about
Toon menu

Klimaatverandering doet elke seconde iemand migreren

Het veranderende klimaat en natuurrampen doen elke seconde iemand beslissen om te vertrekken naar betere oorden. Gemiddeld zijn dat 26 miljoen mensen per jaar en dat zal nog toenemen, zegt de FAO. De organisatie pleit voor dringende investeringen. Niet aan onze grenzen maar in de getroffen landen zelf.
maandag 10 juli 2017

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Wereldorganisaties, experts en wetenschappers hebben het al tot vervelens toe herhaald: de klimaatverandering is een enorme bedreiging voor de armste, meestal landelijke bewoners in ontwikkelingslanden. Ze kunnen eigenlijk niet veel anders dan migreren.

Wat de experts ook zeggen is dat de geïndustrialiseerde wereld, de hoofdverantwoordelijke voor de klimaatverandering, miljarden dollars spendeert aan veelal illegale en onmenselijke maatregelen om de komst van migranten en vluchtelingen te verhinderen.

Dit geld zou veel beter besteed zijn mocht het worden geïnvesteerd in de aanpak van de hoofdoorzaak van al deze volksverhuizingen.

Versterk de lokale economie

Een van de oplossingen is investeren in duurzame landbouw.

De "oplossing voor deze grote uitdaging" ligt in het versterken van de economische activiteiten die de plattelandsbevolking nu al doen, zegt José Graziano da Silva, directeur-generaal van de VN-Voedsel en Landbouworganisatie (FAO).

Cijfers van de FAO tonen aan dat sinds 2008 elke seconde één iemand vertrekt als een rechtstreeks gevolg van het veranderende klimaat of van een natuurramp. Gemiddeld zijn dat 26 miljoen mensen per jaar en het ziet ernaar uit dat dit zal toenemen als in het zuiden de droogte of de overstromingen nog toenemen.

Grote impact van klimaatverandering

“Ook al zijn de verhuizingen door het veranderende klimaat minder zichtbaar dan die welke op gang komen na een storm, de impact ervan zal groter zijn”, zegt William Lacy Swing, directeur-generaal van de VN-Internationale Organisatie voor Migratie (IOM).

Als voorbeeld haalt hij de geleidelijke verdroging van het Tsjaadmeer aan, het op één na grootste zoetwatermeer in Afrika, die tot een enorme voedselcrisis leidt omdat miljoenen mensen in landen rond dit meer afhankelijk zijn van de visvangst.

“Veel migranten zullen uit landelijke gebieden komen en dat zal een enorme invloed hebben op de landbouw en de voedselprijzen.”

De FAO en de IOM zijn verkozen tot covoorzitters van de Global Migration Group in 2018, een groep van 22 VN-organisaties die de hoofdoorzaken van de migratie willen aanpakken, een thema dat meer en meer aan belang wint voor de internationale gemeenschap.

Link tussen migratie en klimaatverandering

"Op het platteland in ontwikkelingslanden zal de temperatuur naar verwachting stijgen. Die kwetsbaarheid wordt nog versterkt door het gebrek aan investering in deze regio’s”, zegt Swing.

"Wij moeten migratie en klimaatverandering systematisch integreren in nationale programma’s over ontwikkeling en armoedebestrijding, het rampenbeleid en de crisisplanning. Verder moeten landbouwbeleid en -praktijk worden uitgewerkt om de bevolking veerkracht te geven en de gedwongen migratie tegen te gaan.”

Tijdens een conferentie in Rome vorige week riepen de FAO en de IOM samen op om de oorzaken en gevolgen van migratie expliciet te erkennen en op te nemen in nationaal beleid rond klimaatverandering en plattelandsontwikkeling.

De Verenigde Naties hebben er in Rome ook opnieuw op gewezen dat landbouw- en veebedrijven meer dan 80 procent van de schade en verliezen veroorzaakt door droogte moeten opvangen. Zij zijn de eerste slachtoffers van klimaatverandering.

Solidariteit én partnerschap

De FAO stelt als oplossing onder meer voor om in kwetsbare lidstaten systemen op te zetten voor vroegtijdige waarschuwing, te werken rond de aanpak van waterschaarste en de invoering van klimaatslimme landbouwmethoden en energie. Ook de ontbossing moet absoluut verminderen, zeggen ze.

“Programma’s die solidariteit en de samenwerking tussen landen en partners in het zuiden aansporen, verdienen meer steun”, zegt Graziano da Silva. Hij verwijst onder meer naar de FAO-China-Zuid-Zuid-samenwerking, een succesvol partnerschap dat volgens hem model kan staan voor meer samenwerkingen.

Graziano da Silva prijst daarbij de “pioniersrol van China als grootste steun binnen dit programma, waar voor 80 miljoen dollar aan middelen is ingebracht.” 

China heeft via dit samenwerkingsprogramma meer dan 1000 experts en technici naar 26 landen in Afrika, Azië-Pacific, Latijns-Amerika en het Caraïbisch gebied gestuurd om te helpen om de landbouwproductiviteit en de voedselveiligheid in ontwikkelingslanden te verbeteren.

Volgens Graziano da Silva is het ook nog steeds mogelijk om ‘Nul Honger’ tegen 2030 te bereiken, ondanks het feit dat het aantal hongerige mensen weer groeit.

"Maar dan moeten we snel evolueren van politiek engagement naar concrete acties, vooral op nationaal en regionaal niveau”, zegt hij. “De verkozen vertegenwoordigers hebben de politieke invloed die dit vereist."