about
Toon menu
Opinie

Braaf nationalisme en het grote taboe op kritiek

Zowel Tom Naegels als Mia Doornaert riepen onlangs op om de N-VA niet te bekritiseren. Helaas is dit tekenend voor een ontwakend en kwalijk taboe op kritiek op deze partij. Er zijn immers redenen genoeg om elke zweem van ontsporing van het discours van deze partij onder de aandacht te brengen.
zaterdag 23 februari 2013

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Mia Doornaert schuwt de sterke uitspraken niet. In “Hitler in elk van ons” (De Standaard, 18 februari 2013) verlegt zij echter haar grenzen. Het is haar goed recht om een carnavaleske evocatie van een Hitleriaanse N-VA wansmakelijk te vinden. Maar zij gebruikt dit als aanleiding om te concluderen dat het leggen van een verband tussen Hitlers Duitsland en een stad met een N-VA-burgemeester de naziterreur bagatelliseert en dus neerkomt op negationisme. Dat zou “democratisch gevaarlijk zijn” want het “verlaagt de afweerdrempel tegen echt totalitarisme.”

De geest van Doornaerts redenering, meestal minder scherp geformuleerd, wordt steeds dominanter in het publieke debat. Zo vroeg Tom Naegels de media onlangs om op de rem te gaan staan bij de volgende gelegenheid om de N-VA, of pars pro toto Bart De Wever, openlijk aan kritiek te onderwerpen (De Standaard, 6 februari 2013). Daarmee droeg hij zijn steentje bij tot de transformatie van een meester-provocateur tot slachtoffer.

Voor De Wever is dit een bewuste strategie. Naegels, zoals Doornaert, bewijst dat ze werkt, zodanig zelfs dat hoofdredacteurs Sturtewagen en Verhoeven uitvoerig moesten uitleggen dat zij helemaal niet de bedoeling hadden om de N-VA moedwillig te beschadigen door extra aandacht te besteden aan De Wevers recente uitbreiding van loketneutraliteit tot een expliciet verbod op uiterlijke tekenen van homoseksuele geaardheid (De Standaard, 10 februari 2013).

Het is de hoogste tijd om dit ontwakend taboe op kritiek te doen keren. In deze bijdrage richt ik mij uitsluitend op de banvloek die al langer werd uitgesproken, met opvallend succes, op verwijzingen naar de jaren ’30 van de vorige eeuw. Ter verduidelijking: ondergetekende gelooft niet dat elke vorm van nationalisme per definitie repressief is. Nationalisme kan in een context van verdrukking zelf emancipatorisch zijn. Maar ik ken geen voorbeelden van nationalisme die, bij het ontbreken van een dergelijke context, niet verworden tot uitsluitingsmechanismen.

Een tweede verduidelijking: gebrek aan openheid en respect voor diversiteit is niet het alleenrecht van N-VA en Vlaams Belang. Ruim twintig jaar geleden leidde een analyse van het discours van de tolerante meerderheid reeds tot de conclusie dat zowat alle belangrijke maatschappelijke actoren, van politici tot media, ziek waren in het bedje van het homogeneïstische denken dat verbazend weinig ruimte liet voor niet-culinaire diversiteit. Het bedje van de N-VA werd dus gespreid door anderen. Het verbod op hoofddoeken en het stellen van taalvoorwaarden aan toegang tot sociale woningen zijn daarvan maar twee voorbeelden.

Een vergelijking met de jaren ’30 begint niet bij concentratiekampen en een Wereldoorlog. Ik mag trouwens hopen dat die vergelijking nooit verantwoord kan worden. Maar aan kampen en oorlog ging een politiek en retorisch proces vooraf dat een niet-emancipatorisch nationalisme tot gemeengoed maakte. Nationalisme werd niet alleen verdedigd door barbaren, maar ook door weldenkende, vaak humanistisch geïnspireerde intellectuelen.

Ik laat even zo iemand aan het woord. Het gaat om Friedrich Sieburg, een Duits journalist, schrijver, en literatuurkenner die filosofie, geschiedenis en economie had gestudeerd. Sieburg profileerde zich uitdrukkelijk als linkse nationaalsocialist en hij schreef in 1932 een uitvoerig pleidooi voor de vrijwaring en versterking van de Duitse identiteit, Es werde Deutschland, dat pas na Hitlers machtsovername in 1933 zou verschijnen.

Als kosmopolitisch georiënteerde francofiel die jaren als journalist had doorgebracht in Parijs, hechtte hij ook groot belang aan de Franse vertaling die eveneens in 1933 verscheen onder de titel Défense du nationalisme allemand. In het voorwoord tot de vertaling sprak hij de hoop uit dat hij het Franse publiek kon doen inzien dat wat toen in Duitsland gebeurde noodzakelijk was, met als enige aspiratie het realiseren van “een harmonieus volksbeeld” en dus geenszins gevaarlijk.

Als vrijdenkend intellectueel voegde hij eraan toe “Ik hoop dat mijn boek aanleiding zal geven tot talrijke discussies”, want discussie is “de basis voor menselijke vrijheid en wederzijds begrip”. Aan de motieven van Sieburg is dus niets verwerpelijks. Maar in zijn verdediging van het nationalisme dringen de vergelijkingen met het huidige discours zich op:

“Wij zijn lang het slachtoffer geweest van een buitensporig relativisme.” “De tijd is gekomen om onze eigen gemeenschappelijke noties te ontwikkelen, de elementen ervan te bundelen in miljoenen harten en ze te ordenen tot een schaal van gemeenschappelijke waarden.”

“De vraag die de Duitser zich stelt, ‘Hoe moeten we leven?’, is niet alleen onoplosbaar ten gevolge van de economische crisis, de dagelijkse miserie en de politieke vergiftiging van de geesten, maar ook omdat het ons ontbreekt aan een gemeenschappelijke morele maat die voor iedereen geldt.”

“Indien de moraliteit van de tradities een orde is die het mogelijk maakt vijandelijke machten te weren uit de maatschappij, dan moet elke mens die niet met die machten heeft gebroken noodzakelijkerwijs verschijnen als een immoreel wezen, een verstorend en verwarrend element van wanorde.”

Ontdaan van de bloemrijke stilistiek is dit het pure identiteits- en waardendiscours dat wij ook vandaag horen. Wat die identiteit of waarden kan bedreigen wordt gezien als aanval op de integriteit en culturele verworvenheden van het volk. Volgens de gangbare retoriek hoeft deze houding niet te leiden tot uitsluiting of stigmatisering van wie ‘anders’ is. Dat is de dominante theorie nu.

Voor Sieburg was zelfs het Duitse militarisme gewoon een nobele uiting van de volksaard die het individu ondergeschikt maakte aan de gemeenschap, zonder dat dit bedreigend hoefde te zijn voor anderen. Dat was de theorie toen. In de praktijk zien we andere dingen, hier en nu, zowel als toen. Ideeën ondersteunen handelingen, zelfs indien wie de ideeën formuleert expliciet afstand neemt van die handelingen.

Sieburg hield in zijn boek ook een pleidooi tegen het antisemitisme. Hij was dus een brave nationalist. Hij kon met overtuiging zeggen dat hij geen racist was. Daarom werd het boek in Duitsland zelfs verboden in 1936. Toch werd zijn verdediging van het nationalisme goed genoeg bevonden door het regime om hem in 1939 te recruteren als propagandist.

De Wever is misschien ook een brave nationalist maar de consequenties van zijn retoriek zijn niet te overzien. Hij heeft die niet eens in de hand. Redenen genoeg om elke zweem van ontsporing duidelijk onder de aandacht te brengen.

Het grote taboe op vergelijkingen met de jaren ’30 van de vorige eeuw is namelijk “democratisch gevaarlijk.” Een weigering om vergelijkingspunten te zien waar ze hun wezenlijke grond hebben, namelijk in het vergoelijkende discours dat “de afweerdrempel tegen echt totalitalisme” verlaagt, is een nieuw soort negationisme.

Jef Verschueren 
Gewoon Hoogleraar, Departement Taalkunde, Universiteit Antwerpen

reacties

11 reacties

  • door De Swa op zondag 24 februari 2013

    "Ruim twintig jaar geleden leidde een analyse van het discours van de tolerante meerderheid reeds tot de conclusie dat zowat alle belangrijke maatschappelijke actoren, van politici tot media, ziek waren in het bedje van het homogeneïstische denken dat verbazend weinig ruimte liet voor niet-culinaire diversiteit."

    Als ik een zin als deze lees, dan gaan mijn tenen altijd krullen. Met "het homogeneïstische denken" kan ik nog een (klein) beetje leven. Maar met "niet-culinaire diversiteit" is het hek van de dam. WTF zou ik moeten verstaan onder niet-culinaire diversiteit? Als in het tegengestelde van "culinaire diversiteit": het gebruik maken van uiteenlopende ingrediënten bij het kokerellen? Het mengen van exotische en lokale keukens in gastronomische creaties? Of zou het eerder als het tegengestelde van "niet-culinaire homogeniteit" dienen begrepen te worden? En wat zou dat dan weer kunnen betekenen? Alsof het gebruik van het woord "homogeniteit" onmiddellijk associaties met de culinaire wereld zou naar boven doen komen?

    Weinig kans toe, denk ik...

  • door Le grand guignol op zondag 24 februari 2013

    Allereerst wil ik de auteur bedanken voor zijn bijdrage, temeer omdat hij zich in bovenstaand artikel buigt over de kern van een betreurenswaardige evolutie. Het gegeven dat twee journalisten van een zogenaamde kwaliteitskrant oproepen om geen kritiek meer te uiten ten overstaan van een welbepaalde politieke partij vind ik niet alleen problematisch maar ook bijzonder onrustwekkend. Overigens, ik heb de indruk dat de betreffende praktijk reeds langer gemeengoed vormt voor journalisten en dan ook reeds langer toegepast wordt door het reguliere (Vlaamse) journaille. De Wever, en bij uitbreiding alle woordvoerders van N-VA, worden o.a. tijdens interviews met fluwelen handschoenen aangepakt en dat staat in schril contrast met de houding van diezelfde journalisten ten opzichte van bijvoorbeeld Peter Mertens (PVDA). Diezelfde journalisten maken er overigens een gewoonte van om, wanneer de deur zelfs nog maar op een kier staat, af te geven op de PS en haar belastingregering; 'en passant' worden doorgaans ook de vakbonden geviseerd. De media lenen zich tot het ondersteunen en voeren van een politiek-ideologische strijd en doen dat op een zodanige manier dat een welbepaalde ideologie, laat ze ons de neoliberaal-conservatieve noemen, een weinig kritisch forum krijgt en tegelijkertijd door elke politieke tegenmacht en daarbij horend tegenverhaal te verzwijgen of er een karikatuur van te maken. Bijvoorbeeld: wanneer er over het concurrentievermogen 'gediscussieerd' wordt dan maakt men vlotjes de vergelijking met de ons omringende landen, maar wanneer er een rapport van de Europese Commissie (EC) én van de Nationale Bank verschijnt dan maakt men die vergelijking doelbewust niet. De loonhandicap is niet alleen veel lager dan wat men - i.e., beleidsmakers, werkgevers en media - ons wil laten geloven, maar bovendien toont het rapport van de EC dat de stringente besparingslogica en de structurele hervormingen die onze buurlanden doorvoerden nefast zijn voor een economische relance; zelfs in die mate dat een Nederlandse journalist - die wel kritisch was - aan Rehn (EC) de vraag stelde hoelang hij dacht dat de bevolking de door de EC opgelegde kaalslag nog ging nemen. Door de betreffende zaken, afhankelijk van datgene wat men wil bewijzen - of liever: de mensen wil laten geloven - uit hun context te halen of in een andere (vreemde) context te plaatsen slagen beleidsmakers er met de hulp van de media in hun nachtmerrie aan de publieke opinie te verkopen als een oplossing. Informatie en duiding zijn verwaterd tot propaganda ten behoeve van een neoliberaal-conservatief verhaal

    Het neoliberaal-conservatieve gedachtegoed, dat volledig onderschreven wordt door de N-VA, vormt de nieuwe culturele hegemonie binnen Europa en zelfs daarbuiten. De vorming van de betreffende hegemonie wordt gestimuleerd door de media en haar lakeien van journalisten. Vanuit het perspectief van de nieuwe culturele hegemonie bekeken maken de N-VA alsmede de reguliere media deel uit van een nieuw 'historisch blok' - N-VA als establishmentpartij ! - en wordt er vervolgens alles aan gedaan om een kritische en goed gefundeerde analyse van de betreffende evolutie tegen te werken en zelfs onmogelijk te maken.

    Het is juist de oproep om geen kritiek meer te uiten ten overstaan van N-VA die de basis vormt voor een nieuw totalitarisme. Daarbij moet gezegd dat bepaalde personen, al dan niet met goede intenties, een gelijkaardige oproep doen wanneer ze vragen om niet meer op de polarisering(en) van N-VA te reageren. Ze bekijken politiek als pedagogiek en hopen dat een gebrek aan aandacht het 'ongewenste' gedrag zal doen uitdoven. Zij dwalen! Temeer omdat, binnen een politieke context, het gebrek of de afwezigheid van kritiek de beleidsmakers in kwestie een vrijgeleide verschaft om, op eigengereide wijze, te (blijven) doen wat ze doen. Zoals gezegd: de oproep om geen kritiek meer te uiten is de voorbode van een insluipend totalitarisme.

  • door danielverhoeven op zondag 24 februari 2013

    Zie zijn column 'Ga thuis sterven' over Homans dit weekend: http://www.standaard.be/artikel/detail.aspx?artikelid=DMF20130222_00480013

    Dit gezegd zijnde kan ik me wel vinden in de waarschuwing voor het 'braaf nationalisme' van de N-VA. De Vlaamse beweging heeft een en ander aan zichzelf te danken. Door de collaboratie te vergoelijken.

    "Vlaams-nationalisten met antecedenten in de collaboratie - voor een goed begrip, de meerderheid van de Vlaams-nationalisten heeft geen zwart familieverleden - hebben de neiging om aan de houding van hun ouders of andere verwanten tijdens de oorlog een Vlaamse uitleg te geven. Ze deden het voor Vlaanderen, niet voor Hitler. Niet de nieuwe orde of het antisemitisme was hun motief, ze werden gedreven door Vlaamsgezindheid. Alsof werken voor Hitler en zijn gruwelijke totalitarisme daarom minder erg zou geweest zijn." Zie Aline Sax, 'Voor Vlaanderen, Volk en Führer', voor een bespreking: http://www.knack.be/opinie/columns/mark-van-de-voorde/vlaamse-collaboratie-was-zwart-niet-zwartgeel-niet-witgeel/opinie-4000195657695.htm

  • door RH op zondag 24 februari 2013

    Akkoord en schitterend verwoord. Discriminatie/ Uitsluiting heeft een eigen dynamiek. De ene uitsluiting brengt de andere voort. Bij ruzie en bij discriminatie weet men waar men begint maar niet waar men zal eindigen. Dat kan zijn bij het ergste zoals eeuwen kolonisatie en recentere gebeurtenissen bvb WO II aantonen.

    N-VA Neoliberale Verborgen Agenda duldt geen kritiek want ze beweert anders te zijn dan ze in werkelijkheid is. Ze beweert een gematigde, conservatieve, democratische, sociale en eigentijdse partij te zijn die overigens volledig anders is dan andere nationalistische partijen. In feite is ze het tegendeel van wat ze beweert. Ze is een extreme, reactionaire, antidemocratische, antisociale en vooral neoliberale partij waarvan het merendeel van de gedachten stamt uit de 19e eeuw en zoals andere imperialistische, offensieve, nationalistische partijen uit verleden en heden gaat ze uit van een meerderheid die in geen enkel opzicht onderdrukt/ gediscrimineerd/ gedomineerd wordt.

    Zulke nationalistische partijen zijn nooit gematigd en ze doen democratisch tot ze de absolute meerderheid/ de macht hebben. Conservatief is respect hebben voor het bestaande bij noodzakelijke veranderingen. Reactionair is verzet tegen maatschappelijke veranderingen of nieuwe ontwikkelingen trachten terug te draaien. Ondemocratisch: Er is in Vlaanderen VL democratie als uitsluitend N-VA als enige vertegenwoordiger van het Vlaamse volk de absolute meerderheid haalt, want dan regeert het Vlaamse volk, dat -volgens hen- nu verdrukt wordt door de Franstaligen, en er is geen alternatieve meerderheid mogelijk. Democratie is dus niet de organisatie/ ontmoeting van de meningsverschillen maar de heerschappij of beter de dictatuur van het Vlaamse volk. Het antisociale volgt uit het neoliberale dat sedert jaren de hoofdbedoeling is van de partij en uit Duitsland komt: De Duitse weg. Het volgt ook uit het feit dat N-VA alleen met werkgeversorganisaties banden heeft.

    Het nationalisme is een (glij)middel voor -, wordt misbruikt voor het neoliberale dat door N-VA zo veel mogelijk verborgen gehouden wordt. De onafhankelijkheid, in N-VA jargon opzettelijk verkeerdelijk confederalisme genoemd, van VL- zonder- Brussel is daaraan dienstig zoals de Leider in een interview in Humo jaren terug zei: 'Ze dient om een ander doel te bereiken: Een strengere immigratie en lagere belastingen.' Vooral over wat dat betekent voor VL wordt niet gesproken en daarvan is het N-VA bestuur zich blijkbaar ook niet bewust.

    N-VA komt uitsluitend op voor de Grote Multinationale Ondernemingen GMO voor wie VL een goedkope werkplaats moet worden: Lage lonen- pensioenen- uitkeringen, een afgebouwde, geprivatiseerde ziekteverzekering en geen collectief loonoverleg, stakingen, vakbonden, automatische loonindexering zoals in de 19e eeuw, de Duitse weg: Armoede voor de meesten gedurende 10tallen jaren zo niet meer.

    • door Terzijde op maandag 25 februari 2013

      Ik ga volledig akkoord dat N-VA een neoliberale agenda heeft. Veel mensen lijken daar trouwens helemaal niet van op de hoogte. Maar echt verborgen kan je die agenda moeilijk noemen. Bovendien kan je ook redeneren dat het (neo)liberalisme van N-VA dient om het nostalgische nationalisme modern en rationeel te doen lijken. Economisch liberalisme als glijmiddel voor nationalisme in plaats van omgekeerd. Zie bijvoorbeeld deze analyse van Dave Sinardet: http://www.demorgen.be/dm/nl/2461/Opinie/article/detail/1520595/2012/10/20/Een-rechts-Belgie-de-angstdroom-van-Bart-De-Wever.dhtml

      Of nationalisme dan wel economisch liberalisme primeert bij N-VA blijft een moeilijke discussie. Hoe positioneert de partij zich bijvoorbeeld tegenover economische migratie? Werkgeversorganisaties als VOKA zijn hier hevige voorstander van, maar het traditionele nationalisme ziet dit als een bedreiging. Het discours van De Wever hierover lijkt me dubbelzinnig.

  • door Bram W. op maandag 25 februari 2013

    Eindelijk iemand die het helder en simpel zegt:

    "Nationalisme kan in een context van verdrukking zelf emancipatorisch zijn. Maar ik ken geen voorbeelden van nationalisme die, bij het ontbreken van een dergelijke context, niet verworden tot uitsluitingsmechanismen." "... aan kampen en oorlog ging een politiek en retorisch proces vooraf dat een niet-emancipatorisch nationalisme tot gemeengoed maakte."

    Dat wordt steeds vergeten. Daar wordt nauwelijks over gesproken. Als er al een gevaar zit in de retoriek van N-VA / BDW dan zit het daar.

    "De Wever is misschien ook een brave nationalist maar de consequenties van zijn retoriek zijn niet te overzien. Hij heeft die niet eens in de hand. Redenen genoeg om elke zweem van ontsporing duidelijk onder de aandacht te brengen."

    Inderdaad!

    Ik geloof echt dat de intenties van N-VA, BDW en mensen die hen aanhangen nobel zijn, dat ze het goed menen en een betere samenleving voor ogen hebben. Vraag is of dat ook het resultaat is van hun retoriek en handelingen. Velen vrezen van niet. Net dat is de drijfveer van de kritiek op N-VA / BDW. Het gaat hier minder om politieke of ideologische tegenstand dan wel om een enorme bezorgdheid voor die consequenties. Vandaar de vergelijking met de jaren '30. Het braaf nationalisme leidt niet per definitie naar oorlog en kampen maar legt actief de voedingsbodem voor uitsluiting van normafwijkend gedrag, voor stagnering van het dynamische proces van verscheidenheid en uiteindelijk voor de verkilling van het samenleven.

    De intenties zijn goed, maar wat zijn de consequenties?

  • door Bram W. op maandag 25 februari 2013

    En dan komt er een kantelpunt. En dan komt er een moment waar politiek strijd wordt en strijd politiek. En dan komt er een ogenblik waarop ideologie omslaat in waan. En dan komt er een tijd waar nationalisme roes wordt, bedwelming, grootheidswaan. Vuur in de ogen, marsen op gemeentehuizen en parlement, volkstoeloop in de straten, gejuich van vlag en wimpel, met tranen in de ogen scanderend: het volk! het volk! het volk! En dan...

    Laat dat moment niet juni 2014 zijn.

  • door RH op maandag 25 februari 2013

    De ware bedoelingen van N-VA worden zo veel mogelijk verborgen gehouden. Het hele discours van de partij is leugen, bedrog en inbeelding. Daardoor is ze hypergevoelig voor kritiek omdat die haar leugens ontmaskert. Vlaanderen- VL- zonder- Brussel- BR moet onafhankelijk worden om los te zijn van de linkse Waalse PS, die staat voor het behoud van de Sociale Zekerheid: Ziekte- pensioen- werkloosheid, voor aanvaardbare lonen maw. voor een leefbare maatschappij en een werkbaar productie- systeem nl. een economie die werkt voor iedereen. Daarom worden de Walen en de PS voortdurend gedemoniseerd.

    De imperialistisch nationalistische zusterpartijen VB en zijn nieuwere propere uitgave N-VA worden gesteund door de hoofdstroommedia die geen gelegenheid laten voorbijgaan om feiten te verdraaien cfr Mia Doornaert zoals beschreven in het artikel. De steun voor die partijen vermindert zienderogen gezien het feit dat nu blijkt dat N-VA niet de bagage heeft om te besturen maar vooral de verkeerde houding: Alles wordt in een nationalistische slachtofferverhaal gewrongen. De Vlamingen hebben stilaan al haar verborgen gehouden aspecten door en hoe meer de hoofdstroommedia en dan vooral de VRT propaganda maken voor die partij hoe sneller ze zal opgebruikt/ verbrand zijn.

    N-VA Neoliberale Verborgen Agenda behoort 100% tot het establishment, ze is ten dienste van de Grote Multinationale Ondernemingen GMO, veel meer dan welke andere partij ook. Alle andere groepen interesseren haar alleen als kiesvee. Ze ijvert dus niet voor de middenstand, KMO, zelfstandigen, werknemers, werklozen en gepensioneerden. Die zullen allen in de kou komen te staan door de politiek van bezuinigen, een te lage binnenlandse koopkracht en privatiseren: Dus het creëren van een recessie waar N-VA 100% voorstander van is.

    Naast discriminatie is een ander onstabiel fenomeen de goedbedoelde maar mislukte regionalisering, dus afschaffen: Gedaan met de verspilling, de overvloed aan postjes, de conflicten, het dubbel werk. Alleen al een onafhankelijk Vlaanderen is een ramp want het is te klein tov. de GMO en er is een bijkomende grens. Scheidingen hebben we al genoeg gehad nl. met Nederland 2 maal: in 1585 en in 1830 met eeuwenlange, catastrofale gevolgen. Misschien moeten we de andere kant op en een einde stellen aan de wanorde van de Belgische staatsinrichting oa. omdat het buitenlandse investeerders afschrikt. Ze krijgen de indruk te maken te hebben met een onstabiel investeringsklimaat. Dus terug naar de eenheid en eenvoud van een unitair BE/ geen taalgrens/ een landelijke kieskring/ quota per provincie. VL is sterker in een BE context tov. de grote multinationals en de EU. Dat geldt ook voor de Sociale Zekerheid. Taalproblemen kunnen soepeler geregeld worden bvb administratieve per gemeente en VL is aan het verengelsen. Een landelijke kieskring: Iedereen kan stemmen op alle kandidaten in VL, BR of WA. Quota per provincie zodat provincies niet ondervertegenwoordigd zijn.

  • door paul.v op maandag 25 februari 2013

    Voor mij verwijzen de jaren dertig niet naar discriminatie, uitsluiting, ongelijke behandeling, dat zijn dagdagelijkse fenomenen van alle tijden en over de hele wereld. Ik denk dan ook niet aan een nooit geziene muntontwaarding of een torenhoge werkloosheid of een enorme armoede. Neen, voor mij ver- wijst de uitdrukking "de jaren dertig" naar de opkomst van Hitler, het nazisme en fascisme, anti-semitisme, uitroeiingskampen en gaskamers en een gruwelijke oorlog met miljoenen doden. Wie echt gelooft dat dat ons te wachten staat als BDW vlaams minister-president wordt,tja... .Dus wat gebeurt er, er worden enkele ongedefinieerde termen als "gevaarlijk" en "de jaren dertig" in het rond gestrooid zodat een aantal mensen dat kunnen aanvullen met hun eigen negatieve verwachtingen. Ik verwacht toch wat meer van de intelligentsia. get. : tot z'n 15 naar school geweest

  • door jowan op maandag 25 februari 2013

    De NVA was één van de eersten die de uitspraak van de rechter in het ggo-proces bijtrad. Daarin werd Barabara Van Dyck, die niet deelnam aan de actie, maar ze publiekelijk verdedigde tot zes maanden effectieve gevangenisstraf veroordeeld. Als men hoort hoe dergelijke partij de vrije meningsuiting criminaliseert, mag men dan niet aan de jaren 30 in Duitsland denken? In zijn biografie "Ik niet: herinneringen aan een jeugd" beschrijft Joachim C.Fest, hoe hij en zijn gezin in die jaren omwille van zijn mening compleet werden gekraakt. Bovendien toont hij aan hoe dit enkel kon gebeuren omdat elke kritiek op "de partij" ongemerkt een criminele daad werd en.... iedereen zweeg. Gebeurt dit vandaag opnieuw?

  • door RH op dinsdag 26 februari 2013

    Als men verwijst naar de jaren 1930 stelt men enkel en alleen vast dat er toen en nu discriminatie gepredikt werd/ wordt door politieke partijen, niets meer en niets minder: Discriminatie als impliciet of expliciet gevolg van een partijprogramma niet als dagelijks fenomeen van menselijke, sociale tekortkomingen. De uitspraak gaat niet verder dan dat. Latere gebeurtenissen uit de jaren 1940 worden niet vermeld, die zijn en blijven voor rekening, verantwoording van wie toen leefde. Ze worden niet verbonden met hen die nadien geboren zijn.

    Ten 2e, er moet met nadruk gezegd worden dat discriminatie is zoals ruzie, men weet waar men begint maar men weet niet waar men zal eindigen. De ene discriminatie brengt namelijk de andere voort, het wordt zo een maatschappelijke gewoonte. Hierbij kan men ook verwijzen naar de eeuwen van westerse kolonisatie/ imperialisme die in de rest van de wereld tientallen miljoenen doden heeft veroorzaakt niet alleen door ziekten en honger maar ook door volkerenmoord.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties