about
Toon menu

Over de dubbelblinde methode van de pseudo-wetenschapsfilosoof

In diverse media kreeg Maarten Boudry de afgelopen maanden een forum voor zijn strijd tegen de "pseudo-wetenschap" (bv. De Standaard 13/12, pseudo-wetenschap aan de universiteit). Het fundament van deze intellectuele krachtterm is echter al even pseudo. Een "pseudo-wetenschapsfilosofie" zeg maar, om even mee te gaan in de valse tegenstellingen die zo kenmerkend zijn voor het resulterende discours.
zaterdag 17 december 2011

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Er wordt voorondersteld dat het mogelijk is om een messcherp onderscheid te maken tussen wat wel en geen wetenschap is. Met het Zwaard van de Rede in de hand wordt vervolgens iedereen die zich aan de verkeerde kant bevindt zonder pardon weggemaaid.

Het mag voor Boudry dan al duidelijk zijn wat géén wetenschap is, tegelijk wordt weinig aandacht besteed aan de basis van deze uitspraken, namelijk een opvatting over wat wetenschap dan wél is. Nochtans zijn harde stellingen over wat geen wetenschap is slechts mogelijk vanuit al even sterke opvattingen over wetenschap zelf.

Tussen de minachtende uitlatingen door wordt een karikaturaal beeld geprojecteerd van wetenschap als een homogene activiteit gereguleerd door strikte, expliciete regels waarover ieder rationeel mens het eens is. Dat er misschien een interactie zou kunnen zijn tussen deze regels en de activiteit die erdoor wordt gereguleerd, dat het stellen van wetenschappelijke doelen een politieke dimensie heeft die afstraalt op de methodologie, dat de invulling van wetenschappelijke rationaliteit verschilt van vakgebied tot vakgebied, het zijn allemaal details die maar beter onvermeld blijven om de mensen niet op foute ideeën te brengen.

Een noodzakelijke voorwaarde voor de rol van scherprechter die Boudry zichzelf aanmeet, is nochtans dat de huidige stand van de wetenschapsfilosofie, de academische discipline die zich met deze vragen bezighoudt, een consensus heeft bereikt over het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap . En laat nu net dit onderscheid gegeven de huidige wetenschapsfilosofische inzichten problematisch zijn.

Het is nog helemaal niet duidelijk waar precies die grens ligt en of het zelfs maar een zinvol onderscheid is. Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat eender wat wetenschap kan zijn. Alleen is de overgang tussen goede en slechte wetenschap mogelijk niet scherp genoeg om dergelijke sterke opvattingen te ondersteunen en, belangrijker, tot nader order zelf het voorwerp van zowel academisch als maatschappelijk debat.

Boudry is, op basis van zijn eigen standaarden, een "pseudo-wetenschapsfilosoof"

De grote zoektocht naar absolute onderscheiden op basis van puur formele gronden is ergens halverwege vorige eeuw beginnen stranden. Het is Boudry's goed recht om vast te houden aan deze oude droom. Maar deze droom presenteren als werkelijkheid en van de verwarring gebruik maken om het werk van anderen in diskrediet te brengen is een brug te ver. Het maakt hem, op basis van zijn eigen standaarden, een "pseudo-wetenschapsfilosoof".

Zijn stellingen zijn geen posities in het wetenschapsfilosofische debat maar de negatie van dat debat. Het is jammer dat net de Universiteit Gent, internationaal bekend om zijn rijke wetenschapsfilosofische traditie, gelinkt wordt aan dit steriele denken. Het is steriel omdat men door het bedrijven van wetenschapsfilosofie aan de hand van valse tegenstellingen niet anders kan dan blind blijven voor de politieke dimensie van het eigen denken.

Zij die beweren de ultieme standaarden van de kennis te kennen, eigenen zich immers het recht toe om te bepalen welke vragen mogen worden gesteld. Het Zwaard van de Rede wordt zo een machtsmiddel om aan anderen op te leggen welke fenomenen mogen worden gethematiseerd. Iedereen mag spelen, maar de spelregels liggen vast.

Het is een opstelling die a priori blind is voor bepaalde aspecten van het denken van de ander omdat het eigen perspectief wordt voorondersteld bij het evalueren van andere perspectieven. Deze mal dwingt tegenstanders om zelf ook karikaturale posities in te nemen en verziekt daarmee het maatschappelijke debat.

Als men al praat, dan is het naast elkaar. Een dubbelblinde discussie waarin de antwoorden die over en weer worden gegooid eigenlijk gaan over wat de vraag zou moeten zijn. Helaas is de methode van de pseudo-wetenschapsfilosoof, de dubbelblinde discussie, minder betrouwbaar dan het dubbelblind onderzoek waar die zo graag mee uitpakt.

reacties

8 reacties

  • door Stefan op zondag 18 december 2011

    Proficiat met deze bijdrage. Een dam tegen het skepptische gezwam. Sommige zogenaamde wetenschapsfilosofen zien nog het liefst Dawkins en Dennett in de Suske en Wiskeboeken opduiken.

  • door vankrunkelsven Luc op maandag 19 december 2011

    Inderdaad, interessante bijdrage. Vorige week was ik aanwezig op het debat in het Kaaitheater over 'vrije meningsuiting en activisme'. Boudry trok daar op zij wijsneuzerige manier van leer. Zelden zo'n pretentie van een 'jonge prof' meegemaakt.

  • door Eddie G. op maandag 19 december 2011

    Aristarchus heeft meer dan 2200 jaar geleden al ontdekt dat de aarde een bol is. Slechts 500 jaar geleden dacht de (westerse) wetenschap nog altijd dat de aarde plat was. Wie het woord pseudo-wetenschap in de mond neemt moet heel goed opletten wat hij zegt, want voor hij het weet is hij zelf een pseudo-wetenschapper. Hoewel de regels duidelijk zijn, blijven de grenzen vaag.

  • door aronjaco op maandag 19 december 2011

    Wetenschappelijke kennis is een plaats- en tijdsgebonden fenomeen .Naar mate inzichten veranderen , lees wetenschapelijker worden , blijkt het dat wetenschap niet absoluut is maar veranderlijk in de tijd. Gelukkig maar zou ik zo zeggen. Wetenschappers die dat niet inzien en halsstarrig vasthouden aan bekende kennis zijn niet goed bezig . Mijn gezegde daaromtrent is : wetenschapen en diskundigen vind men overal , maar absolute kennis , daar zijn we wel heel ver vanaf.

    • door Brecht Decoene op maandag 2 januari 2012

      Mocht je hun boek gelezen hebben dan zou je dit hier niet schrijven, maar je schamen, omdat daar exact het zelfde wat u hier schrijft in te lezen valt ;-p Deze nuances maken zij ook. Men vecht hier tegen een beeld die men van Boudry en Braeckman heeft opgetrokken die langs geen kanten strook met de werkelijkheid. Maar je moet natuurlijk een beetje moeite willen nemen om te lezen en je verdiepen in iemands gedachtegoed...

      • door Rogier De Langhe op maandag 2 januari 2012

        Dat iemand lang over iets heeft nagedacht en daar misschien zelfs een doctoraat over heeft geschreven, is natuurlijk nog geen voldoende grond om deze autoriteit toe te kennen.

        • door Brecht Decoene op dinsdag 3 januari 2012

          Euh, neen, ...;-p inderdaad niet. Compleet de waarheid wat je daar stelt! Maar... zie je mij dat zeggen? Of tegenspreken? Is dit een relevante opmerking? Waarom zo naast de kwestie reageren? Ik ga ook eens zo iets stellen, want dat helpt discussies vooruit: borstvoeding dient voor pasgeboren baby's, maar dat betekent nog niet dat je best heel je leven heel veel melk moet drinken.

        • door John Vos op vrijdag 6 januari 2012

          "Dat iemand lang over iets heeft nagedacht en daar misschien zelfs een doctoraat over heeft geschreven, is natuurlijk nog geen voldoende grond om deze autoriteit toe te kennen." Nee Rogier, volledig gelijk. Maar gelukkig hebben bestaat er nog een ander criterium om iemands stellingen te beoordelen: nl. de kracht van zijn argumenten. Heb je daar ook iets interessants over te vertellen? Niet in het algemeen bedoel ik (eventjes genoeg filosofie gehad), maar ivm de concrete argumenten van de schrijvers die je bekritiseert. Welke bijkomende argumenten of bewijsmateriaal heb je nodig vooraleer je hun conclusies kan accepteren? Of is je enige en eeuwige conclusie dat we niets met zekerheid weten, en er zelfs geen gradaties in onze onzekerheid bestaan? (van starheid en steriliteit gesproken...)

        Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties