about
Toon menu

Latijns-Amerika voelt 'zachte' staatsgrepen VS

Nog maar 15 jaar geleden kon de euforie niet op. In meerdere Latijns-Amerikaanse landen, waaronder niet de minsten als Brazilië en Argentinië, kwamen regeringen aan de macht die zich verzetten tegen de neoliberale pletwals en de staat gingen inzetten voor een eerlijke verdeling van de welvaart. Vandaag dreigt deze droom in scherven uit elkaar te vallen, vooral dankzij de traditionele interventiepolitiek van de VS.
donderdag 22 september 2016

Vindt u dit artikel de moeite? Geef ons dan uw fair share.

Aasgierenfondsen foto: Periodicodelbiencomun

In 2002 werd president Hugo Chávez van Venezuela gevangengenomen en ontvoerd door de politieke en financiële machthebbers van zijn land. Daarop verdween hij. De reactie van de bevolking was echter zo hevig dat hij enkele dagen nadien behouden terugkeerde en zijn mandaat kon verderzetten. Ondertussen is geweten dat de VS de hand hadden in deze poging tot staatsgreep.

Kort daarop kwamen in verschillende Latijns-Amerikaanse landen nog meer progressieve regeringen aan de macht. Oud vakbondsleider Lula in Brazilië en na hem Dilma Rousseff, Néstor Kirchner en daarna Cristina Fernández de Kirchner in Argentinië, Sandinist Daniel Ortega in Nicaragua, inheems vakbondsleider Evo Morales in Bolivië, Rafael Correa in Ecuador. Ze gingen samen voluit voor een project van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische integratie.

Zo werd in 2004 het Bolivariaanse Alternatief voor de Volkeren van ons Amerika (ALBA) opgericht, een middelvinger naar de VS die van oudsher de suprematie over de twee subcontinenten van Alaska tot Patagoniëvoor hun belangen opeisen. '

Het jaar daarop werd het ALCA (een door de VS gepromote Vrijhandelszone van de Amerika's) in de Argentijnse stad Mar del Plata naar de prullenmand verwezen. Daarna werd de Unie van Zuid-Amerikaanse Naties (UNASUR) in het leven geroepen. Ondertussen lichtte Venezuela het geografisch geïsoleerde en door de VS geblokkeerde Cuba mee in het zadel.

Uiteindelijk mondde dit uit in de oprichting van de Gemeenschap van Latijns-Amerikaanse en Caraïbische Staten (CELAC). Zo zouden de verenigde Latijns-Amerikaanse landen potentieel sterk genoeg staan om de heerschappij van de VS definitief van zich af te schudden.

Teveel van het goede?

De VS voelden dat ze dit niet langer konden dulden en beslisten drastisch in te grijpen.

In 2008 bombardeerde Colombia, met goedkeuring van de VS, de grensstreek van Ecuador. Deze agressie was gericht tegen de regeringen van Rafael Correa en Venezolaans president Hugo Chávez. Venezuela, gesteund door Cuba, deed immers ernstige pogingen om het vredesproces in buurland Colombia, waar al decennialang een burgeroorlog aansleepte, op gang te brengen. Deze pogingen werden toen gedwarsboomd door de Colombiaanse regering met steun van bondgenoot Amerika.

Zes Amerikaanse militaire basissen opereren vanuit het grondgebied van Colombia, onder het mom van de bestrijding van de drugshandel en het terrorisme.  Daarnaast pompten de VS 5.500 miljoen dollars in het 'Plan Colombia. In feite is dit militair machtsvertoon - nu meer dan ooit - gericht tegen buurland Venezuela, dat zich niet wil onderwerpen aan de Amerikaanse hegemonie.  

Volgens Angel Guerra Cabrera, Cubaanse journalist en politiek analist, was de agressie tegen Ecuador de opstap voor het tot stand komen van een 'speciale eenheid' onder leiding van het 'Comando Sur' van de Amerikaanse strijdkrachten. De opdracht van die eenheid bestaat er andermaal in om het Latijns-Amerikaanse continent opnieuw onder controle te krijgen. Die eenheid omvat onder meer de CIA, de DEA (Amerikaanse overheidsorganisatie, belast met het bestrijden van illegale drugs, zowel in eigen land als in het buitenland) en de overheidsdienst voor ontwikkelingssamenwerking USAID.

Volgens Jorge Kreyness, Argentijnse politieke analist, is USAID de façade voor een netwerk van ngo's en stichtingen voor ontwikkelingssamenwerking. In Bolivië trachtte USAID opstanden van boerenbewegingen tegen de regering te promoten. Daarop stuurde president Evo Morales het Amerikaans agentschap de laan uit.

USAID wordt ondermeer gefinancierd door het Nationaal Fonds voor de Democratie (NED) van de Democratische Partij. Verder doen de machtige mediabedrijven van de VS (denken we maar aan CNN en compagnie) maar ook van Europa en Latijns-Amerika in deze campagne een belangrijke duit in het zakje.

Last but not leas zorgt de internationale financiële sector voor de nodige centenstroom. Miljardair George Soros is op dat vlak onder meer hyperactief in Brazilië tegen de Partij van de Arbeid (PT) van voormalig president Lula en recent afgezet president Dilma Rousseff.

 Zachte staatsgrepen

De tijd van de miitaire staatsgrepen en de doodseskaders is blijkbaar voorbij. De VS zitten nu alles op zogenaamde 'zachte staatsgrepen.' Dat lukte een eerste maal  in Honduras. De Spaanse krant El País berichtte over  documenten die gewag maken van 'bepaalde bewegingen van de VS' tijdens de staatsgreep die Manuel Zelaya in Honduras op 28 juni 2009 opzij zette. Hij werd aangehouden door het Hondurese leger en overgebracht naar een (jawel, Amerikaanse) militaire basis in het land, die hem vervolgens doorsluisde naar Costa Rica. Zelaya merkte daarbij op dat die documenten, die door WikiLeaks aan het licht kwamen, 'de medeplichtigheid van de VS met de staatsgreep duidelijk maken.

Ook in Paraguay lukte het tegen de democratisch verkozen president en voormalig katholiek bisschop Fernando Lugo, die volop met landhervormingen bezig was ten voordele van de boerenbevolking en onlangs moest president Dilma Roussef in Brazilië hetzelfde ondervinden.

 Ondertussen kwam eind 2015 in Argentinië Mauricio Macri aan de macht. The New York Times noemde hem op zijn voorpagina de meest corrupte Argentijnse president ooit. Zijn rijkdom verbergt hij in fiscale paradijzen. Terwijl zijn voorganger Cristina Kirchner de financiële aasgieren van het Argentijnse lijf schudde, haalde Macri ze weer binnen.

 Het werkt blijkbaar niet altijd. Pogingen voor een 'zachte staatsgreep' tegen Rafael Correa van Ecuador en Evo Morales van Bolivië mislukten. In Bolivië slaagde door de VS aangestuurde Amerikaanse agressie er niet in boerenbewegingen tegen de legitieme regering op te zetten. Sinds 2014 zijn de architecten van deze  'zachte staatsgrepen' met man en macht bezig om de regering van president Nicolás Maduro in Venezuela ten val te brengen.

 Klein land, belangrijke spil

Volgens Hector Bernardo, docent van de faculteit voor Journalistiek aan de Nationale Universiteit van La Plata (UNLP) in Argentinië, is de republiek Paraguay de spil van waaruit interventies en pogingen tot staatsgrepen georkestreerd werden. Klein land, strategische gelegen in het centrum vanZuid-Amerika tussen de twee reuzen Brazilië en Argentinië, met een van oudsher zeer zwakke staat en een middeleeuwse oligarchie, die onverdroten de VS achter de hand houdt.

Domingo Laíno, voormalig Paraguayaans parlementslid en leider van de Partido Liberal Radical zegde dienaangaande: "Het ziet ernaar uit dat noch Argentinië noch Brazilië er zich rekenschap van gaven dat de strategie van het imperium erin bestaat een enclave te hebben in Paraguay, van waaruit ze het hele proces van regionale integratie onderuit haalt en de twee sterkste economieën van Latijns-Amerika verzwakt."

 'Femme Fatale'

Diplomatiek makelaar in staatsontwrichtingen in Latijns-Amerika is volgens Hector Bernardo de Amerikaanse diplomate Liliana Ayalde. Ze was een belangrijke functionaris van USAID en Amerikaans ambassadrice in Paraguay tijdens de parlementaire staatsgreep tegen president Fernando Lugo. Daarna werd ze ambassadrice in Brazilië tijdens de parlementaire staatsgreep tegen Dilma Rousseff.

Beide parlementaire coups volgden hetzelfde scenario. De vicepresident pleegde verraad en trok een parlementaire meerderheid naar zich toe. Daarna bracht hij een afzettingsprocedure op gang tegen de democratisch verkozen president en slaagde erin de presidentiële macht over te nemen.

In beide processen speelde de Amerikaanse ambassade een cruciale rol door haar lobbywerk. Het is trouwens geweten dat Amerikaanse ambassades spionagenetwerken zijn, overal ter wereld. Deze ingreep mondde uit in een algemene oppositie tegen de zetelende presidenten. Te noteren valt dat in geen van beide afzettingen enige geen misdaad gesignaleerd of bewezen werd. Beide machtsgrepen werden vanuit de Amerikaanse ambassade georkestreerd.

De cruciale rol van ambassadrice Liliana Ayalde werd bevestigd door de publicatie van haar vertrouwelijke telefoongesprekken door WikiLeaks. Ayalde kreeg het in Brazilië voor elkaar de corrupte vice-president Michel Temer en voorzitter van de Kamer van Volksvertegenwoordigers Eduardo Cunha, nochtans gezworen rivalen van elkaar voor de macht, samen te brengen om de 'zachte staatsgreep' in Brazilië uit te voeren. Dat deden ze met de hulp van een serie voor corruptie aangeklaagde wetgevers en rechters, onder leiding van figuren als Sergio Moro en de hegemonische mediagroep Red Globo.

Wat het internationaal kapitaal onder leiding van de regering in Washington uiteindelijk beoogt, is volgens Angel Guerra Cabrera de volledige neoliberale onderwerping van de volledige Latijns-Amerikaanse regio, Cuba inbegrepen.