Zo klaar als wat
Financiën, Regeringsonderhandelingen -

Zo klaar als wat

donderdag 19 augustus 2010 12:00

Woensdag publiceerde De Morgen een opiniestuk onder de onheilspellende titel: “Consensus onder economen, nu nog bij de onderhandelaars.” Was het niet een consensus onder economen over het dereguleren van de markt en financiële producten die onze welvaart twee jaar geleden naar de slachtbank heeft geleid? Een opdracht van de onderhandelaars is momenteel om de financiële putten die daarmee werden gemaakt, te dempen. Iets waarvoor zij die prachteconomen vast in het nawoord van een regeerakkoord zullen bedanken.

Het stuk is geschreven door Vlaamse (Paul De Grauwe) en Waalse (Mathias Dewatripont) economen. Dat is misschien het meest opmerkelijk, want verder bepleiten zij op een nogal traditionele wijze een hervorming van de financieringswet. Vermoedelijk net voor hij lijkbleek wegtrok en de onderhandelingstafel verliet, had Bart De Wever het aangedurfd dit onderwerp aan te snijden. Eén van de redenen waarom iedereen de komende dagen langs de koning moet. Desalniettemin is het probleem bij alle partijen gekend: regio’s dragen momenteel geen enkele verantwoordelijkheid voor hun financieel beleid.

Dinsdagavond had professor Dirk Herremans bij Annelies Beck al mogen uitleggen welke perverse effecten de financieringswet heeft. Hij had het over “weinig druk voor gewesten en gemeenschappen, meer in sommige delen van het land dan andere, om middelen efficiënt te besteden.” De remedie lijkt zo klaar als wat. Splits op zijn minst een deel van de fiscaliteit, zodat deelstaten het effect van hun beleid voelen aan hun portemonnee.

De Grauwe en zijn Waalse vrienden zijn zo vriendelijk geweest alvast een concrete oplossing uit te denken: “Grosso modo komt het er op neer dat elk deelgebied recht heeft op een bepaald percentage van de personenbelastingen (opcentiemen) die in het deelgebied worden geheven. Elk deelgebied zou ook een beperkte autonomie hebben bij het vastleggen van dat percentage.” Hetzelfde systeem als dat gebruikt wordt voor de steden en gemeenten, waaruit zij concluderen dat het allerminst revolutionair is.

Dat ligt genuanceerder, wat de economen ook schijnen te beseffen. Vooraleer deze hervorming voor te stellen, besteden zij een alinea aan het gevaar “dat een belasting geheven door één entiteit (bijvoorbeeld een gewest) een invloed uitoefent op de inkomsten van een andere entiteit. De reden is dat diegenen die belastingen betalen hun activiteiten kunnen verplaatsen. Dit fenomeen kan leiden tot belastingcompetitie die uiteindelijk resulteert in dalende overheidsinkomsten.” De consensus bestaat eruit dat economen hebben ingezien dat de financiële asymmetrie die België om deze reden heeft ingebouwd het goede bestuur in de weg is gaan staan. Daarmee is dat risico natuurlijk niet van de baan. De vergelijking die zij met gemeenten en steden maken, kan tekenend zijn voor de gevolgen van een mogelijke hervorming. Knokke kent als enige stad geen gemeentebelasting, en trekt daarmee vele mensen met een al dan niet fictief adres. Het is een relatief kleine scheeftrekking van inkomsten, die op regionaal niveau daarentegen dramatisch kan uitpakken.

In deze kan Duitsland een voorbeeld zijn, waar regio’s alle belastingen innen en een deel overmaken aan de federale overheid. Daar woedt een strijd tussen de deelstaten om onderwijspersoneel. Rijkere regio’s als Hamburg kunnen leraren een veel hoger loon uitkeren dan armere regio’s zoals Berlijn, zodat zij hun personeel zien vertrekken of schulden moeten maken.  Fiscaliteit is, zoals Herremans ook zei, een beleidsinstrument. Om leraren zal tussen het Nederlandstalige Vlaanderen en het Franstalige Wallonië niet worden gevochten, maar variaties op hetzelfde thema staan in de sterren geschreven. Dat is misschien iets waar economen zich op verheugen, maar onderhandelaars kunnen het daar inderdaad lastiger mee hebben.

Waarmee ik niet gezegd wil hebben dat de financieringswet helemaal overeind moet blijven.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!