Het druppelt op de armen
Siegfried Bracke, Regeringsonderhandelingen, Nota di rupo, Trickle down economics -

Het druppelt op de armen

dinsdag 12 juli 2011 17:17

Poor Bracke, i knew him once!
 

‘Het ergste dat arme mensen kan overkomen is dat er geen rijke mensen meer zijn.’ zo zei Siegfried Bracke in een interview met de Standaard. Ik heb zelden een meer kernachtige samenvatting gelezen van een van de basisbeginselen van het neoklassieke marktliberalisme. Ik heb er overigens ook maar zelden een ongelukkiger geformuleerde versie van gelezen ook, maar soit. Van communicatiewonder Bracke zou je nog kunnen denken dat het een losse alleenstaande verspreking was, maar er is meer aan de hand. Als we de aanval van de Dewever op de nota Di Rupo er naast leggen, of de opmerkingen van Open-VLD en MR-FDF, worden de contouren van een bepaalde visie duidelijk. Wat al deze mensen gemeen hebben is dat ze geloven (of zeggen te geloven) in Trickle Down Economics.
John F Kennedy zou ooit gezegd hebben dat ‘a rising tide lifts all boats’. In onze contreien wordt vaker de phrase gebruikt ‘dat we de taart groter moeten maken opdat iedereen een groter stuk zou krijgen.’ Het idee is, als er economische groei is dan zal iedereen daar automatisch van profiteren. Deel twee van de redenering is dat als de rijken rijker worden iedereen daavan mee zal profiteren omdat zo de voorwaaden gecreëerd worden voor een groeiende economie.
Dit is onuitgesproken een van de grote onderliggende ideeën geweest van het mondiale economische beleid de laatste dertig jaar. Samen met het privatiseringsidee en de efficiënte markthypothese was dit een van de peilers waar het economisch beleid van landen als de VS, Groot-Brittannïe of instanties als de wereldbank of het IMFop geschoeid was. Het ‘geloof’ van Bracke en al deze mensen zei ik, want dat is het frappante aan de zaak. Deze ideeën zijn immers wat auteur Paul Krugman noemt: ‘Economische zombies’. ‘verkeerde en gevaarlijke ideeën, die werden gedood door weerleggende bewijzen maar die blijven opstaan en terugkomen. Dergelijke ideeën zijn niet levend en niet dood: ze zijn ondood.’
Een van die weerlegde theorieën is dus die van Trickle Down Economics. Aangezien deze zombie nu mee aan de onderhandelingstafel zit voor de regeringsvorming, ga ik op jacht naar het hoofd van deze ondode.

Een eeuw Amerika.
 

Een van de toestenen voor gelijk welke hypthese is kijken of ze niet door empirie wordt gefalsifieerd. Anders gezegd of ze klopt met werkelijkheid. Voor de alfa wetenschappen kunnen reproduceerbare experimenten worden opgezet om hypothesen te toetsen. Wetenschappen als de economie hebben als laboratorium de geschiedenis. Mijn eerste wapen om het hoofd neer te halen van de zombie, mijn shotgun zeg maar, is dan ook een historisch argument: 100 jaar economische geschiedenis van de VS.
Een mooi uitgangspunt is 1929. Ook toen had je een grote crisis, tengevolge van de beurscrash. Tot op dat moment leefde ook toen heel sterk debat tussen al dan niet overheidsinmenging in de economie en publieke investeringen in de economie. Maar nog op een ander was er een grote gelijkenis tussen toen en nu. In beide periodes ging ongeveer 45% van het nationaal inkomen naar de rijkste 10% van de bevolking. Na 1929 werd koorstachtig gezocht naar oplossingen voor de crisis. In de VS kwam die er in de vorm van een Keynesiaanse aanpak. Er werd aan herverdeling gedaan, er werden publieke investeringen gedaan in frastructuur etc. (Dit noemt de Great Compression) Tegen 1944 was nog 31% van het nationaal inkomen in handen van de rijkste 10%. Ongeveer tot 1980 zou dat ongeveer zo blijven. Vanaf de tweede wereldoorlog waren de VS onbetwistbaar het rijkste land ter wereld en bij uitstek dé economische grootmacht. Met een beleid overigens vandaag in België al extreem links genoemd zouden worden: heel erg progressive inkomstenbelastingen bijvoorbeeld, die in de allerhoogste schalen tot 90% konden oplopen en hoge erfenisrechten. (de periode van Middle Class America)
Vanaf 1980 begint het plaatje te veranderen, wanneer Ronald Reagan voor de republikeinen president wordt. Er werd gekozen voor een minder progressief belastingsysteem (met een maximum van 40%) en winsten groeiden ten nadele van lonen. (deze periode noemt John Quiggin: the Great Divergence). Deze vorm van beleid werd steeds voorgesteld als ‘providing tax relief to the middle class’. Wanneer we echter kijken naar wie er echt beter van werd zien we het volgende: in 1982 bedroeg het aandeel van de rijkste 10 % in nationaal inkomen zo’n 33%, in 2002 was dit opgelopen tot 45%.
Dit Reaganomics beleid werd door verschillende landen overgenomen bijv. UK onder Tatcher of Nieuw-Zeeland, Canada, Australië. En steeds zie je hetzelfde patroon terug: een fiscaal systeem dat de rijksten begunstigd, maar wordt politiek gepresenteerd als ten dienste van de middenklasse, vanuit de motivatie dat dit de economie ten goede komt en dat een sterkere economie dan ook voor betere inkomens voor iedereen zal zorgen. Het enige wat de geschiedenis hierover leert is het volgende: als je van de armen neemt en aan de rijken geeft is dat exact wat je doet: wegnemen van de arme en geven aan de rijke, er komt namelijk nooit een trickle down correctie. Dat kun je zien in volgende tabel: http://en.wikipedia.org/wiki/File:United_States_Income_Distribution_1967-2003.svg, tussen 1963 en 2004stegen de reële inkomens van de laagste 20% Amerikanen niet, of daalde zelfs licht. De rijkste1% werden tot vier maal rijker. Ik zou deze paragraaf willen afsluiten met het mooie citaat: ‘The money was all appropriated for the top, in the hope it would trickle down to the needy. Mr. Hoover didn’t know that money trickled up. Give it to the people at the bottom and the people at the top will have it before night anyhow. But it will at least have passed through the poor fellows hands’(Will Rogers)

Subsidiëren van rijkdom en terugvedieneffecten.
 

Een van de motiveringen die vaak wordt gegeven om de rijken fiscale voordelen te geven is dat dat zichzelf terugverdient. Doordat er meer kapitaal kan geaccumuleerd worden dankzij de fiscale voordelen die de rijksten krijgen, zal dit terugverdiend worden doordat ze dit herinvesteren in de economie. Zo luidt de redenering meestal in een of andere vorm. Ook deze argmuntatie klopt niet, dit is mijn tweede wapen: de houweel om in de hersenen van de zombie te planten.
Verschillende studies (bv. Leeper and Yang) tonen aan dat dergelijke belastingsverminderingen nooit zichzelf terugbetalen, dus de overheid gewoon geld kosten. Daar zijn verschillende redenen voor: economische groei is ultiem afhankelijk van productiviteit en die stijgt niet noodzakelijk door een verhoging van de ‘capital stock’.
Een voorbeeld: In de aanloop van de financiële crisis waren er verschillende landen: Ijsland, Ierland, de Baltische staten die zorgden voor een grote kapitaalstoevloed in hun economie met bijgaande domestieke investeringen. Dit leek eventjes succesvol, maar de crisis bewees dat dit op drijfzand was gebouwd: de meeste investeringen waren gedaan in immobiliën of speculatieve ondernemingen. Dit stortte allemaal toen de bubbel barstte. En doordat deze overheden de belastingen drastisch hadden teruggedrongen hadden ze geen financïele middelen om nog investeerders naar hun staatsobligaties te lokken. (zie John Quiggin)
Maar ook op mondiaal vlak valt op: de economische groei van de voorbije twee decennia is voor een groot deel op conto te schrijven van de groei van de financiële sector, wat zowat de snelst groeiende economische sector geweest is. Het probleem is dat de financiële sector eigenlijk vooral leeft van ‘transactiekosten’ enerzijds en van een virtuele aandelenmarkt anderzijds. Zij genereren dus niet noodzakelijk productiviteit, en hun groei is eigenlijk een ‘kost’ voor de reële economie. Of anders gezegd de groei van de financiële instellingen was en is grotendeels schone schijn en met een dure maatschappelijke prijs.
Een derde reden waarom dergelijke maatregelen voor kapitaalscreatie niet helpen in onze huidige economie is het ‘take the money and run’ principe. Winsten worden geprivatiseerd en verliezen worden gesocialiseerd. Jarenlangen hebben beurstovenaars met ondoorzichtige constructies grof geld verdiend samen met de banken. Wanneer de crisis begon verdwenen ze met hun geld met de noorderzon. De overheden mochten de verliezen betalen om de middenklasse te redden met hun spaarcenten ( dit kostte ongeveer 5000 euro per Belgisch gezin in 2009). Ander voorbeeld? Tepco verdiende jarenlang geld als slijk aan zijn kerncentrales, maar na de kernramp is het de Japanse overheid die met miljarden mag bijspringen om de problemen op te lossen. Take the money and run. Niet alle winsten komen ten goede aan de economie, laat staan aan de burgers, en laat zeker staan aan de armen.

In de marge

De bijl nu, om het hoofd definitief af te hakken, want niet enkel zombies komen steeds terug ook de vraag naar nog meer fiscale voordelen.Net als ondood zijn is hebzucht is immers eindeloos. Welke gunsttarieven er in het verleden ook zijn gegeven, steeds weerklinkt de vraag om meer fiscale gunsttarieven voor de rijken. Belgïe zit in de mondiale top wat betreft reële gemiddelde koopkracht en de Belg hoort gemiddeld bij de beste spaarders ter wereld.  Je zou dus kunnen stellen dat we best in de mogelijheid zijn om te herverdelen, en volgens de trickle down theorie zou dat dan ook aan het gebeuren moeten zijn. Nochtans stellen we vast dat de koopkracht van laagste pensioenen en uitkeringen sinds de jaren 80 verlaagd zijn, dat het netto besteedbaar inkomen van huurders al 15 jaar daalt, dat de sociale ongelijkheid bij de uitstroom in het onderwijs toegenomen is en dat het aandeel van de bevolking in armoede toeneemt.
Een ander argument is vaak dat als je de belasting voor de rijken laag genoeg maakt, ze niet zullen gemotiveerd zijn om fiscale achterpoortjes op te zoeken of belastingen te ontwijken. Ook dit blijkt niet correct. De beste manier om dit te vermijden is om de fiscale achterpoortjes te sluiten en aan intensieve fraudebestrijding te doen. Studies van de KU Leuven deze week nog spraken van 40 tot 60 miljard mogelijke extra inkomsten door het sluiten van fiscale achterpoortjes. Dat is twee tot driemaal de besparing die nu wordt vooropgesteld in de nota Di Rupo. In praktijk blijkt dat in landen met zeer gunstige fiscale tarieve de fiscalisten, juristen en boekhouders niet minder werk hebben om de fiscale uitgaven te ‘optimaliseren’.

Transfer van de middenklasse en armen naar de rijken.

Komen we uiteindelijk bij de vraag, hoe is de verdeling van de lasten in België eigenlijk? Er is in ons land een progressieve, en dus herverdelende, belastingsvorm en dat is de inkomensbelasting, voor het grootste deel op arbeid. Deze zorgen 37% van de inkomsten voor de overheid.
Zowat alle andere vormen van fiscaliteit in ons zijn ‘plat’. Iedereen betaalt dus een evengroot percentage.
Zo is er bijvoorbeeld de BTW. Of je nu 1100 euro per maand verdient of 8000 euro, op je kraantjes water betaal je evenveel. De indirecte belastingen zorgen voor 42% inkomsten.
3% van de inkomsten de overheid komen uit kapitaal (bijvoorbeeld de roerende voorheffing aan 25% of inkomsten uit obligaties en spaarboekjes aan 15%). Belastingen op aandelen en speculatie zijn er nauwelijks.
Daarnaast is het zo dat er in ons land een wildgroei is aan fiscale aftrekken. Bijvoorbeeld als je een huis koopt, kan je de afbetalingen van je huis aftrekken van je belastingsaangifte. Dat betekent eigenlijk dat huurders (met minder besteedbaar inkomen) fiscaal mee de huiseigenaars financieren en dat hoe duurder je afbetaling is (dus ook hoe hoger je inkomen) hoe meer je van de staat terugkrijgt.
Kort gezegd: als je in België enkel inkomen haalt uit arbeid, betaal je het meeste belastingen. Als je net genoeg hebt om rond te komen en dus geen eigen huis kunt kopen, zonnepanelen leggen, van fiscale voordelen genieten etc. Dan krijg je er het minst voor terug. Als je 500 euro uitgeeft aan basiskosten zoals electriciteit, water, voeding, etc. betaal je daar evenveel belasting op als je 1000 euro verdient dan als je 10 000 euro verdient.
Ons systeem wordt dus niet betaalt door de vennootschapsbelastingen van de grote bedrijven ( de vijftig grootste bedrijven in België betalen gemiddeld nog geen 5% belasting), niet door de diegenen die geld verdienen aan speculatie of aan hun vermogen. Het wordt betaald door de de middenklasse.
Je krijgt het meest terug van ons systeem als je de middelen hebt om te investeren en die investeringen dan af te trekken.  Aan wie heeft zal gegeven worden, maw, diegenen die het minst hebben krijgen minst terug.
Leg mij nu eens uit meneer Bracke, hoe de ‘gewone mens’, van dit systeem beter wordt? Waar zit hier het voordeel voor de kassierster in de Carrefour die 1100 euro verdient? Deze dame haar grootste zorg is ongetwijfeld dat er geen rijke mensen meer zouden zijn. Niet dat ze minder koopkracht zou kunnen hebben, of langer zal moeten werken, of dat haar kinderen nauwelijks kans op een beter leven zouden krijgen, of dat carrefour door speculanten in problemen zou komen en dat haar job op de helling zouden komen,…

Of is het eigenlijk toch het oude agagium dat u zingt: ‘The rich man in his castle, the poor man at his gate. God made them high and lowly and ordered their estate.’? (Uit ‘all things bright and beautiful’)

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!