Over de dubbelblinde methode van de pseudo-wetenschapsfilosoof
Rogier De Langhe

Over de dubbelblinde methode van de pseudo-wetenschapsfilosoof

vrijdag 16 december 2011 15:47

In diverse media kreeg Maarten Boudry de afgelopen maanden een forum voor zijn strijd tegen de “pseudo-wetenschap” (bvb. DS 13 December, pseudo-wetenschap aan de universiteit). Het fundament van deze intellectuele krachtterm is echter al even pseudo. Een “pseudo-wetenschapsfilosofie” zeg maar, om even mee te gaan in de valse tegenstellingen die zo kenmerkend zijn voor het resulterende discours. Er wordt voorondersteld dat het mogelijk is om een messcherp onderscheid te maken tussen wat wel en geen wetenschap is. Met het Zwaard van de Rede in de hand wordt vervolgens iedereen die zich aan de verkeerde kant bevindt zonder pardon weggemaaid.

Het mag voor Boudry dan al duidelijk zijn wat géén wetenschap is, tegelijk wordt weinig aandacht besteed aan de basis van deze uitspraken, namelijk een opvatting over wat wetenschap dan wél is. Nochtans zijn harde stellingen over wat geen wetenschap is slechts mogelijk vanuit al even sterke opvattingen over wetenschap zelf. Tussen de minachtende uitlatingen door wordt een karikaturaal beeld geprojecteerd van wetenschap als een homogene activiteit gereguleerd door strikte, expliciete regels waarover ieder rationeel mens het eens is. Dat er misschien een interactie zou kunnen zijn tussen deze regels en de activiteit die erdoor wordt gereguleerd, dat het stellen van wetenschappelijke doelen een politieke dimensie heeft die afstraalt op de methodologie, dat de invulling van wetenschappelijke rationaliteit verschilt van vakgebied tot vakgebied, het zijn allemaal details die maar beter onvermeld blijven om de mensen niet op foute ideeën te brengen. Een noodzakelijke voorwaarde voor de rol van scherprechter die Boudry zichzelf aanmeet is nochtans dat de huidige stand van de wetenschapsfilosofie, de academische discipline die zich met deze vragen bezighoudt, een consensus heeft bereikt over het onderscheid tussen wetenschap en pseudo-wetenschap . En laat nu net dit onderscheid gegeven de huidige wetenschapsfilosofische inzichten problematisch zijn. Het is nog helemaal niet duidelijk waar precies die grens ligt en of het zelfs maar een zinvol onderscheid is. Dat hoeft helemaal niet te betekenen dat eender wat wetenschap kan zijn. Alleen is de overgang tussen goede en slechte wetenschap mogelijk niet scherp genoeg om dergelijke sterke opvattingen te ondersteunen en, belangrijker, tot nader order zelf het voorwerp van zowel academisch als maatschappelijk debat.

De grote zoektocht naar absolute onderscheiden op basis van puur formele gronden is ergens halverwege vorige eeuw beginnen stranden. Het is Boudry’s goed recht om vast te houden aan deze oude droom. Maar deze droom presenteren als werkelijkheid en van de verwarring gebruik maken om het werk van anderen in diskrediet te brengen is een brug te ver. Het maakt hem, op basis van zijn eigen standaarden, een “pseudo-wetenschapsfilosoof”. Zijn stellingen zijn geen posities in het wetenschapsfilosofische debat maar de negatie van dat debat. Het is jammer dat net de Universiteit Gent, internationaal bekend om zijn rijke wetenschapsfilosofische traditie, gelinkt wordt aan dit steriele denken. Het is steriel omdat men door het bedrijven van wetenschapsfilosofie aan de hand van valse tegenstellingen niet anders kan dan blind blijven voor de politieke dimensie van het eigen denken. Zij die beweren de ultieme standaarden van de kennis te kennen eigenen zich immers het recht toe om te bepalen welke vragen mogen worden gesteld. Het Zwaard van de Rede wordt zo een machtsmiddel om aan anderen op te leggen welke fenomenen mogen worden gethematiseerd. Iedereen mag spelen, maar de spelregels liggen vast.

Het is een opstelling die a priori blind is voor bepaalde aspecten van het denken van de ander omdat het eigen perspectief wordt voorondersteld bij het evalueren van andere perspectieven. Deze mal dwingt tegenstanders om zelf ook karikaturale posities in te nemen en verziekt daarmee het maatschappelijke debat. Als men al praat, dan is het naast elkaar. Een dubbelblinde discussie waarin de antwoorden die over en weer worden gegooid eigenlijk gaan over wat de vraag zou moeten zijn. Helaas is de methode van de pseudo-wetenschapsfilosoof, de dubbelblinde discussie, minder betrouwbaar dan het dubbelblind onderzoek waar die zo graag mee uitpakt.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!