Opinie -

De psychotherapeut in Maarten Boudry

Jasper Feyaerts heeft wat advies voor Maarten Boudry: "Ofwel bekent men politieke kleur, en draagt men eventueel op een zinvolle manier bij aan het maatschappelijk debat, ofwel houdt men aan die rol van psychotherapeut, en zal het nooit meteen duidelijk worden welke politieke broodheer men dient."

maandag 24 oktober 2016 10:13

Met zijn essay “Waarom doemdenkers zo diepzinnig lijken” dat verscheen in de jongste weekendbijlage van de Morgen, wil de Gentse filosoof Maarten Boudry ons waarschuwen voor de eventueel besmettelijke gevaren van een reeks onheilsprofeten. Zowel psychiater Dirk De Wachter, essayist Bas Heijne als hoogleraar Paul Verhaeghe worden daarbij weggezet als narcistische oproerkraaiers die mensen nodeloos ongerust zouden maken door middel van pessimistische pamfletten die kant noch wal raken, die gezien de voortschrijdende vooruitgang van ons maatschappelijk bestel bovendien hopeloos neerslachtig zouden zijn en daarom enkel begrepen kunnen worden als empirische confirmaties voor Boudry’s zelfbedachte “Behoudswet van Gezeik” (goed gevonden!).

We lezen het goed: op geen enkel moment acht Boudry het nodig om daadwerkelijk in te gaan op wat deze auteurs schrijven, wat de bezorgdheden zouden kunnen zijn, welke alternatieven er naar voor worden geschoven, maar krijgen we in de plaats daarvan een soort psychologisch-morele verklaring van de miskende drijfveren achter dit gemakzuchtige cultuurpessimisme.

De Wachter’s poging om het stijgend aantal depressies in zijn praktijk te verklaren? Heideggeriaanse hoogdravendheid. Verhaeghe’s poging om een alternatief uit te denken voor de grote groep mensen die uit de boot dreigt te vallen in onze competitieve werkomgeving? Een vage doemboodschap. Heijne’s waarschuwing voor de irrationele effecten van het doorgeslagen rendementsdenken en de voortdurende bezuinigingen dan? Helaas, een typisch voorbeeld van huichelachtige zelfkastijding.

Narcisme, hoogdravendheid, wij-bakkers, pathologische zelfkritiek, … het gebruik van deze diagnostische termen lijkt er op te wijzen dat Boudry zich meer en meer begint te ontpoppen als een psychotherapeut van politieke analyses. De therapeutische procedure lijkt daarbij de volgende: maak abstractie van de politiek-maatschappelijke inhoud van uitspraken van auteurs zoals Heijne of Verhaeghe (“in onze vorige sessie zei u: “de stijgende jeugdarmoede is een probleem”, klopt dat?”), herleidt deze vervolgens tot onbevroede motieven en karaktertrekken (u lijkt te lijden aan“pathologisch pessimisme” in combinatie met een “persistent wij-bakken”, …) en besluit tenslotte met wat goedbedoeld advies (“als je maar blijft herhalen dat het treurnis troef is in de moderne wereld , ga je je op den duur zo voelen ook!”).

In zijn werk “Qu’est-ce que la psychologie?”, waarschuwde de Franse filosoof en arts Georges Canguilhem ons reeds voor de dunne grens die het domein van de politiek en de psychologie scheidt. Het gevaar, volgens Canguilhem, was dan niet zozeer gelegen in één van deze twee disciplines afzonderlijk, maar vooral wanneer er psychotherapeuten opstaan wiens politieke roeping niet meteen duidelijk is. In dat geval krijgen we vaak te maken met allerhande diagnoses en adviezen, al dan niet verpakt als psychologische wetmatigheden (zei er iemand “behoudswet van gezeik”?), die vaak enkel het bestaande politiek-maatschappelijke status quo bestendigen.

Voor dergelijke psychotherapeuten had Canguilhem dan ook het volgende advies: ofwel bekent men politieke kleur, en draagt men eventueel op een zinvolle manier bij aan het maatschappelijk debat, ofwel houdt men aan die rol van psychotherapeut, en zal het nooit meteen duidelijk worden welke politieke broodheer men dient. Ons advies dus voor Boudry: voorbij het doorprikken van illusies voor gevorderden, ga voor één keer eens in op de verschillende uitdagingen die onze samenleving nu stelt.

Wat is het advies voor de vele vluchtelingen die wanhopig van deur tot deur gaan, wat met de vele mensen die hun job zien verloren gaan omwille van de immer wispelturige belangen van aandeelhouders, wat tenslotte met de groeiende groep van patiënten die geen plaats meer vinden in ons sociaal weefsel en depressief en uitgeblust wachten op betere tijden? Filosofische diepzinnigheden mogen hierbij achterwege gelaten worden, een duidelijk standpunt is daarentegen des te meer gewenst.

Jasper Feyaerts is verbonden aan de vakgroep Psychoanalyse &Raadplegingspsychologie (UGent)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!