Hoezo, vrijheid en democratie?

Hoezo, vrijheid en democratie?

vrijdag 6 mei 2011 12:45
Spread the love

 Op 5 mei vierde Nederland uitbundig de 66 jarige bevrijdingsdag van de Tweede Wereldoorlog. Het sacrale thema is ’vrijheid’. Maar zijn we wel zo vrij als we onszelf zo graag willen doen geloven en van officiële zijde gesuggereerd krijgen? Gelet op het beleid van de staat en op het heersende economische stelsel, is het antwoord niet onverdeeld gunstig.

De zegeningen van de ‘vrije’ markt

Sinds de relatief korte tijd die verstreken is nadat bankiers de huidige financiële en economische crises veroorzaakten, zijn de rijken er al weer duizend miljard dollar op vooruit gegaan (een één met twaalf nullen!), terwijl voor de anderen de lonen, de pensioenfondsen, de subsidies en de sociale zekerheid er alleen maar op achteruit gegaan zijn en nog verder zullen afnemen, hele landen al aan de afgrond van het bankroet staan en de ontwikkelingskansen van de Derde Wereld weer verder gedaald zijn.

Wie geen vreemde is in het Jeruzalem van de ‘vrije’ markt, kan zich hierover nauwelijks meer verbazen. Hij weet als geen ander dat deze ontwikkelingen in onze ‘vrije’ markt met elkaar in een dynamisch verband staan: dat we armoede kennen omdat er rijkdom is; dat crises door de rijken (grote banken, transnationals en welgestelden bijvoorbeeld) bewust in het leven worden geroepen omdat ze weten dat ze er altijd beter, dat wil zeggen rijker uitkomen of omdat ze met dat doel de crises trefzeker kunnen aanwenden; dat de working class people en het milieu onvermijdelijk het kind van de accumulatierekening van het kapitaal zijn, en dat we met het kapitalisme hard op weg zijn naar het einde van alle leven op de planeet.

Dit zijn ‘zegeningen’ die onvermijdelijk met ons economisch stelsel verbonden zijn. Het zit in zijn aard, het is de logica van het systeem, de aard van het beestje. Het is een in zichzelf corrupt stelsel, dat onvermijdelijk en onafwendbaar steeds heviger sociale en ecologische crises produceert, die levensbedreigende vormen aannemen voor mens en natuur. Niets is daarom urgenter, want levensnoodzakelijk, dan de vraag wat voor economie de wereld uit het slop, uit deze doodlopende straat kan halen, en dit niet in de zin van de verwijdering van de scherpe kantjes van de ‘vrije’ markt, want die is zoals gezegd in zichzelf corrupt, maar in de betekenis van een verandering van het economisch bestel in de richting van een andere economische orde.

Linkse, progressieve politiek

Hoezeer deze vraag en het antwoord daarop nauwelijks uitstel dulden en je dus zou mogen verwachten dat in ieder geval de progressieve, linkse politiek er met hart en ziel en voortvarend mee aan de slag gaat, blijkt toch dat bij de vele kwesties die bij links op tafel komen, de ‘vrije’ markt niet wordt afgezworen, integendeel weer zo snel mogelijk in ere wordt hersteld, en dus een andere, alternatieve economische orde niet in zicht komt. Deze vaststelling is des te merkwaardiger, omdat buiten de politieke partijen toch veel initiatief aan de dag gelegd wordt om greep te krijgen op de sociale en ecologische crises van het neoliberalisme. Bij deze initiatieven kunnen we bijvoorbeeld denken aan de afwijzing van het groeidenken, de hang naar duurzaamheid en een pleidooi voor krimp in rijke landen. Daarbij is er ook een toenemende kritiek op het Bruto Binnenlands Product (BBP) als maatstaf voor welvaart, en zien we aanzetten om welvaart anders te meten. Algemeen wordt de urgentie erkend om zonder uitstel te zoeken naar een oplossing van de grote mondiale financiële, sociale en ecologische problemen. De dominerende geldswaarden moeten een ondergeschikte plaats krijgen ten faveure van het primaat van de gebruikswaarden. In plaats van de moordende concurrentie op de ‘vrije’ markt, stelt men solidariteit, zorg, rechtvaardigheid en samenwerking centraal. Er wordt ook gewezen op een sterke progressieve rol van de overheid, zonder welke een duurzame en solidaire economie niet van de grond komt. Zelfs een compleet economische structuur voor het postkapitalisme en de weg ernaar toe liggen al klaar, maar gaan compleet aan de linkse politiek voorbij.

De dictatuur van het neoliberalisme

Er zijn meerdere redenen aan te voeren waarom de linkse politiek – of althans de politiek die zich graag als links bestempelt – zich niets gelegen laat liggen aan de initiatieven die van onderen, van de basis opkomen. Vooreerst hebben we daar de illustere voorbeelden van ‘linkse’ politici, voor wie een politieke carrière vooral geambieerd wordt als een opstap naar een goed betaalde baan in het bedrijfsleven. Een engagement tijdens de politieke loopbaan met de ‘working class people’ staat dan niet goed op je CV. Een ander deel van de linkse politiek bestaat uit lieden met een hoge opleiding, die een riant leven leiden, maar waarbij nog het aanzien ontbreekt van een baan als volksvertegenwoordiger. Dit is het deel dat om toevallige redenen naar links is omgevallen, maar eerder thuishoort bij rechts. En dan zijn daar ook de meer integere linkse politici. Ieder van ons kent ze wel, namelijk die van de SP en ook GroenLinks. Zij bieden nog het meest verzet tegen de ‘vrije’ markt, maar bepalen zich daarbij tot veranderingsvoorstellen die geen echte bedreiging voor die markt vormen, en haar zo dus bevestigen en in stand houden. Ze kunnen zich niet voldoende onttrekken aan de zuigkracht van het systeem, zowel van de ‘vrije’ markt als van de parlementaire politieke cultuur. Bij alle goede wil ontbreekt het hen aan visies op een andere, alternatieve economische orde. En zo zijn we, niet alleen in ons land, maar ook in vrijwel alle westerse parlementaire democratieën, behept met een parlementaire politieke cultuur die wegkijkt van de bestaande initiatieven in de samenleving en die het maatschappelijk debat over de inrichting van de economie en van een alternatieve economische orde ontwijkt. Het resultaat is een politiek die de waan van de dag volgt, en als prioriteit heeft de behartiging van de belangen van het kapitaal, ook in haar meest recente en brute vorm, het neoliberalisme.

Vrijheid en democratie?

Wat de consequenties zijn van dit beleid voor de vrijheid en de democratie, werd onlangs door de overheid zeer pregnant gedemonstreerd op 1 mei, de viering van de Dag van de Arbeid. Op verschillende plaatsen in Den Haag, Rotterdam en Utrecht vonden die dag vreedzame demonstraties plaats van progressieve groeperingen voor een andere samenleving en voor solidariteit met allen die in een sociale strijd verwikkeld zijn. De overheid liet haar ware gezicht zien door de hermandad deze demonstraties namens haar te intimideren, provoceren en verstieren. Er werden rake klappen uitgedeeld, mensen in elkaar geslagen met stokken en blote vuisten. Dat de demonstraties toch nog tot een goed einde werden gebracht was geheel te wijten aan de gedisciplineerdheid van de demonstranten.

Wat hier duidelijk wordt is dat de overheid tolerant staat tegenover vrijheid voorzover het betreft individuele meningsuiting, zelfs die van de PVV, maar dat zodra die vrijheid zich bundelt in samenscholing om de ‘zegeningen’ van het kapitaal aan de schandpaal te nagelen, diezelfde overheid een repressieve instantie wordt die haar geïndoctrineerde ME-huurlingen erop af stuurt, geprogrammeerd om vrijheid te molesteren. Net zoals de regering trouwens onlangs aankondigde bij grote sociale onrust het internet plat te leggen.

Westerse landen zijn rijp voor dezelfde revolutie voor democratie en vrijheid die zich momenteel voltrekt in landen rondom de Middellandse Zee.

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!