Coronacrisis: wat nadien???

zondag 26 april 2020 21:21
Spread the love

Dit werkstuk kreeg ik toegestuurd van A.Vanempten ( hier op de foto) één van mijn makkers binnen de christelijke arbeidersbeweging. Tuur was vroeger docent economie aan de sociale hogeschool van Heverlee.

A.Vanempten aan het woord:

Deze tekst is een bundeling van elementen uit verschillende artikels (zie onderaan de tekst).

We beleven een crisis waarvan de sociaal-economische gevolgen vandaag nog niet te overzien zijn. Volgens het Internationaal Monetair Fonds (IMF), zou de wereldeconomie met drie procent krimpen. Dat zou de grootste terugval zijn sinds de Grote Depressie van de jaren dertig van de vorige eeuw. Die impact is zo groot omdat de economie wereldwijd niet goed draaide toen de coronacrisis zich aanmeldde. Deze tekst gaat in op de vraag hoe het moet na het coronatijdperk. De mogelijke antwoorden op deze vraag komen het eerst aan bod (punt1). De roep naar verandering vertrekt van de vaststelling dat het gevoerde beleid faalt (punt 2). De klemtoon ligt op hoe het anders kan. Hierin worden zeven stappen beschreven (punt 3). De crisis is wereldwijd. De veranderingen hebben dan ook betrekking op de relaties tussen de landen in Europa (punt4) en op de relaties met de landen in het Zuiden (punt 5). De tekst sluit af met een oproep van de secretaris-generaal van de Verenigde Naties.

  1. Wat na coronatijdperk?
    Er zijn twee mogelijkheden: ofwel zo snel mogelijk terug naar het ‘normale’ van vóór de crisis, ofwel anders samenleven, anders economie bedrijven.

    1. Terug naar het normale, het oude
      We kunnen proberen om zo snel mogelijk terug te gaan naar het ‘normale’ en dan snel en onherroepelijk in dezelfde diepgetrokken sporen van voor de crisis belanden. Het zijn sporen getrokken door het neoliberale beleid. Dat beleid zal opnieuw de kop opsteken en de beleidsvoerders verder inspireren. Deze ‘realisten’, die geloven dat alles bij het oude blijft, verwijzen naar:

      1. de financiële crisis van 2008. Ook toen werd gezegd dat het nadien nooit meer zou zijn als voorheen en uiteindelijk veranderde er weinig. De grote banken bleven te groot om failliet te gaan. Er kwam geen muur tussen het elementaire bankieren (spaargelden samenbrengen en kredieten verlenen) en het handelen voor eigen rekening (investeren in risicovolle projecten en speculeren). De banken bleven zeer hoge winsten halen en vergoedingen uitbetalen aan de CEO’s en de aandeelhouders.
      2. mislukking van experimenten. Pogingen om naar een andere samenleving te evolueren worden door corona onderuitgehaald. Zo nemen plastic zakjes opnieuw de plaats in van de herbruikbare – met corona besmette – zak. Deeleconomie, waar nu alles ontsmet moet worden, schrikt af. Kangoeroewoningen waar meerdere generaties samenwonen, zijn een broeihaard van familiale besmetting.
  • het neoliberale beleid. De voorstanders van het neoliberale beleid zijn in veel landen aan de macht of wegen heel sterk op het beleid.
  1. Structurele verandering
    “De normaliteit zal niet terugkeren, want die was net het probleem.” We kunnen niet terug naar het normaal, want normaal was een onhoudbare crisissituatie. Een kwakkelende economie, die de draagkracht van de planeet aantast, en een samenleving waarin de ongelijkheid toeneemt en het aantal verliezers (de zwakste groepen) stijgt, is dat het normale? De vraag is: biedt deze crisis kansen op een grote sprong vooruit om een economie uit te bouwen die rekening houdt met het ecosysteem, die de rechtmatige behoeften van de mens en de noden van de natuur als uitgangspunt neemt, die ook aan de zwaksten menswaardige levenskansen biedt?
    Degenen die in de verandering geloven, verwijzen naar de periode na WO II. Uit de schok van de wereldoorlog ontstond toch de welvaartsstaat? Maar ze vergeten in welk internationaal monetair kader dit toen gebeurde. Er was een raamwerk dat kapitaalstromen beheerde en dat de belangen van de nationale economie boven die van de financiële wereld stelde. Deze voorwaarden zijn vandaag niet vervuld. (zie punt 3g Geldstromen)
  2. Ideeënstrijd
    “Na de crisis zullen de structuren van onze samenleving min of meer intact blijven.” “De crisis is de schok die tot structurele veranderingen leidt.” Steunen deze beide beweringen niet op een vage en valse hoop? Het antwoord op de vraag ‘Wat na de crisis?’ is geen uitkomst van een blind mechanisme, maar is het resultaat van een gevoerd beleid, van gemaakte keuzes en ideeën waarop dit beleid steunt en vanwaaruit de keuzes gemaakt worden. Ideeën die de weergave zijn van een opvatting over mens en maatschappij. Het antwoord is de uitkomst van een ideeënstrijd!
    Welke ideeën zullen het halen? Het drama is dat machtige beleidsvoerders en politici het ongenoegen dat in de samenleving heerst, aangrijpen om een externe vijand als schuldige aan te wijzen. Zo slagen ze erin om de aandacht van de echte keuzes af te leiden Zolang progressieve bewegingen er niet in slagen om helder uit te leggen wat er aan de hand is, zal extreemrechts daar goed garen van spinnen. Zolang zal er geen draagvlak voor zijn progressieve ideeën en de structurele verandering die daarop gebaseerd is. Een zaak is duidelijk: de wijze waarop het beleid de crisis ‘beheert’, werkt niet.
  1. Het huidig beleid faalt
    Als de hele economie in mekaar stort, zijn de grootste tegenstanders van alles wat collectief is en de aanhangers van het neoliberale beleid plots grote minnaars van de overheid. Dat was zo in 2008 en dat is vandaag ook het geval.
    Regeringen in veel rijke landen waren er als de kippen bij om hun economieën een massale fiscale en monetaire steun te geven. De teller staat ondertussen op meer dan 7000 miljard dollar. Dat geld moet bedrijven stutten, de banken draaiende houden en ervoor zorgen dat miljoenen werklozen niet massaal in armoede belanden. Deze bedragen komen bovenop de bestaande schuld (zie hieronder, punt b). De rekening volgt later wel. Maar de grote vraag rijst wie morgen de vrijgevigheid van vandaag zal betalen. In het verleden heeft het heersende beleid volgens twee wegen gereageerd: een neoliberaal beleid en een monetair beleid. Dit beleid faalt, omdat het niet werkt en geen antwoord geeft op de problemen die zich stellen.

    1. Neoliberaal beleid
      Het scenario is bekend. De schuldenlast van de crisis van 2008 werd opgevangen door de overheidsuitgaven te beperken via besparingen op de sociale uitgaven, de gezondheidszorg, het onderwijs, de overheidsdiensten en de ambtenaren, zelfs op noodzakelijke overheidsinvesteringen. Het doel van dat beleid, dat steunt op de neoliberale ideeën, is een zo groot mogelijke winst voor de kapitaalbezitters (de zogenaamde kapitalistische productiewijze). Dat beleid resulteert in een grote ongelijkheid, een grote groep van verliezers en een economie die de draagkracht van de aarde ver overschrijdt.
      Toch was dit beleid van besparingen en beperking van de overheidsuitgaven niet noodzakelijk. Kijk maar naar de enorme verspilling door slechte economisch maatregelen (een bezuinigingsbeleid dat de groei afremt en de belastinginkomsten vermindert), naar de centrale banken die met veel geld private banken overeind houden, naar de subsidies voor fossiele brandstoffen en naar de omvang van de internationale belastingfraude en belastingontwijking.
    2. Falend monetair beleid
      Alle middelen waarmee de centrale banken nu uitpakken om de crisis te bestrijden – intrestvoeten verlagen, kredieten verlenen en geld drukken – zijn al tien jaar lang uitgeprobeerd en hebben niet het beoogde resultaat. Alles samen werd op die manier meer dan 4.000 miljard dollar/euro vers geld in omloop gebracht. Dat heeft geresulteerd in een torenhoge schuldenberg en een speculatiebubbel (zoals een luchtbel).
      De totale schuld van de overheden, de ondernemingen en de bevolking bedraagt 253.000 miljard dollar. Dat is 100.000 miljard meer dan voor de financiële crisis van 2008. Daarmee heeft de verhouding tussen de globale schuld en het globaal binnenlands product (de totale productie in een land of groep van landen gedurende een jaar) in het derde kwartaal van 2019 een historisch hoogtepunt van 322% bereikt.
      Voor de bedrijven was lage intrest aanleiding om veel te lenen – niet om te investeren in de economie, maar om te speculeren (oorzaak van de speculatiebubbel) en overnames te doen. Het IMF heeft aangetoond dat ongeveer 40% van de wereldwijde buitenlandse investeringen gaat via bedrijven die lege hulzen zijn, zonder echte zakelijke activiteiten in het betrokken land.
      Doordat de overheid nu hoge schulden heeft, hebben de meeste landen, ook die van de Europese Unie, weinig marge voor overheidsinvesteringen.
      De nulrente en de maatregelen van de centrale banken waren geen stimulans voor de groei van de reële economie.
  2. Het kan anders
    Het kan anders, met de volgende acht stappen in de richting van structurele hervormingen.

    1. De eerste stap. De doelstellingen van de economie herzien
      We moeten een economie uitbouwen die de rechtmatige behoeften van de mens en de noden van de natuur als uitgangspunt neemt. Deze economie houdt rekening met de waarden geformuleerd in de grondwet van democratische staten, nl. menselijke waardigheid, solidariteit, ecologische duurzaamheid, rechtvaardigheid en democratie.
    2. De tweede stap. De echte menselijke natuur in ere herstellen
      Mensen worden herleid tot wezens die alleen oog hebben voor het eigenbelang en hun bezit en inkomen willen maximaliseren. Concurrentie en competitie bepalen de menselijke verhoudingen. Zij die geloven dat het anders kan, stellen ‘delen’ tegenover eigenbelang. Ze stellen ‘leven met genoeg’ tegen het maximaliseren van inkomen en bezit en stellen ‘samenwerken’ tegenover concurrentie en competitie. De coronacrisis stelt ons voor keuzes. Doen we het samen of is het elk voor zich? Gaan we voor isolatie en concurrentie, of voor het delen van informatie en voor samenwerken?

      1. Samenwerking tussen wetenschappers
        Wereldwijde wetenschappelijke samenwerking biedt grote voordelen. Door meteen de onderzoeksresultaten vrij te geven en kennis te delen over de hele wereld, kan het onderzoek naar een oplossing rekenen op een immense krachtbron, namelijk het denkvermogen van alle onderzoekers.
      2. Samenwerking tussen staten
        De keuzes die we nu maken, zullen gevolgen hebben. Als landen op de knieën gedwongen worden en hun burgers zien sterven, komt het keihard aan wanneer de internationale gemeenschap en de buurlanden niet helpen. Maar ook landen waar de epidemie achter de rug is, worden er beter van als andere landen de ziekte onder controle krijgen. Dan kunnen ze opnieuw producten bij hen kopen.
    3. De derde stap. Alle belangrijke en relevante elementen opnemen in de economische redenering
      De huidige economische redenering houdt geen rekening met heel wat belangrijke factoren. Denk hierbij aan, waarbij het huishouden bijvoorbeeld iets is van het gezin, dat aan vrouwen overgelaten wordt en niet meetelt. Het gemeenschappelijk bezit is een tragedie en kan dus het best verkocht worden. De maatschappij bestaat niet, alleen het individu speelt een rol. De aarde is onuitputtelijk, zodat je kunt pakken wat je wilt. Macht is irrelevant en daar hebben we het beter niet over. De aantasting van het ecosysteem en menselijke waardigheid worden niet opgenomen in de kosten. Ze worden beschouwd als ‘externe factoren’, terwijl het essentiële elementen zijn voor het economisch gebeuren. Zorgsector, openbare dienstverlening, onderwijs en cultuur vormen het hart van de economie maar worden behandeld als een ‘last’, die zo veel mogelijk moet verminderen. Deze elementen opnemen in de economische redenering vraagt om structurele hervorming en een systeemverandering.
    4. De vierde stap. Goed coördineren
      1. Mogelijke wegen voor coördinatie
        De werking van de economie steunt op individuele beslissingen. Via welke mechanismen monden die beslissingen uit in een werkbaar, gecoördineerd geheel? De twee uiterste zijn de coördinatie overlaten aan de markt (de onzichtbare hand) of centraal geleid door de overheid. Daartussen liggen de groepen en organisaties uit het middenveld, de zogenaamde civiele samenleving.
        De vraag is wie doet wat? Het antwoord moet komen uit een breed gevoerde maatschappelijke discussie over een reeks vragen. Welke plaats moeten we geven aan de overheid? Welke taken moet de overheid vervullen? Waar kunnen we de markt laten spelen en onder welke voorwaarden? Wat mogen we niet toevertrouwen aan de markt? Welke rol is weggelegd voor de non-profitorganisaties en de burgerbewegingen? Deze discussie is niet of weinig gevoerd. Ondertussen worden keuzes gemaakt en maatregelen genomen die gaan in de richting van de markt. De gezondheidszorg is daarvan een goed voorbeeld.
      2. Gezondheidszorg als voorbeeld
        De crisis bewijst eens te meer dat het recht op universele toegang tot gezondheidszorg van levensbelang is. Maar ook de rechten voorbij de medische hulp moeten gegarandeerd blijven, zoals sociale bescherming, voedselzekerheid en onderwijs. Deze rechten kunnen niet gegarandeerd worden via de markt.

        1. We bekijken de VS als voorbeeld van vermarkten. Het antwoord van de VS op de coronacrisis kon niet slechter zijn, wat geen verrassing is. We stellen drie dingen vast.
          1. In het op de markt afgestemde systeem van gezondheidszorg is geen ruimte voor preventie van een toekomstige catastrofe. Er werd al veel vroeger voorspeld dat er ooit een pandemie zou uitbreken, maar het nietsontziende streven van private bedrijven naar maximale winst heeft maatregelen om op zo’n crisis te anticiperen geblokkeerd. Twee projecten staven dat. Met de SARS-epidemie van 2003, ook veroorzaakt door een coronavirus, werden in VS vaccins ontwikkeld en een firma werd opgericht om beademingstoestellen te produceren. De signalen van de markt waren duidelijk: er zit geen winst in preventie van een toekomstige catastrofe. De investeringen voor verder onderzoek bleven uit. De firma voor beademingstoestellen werd opgekocht door een andere onderneming, waarvoor de productie niet winstgevend was.
          2. De private gezondheidszorg in de VS kost tweemaal zoveel per inwoner als in andere ontwikkelde landen.
          3. Bovendien hebben veel miljoenen Amerikanen geen ziekteverzekering en belanden velen van hen vandaag in de armoede als gevolg van hun werkloosheid door de coronamaatregelen.
        2. Vanuit het neoliberale beleid kampt onze Westerse gezondheidszorg al tientallen jaren met bezuinigingen, privatisering en vermarkting. De gevolgen van de besparingen waren in deze crisisperiode duidelijk voelbaar, onder meer in een tekort aan personeel en materiaal.
          De besparingsplannen in de zorgsector moeten van tafel. De privatiseringsdrang van de Europese Unie moet gestopt worden en de sociale zekerheid en de gezondheidszorg moeten opnieuw gefinancierd worden. Het onderzoek naar vaccins en de strategische reserves moeten opnieuw voorwerp zijn van publiek initiatief. De Europese verdragen moeten gewijzigd worden om de marktdogma’s te schrappen, zodat de overheden aan het stuur zitten bij het bepalen van de richting in de sociale sectoren. De slinger is al te ver doorgeslagen in de richting van de markt. Zelfs de gevestigde orde moet vandaag schoorvoetend toegeven dat de markt faalt en dat essentiële noden collectief aangepakt moeten worden, zeker wat de gezondheidszorg en andere sociale diensten betreft.
  • Diensten als hefboom voor een ander systeem
    De economie evolueert naar een diensteneconomie. De diensten zijn de belangrijkste sector in de economie en in de samenleving. Het is de expansieve sector. De kapitalistische productiewijze kan niet verder uitbreiden zonder de diensten erin op te nemen.
    Een groot deel van de productie van de diensten is onttrokken aan de markt. Na WO II hebben de Westerse landen een welvaartsstaat gebouwd. Om dat te bereiken koos men voor een sterke overheid en werden veel domeinen aan de markt onttrokken, denk aan zorg, cultuur, onderwijs en een groot deel van de inkomensvorming. Dat wil niet zeggen dat alles in handen van de staat moet zijn (etatisme). De uitbouw van de zorgsector, van onderwijs en cultuur in ons land is een lappendeken van veel initiatieven – non-profitdiensten, naast de overheid, maar wel voor het grootste deel vandaaruit gefinancierd.
    Zorg, cultuur en onderwijs worden de belangrijkste sectoren in de economie op het vlak van productie zowel als tewerkstelling. Als de overheid en de non-profitdiensten die sectoren in handen houden en hun aandeel uitbreiden, wordt een steeds groter deel van de economie onttrokken aan de markt en aan de kapitalistische logica.
    Een alternatief maatschappijmodel zou dichtbij zijn wanneer we in ons land de overheid beschouwen als ‘wij’ en vanuit die invalshoek de semipublieke sector (voornamelijk non-profitdiensten) en de publieke sector aan de kapitalistische marktlogica zouden onttrekken en zouden omvormen tot democratisch gemeen goed. Daarom moeten we het vermarkten van de overheids- en non-profitdiensten een halt toeroepen.
  1. De vijfde stap. Delen en herverdelen centraal stellen
    De periode na WO II, de tijd van de welvaartsstaat, is gekenmerkt door een dalende inkomensongelijkheid. Vanaf de jaren tachtig, bij de opkomst en bloei van het neoliberalisme, neemt de ongelijkheid toe. Dat leidt tot een grote groep verliezers en veel onbehagen. Maar het kan anders, wanneer we het bezit en de rijkdom democratiseren en herverdelen en de gecreëerde waarde eerlijk verdelen.
    Er is een sterke band tussen deze crisis en de ongelijkheid.

    1. Sociale en economische ongelijkheid bepaalt de impact van deze pandemie. De coronacrisis treft de groepen op de onderste treden van de inkomensladder het sterkst – daklozen, mensen zonder verblijfsvergunning, asielzoekers, vluchtelingen in Europa en aan de grens met Europa, ontheemden in de landen in oorlog. Mensen in armoede zijn extra kwetsbaar voor het nieuwe coronavirus, omdat ze vaak andere voorgaande medische problemen hebben. Kinderen in gezinnen met een laag inkomen krijgen problemen in het onderwijs.
    2. Wordt in de huidige crisis de steun eerlijk verdeeld over de verschillende groepen? De keuze van de overheid om grote ondernemingen op deze manier te steunen tijdens de crisis heeft gevolgen op de verdeling en herverdeling. Het is niet eerlijk dat je, zoals nu het geval is, de winsten uit de voorbije jaren privatiseert en de verliezen vandaag laat betalen door de overheid. Waarom koopt de overheid geen aandelen van de grote ondernemingen in plaats van hen steun te geven? Dat zou op termijn inkomsten, winstuitkeringen, opbrengsten en medezeggenschap geven.
  • Maatregelen genomen om de gevolgen van de crisis, met name de grote schuldenberg van de overheid, te bestrijden, zullen de verdeling en herverdeling in de toekomst bepalen. We formuleren enkele mogelijke maatregelen.
    1. De helden van vandaag – zorgverleners, mensen die ons afval ophalen, die ons informatie verstrekken, de rekkenvullers in de supermarkt enzovoort – werken in sectoren met een hoge werkdruk, veel bezuinigingen en lage lonen. Om hun inzet en arbeid te waarderen, moet de inkomensvorming in de samenleving anders gebeuren.
    2. Besparingen op publieke voorzieningen, zoals de gezondheidszorg, lijken nu haast ondenkbaar. Zullen ze morgen, wanneer de angst voor het virus verdwenen is, nog zo ondenkbaar zijn? Zullen die besparingen dan opnieuw deel uitmaken van de voorstellen?
    3. Vandaag wordt de sociale zekerheid (tijdelijke werkloosheidsuitkeringen) bejubeld en gezien als een buffer die de gevolgen van de crisis beperkt. Zal men morgen die sociale zekerheid voldoende financieren en verder versterken en uitbreiden, bijvoorbeeld met een Europees systeem van tijdelijke werkloosheidsuitkeringen? Of komt er een verdere afbouw, zoals gebeurde in de periode voor corona?
    4. Levert deze globale crisis het draagvlak om de fiscale rechtvaardigheid echt te organiseren op nationaal en internationaal gebied? Komt er een vermogensbelasting? Zal de progressiviteit in de personenbelasting toe- of afnemen? Komt er een correcte belasting op de winsten van de multinationale ondernemingen? Krijgt de ecobelasting (een koolstofheffing) een groter gewicht? Houdt de ecobelasting rekening met de effecten op de herverdeling?
    5. Je kunt de schulden verkleinen met een bewust gekozen inflatie, die niet iedereen in dezelfde mate treft. De waarde van de aandelen, die geconcentreerd zitten bij de hoogste inkomens, stijgt bij inflatie, maar gestegen prijzen treffen de lage inkomenstrekkers meer dan de hoge.
    6. Het probleem kan ten dele voorkomen worden door de schulden van overheden rechtstreeks te financieren door geldschepping. Dat wil zeggen dat de centrale banken gewoon geld creëren uit het niets. De staten hoeven dat geld ook niet terug te betalen. Dan zijn besparingen die de zwakste groepen het sterkst treffen niet nodig.
  1. De zesde stap. Green New Deal
    Is de aanpak van de klimaatthematiek, een Green New Deal, de motor voor de vernieuwing? De Green New Deal zorgt voor een economie die, zoals hierboven beschreven, steunt op delen en herverdelen, maar die bovendien de draagkracht van de aarde niet overstijgt, die aan de aarde teruggeeft wat ze eraan onttrekt, die de aarde herstelt.
    Voor de eerste economen was de aarde, de grond, een belangrijke productiefactor, maar deze productiefactor is in de loop der tijd naar de achtergrond verschoven. Bij structurele hervormingen zal meer dan ooit de aandacht naar de aarde gaan. Zo brengen we de economie terug naar haar essentie: ten dienste van de ontplooiing van iedere mens, binnen de grenzen van de planeet.
    De pleidooien voor een Green New Deal om te komen tot een duurzame samenleving zijn gebaseerd op een sociale en een ecologische pijler. Een Green New Deal vereist een offensieve politiek, zodat kapitaal ter beschikking komt voor die doelstelling.
  2. De zevende stap. Geldstromen
    Het virus mag dan al onzichtbaar zijn, even onzichtbaar zijn de geldstromen die ongehinderd blijven vloeien. Zolang we dat niet veranderen, is er geen hoop voor een Green New Deal. De wereld veranderen, kan niet zonder de geldstromen te controleren.
    Het kan?
    We kunnen – naar het voorbeeld van de New Deal van Roosevelt in de jaren dertig – de overheid aan het stuur zetten van het financiële systeem en de geldstromen. De avond van zijn aantreden, op 3 maart 1933, deed Roosevelt iets essentieels, wat ook vandaag wenselijk is. Hij hervormde het financieel systeem (hij schrapte de goudstandaard), trok de controle over de geldstromen weg bij Wall Street en legde ze weer bij de overheid. De New Deal van Roosevelt heeft getoond dat je met politieke wil de financiële wereld aan banden kunt leggen. Het vergt alleen de moed om te zeggen “Als je overheidssteun wilt, als je wilt dat belastingbetalers je uit een crisis trekken, zal dat gebeuren onder de voorwaarde dat jij voor het land werkt, in plaats van omgekeerd.”
    Een Green New deal bereiken we niet door publieke fondsen te versassen naar privé-initiatief, in de hoop dat het economisch herstel en/of de grote ecologische revolutie daaruit zal komen. Om een rechtvaardige transitie te realiseren, moeten er openbare investeringsmaatschappijen en openbare energiebedrijven komen.
    Als we onze economieën weerbaarder willen maken, moeten we het financiële systeem hervormen en democratiseren. In datzelfde kader moeten we nadenken over de rol van het geld, over de wijze waarop geld gecreëerd wordt en over plaats van de rente.
    Zal het anders zijn?
    Na de crisis van 2008 is het niet gelukt om de financiële wereld aan banden te leggen en de geldstromen te controleren. Zal het nu wel lukken? Zullen de mogelijke redenen van het mislukken nu minder spelen?

    1. Zal de politieke wil er nu wel zijn? En heeft het neoliberale denken minder invloed op de beleidsvoerders?
    2. Zullen de staten die door fiscale concurrentie profiteren van het financieel systeem (fiscale paradijzen) minder gewicht in de besluitvorming hebben?
  • Een groter deel van de bevolking hangt af van de beurs, voor haar pensioen (pensioenfondsen en pensioensparen) of voor haar inkomen (volkskapitalisme d.w.z. meer aandelen in het bezit van het grote publiek). Zal hierdoor het draagvlak voor die noodzakelijke hervormingen niet slinken?
  1. Achtste stap. Globalisering
    De coronacrisis stelt heel veel vragen over de globalisering

    1. Welke globalisering?
      Waar het echt over gaat, is niet de globalisering – het één worden van de wereld – als dusdanig, maar de globalisering van een economisch en politiek systeem, van het op neoliberale leest geschoeide kapitalisme. In een globalisering die in wezen een financiële globalisering is, bereiken de baten slechts enkelen, terwijl een grote groep van verliezers de lasten ervan dragen, zowel hier als in het Zuiden.
      De coronacrisis toont hoe goed mensen en samenlevingen zich kunnen aanpassen. Dat vermogen om zich aan te passen moeten we nu aanwenden voor een betere versie van de globalisering, die komaf maakt met het idee dat we met elkaar in competitie leven. Solidariteit is het ordewoord, en die mag nooit meer in lockdown gaan of in zijn kot blijven.
      De betere versie van globalisering zal het geglobaliseerd, economisch en financieel systeem ombuigen. Het systeem dat de wereld de voorbije dertig jaar geregeerd heeft, dat moet op de schop. Dat mag wel geen aanleiding zijn om kind én badwater buiten te kieperen en te gaan voor deglobalisering.
    2. Deglobalisering?
      Deglobalisering van een sociaal en duurzaam economisch systeem zal aanleiding geven tot deglobalisering van nu geglobaliseerde activiteiten. Heel wat globalisering die we vandaag kennen, is immers niet duurzaam en zal moeten verdwijnen in een meer gepland, duurzaam en rechtvaardig mondiaal productiesysteem. We denken bijvoorbeeld hieraan.

      1. De kapitaalstromen die niet nuttig zijn en alleen ten goede komen aan een kleine financiële elite en aandeelhouders moeten stoppen. Het gaat ook om kapitaalstromen die bedrijven en vermogenden gebruiken om hun winsten en vermogens verborgen te houden in belastingparadijzen.
      2. Als morgen de milieukosten van het transport in rekening worden gebracht, zal de goederenhandel onvermijdelijk gedeeltelijk inkrimpen en zich beperken tot meer noodzakelijke goederenstromen. Als gevolg daarvan zal de goederenproductie voor een deel deglobaliseren.
  • Globalisering, ook van het antwoord op de crisis?
    De globalisering heeft van een lokale uitbraak een globale pandemie gemaakt. De vraag is dan ook of de globalisering voor een gecoördineerd antwoord kan zorgen. Het korte antwoord daarop is voorlopig niet echt, integendeel.
    De aanpak van de crisis gaat gepaard met de herontdekking van de grens. Grenzen aan de nabijheid tussen mensen: hoe dicht laat ik jou bij mij komen? Maar ook de grenzen tussen staten. Zelfs in de Europese Unie worden nu weer grenzen bewaakt. België poot containers neer aan landelijke grensovergangen met Frankrijk en Nederland. Reizen wordt beperkt. Er wordt nog amper gevlogen over de Atlantische Oceaan. Het is zeer de vraag of dit plotse en dramatische ‘deglobaliseren’ en op zichzelf terugplooien ooit nog helemaal ongedaan wordt gemaakt.
  1. Europa
    Een afzonderlijk hoofdstuk voor ons, Europeanen. De vraag is welke rol de Europese Unie zal spelen in deze crisis en hoe de EU deze crisis zal doorkomen. Wordt het – net zoals altijd – een crisis die de Europese integratie verder bevordert? Of wordt dit de crisis waarover de EU struikelt?
    Het eerste nieuws was slecht. Duitsland verbood de uitvoer van mondmaskers naar Italië. Christine Lagarde, gouverneur van de Europese Centrale Bank (ECB), gaf aan dat het niet haar taak was om de spread (het verschil in interesttarief op overheidsleningen) tussen sterkere en zwakkere landen te beperken. Dat kon tellen als Europese ezelsstamp naar het belaagde Italië.
    Intussen loopt het beter. Duitse ziekenhuizen aanvaarden patiënten uit de Franse Elzas, waar de ziekenhuizen het niet meer aankunnen. En de Europese Centrale Bank zei dat ze ‘alles zal doen wat nodig is’ om de euro overeind te houden – het magische zinnetje waarmee Lagardes voorganger Mario Draghi de euro redde in 2012. De Europese Centrale Bank zal voor 750 miljard euro overheidsleningen en andere activa aankopen. De eurozone staat voor een moment van waarheid. Als er nu geen solidariteit betoond wordt, overleeft ze dit mogelijk niet.
    Die beslissing van de ECB leidde onmiddellijk tot een daling van de Italiaanse rente, wat de Italiaanse regering meteen meer ademruimte geeft. Bovendien subsidieert de ECB de kredietverlening door Europese banken aan de ondernemingen.
    De ‘zuinige’ landen van de eurozone (zoals Nederland, Finland en Duitsland) benadrukten ook dat de Europese begrotingsregels in dit soort gezondheidscrisis niet de prioriteit zijn. Maar landen als Italië hopen op meer. Goedkope kredieten voor landen die het nodig hebben en het gebruik van het Europees Stabiliteitsmechanisme. Hierover is ondertussen na moeizaam onderhandelen een akkoord bereikt, bijvoorbeeld over corona-obligaties op Europees niveau om de crisis te lijf te gaan. Hier gaat de ECB leningen aan waarbij de Europese landen als geheel verantwoordelijk zijn voor de terugbetaling, een grote vorm van solidariteit. Deze kwestie ligt zo emotioneel en de kloof tussen landen is zo groot, dat ze de euro kan vernietigen.
    Solidair zijn betekent dat alle eurolanden samen de kosten van een herstelplan – een Marshallplan voor (Zuid-)Europa – bekostigen, op welke manier dan ook. Zover is men nog niet!
  2. Zuiden
    1. Zwakste landen het zwaarst getroffen
      Corona legt gemondialiseerde productieketens lam. Deze ketens werken met een minimum aan reserves en zijn georganiseerd op basis van de goedkoopste productie, met de laagste belastingen en zo weinig mogelijk milieuregels. Deze structuur is goed om de kortetermijnwinst op te drijven, maar wreekt zich vandaag.
      Het economisch effect van de coronacrisis is in ontwikkelingslanden veel groter dan in de rijke landen. Het stilvallen van de economie in de rijke landen doet de vraag naar grondstoffen dalen en dat heeft een invloed op de inkomsten van de landen in het Zuiden. Het toerisme valt er ook stil en de werkers in de informele economie, die in veel landen van het Zuiden de meerderheid uitmaken, vallen zonder inkomen.
      De inkomens van burgers, bedrijven en overheden, en de instroom van vreemde deviezen drogen snel op. Net omdat ze geen deviezen meer hebben, komen de overheden er nu vrij snel in acute betalingsproblemen. Armere landen worden letterlijk opgeofferd op het altaar van het internationale financiële systeem, waarin de belangen van investeerders en kredietverleners zwaarder doorwegen dan de gezondheid van mensen of ecosystemen.
      In Afrika zien we dat buitenlandse investeringen in ijltempo weggehaald worden. De helft van het bruto nationaal product dreigt in rook op te gaan en de groei zal halveren.
      Sinds het begin van de pandemie hebben investeerders meer dan 83 miljard dollar weggesluisd uit groeimarkten. Volgens het IMF is dat de ‘grootse kapitaalvlucht ooit’. Voor het kapitaal zijn er vooralsnog geen grenzen ingevoerd.
    2. Voorstellen
      1. De Wereldbank richt een oproep aan de banken om schuldaflossingen van de armste landen uit te stellen.
      2. De Verenigde Naties werkten een concreet plan uit om 2500 miljard dollar in ontwikkelingslanden te pompen. Dat geld is het minimum om ze enigszins op schema te houden om de Duurzame-ontwikkelingsdoelen te halen.
  • Een eerste speerpunt van dat plan zijn bijkomende ‘Speciale Trekkingsrechten’ bij het IMF. Dit is een vorm van krediet, ter waarde van 1000 miljard dollar. Via die techniek wordt het mogelijk om ontwikkelingslanden ook te laten profiteren van de geldcreatie waarin rijke landen zo bedreven zijn.
  1. Een tweede speerpunt is schuldkwijtschelding. Als dit inderdaad een crisis van wereldoorlogformaat is, dan zijn maatregelen van eenzelfde grootte op hun plaats. Na de oorlog werd de helft van de Duitse staatsschuld kwijtgescholden om de Duitsers niet voor eeuwig en alle dagen tot armoede te veroordelen. Voor ontwikkelingslanden betekent een helft van alle schuld een steun van opnieuw 1000 miljard.
  2. Een derde speerpunt is een echt Marshallplan voor ontwikkelingslanden. Al decennialang beloven rijke landen 0,7% van hun welvaart te reserveren voor steun aan ontwikkelingslanden. Toch staat de teller vandaag op 0,31%. Als rijke landen slechts een kwart van de afspraak inzake ontwikkelingshulp nakomen, is dat goed voor nogmaals 500 miljard.
  1. Besluit: Een andere economie is nodig
    António Guterres, de secretaris-generaal van de Verenigde Naties, drukt in een open brief zijn bekommernis uit en stelt: “Deze crisis is een geschikt moment om meer inclusieve en duurzame economieën en samenlevingen op te bouwen, die beter bestand zijn tegen pandemieën, klimaatverandering en andere mondiale uitdagingen.” Volgens de secretaris-generaal moet het herstel leiden ‘tot een andere economie’.
    Hij besluit zijn open brief met een krachtige oproep: “Het beëindigen van de pandemie overal in de wereld is zowel een morele noodzaak als een kwestie van verlicht eigenbelang. Op dit ongewone moment kunnen we geen toevlucht nemen tot de gewone middelen. Buitengewone tijden vragen om buitengewone maatregelen. We staan voor een kolossale test, die van ons allen beslissende, gecoördineerde en innovatieve actie vereist.”

 

Bronnen

  1. Instituut voor Tropische Geneeskunde bestrijdt het coronavirus op tweecontinenten
    Viroloog Kevin Ariën: ‘Ik zeg al jaren dat er een pandemie zit aan te komen’, Elien Spillebeen . 17 maart 2020 MO
    2. Grenzen gaan dicht, wereldhandel keldert. Overleeft de globalisering de coronacrisis? John Vandaele . 12 maart 2020 MO
  2. Een echt Marshallplan voor ontwikkelingslanden
    Het kapitaal moet blijkbaar niet in zijn kot blijven

Jan Van de Poel . 2 april 2020
4. Jo Cottenier, studiedienst PVDA, 3 april 2020
5 Nationalisme en deglobalisering niet het juiste antwoord
Nu is het moment om de spelregels fundamenteel te veranderen,Oxfam-in- België . 3 april 2020  MO
6 . Het virus werpt grenzen op en toch is samenwerking een noodzaak
Zo stelt corona de internationale machtsverhoudingen op scherp. John Vandaele . 26 maart 2020
7. De Britse econome Ann Pettifor over de noodzaak van een Green New Deal
Het goede nieuws: er is een plan voor een betere wereld’ Tine Hens . 4 april 2020 MO
8. Open brief – Marc Vandepitte  in DWM 8 april 2020
9. De verdeling van de coronakosten: voor welke keuzes staan wereldleiders?
Deze economische en politieke keuzes bepalen vandaag de wereld van morgen. John Vandaele . 13 april 2020 MO
11. Interview – C.J. Polychroniou, Vertaald door Jules De Moor .
Noam Chomsky: “Tekort aan beademingstoestellen legt de neoliberale wreedheid bloot MO
11. Lieve Herijgers en Katelijne Suetens van Broederlijk Delen zien crisis als kans voor toekomst ‘Delen en herverdelen zijn hét antwoord op een vastgelopen sysem’. Gie Goris . 12 april 2020  MO
12. Wie durft er nu nog snijden en de sociale zekerheid, DS 28-29 maart 2020
13.. Corona stoot Mattheus wakker, B Sturtewagen, DS3 april 2020
14. Kate Raworth, Donuteconomie: In zeven stappen naar een economie voor de 21e eeuw

What do you want to do ?

New mail

Creative Commons

dagelijkse newsletter

take down
the paywall
steun ons nu!