Meer dan ooit heeft de wereld nood aan onafhankelijke journalistiek.

Meer dan ooit is het nodig om een tegengeluid te laten horen.

Steun daarom DeWereldMorgen.be

Ja, ik doe een gift

about
Toon menu
Opinie

Had Thatcher gelijk?

Enkele bedenkingen bij de linkerzijde en de Europese Unie. Het resultaat van de Europese verkiezingen was ontnuchterend. Na vijf jaar crisis kon enkel worden vastgesteld dat de linkerzijde geen garen spint bij de grote economische en sociale problemen die deze crisis teweeg brengt. Wat is er aan de hand? De inleiding van Francine Mestrum over Europa op het debat van maandag 21 juli in NTG tijdens de gentsefeestendebatten.
dinsdag 22 juli 2014

Zou het kunnen dat Thatcher dan toch gelijk had? Dat er geen alternatieven voor het huidige beleid bestaan? De vraag in deze termen stellen is een provocatie, uiteraard, maar misschien moet de linkerzijde toch eens hard gaan nadenken over haar visie en haar strategie m.b.t. de Europese instellingen en het Europese beleid.

Hoe men het ook draait of keert, de linkerzijde in België stagneert. Als men de resultaten van diverse partijen optelt (PS en Sp.a, Groen en Ecolo, PVDA en PTB plus de vele splinterpartijtjes) dan komt men voor de Kamerverkiezingen in 2014 uit op 33,4 procent, tegenover 34,1 procent in 2010. Voor de Europese verkiezingen geeft dit 34,55 procent in 2014 tegenover 34,26 procent in 2009. Ondanks een fantastische campagne bleef de PVDA+/PTB-GO steken op 3,5 procent.

In de Europese verkiezingen van afgelopen maand mei viel vooral het grote succes van de eurosceptici op. Hun twee ‘grote’ fracties ECR (Conservatieven en Reformisten) en EFD (Fractie voor Vrijheid en Democratie)), samen met een relatief grote groep "niet-ingeschrevenen" (52) tellen samen 170 leden.

Dit verandert echter niets aan de machtsverhoudingen in het Parlement. De christen-democraten van de EVP en de sociaal-democraten van de S&D fractie behouden hun absolute meerderheid. De linkse fracties tenslotte, S& D, Verenigd Links en Groenen gaan samen slechts minimaal vooruit (293 zetels i.p.v. 288).

De conclusie moet duidelijk zijn: links haalt geen  voordeel uit de crisis. Zeker, Syriza in Griekenland en Izquierda Unida en Podemos in Spanje haalden een opmerkelijk succes. Dit zijn landen waar de crisis bijzonder hard heeft toegeslagen. Maar ook de mensen in Ierland, Italië, Croatië, Letland en Cyprus weten wel wat "crisis" betekent. En alle landen van de EU moeten afrekenen met drastisch lagere sociale uitgaven en een afbouw van sociale diensten. De werkloosheid is bijzonder hoog. En toch kiezen de mensen niet voor links om een oplossing voor hun problemen te vinden. Ze geloven duidelijk niet dat de linkerzijde iets voor hen kan doen. 

We kunnen moeilijk anders dan hieruit besluiten dat de linkerzijde zelf in een crisis zit. Ze overtuigt de mensen niet langer, haar boodschap slaat niet aan. Wel keert men zich tot een onverdraagzaam, eurosceptisch en vaak racistisch en xenofoob rechts. Dat is een bedreiging voor de democratie. 

Wat moet er gebeuren?

Het Europees Sociaal Forum is dood en begraven. De opvolger, de "Alter-Summit", nam in Athene vorig jaar een bijzonder makke start en het ziet er niet naar uit dat het een echt mooie toekomst tegemoet gaat. Toch moet gezegd dat de sociale bewegingen in Europa een geweldig grote sprong vooruit hebben gemaakt. Waar tien jaar geleden nog nauwelijks over de Europese Unie werd gesproken, gaf de nee-stem in Frankrijk en Nederland in het referendum over het grondwettelijk verdrag een echte boost aan de bewegingen. De crisismaatregelen die uitmonden in het soberheidsbeleid houden de bewegingen wakker en het verzet tegen de nieuwe handelsverdragen is bijzonder fel. Maar samenwerken blijft bijzonder moeilijk. Een echte Europese beweging is er nog steeds niet. Hoe komt dat en wat kan er aan gedaan worden?

Een eerste hinderpaal zijn de onduidelijke politieke en ideologische standpunten van de bewegingen. Vandaag wordt door iedereen luid geroepen om een "ander" Europa, dat "sociaal" en "democratisch" moet zijn. Mooi, maar wat betekent het? Niemand weet het. Niemand kan het zeggen. En dat komt omdat er bij de bewegingen een grote heterogeneïteit bestaat die nooit wordt uitgesproken.

Sommigen zijn tegen het idee van Europese integratie zelf, anderen willen geheel andere instellingen en nog anderen zijn bereid om met de huidige instellingen – ook al moeten die op termijn worden aangepast – wel werken aan het beleid. Alle standpunten zijn m.i. legitiem, maar het is moeilijk om akkoorden te maken met bewegingen waarvan je niet weet waarvoor ze eigenlijk staan.

De politieke programma’s die achter elk van deze grof geschetste standpunten schuil gaan, zijn dan ook heel verschillend. In het eerste geval wil men terug naar een volledig herstel van de nationale soevereiniteit, in het tweede zal men zich slechts marginaal inlaten met het beleid en zich toespitsen op het delegitimeren van de instellingen, vooral de Europese Commissie. En in het derde geval zal men kijken naar de beleidsvoorstellen en ze trachten te blokkeren of bij te sturen.

De slogans over het "andere" Europa verhullen deze fundamentele verschillen. Een debat er over wordt onmogelijk en onwenselijk geacht, want het is duidelijk dat ze de bewegingen zullen verdelen. De scheidslijnen lopen trouwens ook vaak binnen de verschillende organisaties, denk maar aan de vakbonden. Een voorbeeld van wat dit betekent is b.v. het feit dat voor de Alter Summit vorig jaar in Athene geen akkoord kon worden gevonden over de noodzaak van "sociale convergentie".

De onduidelijkheid leidt ook tot een kromme analyse van het Europees beleid en van het verzet ertegen. Sommigen veroordelen de Europese Commissie omdat ze te veel macht zou hebben, niet verkozen is en anti-democratische trekken vertoont. Er op wijzen dat de afgelopen jaren meer en meer macht in handen van de Europese Raad is gekomen, helpt dan niet, want het zijn eigenlijk niet de instellingen zelf waarin die bewegingen geïnteresseerd zijn. Ze zijn tegen een zogenaamde "supranationale" instelling, of dat nu de Commissie dan wel de Raad is. Een betere analyse van de Europese Raad zou hen verplichten om de verantwoordelijkheid van de nationale regeringen zelf onder ogen te zien, zowel voor het soberheidsbeleid als voor de handelsakkoorden. Hun anti-EU strategie zou er door bemoeilijkt worden.

Ik ben er sterk van overtuigd dat de bewegingen nooit uit de impasse zullen geraken als ze niet eerst duidelijkheid creëren over wat ze eigenlijk willen. Ze moeten door die zure appel heen. Als dat gebeurd is, dan kan er wel en redelijk makkelijk zelfs gezocht worden naar die punten waar men het over eens is, zoals het verzet tegen TTIP (handelsakkoord VS-EU), zonder dat de Commissie daarvoor verantwoordelijk moet gesteld worden. De strategieën zullen telkens verschillend zijn, maar nu en dan zal men wel degelijk kunnen samenwerken.

Er is nog iets: ik denk ook dat de eurosceptische linkerzijde duidelijkheid moet creëren over waar ze precies verschilt van de eurosceptische rechterzijde. Dat er bij PVDA-aanhangers zoveel bijval was te merken op facebook tijdens de verkiezingscampagne voor uitspraken van Nigel Farage van UKIP was bijzonder pijnlijk. 

En de boodschap?

Als de linkerzijde de mensen niet langer kan overtuigen van de relevantie van haar boodschap, moet die boodschap zelf misschien eens onder de loep genomen worden. Ik ben er persoonlijk van overtuigd dat de meeste elementen van de boodschap nog even belangrijk zijn als vijftig of honderd jaar geleden. De linkerzijde staat voor internationale solidariteit, sociale rechtvaardigheid, economische en politieke democratie. Hoe dat alles moet bereikt worden is een andere vraag. De wereld is de afgelopen vijftig jaar grondig veranderd, de economie en de maatschappij hebben andere behoeften en het verhaal waarmee men de mensen toespreekt moet daar rekening mee houden. Kenmerkend voor Syriza en Podemos was precies dat ze de taal van het volk hebben gesproken, ingaand op dat wat mensen zorgen baart, werk, pensioen, gezondheid, huisvesting… Voor een deel van de linkerzijde is dat echter "reformistische praat", ze spreken liever over het kapitalisme en het imperialisme, het komt nooit bij hen op dat sociaal beleid ook een drijfkracht kan zijn voor structuurveranderingen. Ze denken dat de volledige werkgelegenheid nog terug komt, dat er stabiele jobs voor iedereen nodig zijn en dat de overheid daarvoor moet zorgen.

Het is maar één voorbeeld, maar men kan makkelijk zien waar het fout zit met het linkse discours vandaag. De drie grote prioriteiten van de Alter-Summit zijn vandaag: actie tégen het TTIP, tégen de soberheid en tégen extreem-rechts. Alsof dit blijven tégen zijn aantrekkelijk is voor de mensen. Wat mensen vragen is zekerheid en bescherming, en dat moet hen aangeboden worden, op een betere en rechtvaardiger manier dan wat rechts doet.

En ja, dat houdt in dat we tegen TTIP, soberheid en extreem-rechts zijn, maar je moet het anders aanpakken, terwijl je er ook rekening moet mee houden dat we in een geglobaliseerde wereld leven, ook al zal de linkerzijde die globalisering willen terugschroeven of reguleren. Voortdurend kijken naar het verleden is geen goede strategie, we kunnen en moeten daar niet naar terug. Er moet een toekomstgerichte boodschap met hoop voor de mensen worden verteld. Iets positiefs. Er moeten reële alternatieven worden aangeboden, want we zijn het er wel over eens dat het huidige beleid hoegenaamd niet deugt. En we moeten denken aan een strategie om te komen waar we willen zijn. Met meer dan de 30 procent die we vandaag bereiken.

Kijken in de spiegel

Links moet in de spiegel durven kijken, maar moet stoppen met te praten tegen zichzelf. Links moet zijn publiek uitbreiden en gaan praten met mensen die ons vandaag niet genegen zijn. Links moet een meerderheid bereiken. Er zijn vandaag ontzettend veel jonge mensen die niet langer het verschil kennen tussen de nazikampen en de goelag, tussen de eerste en de tweede wereldoorlog. Maar de linkerzijde gaat naar hen toe en spreekt over uitbuiting en revolutie. En is dan verbaasd dat niemand naar hen luistert.

We leven in een heel paradoxale tijd. West-Europa is het rijkste subcontinent ter wereld, heeft nog steeds de allerbeste sociale bescherming en de grootste vrijheid. Onze democratie is lang niet volmaakt, te veel mensen zijn arm en onze verzorgingsstaten worden afgebouwd. Maar we leven, in grote meerderheid, nog steeds in een onvoorstelbaar bevoorrechte positie in vergelijking met de rest van de wereld. Wat doe je dan? Dit relatief goede maar onvolmaakte systeem teniet doen of proberen het te verbeteren en ook uit te voeren naar de rest van de wereld? Wat willen we trouwens in de plaats van datgene wat nu zo makkelijk wordt verguisd?

Twee dringende behoeften

Als we de hele linkerzijde kunnen overtuigen van de twee bovenstaande punten, de duidelijkheid over onze standpunten en de behoefte aan een nieuw en hoopvol verhaal, en als we er bovendien van uitgaan dat we ons politiek, economisch en sociaal systeem niet overboord moeten gooien maar trachten het te verbeteren, dan geloof ik dat we een strategie kunnen uitwerken. Ik zie twee dimensies.

1. Zoals ook werd gesteld in het boek van de Vooruitgroep (Wereldvreemd in Vlaanderen) moeten we meerschalig leren werken. Het betekent dat we er van overtuigd zijn dat geen enkel land nog op z’n eentje oplossingen kan vinden voor de grote hedendaagse problemen, klimaatverandering, sociale dumping, belastingontwijking of de financialisering van de economie en de natuur. Als je dit zegt, blijven veel mensen ontmoedigd en hopeloos achter.

Ze denken machteloos te staan en geen Europese laat staan mondiale slagkracht te kunnen ontwikkelen. Maar ze kunnen dat wel. Want ook met locaal werk, rond migranten of vluchtelingen b.v. kan je Europees en mondiaal bezig zijn. Het is zo makkelijk om de structurele oorzaak van veel problemen uit de doeken te doen en mensen te leren hoe de locale vork aan de mondiale steel zit.

Op dat ogenblik kan je ook de aandacht van locale raadsleden, parlements- of regeringsleden vragen die wel Europees en mondiaal actief zijn. Dat is wat bewegingen constant kunnen en zouden moeten doen. Om je te verzetten tegen het Europese migratiebeleid is het niet nodig om naar Brussel of Straatsburg te gaan, je kan er in je locale gemeenschap aan werken en druk uitoefenen op parlements- en regeringsleden.

Dit is zeker ook waar voor beleid dat niet direct onder de nationale democratische procedures valt, zoals de handelsakkoorden. In tegenstelling tot wat sommige bewegingen stellen, worden zelfs de kleinste details van elk onderhandelingsmandaat druk besproken door de nationale ministers (en diplomaten) in de Europese Raad.

Nationale parlementsleden kunnen hierover vragen stellen. Ons federaal parlement heeft bovendien een Commissie waar het Europees beleid wordt besproken, samen met Europese parlementsleden, en die Commissie vergadert openbaar. Waarom wordt die procedure niet meer gebruikt?

Waarom geven velen de voorkeur aan de geheime lobbying van regeringen of aan de vaak vrij zinloze straatprotesten? Waarom verplichten we de parlements- en regeringsleden niet hun werk naar behoren te doen? Kortom, wie Europese of mondiale akkoorden wil afwijzen, moet evenmin noodzakelijk naar de Europese hoofdstad gaan, alle nationale parlementen moeten hun rol spelen. Als bewegingen zich van die democratische procedures op een gecoördineerde manier bedienen, kunnen ze wellicht meer druk uitoefenen op de regeringen in de Europese Raad.

De tweede dimensie van de strategie kan erin bestaan dat bewegingen even democratisch en transparant allianties maken met hun Europese parlementsleden. Wat de Europese Unie dringend nodig heeft is een georganiseerde oppositie, een verzet tegen de neoliberale filosofie.

Er zijn in het huidige Europese Parlement twee of drie politieke fracties die daar kunnen aan meewerken. Wat er voor nodig is, is pragmatische goede wil en een bereidheid om zich te organiseren. En uiteraard duidelijkheid over de doelstellingen. De fracties van de linkerzijde en de groenen hebben geen meerderheid in het EP, maar ze kunnen op z’n minst even efficiënt en daadkrachtig zijn als de eurosceptische en eurofobe rechterzijde. Hun stem moet gehoord worden, in alle media. 

Kortom, er is werk aan de winkel. Wat de linkerzijde in eerste instantie nodig heeft is de intellectuele eerlijkheid om de doelstellingen klaar en duidelijk te formuleren. Daarna moet er gewerkt worden aan een pragmatische strategie. Het moet mogelijk zijn om een samenwerking tot stand te brengen tussen nationale en locale bewegingen en nationale en Europese parlementsleden. Sommige bewegingen doen dat al.

Als bewegingen bovendien de middelen en de energie hebben om zich rechtstreeks Europees te organiseren, des te beter, maar het is zeker geen voorafgaande voorwaarde. Een dynamische locale en nationale actie kan zo veel doeltreffender zijn dan de gebruikelijk betoging van vijfhonderd mensen in de Europese hoofdstad … het is een illusie te geloven dat daaruit een brede stroom van verzet zal komen.

Ik wil, voortgaand op deze redenering, vijf stellingen voorleggen:

1. Sociale bewegingen die in verzet willen gaan tegen het Europese beleid, moeten in eerste instantie kleur bekennen en hun doelstellingen bekend maken. Dat zal helpen om een betere samenwerking tot stand te brengen. Eurosceptische bewegingen of partijen moeten ook beter het verschil aangeven tussen zichzelf en de eurosceptische en vaak anti-democratische rechterzijde. Kortom, ze moeten duidelijk aangeven wat een "ander Europa" concreet voor hen betekent.

2. Het verzet tegen het Europese beleid moet meerschalig worden aangepakt. Hoe we ook denken over de EU en over het Europese beleid, in de huidige mondialisering kunnen individuele landen de problemen niet alleen oplossen. Europese (en mondiale) samenwerking is op een of andere manier nodig. Bovendien moeten sociale bewegingen meer gebruik maken van de bestaande democratische procedures op nationaal vlak, wat hen kan helpen om zowel locaal als Europees actief te worden of druk uit te oefenen. Het verzet kan nooit succes hebben als de nationale regeringen en de parlementsleden hun werk niet naar behoren doen.

3. Vandaag, met de nieuwe Europese Commissie en het nieuwe Europese Parlement, komt het sociaal beleid hoog op de agenda. Minimumlonen, minimuminkomens en eventueel zelfs een Europese werkloosheidsvergoeding zullen besproken worden. Dit zijn positieve maatregelen die een reële verbetering voor de levensstandaard van mensen kunnen betekenen. Ze zullen echter nooit echt slagen als niet tegelijk het macro-economisch beleid van koers verandert en er wordt afgestapt van het nefaste begrotings- en soberheidsbeleid. 

4. Voor een democratischer Europese Unie zal het nodig zijn zowel de verdragen als de instellingen te veranderen. De statuten van de Europese Centrale Bank, de samenstelling van de Europese Raad, de bevoegdheden van de Europese Commissie en van het Europees Parlement moeten worden aangepast. 

5. "Europa heroveren" betekent dat het Europese beleid onderdeel vormt van onze dagelijkse visie op politiek, economie en maatschappij. Het betekent dat er hard gewerkt moet worden aan correcte (en politieke) berichtgeving, dat de media beter hun werk doen en dat onze politici meer transparantie creëren over de standpunten die ze in de Europese Raad verdedigen.

Francine Mestrum - Global Social Justice/Brussel

Deze nieuwssite is niet-commercieel, onafhankelijk en 100% gratis dankzij uw steun. We rekenen op uw fair share. Maandelijks, Jaarlijks, Eenmalig.

reacties

3 reacties

  • door Robrecht Vanderbeeken op dinsdag 22 juli 2014

    Wat een depressieve draak van een opinie. Nergens één woord over het feit dat de sociaaldemocratie het huidige neoliberale Europa in het zadel zette en blijft zetten. Maar ondertussen natuurlijk fulmineren tegen de ‘antikapitalisten’, waar dan weer bijzonder ongenuanceerd over wordt gedaan. Goed bezig collega Vooruitgroep. Die antikapitalisten zouden sociale hervormingen "reformistische praat" vinden, omdat ze liever spreken over het kapitalisme en het imperialisme?

    Het zou ‘nooit’ bij hen opkomen dat sociaal beleid ook een drijfkracht kan zijn voor structuurveranderingen? Deze verwijten zijn te dwaas om er op in te gaan, ook omdat onduidelijk is over wie Mestrum hier viseert. Zou bijvoorbeeld Pvda+ sociale hervormingen afdoen als ‘reformistische praat’? Dus, dat linkse pluralisme van de Vooruitgroep, dat betekent dat marxisten verdraagzaam moeten zijn ten aanzien van de sociaaldemocraten en ecologen, zodat we toch een groot front kunnen vormen, maar omgekeerd kan er serieus met spek geschoten worden?

    En het gaat nog verder: ‘Ze denken dat de volledige werkgelegenheid nog terug komt, dat er stabiele jobs voor iedereen nodig zijn en dat de overheid daarvoor moet zorgen.’ Dus zullen we de strijd tegen het afbraakbeleid dan meer stopzetten? Pragmatisch meegaan in de langzame afbraak dan maar? Mestrum wil iets ‘positiefs’, uiteraard, want we zijn zeker geen cultuurpessimistische academische dandy’s, maar geraakt toch niet verder dan wat emotioneel gefoeter om een bepaald soort links, dat naar de jeugd toegaat en hen, god sta ons bij, spreekt over uitbuiting en revolutie. ‘En is dan verbaasd dat niemand naar hen luistert.’

    Wat een complete omkering van de feiten, de wereld morgen op zijn kop, want als (niet-marxistisch) links nu vooral iets niet durft is de jeugd aanspreken over uitbuiting en revolutie. Vooral geen politiek bewustzijn cultiveren bij jongeren. Nee, we spreken over zoiets vaag als ‘transitie’, wat dan wel hetzelfde als ‘revolte’ betekent, maar het vindt in zijn ‘nieuwe’ vorm, deze gepacificeerde gedaante, wel ingang. Ten minste, dat hopen we dan? Moeten we dan niet spreken over uitbuiting en revolutie? Ik stel voor de Mestrum eens de andere teksten op deze site leest of herleest.

    Zwieren met karikaturen over de ‘antikapitalist’ om zo op de linkerzijde een ‘eigen juiste lijn’ neer te zetten en dat ook nog eens met het vingertje omhoog als een oproep presenteren om in ‘de spiegel te kijken’, tja, als dat het niveau van het debat op de linkerzijde is, dan is er inderdaad nog werk aan de winkel. Wat is hier het probleem? Inzake antikapitalisme wordt er al te dikwijls voorbij gegaan aan het strategische belang van een ideologische oppositionele positie die de dialectiek met de heersende klasse in ALLE omstandigheden op scherp wil houden.

    Het probleem met neokeynsianen, zoals Mestrum, is namelijk precies de onhaalbaarheid van hun defensief conformisme, dat geen verandering maar wel een terugkeer naar een verloren evenwicht nastreeft. Mits grote publieke investeringen, zo gaat de leer, willen zij de grootste schade beperken om in het beste geval een status quo te behouden. Een beetje ontmarkten is vervolgens het enige wat nodig zou zijn, om marktwerking terug mogelijk te maken. Maar los van het feit dat ‘cultuur’ die alleen wil bewaren geen cultuur is, en dus helemaal niets ‘positiefs’, wordt zo de illusie van redelijkheid gewekt, net door het onderliggende probleem compleet te miskennen.

    Dat probleem luidt: onze verzorgingsstaat valt simpelweg niet te redden is binnen het kapitalisme. Mestrum kijkt alleen door een politieke bril, weigert de economische realiteit onder ogen te zien, een typisch probleem trouwens bij een bepaald soort links, zeg maar wereldvreemd links.

    Enerzijds is er dus alleen aandacht voor de ontsporing, niet voor de oorzaak ervan. Met als gevolg dat elke garantie ontbreekt om gelijkaardige scenario’s – de aanhoudende crises die door rechts als schoktherapie worden gebruikt om een permanent soberheidsbeleid te installeren, jawel, met de gewillige hulp van de sociaaldemocratie - in de toekomst te vermijden.

    Anderzijds wordt er voorbij gegaan aan de evoluties die het kapitalisme doormaakt. De econoom Robert Piketty toonde met zijn studie Capital in the Twenty-First Century (2014) recent nog aan dat de periode tijdens de Koude Oorlog voor het kapitalisme een uitzonderingstoestand was. De daaropvolgende opkomst van een neoliberale politiek, die voluit inzet op de ontmanteling van de toen opgebouwde verzorgingsstaat, komt natuurlijk niet uit de lucht gevallen. Het is een antwoord op een economische evolutie die zich ook vandaag voortzet richting de voltrekking van een autoritair financieel kapitalisme waar kapitaalopbouw via de financiële markten zoveel belangrijker werd dan via arbeid en de reële economie.

    Maar nee, de neokeyniaan beoogt een onhaalbare ‘terugkeer’, wil wel een conservator zijn maar is in werkelijkheid een begrafenisondernemer. Elke marxist weet daarentegen dat je via politieke weg alleen iets fundamenteel kan veranderen als je bereid bent de economische onderbouw te vernieuwen. Een verzorgingsstaat kan bijgevolg alleen behouden worden mits een economische ‘omkeer’, een radicaal reformisme, en daar is een offensieve politieke strijd voor nodig. Zo een reformisme is duidelijk ‘revolutionair’ van kaliber.

    Kortom, ook al kunnen we ‘het systeem’ misschien niet omverwerpen, het is net dat wat we moeten durven proberen. Dit is geen paradox maar een revolutionair optimisme dat in alle opzichten de meest beloftevolle strategie is, als je wil dat er iets beweegt. Wie er bijvoorbeeld al vanuit gaat dat je toch niet elke besparing kan aanvechten omdat een compromis onvermijdelijk zou zijn, wordt het eerste slachtoffer van zijn of haar eigen fatalisme. Dat gekwezel, want dat is het, daar bedankt de jeugd inderdaad voor vanwege ongeloofwaardig en inspiratieloos. Dan rest alleen nog het gebukt gaan onder de zwaarte van de hemel, dikwijls zonder te weten waar het gewicht vandaag komt of wat er aan te doen.

    Wie daarentegen denkt en handelt op lange termijn, stap voor stap, rechtop en met een open horizon voor ogen omdat een andere wereld mogelijk is, - the baseline van de Gentse feestendebatten - beseft bijvoorbeeld de redelijkheid van de strategie om gewoon niet akkoord te gaan met elke besparing op het totaal. De redelijkheid van alle politieke middelen te gebruiken om druk te zetten op het blauwe beleid van de EU, zowel commissie als raad als parlement. Vanuit een juist inzicht in het probleem, moeten wij het dus proberen te veranderen, met als inzet de uitbouw van een postkapitalitische maatschappij van de 21ste eeuw.

    Daar is veel verbeelding, creativiteit en vernieuwing voor nodig. Een cultuurstrijd, voor een blik voorbij de huidige politiekeconomische horizon, en jawel, voorbij de ideologische spraakverwarring aangeblazen door een oudere generatie getraumatiseerd links die natuurlijk overloopt van de goede bedoelingen.

    Trouwens, Francine Mestrum, het zal hopelijk niet een focus op de Vlaamse kerktoren liggen, het is u dus misschien gewoon ontgaan, Pvda+ heeft wel degelijk een paar verkozenen na de verkiezingen.

  • door Schoemaker op woensdag 23 juli 2014

    Een uitermate realistisch stuk!

    Rondom de tijd dat Fortuyn vermoord werd, zag je dat socialistische partijen klappen kregen in Europa, omdat men speerpunten los liet met de komst van nieuwe kiezers via immigratie.

    De natuurlijke achterban verliet vanaf dat punt de sociaal democratie. Dit proces voltrok zich vooral in de door de socialistische bestuurde bolwerken in de grote steden. De arbeiders met inmiddels betere lonen, vertrokken uit de steden. Immigranten kwamen te wonen in de woningen, die zij achterlieten. Waardoor nog meer autochtonen vervreemde van de eigen omgeving en nog meer mensen de steden ontvluchtten.

    Het pampersocialisme vierde hoogtij. Emancipatie en volksverheffing werden in de ijskast gezet. De politieke correcte deken (mond houden, anders ben je racist of een vreemdelingenhater) was de dominante cultuur voor veel te lange tijd.

    Een ander speerpunt van zowel de christendemocratie als sociaaldemocratie, solidariteit werd met de ongebreidelde komst van immigranten ondermijnd en het pampersocialisme. De integratie, waarvan men dacht dat dit vanzelf goed kwam, gebeurde onvoldoende. Dit tot de dag van vandaag. Filialen van buitenlanden ontstonden. Een gefragmenteerde samenleving ontstond. Plus het grote verschil in besef van rechten en plichten, tussen steden en platteland. Burgers zien dat gedateerde verdragen gehandhaafd blijven en ook christen democratie maar geen kleur wilde bekennen, omdat dit tegen bepaalde christelijke waarden zou botsen. Die kiezers verlieten ook die partijen in dit deel van Europa. Dat is niet hersteld.

    De 2 volkspartijen in het midden verloren steeds meer vertrouwen en kiezers tot grote ergernis en zorg van Fortuyn. Hij waarschuwde vergeefs en zijn boek de verweesde samenleving werd wel gewaardeerd, maar kreeg geen politieke consequenties. Er ontstond verzwakking en versnippering in het midden. Als het midden verzwakt, komen flanken op en in dat proces zitten we nu. Die flanken zijn fanatiek. Het midden is verdeeld, zoals de auteur ook vaststelde en electoraat voor een te groot deel gefrustreerd.

    Wil je de welvaartstaat en sociale vangnetten nog enigszins overeind houden moet je wel groei hebben, of met veel minder genoegen nemen. Er is heel veel kapitaalvernietiging geweest door oneigenlijke gebruik van de sociale vangnetten. Nog los van het feit dat parlementen controle op alles wat gedelegeerd werd met dikke pakken geld, nalieten. Links geeft daar steeds het neoliberalisme de schuld van. Elke isme is zonder integriteit verwoestend.

    Hoe krijg je vertrouwen terug van het gros van de kiezer na zoveel kardinale fiasco’s door hen die zich volksvertegenwoordigers noemen?

    Het probleem is dat de oude volkspartijen dat niet krijgen. Tenzij, tenzij er iemand nieuw daar opstaat, die, zoals Fortuyn en nu de Wever in België, een grote mate van vertrouwen geeft en de burgers niet voor de gek houdt. Dit soort figuren zie je amper 4x in de 100 jaar. Fortuyn was zo een. De Wever is zo een.

    Fortuyn kon als intellectueel in ABN communiceren en noemde het beestje bij de naam. Hij zei kort en bondig, toen het fileprobleem destijds speelde: als iedereen om dezelfde tijd naar zijn werk wil en ook weer terug naar huis, kan ik het niet oplossen. Hij zei dat de immigratie maximaal moet stoppen (opvang in regio) en de focus moest komen op integratie. De VN kon de vele miljarden krijgen die nu uitgegeven wordt per jaar voor asiel. Tot op de dag van vandaag hoor je behalve 2 partijen niet daarover. Vlaams Belang en N-VA werd meteen over een kam gescheerd daarmee en zoals Fortuyn gedemoniseerd.

    De auteur heeft groot gelijk dat die versnippering geen vuist kan maken!

    De oude volkspartijen in het brede midden hadden veel eerder de politieke moed moeten hebben een alliantie aan te gaan om bovengenoemde problemen aan te vatten. Maar met de evolutie van EU is inmiddels veel momentum voorbij gegaan en de EU trein doorgedenderd.

    Wil je het brede midden weer power en geloofwaardigheid geven, zou dus inderdaad harmonisatie moeten bevorderd worden binnen die twee middenpartijen in de EU. Dat zal een welhaast onmogelijke oefening worden. Men is te laat daarmee.

    Tweede optie is dat N-VA koers overgenomen wordt in meer buurlanden en meer landen in EU. Ik zie geen andere jonge succesvolle volkspartij. Dat men dan Nieuw Nederlandse Alliantie krijgt, Nieuw Duitse Alliantie etc. Een duidelijke EU partij. Een mooie opdracht voor de Wever, mocht hij zijn mandaat in Antwerpen niet willen voortzetten. Hij is er wel de man voor. Als je zoveel kan bereiken tegen de stroom in, zoveel politieke moed en engagement bezit, heb je je visitekaartje wel afgegeven.

    Als het brede midden niet wordt omhoog getrokken krijg je allerlei oude recepten weer terug, die hun kans ruiken en nieuwe die hopen op electoraal succes. Vaak van korte duur. Interne onenigheid ligt met partijdemocratie gauw op de loer, als je geen sterke persoonlijkheid hebt als leider. Het wat elitair links-links laat weer van zich horen, waarvan de gewone man wat golflengte betreft ver weg staat. Je ziet dan van die sterk linksgeoriënteerde, onmogelijke acrobatische intellectuele teksten, waarmee men zichzelf eveneens verheft tot morele superioriteit. Die zullen nooit compromissen kunnen sluiten. Dan zie je eng-nationalisme opkomen, partijen die voor dierenwelzijn strijden, partijen voor milieu en voor 50plussers. Dat gaat het ook niet worden. Dan krijg je ook partijen met rare combinaties: op sociale onderwerpen links, op andere uitermate rechts. Dat is erg lastig in coalitiestructuren.

    Het is te hopen dat de coalities in Vlaanderen en federaal nu de nodige politieke moed hebben en vertrouwen herstelt onder electoraat. Dat wellicht de N-VA koers het recept nu kan zijn voor hervorming en cohesie. Als dat lukt in België, nodigt dat misschien ook uit voor een initiatief, om die koers een EU koers te maken. Het is wel vijf voor twaalf. Het zal nu vanzelf blijken door omstandigheden gedwongen, dat vergeleken bij Nederland, het sociale niveau in België nog een luilekkerland is en volstrekt niet houdbaar zo. Er moet nog heel wat water door de Schelde lopen om breed de breinen om te vormen naar die realiteit, tenzij events dat noodgedwongen sterk versnellen.

    Het omvormen van de breinen in de van oudsher grote volkspartijen in het midden zal nog meer tijd nemen. Interne verschillende stromingen maken dat lastig en eenmaal kapot gemaakt vertrouwen, komt niet gauw terug. Vertrouwen komt te voet en gaat te paard.

  • door Roland Horvath op donderdag 24 juli 2014

    Links gaat mee in de neoliberale onzin, ze zien geen alternatief. Het Charter van Quaregnon van 1894 is nog brandend actueel, met zijn idee van de collectieve eigendom van de aarde. Het is verlaten door de socialisten, ze zijn nu eerder 'sociaal liberalen'. Zonder de notie van de collectieve eigendom van de aarde is het niet mogelijk een bruikbare macro economische theorie of praktijk op te bouwen die resulteert in vrijheid- gelijkheid- broederlijkheid/ solidariteit voor iedereen.

    Citaat: 'De drie grote prioriteiten van de Alter-Summit zijn vandaag: actie tégen het TTIP, tégen de soberheid en tégen extreem-rechts.' De eerste twee hangen samen met het feit dat de Grote Multinationale Ondernemingen GMO de maatschappij domineren, wereldwijd. Alleen hun bestaan is van belang en ze moeten door alles en iedereen gediend worden. Ze bestaan alleen voor zichzelf zoals in de 19e eeuw en hebben daardoor bijna geen klanten en zoeken het dan ook van tijd tot tijd in de productie en het gebruik van oorlogsmaterieel zoals het VS militair -industrieel complex doet. Dat de economie voor iedereen zou werken is voor hen ongewenst, ze noemen dat verouderd en onbetaalbaar. Ook in de EU zijn de GMO de opdrachtgevers van het EU/Merkel bestuur. Volledig open grenzen voor goederen uit lage loonlanden en uit landen zonder Sociale Zekerheid SZ of milieuwetgeving is hun wens. Geen invoerrechten. Die zouden nuttig zijn om de werkgelegenheid en de diversiteit van de producten te beschermen maar ook om de SZ wereldwijd te promoten. Bovendien afbouw van bedrijfslasten dus van koopkracht, lonen, SZ en overheidsbestedingen ten bate van hun exportwinst in het EU jargon concurrentievermogen genoemd. Besparingen. Dat ten koste van KMO en consumenten. Het ESM en het feit dat de overheden de schulden van private banken op zich moeten nemen, past daar ook bij. Een onmogelijke opgave gezien de geldhoeveelheden. Tevens het feit dat de banken niet hervormd worden: Kleiner, gespecialiseerd in één bankfunctie bvb krediet en een eigen vermogen van 10 procent. Ook het vrijhandelsverdrag EU-VS TTIP genoemd met eventueel ISDS, Investor State Dispute Settlement.

    De veranderingen in de maatschappij zijn niet onafwendbaar, ze zijn geen wet van Meden en Perzen maar meestal goed gekeurd door de bestuurders: Regering, parlement, GMO. Ze zijn te beïnvloeden. De maatschappelijke verhoudingen met name de verhouding arbeid - kapitaal zijn al 250 jaar dezelfde. De wereld was in de 19e eeuw al geglobaliseerd.

    Wat mankeert bij politici en journalisten is een duidelijk begrip van macro en monetair economische grootheden, gebeurtenissen, verschijnselen en ontwikkelingen. De kennis daarvan is bij 95 procent van hen hooguit oppervlakkig en steunt op de neoliberale rechtvaardigingsleer die wil doorgaan voor economische wetenschap. De meest eenvoudige en elementaire zaken of veranderingen worden niet begrepen en er wordt willekeurig een conclusie opgeplakt. Een schoolvoorbeeld is 'de belastingen verminderen om de economie, de koopkracht, de groei en de werkgelegenheid te stimuleren.' Wereldwijd één van de meest gehoorde valse en idiote slogans. Als het personen belastingen betreft, besteden de rijken het niet aan belastingen betaalde niet aan consumptie of investering als er een overcapaciteit is zoals nu, want de totale winst neemt toch niet toe. Als het om bedrijfslastenverlaging gaat zoals de VL en mogelijk de BE regering willen doen, dan verminderen koopkracht en sociale zekerheid navenant en zakt de economie in elkaar ten koste van KMO en consumenten. Een schijnbaar geringe verandering in een systeem kan grote gevolgen hebben. Daarom moet de economie correct begrepen worden wat Links zich niet eigen heeft gemaakt. Daardoor kunnen ze ook geen alternatieven formuleren.

    Andere verschijnselen, die met één of enkele te begrijpen economische elementen samenhangen: De deregulering van de financiële economie heeft van de beurs een loterij, een casino gemaakt, die niets bijbrengt aan de welvaart. Die deregulering kan met één pennentrek ongedaan gemaakt worden als de politieke wil er is.

    Zoals ook Thomas Piketty heeft opgemerkt: Rente en dividend zijn te groot ten opzichte van de relatieve toename van de materiële economie, dat geeft een onwenselijke ongelijkheid in inkomen en vermogen. Evident: Rente en dividend beperken tot de relatieve toename van de materiële economie. Anders is er interen op het vermogen van de lener die afbetaalt. Een vermogensbelasting treft in het algemeen niet de superrijken. Die vluchten naar het buitenland of in juridische constructies. Belastingen moeten aan de bron, bij de productie, bij de ondernemingen geheven, want daar zit het probleem: De producten kosten geld. Die lasten worden in de prijs van het verkochte product verrekend. Dus de onderneming betaalt en de klant ook, zo komt het betaalde terug bij de ondernemingen: De geldkringloop van ondernemingen naar consumenten en omgekeerd.

    De dictatuur van de aandeelhouders in de ondernemingen moet veranderd. Alle betrokkenen moeten altijd relevant zeggenschap hebben: Leveranciers, werknemers, klanten, overheid, omwonenden. De vraag is hoe dat te realiseren. Tegenwoordig wil men van werknemers dagloners maken, dat heet flexibiliteit van de arbeid. Daardoor wordt de hele economie onstabiel maar dat is blijkbaar positief.

    De economie moet ook werken bij een nulgroei. Daar is het kapitalisme zoals we het nu kennen, nooit in geslaagd door onwil, onbegrip en kwade trouw. Nochtans eenvoudig. De distributie van geld en vervolgens van goederen door de ondernemingen komt in het gedrang bij een economische overcapaciteit want dan nemen de investeringen -gewoonlijk 20% van het BBP- af en wordt minder geld uitgedeeld aan de toekomstige klanten en neemt de koopkracht af. Ondernemingen krijgen het moeilijk en trachten hun kosten, hun bedrijfslasten te verminderen. Die lasten zijn echter tegelijkertijd hun ontvangsten: De geldkringloop van ondernemingen naar consumenten en omgekeerd. Het is 100% evident, voor de hand liggend en duidelijk dat er evenveel geld naar de consumenten moet gaan, dat evenveel geld moet uitgedeeld worden als voor de overcapaciteit. Dat nu willen de GMO niet want ze willen geen bedrijfslasten betalen of toch zo weinig mogelijk. Bovendien willen ze arme, onderdanige werknemers en willen ze dat de GMO alleen voor zichzelf bestaan en uiteraard voor hu n aandeelhouders en enkele knechten zoals in de 19e eeuw. De economie mag volgens de GMO niet voor iedereen werken. Dan hebben ze ook -bijna- geen klanten en gaan het uiteindelijk zoeken in de productie en het gebruik van oorlogsmaterieel zoals de geschiedenis leert. Dus mag niets nog geld kosten behalve hun dividenden ook als de economie daardoor stilvalt. In de plaats daarvan wordt gejongleerd met slogans al onbetaalbaar, concurrentievermogen, de tering naar de nering zetten, overconsumptie in het verleden, schuld afbouw, groei. Het ene nog valser en idioter dan het andere maar al die slogans doen het want ze worden 24/7 herhaald door media die even corrupt en onbekwaam zijn als de politici.

    De EU heeft zoals de VS een geldtransfer unie nodig met 20 maal grotere transfers dan nu. Nochtans vinden landen als NL en DE dat hun inkomen, dat in een collectief EU proces gerealiseerd is, hun absolute eigendom is waar niemand anders recht op heeft. Zo kan een unie niet werken want er zijn altijd rijke en arme gebieden. In BE maakt dat gestoorde argument ook furore in de relatie WA - VL. Het betekent ook dat de rijkere niet volgens inkomen wil bijdragen aan de collectieve Sociale Zekerheid, ook ten behoeve van armeren. Nogmaals, het creëren van het inkomen is een collectief gebeuren en het resultaat wordt gezien als hoogst individueel.

    Uiteraard moet zoals in het artikel gesteld wereldwijd actie gevoerd door vakbonden, milieuorganisaties. Dat doet echter niets af van het feit dat veranderingen samenhangen met technische veranderingen in het systeem die ten volle begrepen moeten worden. Zoals er een aantal genoemd zijn.

    Rechts heeft in VL de verkiezingen gewonnen. Dat is de overwinning van de media. En van het grootkapitaal, dat N-VA sedert jaren heeft ingehuurd. Om de twee dagen stond een foto van BDW op de voorpagina van bijna elke krant en tijdschrift. Het discours van N-VA is persoonlijk, gericht tegen groepen, gestook en het niveau is debiel. Dat maakt met een mega propaganda niets uit. Toegegeven, Links heeft niet voldoende een alternatief en verwoordt het ook niet goed, niet bondig genoeg. Links is te sektarisch, zoals ook Rechts. Nochtans, Mens en Milieu worden allebei bedreigd door een ongeremd neoliberaal kapitalisme, ze staan aan dezelfde kant.

Het is niet langer mogelijk om te reageren.

Lees alle reacties