Overstroming Dender: Bedrijf bestaat 85 jaar en dit was de eerste keer dat het met een overstroming te maken had. (foto Han Soete/DeWereldMorgen.be)
Bart Martens

Steek onze rivieren in ruimer jasje

"Vandaag betalen we de tol voor decennialang wanbeleid op het vlak van ruimtelijke ordening" aldus Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger voor SP.A. Martens was in een vorig leven actief bij de Bond Beter Leefmilieu, waar precies de waterhuishouding één van zijn onderwerpen was. Vandaag stelt hij als parlementslid enkele dringende beleidsmaatregelen voor.

donderdag 18 november 2010 09:14

De watersnood van het voorbije weekend toont aan dat het werk op vlak van waterbeheer nog lang niet af is. De toename van de verharde oppervlakten en de rechttrekking en inbuizing van grachten zorgen ervoor dat het water niet meer kan insijpelen en de bodem haar sponsfunctie verliest. Via gemengde rioleringen en collectoren wordt het water te snel afgevoerd naar ingesnoerde rivieren die dan op de verkeerde plaatsen gaan overstromen. In plaats van winterbeddingen komen nu de kelders van de burgers onder water te staan.

Vandaag betalen we de tol van decennialang wanbeleid op vlak van ruimtelijke ordening,  waarbij bebouwing in overstromingsgebieden en op opgehoogde waterzieke gronden werd toegelaten. Om meer onheil en de extra risico’s ten gevolge van de klimaatopwarming te voorkomen, moet Vlaanderen dringend meer ruimte voor water creëren.

Onze rivieren moeten terug in een ruimer jasje. Bijkomende overstromingsgebieden werden aangeduid in de bekkenbeheerplannen en in het geactualiseerde Sigmaplan. De Vlaamse regering mag bij de aanleg van deze gebieden niet met de voeten gaan slepen. Om ook lokale besturen blijvend te stimuleren waterbeheerswerken uit te voeren, is een dringende reanimatie nodig van het Rubiconfonds.

Rubiconfonds reanimeren

Na de overstromingen van 2002 riep de Vlaamse regering het Rubiconfonds in het leven om lokale besturen te ondersteunen bij investeringen in waterbeheersingswerken.

Vorig jaar wilde de regering het Rubiconfonds op droog zaad zetten maar gelukkig konden we minister voor Ruimtelijke Ordening, Philippe Muyters (N-VA), er uiteindelijk toch van overtuigen om hierop terug te komen bij de begrotingscontrole. Alleen is er door Muyters geen nieuwe oproep meer gelanceerd naar lokale besturen voor het indienen van nieuwe waterbeheersingswerken. Daardoor blijven concrete voorstellen van gemeente- en provinciebesturen om via overstromingsgebieden, bufferbekkens of waterkeringen overstromingen te beheersen, dode letter.

Dat is niet langer aanvaardbaar. De projecten die in het verleden via het Rubiconfonds zijn gefinancierd hebben hun deugdelijkheid bewezen. Minister Muyters moet daarom terug jaarlijks een projectoproep lanceren om lokale besturen met concrete waterbeheersingsplannen te kunnen ondersteunen. Lokale besturen beschikken doorgaans over een goede terreinkennis en weten vaak best waar welke ingrepen de beste resultaten kunnen opleveren.

De overstromingen van het voorbije weekend tonen aan dat het werk nog niet af is. Bovendien nemen de overstromingsrisico’s door de klimaatopwarming alleen maar toe, waardoor nog veel meer geïnvesteerd moet worden in waterbeheersing.

Op het symposium “Het Belgisch EU- voorzitterschap: Het klimaat verandert?” van VLEVA/ARGUS op 26 oktober 2009 stond Patrick Willems, hoogleraar aan de KU Leuven, stil bij de gevolgen voor Vlaanderen: “Om het hoofd te kunnen bieden aan de grotere, meer extreme regenbuien, zullen in Vlaanderen gemiddeld 20 tot 30 procent bijkomende buffervoorzieningen moeten gebouwd worden. Indien niets gedaan wordt, zullen rioleringen en bijhorende bergings- en infiltratievoorzieningen gemiddeld 2 maal zo vaak overlopen.”

Versnelling van investeringen in waterbeheersing

Maatschappelijk belangrijke investeringsprojecten hebben vaak een te lange doorlooptijd. De zogenaamde commissie-Sauwens deed verschillende aanbevelingen om tot een versnelde realisatie te komen. De urgente problemen inzake waterbeheer tonen aan dat deze versnelling in het bijzonder moeten toegepast worden voor investeringen in waterbeheersingswerken. De realisatie van wachtbekkens en overstromingsgebieden gaat vaak gepaard met onteigeningen die door de flessenhals bij de comités van aankoop jarenlang kunnen aanslepen.

De commissie-Sauwens bepleitte een systeem van erkende landmeter-experten voor het opstellen van schattingsverslagen zodat onteigeningsprocedures sneller kunnen worden doorlopen. Daar moet ook ten behoeve van het waterbeheer werk van gemaakt worden. Bovendien moeten de besluitvormingsprocedures voor waterbeheersingswerken veel eenvoudiger.

Vandaag kan de realisatie van één en hetzelfde overstromingsgebied vier maal het onderwerp zijn van een openbaar onderzoek: één maal bij de opname in het bekkenbeheerplan, één maal in het kader van de kennisgevingsprocedure van het plan-MER voor het Gewestelijk Ruimtelijk Uitvoeringsplan (GRUP),  één maal rond het ontwerp-GRUP zelf en dan nog eens in het kader van de stedenbouwkundige vergunning voor de ringdijk… Dat is van het goede teveel. Inspraak en overleg moet er zijn, maar mag door een inflatie van openbare onderzoek niet worden getrivialiseerd.

Uitvoering Sigmaplan: Vlaanderen moet bij de les blijven

De uitvoering van het geactualiseerd Sigmaplan zit niet op schema. Nochtans is het van bijzonder groot belang dat de vooropgestelde timing gehandhaafd wordt en de nodige budgetten ingezet worden. De dijkwerken aan de Schelde, de Scheldekaaien in Antwerpen, de afwerking van het gecontroleerd overstromingsgebied Kruibeke-Baasrode-Rupelmonde, de ontpolderingen van de Kalkense Meersen, de Vlassenbroek, de Dijlemonding, de Durmevallei en de Scheldepolders linkeroever: vertraging van deze projecten is onaanvaardbaar.  

Plaatselijke buffering en infiltratie van regenwater

Regenwater wordt vandaag te snel afgevoerd wat voor een overbelasting van onze riolen en rivieren zorgt. De Vlaamse regering moet er, samen met lokale besturen en waterketenbedrijven, voor zorgen dat grachtenstelsels in ere worden hersteld.

Door te zorgen voor meer blauw naast de straat, wordt het regenwater langer vastgehouden en krijgt het de kans om in de bodem te infiltreren. Het moet ook dringend  werk gemaakt worden van een nieuwe, gewestelijke, stedenbouwkundige verordening die werk maakt van een ruimere buffering en infiltratie van regenwater bij de aanleg van nieuwe verharde oppervlakten. Het Vlaams parlement vroeg al in een resolutie van maart 2008 naar zo’n nieuwe verordening. VVSG en VLARIO (rioolsector) hebben daar twee jaar geleden al een voorstel voor uitgewerkt, maar dat ligt sindsdien stof te vergaren.

De erosieproblematiek van de landbouw draagt zeker niet bij tot een oplossing, wel integendeel. De roep om beken te ruimen en om op die manier de drainage van landbouwgronden mogelijk te maken blijft klinken, maar daardoor ontstaan nog meer watersnelwegen die het water afvoeren in plaats van het te bergen en te laten infiltreren.

Watertoets

De Watertoets werd ingevoerd om bij elk nieuw initiatief waarvoor een stedenbouwkundige vergunning of een milieuvergunning nodig is, na te gaan of de ingreep geen significante schade zou veroorzaken aan het watersysteem.

Zo nodig dienen dan alternatieven te worden geformuleerd, moeten compenserende maatregelen voorzien worden of moet de vergunning gewoon geweigerd worden. Vraag is of er door lokale besturen niet al te creatief omgesprongen wordt met de Watertoets. Te vaak blijken burgemeesters en schepen over slappe knieën te beschikken en leveren ze onder druk van verkavelaars of bouwheren, tegen negatieve adviezen van de Watertoets in, toch vergunningen af. Het lijkt er sterk op dat Vlaanderen volhardt in het bouwen in overstromingsgebied.

Hervorming van het waterloopbeheer

In crisissituaties is het nodig om zo snel mogelijk alle betrokken actoren bij elkaar te brengen. De perikelen van het afgelopen weekend hebben echter nog maar eens aangetoond dat de bevoegdheidsverdeling van het waterbeheer veel te versnipperd is.

De onderverdeling van de onbevaarbare waterlopen in drie categorieën (Vlaams gewest, provincies en gemeenten) en de opdeling van de bevaarbare waterlopen onder twee agentschappen (de NV Scheepvaart en de NV Waterwegen en Zeekanaal) is zeker aan herziening toe. Dit is trouwens in lijn met het Groenboek interne staatshervorming dat het principe van twee bevoegde niveaus per beleidssector vooropstelt. In Nederland valt alles onder de bevoegdheid van één instantie: Rijkswaterstaat.

Ook moet men de bevoegdheden op vlak van peil- en debietmetingen en de opvolging en de voorspelling van wateroverlast en waterschaarste aan één instantie toevertrouwen. Op dit ogenblik is deze bevoegdheid verdeeld onder de Dienst Hoogwaterbeheer van de Vlaamse Milieumaatschappij enerzijds en het Hydrologisch Informatiecentrum, dat behoort tot het Waterbouwkundig Laboratorium van het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, anderzijds.

Kortom, de Vlaamse regering mag niet bij de zandzakken blijven zitten en moet de hand aan de ploeg slaan en écht werk maken van meer ruimte voor water.

Bart Martens

Bart Martens is Vlaams volksvertegenwoordiger voor de SP.A

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!