Opinie -

Doen vrouwen het zichzelf aan?

Vrouwen zijn zes uur per week meer met het huishouden bezig dan mannen. Vrouwen doen het zichzelf aan, schreef De Standaard vorige week op basis van onderzoek van de Universiteit Gent. "Maar de keuzes die vrouwen maken gebeuren niet in het luchtledige", reageert Ida Dequeecker van het Vrouwen Overleg Komitee.

dinsdag 7 juni 2016 09:34

De tweede feministische golf legde bloot dat als zoveel vrouwen in een gelijkaardige gezinssituatie zitten, gaande van de dubbele dagtaak tot mishandeling, de verklaring te zoeken is in de organisatie van de samenleving en de verschillende gegenderde verwachtingen ten aanzien van vrouwen en mannen.

Het werd uitgedrukt in de befaamde slogan “het persoonlijke is politiek”. Het zorgde voor een enorme bewustwordingsgolf bij vrouwen en het het dominerende emancipatiedenken focuste op de noodzaak van structurele veranderingen. Wetenschappelijk onderzoek volgde die focus en feministische theorieën ondersteunden het.

In de jaren 1980-1990 verschoof, overigens niet alleen met betrekking tot vrouwenemancipatie, de focus terug van het structurele naar het individuele en ook dat beïnvloedde het wetenschappelijk onderzoek en de theorievorming.

De prefence theory maakte opgang. Ze had alleen maar oog voor de ‘individuele’ keuzes die vrouwen maken. Meteen werd ook de noodzaak van structurele veranderingen naar de achtergrond geduwd. En zo belanden we bij de stelling dat “vrouwen het zichzelf aandoen” (discussiethema in De Standaard van 2 juni)! Waarbij het wordt voorgesteld alsof die voortvarende bewering uit onderzoek van Sinem Yilmaz “een nieuwe (!) verklaring geeft voor wat keer op keer uit onderzoeken naar tijdsbesteding naar voren komt”, namelijk dat vrouwen zes uur per week meer met het huishouden bezig zijn dan mannen.

Maar de keuzes die vrouwen maken gebeuren niet in het luchtledige. Vrouwen maken keuzes binnen een maatschappelijke context, die altijd begrenzend is. Er is de structurele begrenzing van bijvoorbeeld de mogelijkheden voor vrouwen op de arbeidsmarkt (zoals deeltijds werk en glazen plafond, weet je wel) en er is de maatschappelijke begrenzing van de sociale druk.

Beide hangen nauw samen, al is die samenhang niet altijd even harmonisch en al is ze voorwerp van feministisch verzet. Niemand, vrouw noch man, ontsnapt aan de maatschappelijke context of de sociale druk, al zal deze laatste zich naargelang culturele achtergronden anders manifesteren. De vrouwen met Turkse achtergrond spreken openlijk over de druk van hun omgeving, de vrouwen zonder migratieachtergrond voelen die druk niet. Maar niet voelen wil niet zeggen dat die druk er niet is. In een ideologisch klimaat dat de vrije keuzemogelijkheden van westerse vrouwen benadrukt, is het zelfs niet verwonderlijk dat ze die niet voelen of negeren. Die sociale druk gaat uit van de samenleving, de ouders, de leerkrachten, leeftijdgenoten enz. Hij begint bij de geboorte, houdt nooit op en reproduceert zich van generatie tot generatie. In een voortdurend subtiel en minder subtiel socialisatieproces leren meisjes wat van hen verwacht wordt: van het roze computertje over het speelgoedstofzuigertje en fornuisje tot meisjesboeken, van schoolboeken tot studieadviezen en –keuzes, van damesbladen en mainstream media tot reclameboodschappen…

Deze rolbevestigende mechanismen zijn niet alleen hardnekkig (bv. schoolboeken) ze zijn ook enger geworden (bv. de roze golf in het speelgoed). Natuurlijk reageren niet alle vrouwen er op eenzelfde manier op. Er is ruimte voor keuze tot het verwerpen van de zorgende rol toe, maar deze ruimte is veel beperkter dan de herauten van de vrije keuze laten voorstaan. Het persoonlijke is nog altijd politiek. Dat is de andere conclusie die uit de tijdsbestedingsonderzoeken kan getrokken worden. In laatste instantie doen vrouwen het zichzelf niet aan.

Ida Dequeecker is lid van het Vrouwen Overleg Komitee

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!