vormden een kritische avant-garde, en waren voor het beleid vaak een luis in de pels.

maandag 5 april 2010 12:23
Spread the love

Niettemin voorzagen de overheden vanaf de jaren ’70 ook stilaan middelen om dit emancipatieproces kansen te geven, zodat deze projecten een vaste werking konden uitbouwen. Buurtwerken, jongerenwerkingen, buurtgezondheidscentra, migrantenorganisaties, natuurbescher-mingscomités, vredesorganisaties, het borrelde allemaal van onderop.

Maar het tij is gekeerd. Blijkbaar deden deze verenigingen alles op gewone mensenmaat en waren ze te maatschappijkritisch, en is dat verkeerd… volgens de financierende overheden. Ze stonden ook te kritisch tegenover de gezaghebbers. Nu staat alles in het teken van ‘professionalisering’, managementtechnieken en kwaliteitsbewaking behoren tot het vaste vakjargon van de sociale sector.

Vanuit een technisch abracadabra wordt alles geïnstitutionaliseerd. De Vlaamse overheid heeft er dan ook alles aan gedaan om de ‘ondeskundige’ basisprojecten te laten opslorpen door grote instituten. Deze mega-instituten kregen hierdoor de kracht om hun winkel uit te bouwen, en ze doen er ook alles aan om dat zo te houden: verschillende van hen hebben vertegenwoordigers in de kabinetten of houden goede politieke contacten. Ze zijn beleidsvriendelijk geworden, en de overheden gebruiken hen ook als beleidsinstrumenten.

De architecten van de ‘professionalisering’ beweren dat “de tijd van experimenteren voorbij is”. Maar eigenlijk is het tijd voor een experimentje van onderop. De vroegere versnippering had zijn rijkdom, de verscheidenheid zorgde voor verschillende stemmen in het debat. Maar ja, deze diversiteit zorgde voor een moeilijker politieke beheersbaarheid. De professionals zijn vastgeketend door subsidies, niet alleen Vlaamse, maar ook gemeentelijke. Hierdoor zijn ze gebonden. Wie te maatschappijkritisch is zaagt de tak af waarop hij zit. Wie braaf is krijgt lekkers, wie stout is krijgt niets.

De ‘professionele’ organisaties worden ook stilaan bevolkt door een jongere generatie, pas afgestudeerd en op school geïndoctrineerd in een eigentijdse manier van denken. Ze zijn deskundig klaargestoomd voor de administratieve mallemolen gestoeld op informatisering en dataverwerking, zonder een greintje dwarsdenken of strijdbaarheid. De structuren van de samenleving worden niet langer in vraag gesteld, de mensen in de marge daarentegen worden in vraag gesteld en krijgen weer een schuldgevoel aangepraat omdat ze niet meedoen: hen wordt geleerd om te leven volgens de regeltjes van de maatschappij. Het antwoord op marginalisering heet inpassing. De overheden programmeren het werkveld, de personeelsleden beantwoorden aan het voorgeschreven functieprofiel en doen wat ze horen te doen.

Binnen enkele jaren gaan de laatste erfgenamen van de basisbewegingen zoals Wereldscholen, de laatste Mohikanen van een strijdbare generatie, met pensioen, moegestreden in een kouder wordende professionele wereld. Maar er is nog hoop. Hoop in de kracht van de mensen. Want buiten de georganiseerde beroepswereld zijn er wel mensen actief in kleine verenigingen, in andersglobalistische groepjes, in voedselcomités, in wereldwinkels,… En de generatie basiswerkers die op rust gaat is misschien toch niet lamgeslagen. Mogelijk hervinden ze de vrijheid van het ongebonden, niet-horige vrijwilligersengagement. Echte maatschappelijke betrokkenheid zit diep ingebakken.

Met deze stellingname willen we zeker niet de professionelen viseren die geloven in de kracht van mensen onderaan de ladder, ook niet hun samenwerking met het beleid op vele vlakken. Het gaat hem om de ketting die rond de nek van de sector hangt. Die moet weg. De sociale sector is te braaf geworden.

 

Felix Bergers en Jef Lingier

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!